kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-04-2011 voor het laatst bewerkt.

Paul Thek

Amerikaans schilder en objectkunstenaar, geboren 2 november 1933 in Brooklyn, gestorven 10 augustus 1988 in New York.

Biografie
Paul Thek wordt op 2 november 1933 in Brooklyn, New York als tweede van vier kinderen geboren. Zijn ouders zijn Duitsers van Ierse afkomst. Hij groeit op als katholiek. Later herinnert Thek zich: "Mijn moeder was moeilijk. Ik herinner me, dat zij voortdurend tobde. Het was erg pijnlijk....... Zij zat hoofdzakelijk in het halfdonker, dronk bier, wijn, soms schreef zij een gedicht: een melancholiek, klein, rijmgedichtje, aardig, lief, over een gelukkige familie.... Ik tekende altijd in de eetkamer en vroeg mijn moeder wat ik zou moeten tekenen. Wat moet ik tekenen? Een knap meisje, antwoordde zij dan."

In 1950 studeert Thek aan de Art Students League van New York en aan het Pratt Institute of Arts in Brooklyn en van 1951-1954 studeert hij aan de Cooper Union School of Arts in New York.
Tot zijn vrienden en medestudenten behoren de fotograaf Peter Hujar en de schilder Joe Raffaele. Thek begint gedichten te schrijven en ontwerpt decors voor een Studententheater. Hij werkt als kelner, reddingszwemmer en in de Openbare bibliotheek in New York. Hij woont in East villageen bezoekt voor het eerst Cherry Grove op Fire Island.

In 1954 gaat Thek naar Miami waar hij in zjn levensonderhoud voorziet als taxichauffeur, etaleur, hulp in een boekenzaak, in een botanische tuin en als poppenspeler. Hij raakt bevriend met Peter Harvey een decorontwerper en met de kunstenaar Charles Shuts.
Samen met Harvey trekt hij heen en weer tussen Florida en de Noordoostkust. In 1959 scheiden hun wegen.

In New York sluit hij vriendschap met de kunstenaar Ann Wilson. Midden jaren '50 ontstaan er tekeningen, vooral bloemenstudies in houtskool en potlood, gevolgd door abstracte aquarellen en monochrome olieverfschilderijen met bloemen.
In 1957 heeft Thek zijn eerste tentoonstelling in Galerie Mirrell in Miami.

Van 1959-62 woont Thek in New York, en verdiend zijn geld als textielontwerper in de Prince Studio's. Hij leert de schrijfster Susan Sontag kennen en zij worden goede vrienden. Sontag draagt haar boek Against Interpretation (1966) aan hem op. In 1962 schildert hij The Birth of Venus, waarvan het abstracte motief aan menselijk vlees doet denken.

Television Analyzations
In de periode 1962-64 reist hij met een containerschip over Venezuela naar Europa en bezoekt Noorwegen en Nederland. In Amsterdam raakt hij bevriend met de schilder Franz Deckwitz.
Wanneer hij in Rome is, leert hij Topazia Alliata kennen van de Galerie Trastevere, die ook Piero Manzoni en Pino Pascali tentoonstelt. Alliata introduceert hem bij de Amerikaanse kunsthandelaar Charles Moses, die Galerie 88 in Rome drijft.
In 1963 toont Thek bij een privé bezichtiging in Galerie Trastevere en in een tentoonstelling in Galerie 88 zijn werken, abstracte landschappen zowel als ook figuratieve schilderijen van lichaamsdelen, waarvan tenminste één door een kastje wordt omlijst, dat op een televisie lijkt. Deze schilderijen noemt Thek Television Analyzations en omschrijft ze als Linnen doeken die door het mechanische oog betrokken worden in de enquête van de realiteit." Aan Peter Hujar schrijft hij hierover: "Ik ben enorm geïnteresseerd in het gebruik en het schilderen van de nieuwe beelden uit onze tijd, vooral televisie- en bioscoopbeelden. Geïsoleerd en omgezet, bieden deze beelden mij een rijkdom van opwindende bronnen, die ik beschouw als een nieuwe mythologie."

Op uitnodiging van Alliatas brengt hij samen met Hujar de zomer van 1963 door op Sicilië, waar zij de Catacomben van de Capucijner broeders (Ital. Catacombe dei Cappuccini) van Palermo bezoeken. Hujar fotografeert de catacomben en de opnamen verschijnen samen met portretopnames van Paul Thek, Susan Sontag, Ann Wilson en anderen in zijn fotoboek Portraits in Life and Death (1976).
Uit een in een souvenirwinkel gekocht gipsmodel van de wapenrusting van een Roomse krijger, waaraan Thek verf en uit was gevormde details toevoegt, ontstaat zijn La Corazza di Michelangelo (Het pantser van Michelangelo).

