kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21 02 2017 10:42 voor het laatst bewerkt.

Pablo Picasso

Spaans schilder, tekenaar, beeldhouwer, decorschilder, grafisch kunstenaar en keramist.

Naamsvarianten: Pablo Ruiz Picasso, Pablo Ruiz y Picasso, Pablo Ruys,
Pablo Diego José Francisco de Paula Juan Nepomuceno Crispin Crispiniano de la Santissima Trinidad Ruiz Blasco,
Pablo Diego Francisco de Paula Juan Nepomuceno Maria de los Remedios Cipriano Santisimi Trinidad Ruiz y Picasso,

De Spaanse kunstenaar pablo picasso was één van de meest invloedrijke en succesvolle kunstenaars van de twintigste eeuw. schilderkunst, sculpturen, grafiek en keramiek, picasso draaide er zijn hand niet voor om.

levensloop
Pablo Ruiz Picasso komt op 25 oktober 1881 in Plaza de la Merced, te Malaga in Spanje ter wereld, als enige zoon van de tekenleraar José Ruiz Blasco, van Baskische oorsprong, schilder, leraar tekenen en conservator van het gemeentelijke museum, en zijn zeventienjaar jongere Andalusische echtgenote Maria Picasso Y Lopez. Zijn knappe verschijning en vroeg ontwikkelde talenten deden hem algauw wennen aan lofprijzingen en liefde.

1884 Geboorte van Lola, oudste zus van de kunstenaar (Dolorès). 1887 Geboorte van Conception, tweede zus van de kunstenaar (Conchita), die op 8-jarige leeftijd stierf.

1888-1889 Eerste stappen in de schilderkunst, begeleid door zijn vader.

In oktober 1891 verhuist het gezin naar La Coruna (Galicië) waar zijn vader tekenleraar wordt aan het nieuwe Da Guarda Instituut. Picasso wordt ingeschreven op de School voor Schone Kunsten.

In september 1892 begint pablo picasso op de school waar zijn vader lesgeeft in de ornamenttekenklas.

Hij volgt nadat het gezin in 1895 naar Barcelona is verhuisd de kunstacademie Llotja te Barcelona.

Ontdekking van Velázquez en Goya in Madrid.

1896 Deelt eerste atelier met zijn vriend Manuel Pollarès.

In 1897 legde hij met goed gevolg zijn toelatingsexamen aan de Koninklijke Academie in Madrid af.
Volgt korte tijd les aan de Academie San Fernando.

Reeds toen Picasso zestien was, werd de eerste tentoonstelling van zijn werk gehouden en kreeg hij lovende recensies. Dit vroege werk doet met zijn golvende lijnen en kleurvlakken aan art nouveau denken; de onderwerpen getuigen van een sociale bewogenheid die enigszins melodramatisch overkomt.

Hoewel hij terechtkwam in de hogere klassen van de kunstacademie 'La Lonja' en een serie traditionele portretten en grote figuren composities creëerde, brak Picasso al snel met de academische traditie. Dit was ook het gevolg van acht maanden schetsen, werken en eten met de boeren van het primitieve dorpje -horta de San Juan in Catalonië, waar hij heen ging om te herstellen nadat hij in de lente van 1898 roodvonk had gehad.

1899 Terugkeer naar Barcelona. Neemt actief deel aan het tijdschrift El quatre gats met de dichter Sabartis, de criticus Eugenio d'Ois, en andere kunstenaars (Junyer-Vidal, Casageras, Manolo, Fernandez de Soto...). Probeert zijn eerste gravures. Ontdekt Toulouse-Lautrec en Steinlen.

Picasso gedijde goed in het intellectuele kunstenaars- wereldje van Barcelona. Schrijvers, dichters, journalisten en kunstenaars ontmoetten elkaar bij El Quatre Gats, Diep in de nacht, na hun filosofische en kunstzinnige discussies, bezochten Picasso en zijn vrienden de muziektenten en de prostituees van Sarrio Chino, Barcelona's bruisende rosse buurt.

