kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 15-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Nicolas Schoffer

Nicolas Schöffer

Frans beeldhouwer en objectkunstenaar van Hongaarse afkomst, geboren 6 september 1912 in Kalocsa, Hongarije, gestorven 8 januari 1992 in Parijs.

Schöffer was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de kinetische kunst. Hij ontwikkelde een nieuwe kunstvorm door middel van een combinatie van film, beweging, lichtprojecties en beeldhouwkunst.

Biografie
Nicolas Schöffer studeert aan aan het Jezuïten college in Kalsocsa. Hij behaalt een doctoraat in de rechten en hij studeert aan de kunstschool van Boedapest.

In 1936 verhuist Schöffer naar Parijs, waar hij zijn studie voortzet aan de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts in het Atelier van Sabatté. Daarna ontwikkelt hij een zeer eigen stijl van werken.

In 1937 neemt hij deel aan de Salon d'Automne. In 1938 neemt hij deel aan de Salon des Indépendants. Schöffer raakt bevriend met Emile Bernard die hem de schilderijen van Van Gogh laat zien in het huis van Dr. Gachet.

Tijdens de Duitse bezetting in de periode 1942-45 is hij vluchteling in Auvergne.

Zijn carrière als kunstenaar-vernieuwer omvat beeldhouwen, architectuur, urbanisme, totaal theater, tapisserie, film, muziek, pedagogie en boeken.

In 1947 begint zijn surrealistische periode. Hij ontmoet zijn vrienden een keer per week in Atlan. In 1947 en 1948 exposeert Schöffer in Galerie Breteau in Parijs. Ook neemt hij deel aan de expositie "La Rose des Vents", in Galerie des Deux-Iles in Parijs en hij neemt deel aan de Salon des Réalités Nouvelles.

In 1948 ontwikkelt Schöffer zijn ideeën over het Spatiodynamisme. (integratie van ruimte in het beeldhouwen)

Nadat hij in 1949 het boek Cybernétique et Société van Norbert Wiener gelezen heeft maakt zijn carriére een fundamentele verandering door. Hij stopt met schilderen en gaat beeldhouwen.

Hij ontwikkelt de theoretische grondslag voor zijn latere kinetische beeldhouwwerken, waarin hij audiovisuele effecten, zoals gereflecteerd licht, beweging, geluid en muziek gebruikt.

In 1949 neemt hij deel aan de expositie "Eloquence de la Ligne" in Galerie des Deux-Iles en neemt hij deel aan de Salon des Réalités Nouvelles.

In 1950 exposeert Schöffer zijn eerste Sculptures spatiodynamiques. Ook in 1950 creëert hij een Horloge électrique spatiodynamique, uitgevoerd samen met de ingenieur Henri Perlstein en gefinancierd door André Bloc.

In 1951 neemt hij deel aan de expositie "Salon de la Jeune Sculpture" en presenteert zijn werk getiteld Spatiodynamique 11 in de tuin van het Musée d'art Moderne.

In 1953 presenteert Schöffer zijn architecturale ontwerpen op het achtste Congrès International des Géomètres aan de Sobonne.

In 1954 bouwt Nicolas Schöffer zijn Spatiodynamique Cybernétique et Sonore (geluidsenvironment) van 50 meter hoog, samen met de ingenieur Jacques Bureau en de componist Pierre Henry voor de Salon des Travaux Publics in Parijs. Hij neemt deel aan de expositie "Premier Salon de la Sculpture Abstraite" in Galerie Denise René (Parijs). Ook houdt hij een lezing aan de Sorbonne over spatiodynamisme en publiceert zijn eerste boek Le Spatiodynamisme.

Schöffer creëert en presenteert in 1956 het eerste cybernetische beeldhouwwerk de CYSP 1 tijdens de nacht van de poëzie in het het Sarah Bernhardt theater in Parijs. In datzelfde jaar op het avant-garde kunstfestival in Marseille creëert Schöffer een ballet met de CYSP 1 op het dakterras van la Cité Radieuse van Le Corbusier, met een choreografie van Maurice Béjart.