eerste afgietsels - Technological Reliquaries
In 1964 keert Thek terug naar New York. Hij en Hujar ontdekken Oakleyville, een afgelegen gemeente op Fire Island, waar zij een klein huis huren. Thek brengt zijn tijd door met de kunstenaar Eva Hesse, alsook met Lily Nova, Joe Raffaele, Susan Sontag, de kunstcriticus Gene Swenson en Ann Wilson. Thek maakt zijn eerste afgietsels. In gips maakt hij een afgietsel van zijn genitaliën en voegt zilverfolie, haren en vlindervleugels toe. Hij begint te werken aan de serie van de Technological Reliquaries plexiglaskasten met zeer realistische stukken vlees uit was. Bovendien ontstaan er gedetaillerde tekeningen van monsterlijke menselijke en dierlijke figuren. De eerste van de zogenaamde Meat Pieces worden in 1964 in de beroemde Stable Gallery van Eleanor Ward tentoongesteld, waar Robert Indiana, Cy Twombly en Andy Warhol ook exposeren.
De kunstcritica Lil Picard becommentarieerd de tenoonstelling in de 'Das Kunstwerk', in de decemberuitgave van 1964: 'Het was realiteit plus. Perfect gemaakt, op een waanzinnige manier pervers en kunstig. Men vraagt zich af waarom deze zeer jonge, bekwame handwerker en graficus van deze natuurwetenschappelijke hel van realiteit bezeten is. Zoals zovelen tegenwoordig gelooft hij in zulk een commentaar op onze tijd. En op dat punt is het een uitstekend statement.'

In 1965 leert Paul Thek Andy Warhol kennen en bezoekt deze in diens factory. Aansluitend presenteert hij Meat Piece with Warhol Brillo Box. In 1966 worden de Technological Reliquaries in de groepstentoonstelling 'The Other Tradition' in de Universiteit van Pennsylvania, Philadelphia en in een solotentoonstelling in de Pace Gallery in New York getoond.

Met de serie Technological Reliquaries verwijst Thek expliciet naar het minimalisme. In een intervieuw met Gene Swenson in Artnews in april 1966, zegt hij tegen haar: "De dissonantie van de beide oppervlakken, van glas en was, bevalt me: de ene is helder, glanzend en hard, de andere is week en slijmerig. Ik probeer ze in harmonie te brengen zonder een verband tot stand te brengen, of ook andersom. In eerste instantie maakte de fysische kwetsbaarheid van de was de kast noodzakelijk, inmiddels hebben de kasten de was nodig......
In een later intervieuw met critica Emmy Huf in de Volkskrant van april 1969 zegt hij: "In New York was er toentertijd zo'n enorme tendens naar het minimale, het niet-emotionele, zelfs het anti-emotionele, dat ik weer wat over gevoelens, over de lelijke kant van de dingen zeggen wilde. Ik wilde de rauwe menselijke vlezige karakteristieken teruggeven aan de kunst. De mensen hebben dat aangezien voor een sado-masochistische truc. Dat is nooit in me opgekomen. Maar wanneer ze het zo willen zien, dan vindt ik dat best: sado-masochisme is op zijn minst een menselijke eigenschap en is ten minste niet van mensen gemaakt. Als ik zou merken dat de mensen mij alleen nog als de man met het vlees zouden kennen, houd ik daarmee op."

environments
In 1966-67 in New York begint Thek aan een afgietsel van zijn hele lichaam werken, evenals aan een serie afgietsels van lichaamdelen in plexiglaskasten, waarbij de kunstenaar Neil Jenney hem assisteert.
Zijn eerste environment ontstaat The Tomb (het graf). Ook The Tomb kan als een parodie op de Minimal Art gezien worden. The Tomb begint zijn tour in 1967 in de Stable Gallery en in het Whitney Museum of American Art in New York, waar het omgedoopt wordt in The Tomb – Death of a Hippie, wat Thek een doorn in het oog is. Op een ansichtkaart aan de kunstcriticus Robert Picus-Witten schrijft hij: "Het Graf had nooit iets met hipies te maken........ de pers heeft dat geïnstigeerd".

The Tomb wordt hernieuwd getoond in 1968 in de tentoonstelling 'The Obsessive Image 1960-1968' in het Institute of Contemporary Art in Londen. Thek behaalt een Fulbright stipendium voor Italië en hij keert terug naar Rome en Sicilië. Hij raakt bevriend met de acteur Sergio dei Vecchi.

In 1968 brengt hij zijn eerste zomer door op het Italiaanse eiland Ponza, waarvan hij het landschap tekent en schildert. Zijn Technological Reliquaries worden ook op Documenta 4 in Kassel getoond. Thek en Franz Deckwitz bezoeken de Biënnale van Venetië, waar Alliata hem introduceert bij Karl Ernst Jillenbeck van Galerie M.E. Thelen in Essen. die hem uitnodigd een tenoonstelling voor te bereiden. Aansluitend op Venetië bezoekt Thek een tentoonstelling van Joseph Beuys in München, die grote indruk op hem maakt.