In oktober 1900 deelt Picasso samen met zijn vriend Casagemas een korte tijd een atelier op Montmartre in Parijs. Overdag bestudeerde hij de Griekse, Romeinse en Egyptische zalen in het Louvre en de werken van Steinlen, bonnard, denis, toulouse-lautrec en andere kunstenaars in de galeries van de Rue Lafitte. Vooral het werk van Toulouse-Lautrec bevalt hem.

1901 Keert terug naar Madrid. Zelfmoord van Casagenas in Parijs. Richt het tijdschrift Arte Joven op. Keert voor de 3de keer terug naar Parijs.  
Van 25 juni tot 14 juli stelt hij 65 werken tentoon in de Galerie Ambroise Vollard.

blauwe periode
Zijn werk uit de periode van 1900 tot 1904, het jaar waarin hij zich voorgoed in Parijs vestigde, staat bekend als de blauwe periode omdat zijn schilderijen uit deze tijd een vrijwel monochroom blauw tonen. Deze schilderijen met voorstelling van het alledaagse leven van bedelaars, straatzangers en andere randfiguren zijn doortrokken van een moedeloze melancholie, eenzaamheid en verlorenheid, wat Picasso weergaf door een dof blauw, dat vanuit de achtergrond in de figuren lijkt te dringen.

Vanaf 1901 signeert hij zijn werken met picasso, de achternaam van zijn moeder.

In oktober 1902 reist Picasso weer naar Parijs en heeft hij een tentoonstelling bij Berthe Weill en bestudeert hij het impressionisme. Deelt zijn kamer met Max Jacob. pas na de winter keert hij terug naar Barcelona.

1903 La vie (Cleveland), La famille Soler (Luik). Blauwe periode van Barcelona.  
In 1904 vestigt Picasso zich voor een groot aantal jaren voorgoed in Parijs. Hij woont en werkt dan in de Rue de Ravignan 13 (thans Place Goudeau) maar toen beter bekend als Bateau-Lavoir. Hij raakt bevriend met o.a. Guillaume Apollinaire, Derain en gertrude stein.

Ontmoet Guillaume Apollinaire en Fernande Olivier, die 7 jaar zijn levensgezellin zal zijn. De statige, knappe Fernande Olivier maakte een einde aan de eenzame figuren van Picasso's blauwe periode. Begin van de roze periode. Frequenteert het circus Medrano en de Lapin agile.

1905 reist naar Nederland, Schoorl

Ontmoet Léo en Gertrude Stein. Le Fou, La famille de saltimbanques.

roze periode
De blauwe periode werd gevolgd door de 'roze periode' (1905-1908), die voornamelijk bestaat uit afbeeldingen uit het circusleven. In zijn werk verschenen clowns en acrobaten die hij vrijwel dagelijks in het Médrano-circus zag. Met dit nieuwe onderwerp veranderden zijn kleurgebruik en compositie: de lijn werd belangrijker, terwijl het accent meer op een precieze vormgeving kwam te liggen dan op het weergeven van de stemming. Het blauw maakte plaats voor een wat vrolijker helder roze en een zacht terracotta; vandaar de benaming roze periode. Tussen 1906 en 1908 schilderde Picasso solide, zware vrouwenfiguren en liet zich inspireren door het werk van Paul Cézanne en de Afrikaanse kunst. Hij zocht naar primitieve, oorspronkelijke vormen en kwam soms tot gewaagde abstracties.

In 1906 ontmoet hij Derain en Kahnweiler en via gertrude stein henri matisse tijdens een zomervacantie in Spanje (Gosal in het noorden van Catalonië, Andorra). In dit jaar bestudeert hij intensief de werken van cezanne.

De schilderijen uit de roze periode verkochten uitstekend en al snel kwam aan Picasso's armoede voorgoed een eind.

période nègre
1907 Maakt kennis met de Afrikaanse sculptuur. Begin van de "période nègre". Ontmoet Matisse en Braque.