Hij presenteert zijn CYSP 1 op de kunstacademie in Amsterdam. Hij neemt deel aan de de expositie "Sculptures Abstraites" in Galerie Denise René (Parijs). In 1956 verschijnt zijn eerste film: Sculptures, Projections, Peintures, geregisseerd door Jacques Brissot.

In 1957 presenteert Schöffer de uitgevoerde ontwerpen voor het Maison á Cloisons Invisibles in samenwerking met Philips en Saint Gobain. Hij produceerde onzichtbare binnenwanden, door de scheiding van warmte, licht en kleur en verschillende geluidseffecten.

In 1957 ontwikkelt Schöffer zijn theorieën over het Luminodynamisme. (integratie van licht, muziek, film ...)

Hij neemt deel aan de Salon de Réalités Nouvelles en hij neemt deel aan een expositie in Zagreb in de Gradska Galerija Suvremene Umjetnosti. Hij geeft experimentele spatiodynamische demonstraties in het Evreux theater en in Grand Central Station in New York.
Zijn tweede film komt uit: Fer Chaud, weer geregisseerd door Jacques Brissot, met muziek van Xenakis en geproduceerd door Pierre Schaeffer.

In 1958 neemt Schöffer deel aan de expositie "l'Art du XXIe siècle" in het Palais des Expositions in Charleroi, heeft een expositie in de Galerie Denise René in Parijs, neemt deel aan de expositie "Sculpture" in de Galerie Claude Bernard in Parijs, neemt deel aan de Biennale "Jeune Peinture - Jeune Sculpture" in Parijs en neemt deel aan de expositie "Sculpture Française Contemporaine" in Musée Rodin in Parijs.
De derde film, waar hij aan meewerkt komt uit: Spatiodynamisme, geregisseerd door Tinto Bass en geproduceerd door Henri Langlois, evenals de vierde film: Mayola, geregisseerd door Henri Gruel.

In 1959 ontwikkelt Schöffer zijn ideeën over het Chronodynamisme. (geconcentreerd op tijd)

Hij creëert de Musiscope, met de medewerking van de ingenieur Julien Leroux en Philips, welke hij presenteert in het Musée d'Art Moderne in Parijs. Hij neemt deel aan Documenta 2 in Kassel eveneens in 1959.

In 1960 maakt hij de werken Microtemps en Luminoscope 1.

In 1961 creëert Schöffer zijn werken Reliefs Sériels en hij presenteert de Musiscope in het Théâtre de France samen met een werk van Pierre Jansen, gedirigeerd door Pierre Boulez.
Zijn Tour Spatiodynamique et Cybernétique de Liège wordt gerealiseerd in België (Philips), een 56 meter hoge draaiende, licht, muziek, kinetische toren in het park van La Boverie in Luik.
Hij exposeert op de zesde Biennale van Sao Paolo in Brazilië. Hij vervaardigt zijn film Tour de Liège geregisseerd door Gruel.

Schöffer creëert zijn werk Mur Lumière en presenteert dit op de expositie "L'Artiste et l'Objet" in het Musée des Arts Décoratifs in 1962. Ook participeert hij in de film van Claude Lelouch: Le propre de l'homme.

In 1963 heeft hij een retrospectief in het Musée des Arts Décoratifs, Pavillon de Marsan. In datzelfde jaar introduceert hij zijn maquette van de 324 meter hoge Parijse lichttoren de Tour Lumière Cybernétique bestemd voor la Défense in Parijs. Ook vindt de installatie van een Mur Lumière plaats op de Paquebot Shalom. Zijn film: Pavillon de Marsan : Nicolas Schöffer geregisseerd door Jacques Brissot komt uit.