work in progress
In Rome voltooit hij een serie stoelen en kasten met stukken vlees van was voor zijn expositie in de Galerie M.E. Thelen. Op transport naar Essen raken de objecten zwaar beschadigd. Thek begint ze in de tentoonstellingsruimte te repareren en na de opening gaat hij tijdens openinstijden hiermee door. Wanneer hij klaar is met een werk, stelt hij het ergens op in de galerie. Een week voor het einde van de expositie is hij klaar met restaureren. De expositie draagt de titel 'A Procession in Honor of Aesthetic Progress: Objects to Theoretically Wear, Carry, Pull or Wave.' Het wordt zijn eerste 'work in progress'.
Hij leert Birgit Küng van Galerie Rudolf Zwirner in Keulen kennen. Edy de Wilde, directeur van het Stedelijk Museum in Amsterdam en Pontus Hultén, directeur van het Moderna Museet in Stockholm, nodigen hem uit voor exposities.

In 1968-69 werkt Thek in een atelier van het Stedelijk Museum op Prinseneiland. Daar ontstaat Chicken Coop en met de hulp van Sergio dei Vecchi, de eerste Fishman - een afgietsel van zijn lichaam, bedekt met in gummi gegoten vissen.
In Amsterdam leert hij de fotograaf en designer Edwin Klein en de regisseur, beeldend kunstenaar Ritsaert ten Cate van Galerie Mickery en Felix Valk van Galerie 20 kennen. Hij leert eveneens Contrucci kennen een Italiaanse handwerkman die dwergen en dieren voor decoratieve doeleinden maakt. Thek neemt een dwerg mee naar zijn atelier en ontwikkelt hieromheen de Dwarf Parade Table.
In januari 1969 neemt hij deel aan een groepstentoonstelling in Galerie 20 in Amsterdam met de kunstenaars Woody van Amen, Daan van Golden en Wim T Schippers. Hij hangt kleine meat pieces aan staalkabel, die aan de wand van de tentoonstellingsruimte bevestigd zijn.

Hij exposeert Fishman in de Stable Gallery in New York. Terug in Amsterdam werkt hij verder aan zijn tentoonstelling voor het Stedelijk Museum zijn eerste zelfgeënsceneerde work in progress. Hij werkt voor het eerst met eengroep vrienden samen die hij doopt tot de The Artist's Co-op noemt en die toen uit Franz Deckwitz, Edwin Klein en Sergio dei Vecchi bestond. De tenoonstellingen van Artist's Co-op vallen bewust samen met Pasen en Kerst. De tentoonstelling in het Stedelijk opent met Pasen. Tot 'The Procession/TheArtist's Co-op' behoren Dwarf Parade Table, Chicken Coop en Fishman evenals meerdere schilderijen van Vincent van Gogh uit de verzameling van het museum. Thek wordt zwaar bektritiseerd door de Nederlandse pers, vanwege zijn volgens hun respectloosheid tegenover de beroemde kunstenaar en noemen hem een Chaosmaker en geven de tentoonstelling de bijnamen 'Museummasochisme' en 'Thek-tock'.

Het Stedelijk Museum en het Moderna Museet publiceren gezamenlijk A Document Made by Paul Thek and Edwin Klein (1969). Het boek bestaat uit een nagemaakte bladzijde van de International Herald Tribune, waarop in verschillende opstellingen foto's en objecten geplaatst zijn.

Thek betrekt een atelier aan de Prinsengracht waar hij grote triptieken in aquarel en krijt op paneel maakt evenals schilderijen van dwergen in acryl op krantenpapier. Hij krijgt van het Nederlands Dans Theater de opdracht om het decor en de kostuums voor het ballet Arena van Glenn Tetley te ontwerpen.

Hij brengt de zomer door op Ponza en het eind van het jaar reist hij naar de Egyptische piramiden. Hij keert terug naar New York, waar hij samen met Ann Wilson en Jill Johnston een Loft betrekt.

In 1970 begint Thek notitieboekjes te maken, wat hij tot het einde van zijn leven zal blijven doen. De boekjes bestaan uit notities, krantenknipsels, citaten van zijn lievelingsschrijvers zoals bijvoorbeeld Hl. Augustin en William Blake, aquarellen van landschappen, ideeën, gevoelens en afbeeldingen die later in zijn schilderijen, sculpturen en environments weer opduiken.

In 1971 pendelt hij tussen Parijs en Amsterdam. Thek bezoekt een uitvoering van Deafman Glance van de theater regisseur Robert Wilson. Nadat hij het stuk meermalen gezien heeft vraagt hij om mee te mogen doen en speelt een reeks kleinere rollen in zowel Amsterdam als Parijs. Eind 1971 vindt de tentoonstelling in het Moderna Museet in Stockholm plaats.

Een groot deel van de jaren '70 brengt hij door in Italië. In 1976 keert hij terug naar New York, waar hij op 10 augustus 1988 sterft. Susan Sontag draagt haar boek AIDS and its Metaphors aan hem op.

websites:
. Paul Thek Werkschau im Kontext zeitgenössischer Kunst
. Whitney.org
. Whatspace


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2044.