Les demoiselles d'Avignon
Picasso, zowel onder de invloed van Cézanne als van de Afrikaanse en Oceanische plastieken slaat van 1906 tot 1907 een nieuwe revolutionaire richting in met zijn werk Les demoiselles d'Avignon, zo genoemd omdat de uitgebeelde meisjes van lichte zeden hun werkterrein hadden in de Rue d'Avignon, waarmee het kubisme een aanvang neemt. De drie linkse dames zijn door Iberische sculpturen beïnvloed terwijl de twee rechtse figuren door negerplastiek beïnvloed zijn.

kubisme
Les demoiselles d'Avignon wordt terecht beschouwd als een der beslissende werken van de Europese kunstgeschiedenis omdat het het uitgangspunt vormde van het kubisme, dat Picasso met Georges Braque, geruggensteund door de kunsthandelaar Daniel Henry Kahnweiler (1884-1979), tussen 1907 en 1914 ontwikkelde. Het schilderij stelt vijf vrouwen voor, met op de voorgrond een stilleven. Hun lichamen en het stilleven zijn opgelost in kegels, kogels en cilinders, de grondvormen die Cézanne in de natuur zag. De gezichten van de twee rechter vrouwen probeerde Picasso van twee kanten tegelijk weer te geven.

In 1907 vindt ook de ontmoeting plaats met Georges braque en tekent hij een contract met galerie kahnweiler.

1908 De term kubisme wordt in het leven geroepen (door L. Vauxcelles).

De zomer van 1909 brengt hij door in de Spaanse plaats -horta del Ebro.

Terugkeer naar Parijs. Tête de Fernande.

analytisch kubisme
Vanaf 1909 gaat Picasso samen met braque zich verder verdiepen in de vorm en ontwikkelden zij samen het analytisch kubisme. De werken die tijdens deze samenwerking, die in 1909 begint, worden gemaakt, zijn in de eerste jaren zo gelijkend, dat het moeilijk is onderscheid te maken tussen hun werken. Van 1909 tot 1910 hield hij zich bezig met het preciseren van nieuwe vormen en wetten; hij wilde het 'ding op zich' weergeven. In de volgende fase, het analytisch kubisme (1910-1912), ging Picasso nog een stap verder. Het was hem niet meer genoeg de oppervlakte van de dingen weer te geven - hij brak ze open, vouwde ze uit elkaar en stelde ze weer opnieuw samen. Zo konden verschillende aspecten van één voorwerp tegelijk afgebeeld worden; het voorwerp werd `geanalyseerd' in zijn onderdelen.

1910 Verblijft in Cadaquès met André Derain en diens vrouw.

1911 Verblijft in Céret met Braque. Introduceert typografische lettertekens.  
1912 Hij begint dit jaar aan zijn driedimensionale schilderijen en aan zijn papiers colles. Verblijft in Céret, Sorgues en Avignon.

Picasso wordt verliefd op Marcelle Humbert ('Eva').

synthetisch kubisme (1913-1914)
In de periode van het synthetisch kubisme (1913-1914) werkte Picasso zeer nauw samen met Georges Braque. Ze maakten collages van krantenknipsels e.d., waaraan enkele lijnen verf werden toegevoegd. Zo'n collage betekent altijd een synthese (samengaan) van realiteit en fictie: zij is gemaakt van reële, tastbare voorwerpen en stelt een totaal nieuw, hiervan onafhankelijk geheel voor.

1914 Fase van het "rococo-kubisme". Schildert pointillistische doeken.

Eerste Wereldoorlog
Braque en Picasso werkten nu in de winter samen in Parijs en in de zomer op het platteland, maar het uitbreken van de oorlog in 1914 zette een punt achter hun vruchtbare samenwerking. Braque nam dienst in het leger en picasso, een Spanjaard en pacifist, deed dit niet. Ook andere vrienden gingen in dienst, onder anderen apollinaire en Derain. Picasso voelde zich steeds geïsoleerder en depressiever en kon zich niet concentreren op zijn werk. Zijn eenzaamheid werd nog meer vergroot door de dood van Eva in 1915, als gevolg van tuberculose.