In 1964 heeft Schöffer exposities in het Stedelijk Museum te Amsterdam, het Stedelijk Museum het van Abbemuseum te Eindhoven. Voorts neemt hij deel aan de Documenta 3 te Kassel en neemt hij deel aan de expositie "Paintings and sculptures of a decade : 1954-64" georganiseerd door de Calouste Gulbenkian Stichting in de Tate Gallery in Londen en heeft hij een expositie in het museum van Tel Aviv.

In 1965 sticht Schöffer de GIAP (Groupe International d'Architecture Prospective) met Yona Friedman, Walter Jonas, Paul Maymont, Georges Patrix, Michel Ragon en Ionel Schein. Zij publiceren het boek Les Visionnaires de l'Architecture, met teksten van Balladur, Friedman, Jonas, Maymont, Ragon, Schöffer.

Zijn film Le Giap verschijnt geproduceerd door Gaumont.

Eerste belangrijke expositie in de V.S. met 7 sculpturen als onderdeel van de tentoonstelling "Kinetic and Optic Art Today", in de Albright-Knox Art Gallery in Buffalo, New-York.

Schöffer creëert zijn Prisme welke hij presenteert op de expositie Saint-Gobin in Partijs. Deelname aan SIGMA in Bordeaux. Expositie "2 Kinetic Sculptors : Nicolas Schöffer and Jean Tinguely" in het Jewish Museum in New-York.

In 1966 realiseert Schöffer de Voom-Voom in Saint Tropez, de eerste "luminodynamische"discotheek. Verder neemt hij deel aan de expositie "Lumière et Mouvement" (1 grote zaal) in het Musée d'Art Moderne van Parijs en neemt hij deel aan de expositie van de Groupe International d'Architecture Prospective (GIAP) in Galerie Arnaud in Parijs. Zijn film: Tout voir geregisseerd door Ch. Chaboud verschijnt.

In 1968 ontwerpt Schöffer cybernetische decors voor de Opera van Hamburg, de voorstelling getiteld Les Globolinks met choreografie van Gian Carlo Menotti en Alwin Nikolais. Hij wint de grote prijs van 34ste Biënnale van Venetië. Zijn Lumino-serie wordt tot stand gebracht in samenwerking met Philips.

In 1969 exposeert hij in de moderne kunst musea in Rome en Parijs en presnteert zijn Prism op de YEAA tentoonstelling in Tokyo en daarna in Noorwegen. Hij exposeert zijn werken Minieffets en Minisculptures in de Galerie Denise René in Parijs en houdt een audio-visuele demonstratie op straat voor het Musée d'Art Moderne. In datzelfde is hij lector aan de architectuur faculteit aan de École Nationale Supérieure des Beaux-Arts de Paris.

In 1973 presenteert Schöffer zijn eerste automobiele sculptuur in de straten van Milaan de SCAM 1.

In 1974 produceert en presenteert hij zijn Varetra werken, evenals de reconstructie plannen voor de markthallen van Parijs. Schöffer vervaardigt een 20 meter hoog spatiodynamische sculptuur, een versie van de Chronos in het Embarcadero Center in San Fransisco en een grote Prism in de kapel van de Sorbonne.

In 1977 voltooit Schöffer zijn eerste licht-dynamische tapijt Murlux 1, geweven van semi-tranparante plastic pijpen. De Chronos 15 werd in Bonn neergezet en de Chronos 10 in Saint-Jacques de Metz. Hij reist voor het eerst naar Hongarije.

In 1978 maakt hij zijn werk Téléluminoscope 2, en zijn werk met zonnecellen Soleil. In 1979 maakt hij zijn Delta beelden en zijn Tours-Soleil. In 1980 met de medewerking van Lajos Dargay wordt er een Schöffer museum was geopend in Kalocsa.

In 1986 ontvangt hij de Leonardo prijs in San Fransisco.

In 1992 sterft Nicolas Schöffer op 8 januari in zijn atelier in Montmartre.

websites: www.olats.org, artportal.hu


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 916.