kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 24-07-2011 voor het laatst bewerkt.

Oskar Kokoschka

Oostenrijks schilder, graficus en schrijver, geboren in Pöchlarn 1886, aan de Donau, gestorven Montreux 1980
Kokoschka stamde uit een Praagse Tsjechische familie, als tweede van vier kinderen. Zijn vader was goudsmid.

Biografie
In Wenen krijgt hij na zijn middelbare school, een beurs voor de Kunstgewerbeschule en schrijft zich onder andere in voor tekenen, grafiek en kunstgeschiedenis. Vanaf 1905 begint hij autodidact te schilderen met olieverf. Nu begint hij ook aan een expressionistisch drama. Gustave Klimt noemt Kokoschka 'het grootste talent van de jongere generatie' na een kunstschau in Wenen.

Kokoschka was schilder, graficus en schrijver en een leerling van Gustav Klimt aan de Kunstgewerbe Schule in Wenen van 1905 tot 1908, waar hij o.m. architect Adolf Loos leerde kennen, die hem introduceerde bij Karl Kraus, uitgever van het satirische blad Die Fackel. In datzelfde jaar, 1908, schilderde Kokoschka zijn eerste portretten.

Een jaar later in 1909 komt hij onder de indruk van George Minne, Edvard Munch en Vincent van Gogh. Ook beïndigt hij zijn studietijd aan de Kunstschool en verlaat de Wiener Werkstätte. Hij houdt zich nu vooral bezig met portretten, theaterstukken en gedichten.

In 1910 komt Kokoschka in contact met de uitgever van het tijdschrift Der Sturm, dat in de komende jaren het belangrijkste avant-garde tijdschrift in Duitsland op gebied van kunst en literatuur is. Ook Kokoschka krijgt door het plaatsen van werken hierin meer bekendheid. Iets later organiseert men de éénmanstentoonstelling van deze schilder. In 1911 komt Kokoschka in contact met Der Blaue Reiter, een avant-gardegroep in München. Hij leert er de dichter Albert Ehrenstein kennen, met wie hij zijn leven lang bevriend blijft.

Oskar Kokoschka en Alma Mahler 1912/13

In 1912 nam hij deel aan de tweede tentoonstelling van de 'Blaue Reiter' in München.

Kokoschka had een onstuimige verhouding met Alma Mahler-Schindler, de weduwe van de in het Tsjchische Kaliště geboren componist Gustav Mahler. Hij schildert haar portret en trekt met haar door Italië.
Hij maakte voor Alma van 1912 tot 1914 een serie van zeven waaiers, waarop symbolisch het verloop van hun verhouding was weergegeven. Omdat hun relatie steeds moeilijker werd, verliet zij hem voor de architect Walter Gropius (van het 'Bauhaus') in 1915.

In zijn vroege werken keerde Kokoschka zich snel van de Jugdenstil en boog die vormen om in een expressionistische taal. Naast illustratief werk onstonden als vroege hoofdwerken psychologische visionaire portretten in een dramatisch-nerveuze schildertrant.
De figuur en het psychologische portret bleven altijd het middelpunt vormen van zijn scheppen, zowel in schilderijen als in zijn omvangrijke grafische oeuvre. Het is een feit dat de schilderijen en vooral de portretten van Kokoschka de meer verborgen instincten van de mens niet verliezen, maar juist ontmaskeren en daardoor een begrijpelijke beweging van verzet oproepen. Belangrijkste vroegste werk is de Bruid van de wind, een reflectie op zijn uiteindelijke onbeantwoord gebleven liefde voor Alma Mahler.

Na herstel van zijn oorlogsverwondingen leert Kokoschka in Dresden de vriendenkring kennen van Kathe Richter en portretteert ze.

In 1918 maakt hij kennis met Hermine Moos, die poppen snijdt en bij wie hij een levensgrote pop met de trekken van Alma bestelt. Hij maakt verscheidene werken naar deze pop. Door een reis naar Florence raakt hij gefascineerd door het werk van Michelangelo. Zo onstaan vele aquarellen.

portret van Frau Reuther, c. 1921

Onder invloed van het fauvisme, de Duitse expressionisten en de Blaue Reiter werd de kleuromgeving helderder, de verf pasteuzer en de penseelvoering rustiger, maar bleef zijn werk onderhevig aan stilistische fluctuaties.

In 1924 vestigt Kokoschka zich in Parijs, waar hij tussen zijn vele reizen door regelmatig zal terugkeren. Hij reist ondermeer naar Zuid-Frankrijk, Spanje, Portugal, Nederland en Engeland. Ook naar Istanbul, Jeruzalem en Noord-Afrika, Schotland, Ierland en Italië. Deze reizen inspireren hem tot landschappen en nieuwe portretten. Hij is erg geboeid door de oude meesters Breughel en Altdorfer.

Na 1924 begon de lange reeks landschappen en stadsgezichten, die deels sterk gecomprineerde overzichten van plaatsen geven en deels slechts representatieve pronkstukken zijn. Op nationaal-socialisme en oorlog antwoordde Kokoschka met allegorische beelden en met het Zelfportret van een ontaard kunstenaar.

In 1931 gaf Kokoschka zijn woning in Parijs op keerde hij terug naar Wenen, maar verliet de stad weer na de Starhemberg-putsch van 1934 en verhuisde zoals zovele Tsjechische emigranten naar Praag, waar hij o.m. een portret van president Masaryk schilderde. In de winter van 1934 leert hij zijn latere vrouw kennen, Olda Palkovska.

In 1937 worden 417 van Kokoschka's werken in beslag genomen door de regering.

Tijdens de oorlog onderhield hij in zijn Engelse ballingschap nauwe relaties met de Tsjechische emigratie en na de oorlog werd hij lid van de vluchtelingenorganisatie 'Společnost pro vědy a umění' (Maatschappij voor wetenschap en kunst).

Na de oorlog volgden nog meer stadsgezichten en als grote opdracht ettelijke decorontwerpen. Belangrijk zijn de grote mythologische schilderijen als Prometheus-Sage en THERMOPyLAE. In deze werken en in zijn gehele latere oeuvre komt Kokoschka tot een zeer persoonlijke variant van het expressionisme; de kleurgeving is krachtig en de losjes gevoerde composities stroken met de onrustige, effectvolle penseel-uitvoering. Grote humane thema's nemen, ook in zijn grafiek steeds meer plaats in.

Vóór de annexatie van Tsjechoslowakijke vlucht hij op een door Jan Masaryk verstrekt paspoort naar Londen, waar hij landschappen schildert en natuurstudies maakt.

In Amerika krijgt Kokoschka steeds meer respons, o.m. met een tentoonstelling in New York (1940). In de oorlogsperiode onstaan werken met politiek-allegorische thema's, naast landschappen, bloemaquarellen en portretten. Hij is actief betrokken bij antinazi-organisaties. Vanaf 1947 volgen er bijna elk jaar tentoonstellingen in Europa en de Verenigde Staten.

In 1953 verhuist Kokoschka naar Villeneuve aan het meer in Genève.

Naar aanleiding van zijn 77ste verjaardag, (1956)wordt in Salzburg de Oskar Kokschka-prijs ingesteld.

de laatste twintig jaar van zijn leven is Kokoschka een succesrijk en gevierd kunstenaar.

Hij sterft in 1980 in een ziekenhuis in Montreux.

Voor zijn veelzijdige oeuvre ontving Kokoschka verschillende onderscheidingen, m.n. de Erasmusprijs (1960, samen met Chagall) en een eredoctoraat in Oxford.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 486.