In 1915 vervaardigde hij enkele realistische portretten in de trant van Ingres.

Diaghilev
In 1916 ontmoet hij de Russische impresario Diaghelev en de componist Erik Satie. Vanaf 1917 verzorgde hij een paar keer de decor- en kostuumontwerpen voor voorstellingen van Diaghilevs Ballets russes. Picasso heeft in 1917 een reis naar Italië gemaakt en bestudeert daar dan de kunst, vooral fresco's, uit het oude Pompeï. Ook ontwerpt Picasso in Rome de decors en kostums voor het ballet 'Parade' van jean cocteau, een ballet van Diaghilev met het Russisch Ballet op muziek van Sati.

In 1918 trouwt hij met de Russische danseres Olga Koklova, een lid van Diaghiliws balletgezelschap.

Gestimuleerd door zijn vrouw, werd Picasso een kunstenaar voor de hogere kringen en stortte hij zich in 'La vie snob'. Hij verhuisde naar een luxueus appartement in de Rue la Boetie - een begerenswaardige buurt in Parijs. Hij genoot veel aanzien bij alle leden van de beau monde en werd het modieuze middelpunt in elke salon; langzamerhand verloor hij het contact met zijn vroegere onconventionele vrienden.

1919 Ontwerpt decors en kostuums voor het ballet Le Tricorne (Manuel de Falla). Verblijft in Londen. Navolging van Ingres, classicisme, kubisme.

1920 Opera Pulcinella (Strawinsky).

Picasso's kunst bewoog zich in verschillende richtingen; een bepaalde stijl werd meestal voor een bepaald onderwerp gebruikt. In kubistische stijl vervaardigde hij een serie stillevens. Tot 1920 komen er steeds minder kubistische werken en tenslotte verdwijnen ze totaal.

Neoklassieke periode , uitgaande van antieke onderwerpen. Monumentale naakten.
Omstreeks 1920 schilderde Picasso zijn aan neo-classisisme verwante schilderijen. Deze periode duurt tot circa 1924. In een klassieke stijl schilderde hij vrouwen met zware lichamen en machtige ledematen en vooral het thema 'moeder en kind'. Het bekendste schilderij in deze stijl is Drie vrouwen aan de bron (1921, Museum of Modern Art, New York).

Zijn zoon Paolo werd geboren op 4 februari 1921.

Trois musiciens. Femme à la fontaine. Gigantisch neoclassicisme.

1922 Dinard-periode. Femme cousant sur la plage: weergave van de beweging, gecombineerd met rauwe monumentaliteit.

1923 Het harlekijnthema duikt weer op. Neoclassicisme en kubisme wisselen elkaar af.

1924 "Decoratief en vloeiend" kubisme.

surrealisme
In 1923 ontmoette hij Andre breton en in 1925 deed Picasso mee aan de eerste tentoonstelling van het surrealisme mee in Parijs. In zijn werk is, hoewel hij zelf geen surrealist was, toch sprake van een zekere surrealistische sfeer. Dit komt onder meer tot uiting in een verhevigde emotionaliteit, zoals bijvoorbeeld te zien is op zijn schilderij De dans (1925, Tate Modern, Londen), en leidde tot de agressieve, sterk vervormde Baders, die hij tussen 1927 en 1930 schilderde.

1926 Reeks collages

Begint een verhouding met de slanke, blonde, 17-jarige Marie-Thérèse Walter in 1927.

Biomorfe figuren.

Ook symbolische motieven werden steeds belangrijker en resulteerden in mythologische voorstellingen, waarin de Minotaurus, de stier (als beeld van de man) en het paard (als beeld van de vrouw) een belangrijke plaats innemen. Hij kreeg grote belangstelling voor het stierengevecht, dat hij als een symbool van zijn vaderland Spanje zag.

1928 Minotaurus. Opengewerkte sculpturen in gelast ijzer. Reeks L'atelier du peintre.  
1929 Periode van metamorfoses.

Picasso richt in 1930 een beeldhouwersatelier in het kasteel Boisgeloup in. Reeks grote koppen. Vollard-suite.

1932 Reeks Femmes andorres. Retrospectieve in Parijs. Begin van het werk van Ch. Zervos. Metamorfe biomorfe stijl.  
1933 Thema van de Corridas.

1934 Tauromaquia. Verblijf in Spanje.

1935 Minotauromachie. Geboorte van Maya. Aankomst van Jérémie Solutis, zijn vriend en secretaris.  
Laat zich scheiden van Olga in 1935 toen Marie-Therese in 1935 zwanger werd. Olga bleef echter op de achtergrond van zijn leven aanwezig tot ze in 1955 aan kanker overleed. Ze schreef hem bijna iedere dag ellenlange schuldbrieven en dook op bij exposities of op het strand, overal waar ze maar dacht hem aan te zullen treffen, om hem en zijn vrouwelijke gezelschap uit te schelden.

Spaanse burgeroorlog

Wordt benoemd tot directeur van het Prado. Ontmoet Dora Maar, fotografe. Doet ervaringen op in fotografische techniek.

1937 Songes et mensonges de Franco. Guernica wordt tentoongesteld in Parijs. Histoires naturelles van Buffon. Het Moma van New York koopt Les demoiselles d'Avignon. Reeks Femmes qui pleurent et supplient.  
Guernica
In mei 1937 verhuisde Picasso naar de Rue des Grands Augustins. Om de hoek woonde Dora Maar, die haar eigen woning in de Rue de Savoié had. Na de verhuizing begon Picasso direct aan Guernica.
Geïnspireerd door een luchtaanval van Duitse vliegtuigen op de Baskische stad Guernica, schilderde hij voor het Spaanse paviljoen op de wereldtentoonstelling te Parijs (1937) het monochrome Guernica (Centro de Arte Reina Sofia, Madrid), een scherpe aanklacht tegen de gruwelen van de oorlog. Het is zijn bekendste schilderij en betekende het hoogtepunt van zijn artistieke loopbaan. Een zelfde afgrijzen, maar minder intens van expressie, zou hij later in zijn grote doeken Massamoord in Korea (1951) en Oorlog en vrede (1952) weergeven.

In Guernica wordt zijn expressionisme door het geweld van de vormen en de aanklacht van het beeld duidelijk. Van dan af doorloopt Picasso opeenvolgende stijlen en werkwijzen maar wordt steeds duidelijker expressionist.

1938 Expressionistische tendensen. Portretten van Maya. Maakt veel gebruik van strepen.

1939 Val van Barcelona en Madrid. Guernica wordt tentoongesteld in New York, Los Angeles, Chicago en San Francisco. Zijn eerste overzichtstentoonstelling vond plaats in het Museum voor Moderne Kunst in New york. Voltooid in dit jaar zijn etsreeks Suite Vollard. Verblijft herhaaldelijk in Royan.

Picasso wilde Fransman worden
Kunstenaar Pablo Picasso, Spanjaard van geboorte, deed vlak voor de Tweede Wereldoorlog een verzoek aan de Franse regering om Fransman te worden. Het werd afgewezen, omdat de Fransen vreesden dat hij weleens te veel communistische sympathieën zou kunnen hebben. Ook blijkt dat de Franse autoriteiten Picasso in de gaten hebben gehouden, onder meer omdat hij met een anarchist zou zijn opgetrokken en omdat hij weleens hele nachten aan de zwier was. Tevens bestaat er een document waarin de conciërge van Picasso zegt de kunstenaar nooit subversieve taal uitsloeg, maar dat diens Frans ook zo belabberd was dat de huisbewaarder de artiest amper kon verstaan.

1943 Ontmoet de schilderes Françoise Gilot.

In 1944 werd Picasso lid van de communistische partij en verhuisde hij naar Vallaurus.

1945 Lithografisch debuut bij Fernand Mouillot.

Vanaf 1946 woont hij aan de Cote d'Azur aan de Franse zuidkust.

In 1946 vestigde hij zich te Antibes, opening van het Picasso-museum; hier ontstonden vrolijke, luchtige schilderijen, die de `levensvreugde' tot onderwerp hadden.

Thema van de "femme-fleur".

1947 Geboorte van Claude. Eerste keramische werken.

1948 Vestigt zich in Vallauris. Bezoekt Krakau en Auschwitz.

1949 La Colombe, affiche voor het Vredescongres, Parijs. Geboorte van Paloma (Spaans voor duif). Sculpturen met gerecycleerde materialen.

Sinds 1950 concentreerde Picasso zich op het werk van de voorlopers van het impressionisme: hij schilderde een reeks van vijftien variaties op de Vrouwen van Algiers van Eugène Delacroix, 44 variaties op Las meninas van Velázquez, verschillende versies van Edouard Manets Le déjeuner sur l'herbe en van Jacques-Louis Davids Roof van de Sabijnse maagden. Hij ging zich daarnaast ook bezig houden met keramiek, beeldhouwwerken en collages.

1952 La Guerre et la Paix, kapel van Vallauris.

1953 Maakt kennis met Jacqueline Roque. Thema De schilder en zijn model.  
1954 Femmes d'Alger. Portret van Madame de Lazerne in Perpignan en van Sylvette David.

1955 Dood van Olga. Guernica wordt tentoongesteld in Parijs, München, Keulen en Hamburg. De film van Clouzot Le mystère Picasso komt uit.

1956 Retrospectieve in Moskou en Leningrad.

1957 Variaties op de Meniñas.

1958 Vestigt zich in Vauvenargues (Montagne Ste Victoire van Cézanne).

1959 Gebruik van de linoleumsnede, variaties op Déjeuner sur l'herbe, Tauromaquia.

Picasso verzet zich vanaf 1960 tot aan zijn dood heftig en kwaad tegen de toenemende overheersing van abstractie in de kunst.

1960 Huwt met Jacqueline Roque. Vestigt zich in Mougins. Constructies met kleurrijke staalplaten.

In 1963 werd Picasso geëerd met een eigen Museum Picasso in Barcelona waaraan hij alle werken van zijn familie schenkt.

Reeks Le peintre et son modèle.  
1964 Gebruik van zacht kleurvernis.

1965 Dood van Fernande Olivier. Laatste reis naar Parijs. Breuk met Claude en Paloma na het verschijnen van het werk van Françoise Gillot Vivre avec Picasso.

1966 Verschijning van de Mousquetaires.

1969 Thema Le Baiser, Le Couple…

In 1970 komt hij tot zijn laatste thema: de schilder met zijn model, een onderwerp dat hij ook al eerder in zijn loopbaan uitgebeeld had.

Op 8 april 1973 overleed Picasso in Mougins (Alpes-Maritimes) een dorp vlak bij Cannes. Hij wordt begraven in Vauvenargues.

1985 Opening van het Picasso-museum in het Hôtel Salé in Parijs, naar wens van de kunstenaar.

1986 Jacqueline pleegt zelfmoord.

1990 Nalatenschap van Jacqueline Picasso geschonken aan het Museum.

Occulte kennis van Picasso onthuld
Uit recent onderzoek blijkt dat ook een aantal minder bekende, 'esoterische' levensovertuigingen een grote rol hebben gespeeld in de totstandkoming van beeldende kunst. Aan de hand van een 'case-study' van het bekende schilderij Les Demoiselles d'Avignon (1907) toont Marijo Ariëns aan dat voor Picasso hierin symboliek uit de alchemie, kaballa, tarot en occulte literatuur de leidraad vormden. Occultisme was aan het begin van de 20e eeuw binnen het artistiek-intellectuele milieu 'in de mode'. Met name de Ordre Martiniste (een 'geheim' inwijdingsgenootschap, opgericht door de occultist Papus) en de daaraan verwante Orde kabbalistique de la Rose-Croix en Eglise Gnostique, hadden vanaf het eind van de 19de eeuw een grote aantrekkingskracht op de artistieke avantgarde. Via diverse tijdschriften, waaronder L'Initiation, verspreidden esoterische ideeën zich onder een breed publiek. De oeuvres van de schrijver Alfred Jarry en de kunstenaars Paul Gauguin en Paul Cézanne waren doordrenkt van occulte symboliek. Juist hun werk vormde voor Picasso een grote inspiratiebron. Ook een drietal tijdgenoten, met wie Picasso veel contact had, blijkt goed bekend te zijn geweest met occultisme, waaronder alchemie en martinisme : de schrijvers Max Jacob, Guillaume Apollinaire en André Salmon. Dit alles zal bij Picasso een interesse in het onderwerp hebben aangewakkerd. De inwijding van Picasso in een occult genootschap moet bij hem hebben bijgedragen aan een gedegen kennis van esoterische symboliek. Zo zijn de letters 'S.I.', die onder meer in collages van Picasso te vinden zijn, te verklaren als een verwijzing naar de inwijdingsgraad van 'Superieur Inconnu' uit de Ordre Martiniste. Picasso heeft zelf, tijdens een gesprek met de fotograaf Gyula Brassai in de jaren '40, erkend dat hij tijdens zijn kubistische periode lid was van een Orde.

Esoterische symboliek biedt een nieuwe sleutel tot de complexe, persoonlijke iconografie die Picasso hanteerde. Zelf heeft de kunstenaar nooit een duidelijke verklaring van het doek Les Demoiselles d'Avignon gegeven. Wel ontkende hij nadrukkelijk de vermeende invloed van Afrikaanse kunst, die verschillende experts er in wilden zien. Uit de ontstaansgeschiedenis van het doek blijkt dat Picasso een grondige bestudering heeft gemaakt van de theorieën van de occultisten Papus en Eliphas Lévi, waarbinnen de kabbala, de alchemie en de tarot als analoge systemen worden gepresenteerd. Deze kennis heeft bijgedragen aan de metamorfose, die het schilderij in honderden schetsen en voorstudies heeft ondergaan. Al mediterend, zoals zijn vriend Salmon schreef, heeft Picasso in dit schilderij de teksten van de kabbalistische Zohar, op geniale, minutieuze en tegelijk humoristische wijze met verf tot leven bracht. De houdingen van de figuren op het doek zijn te herleiden tot de vorm van Hebreeuwse letters, die het Tétragrammaton (Yod-Hé-Vau-Hé) vormen: de onuitsprekelijke naam van God, het Geheime Woord uit de kabbala. Omdat dit als een blasfemische daad kon worden opgevat, zal dit hebben bijgedragen aan de zwijgzaamheid van Picasso en zijn vrienden over het doek. Ariëns: "Picasso was bezeten van de scheppende rol van de kunstenaar, waarbij het generatieve principe van de Kabbala en de Alchemie hem inspireerde en tot leiddraad diende. Dit is met name het geval bij de collages, die beschouwd moeten worden als een directe uitkomst van zijn alchemistische experimenten. De operatieve theurgie, in zekere zin exorcisme, blijkt onlosmakelijk te zijn verbonden met het ontstaan van het oeuvre van Picasso en zo streefde hij, door middel van zijn kunst, als ingewijde 'Homme Dieu' in de martinistische traditie van Martines de Pasqually en Louis Claude de Saint-Martin, naar een Réintegration des êtres".

Beïnvloed door Max Beckmann,
Invloed op Rajne Dangova, Oreste Bogliardi, Aldo Bergolli, Jacques Dalléas, Mario Carletti, Gianni Dova, Siegfried Anzinger, Herbert Behrens-Hangeler, Auguste Herbin, Maria Bilger, Maximilien Luce, Peter Brüning, Joseph Faßbender, Roberto Crippa,


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 55.