kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Paulus Potter

Paulus (Pietersz.) Potter (Enkhuizen 1625-Amsterdam 1654)

Nederlands schilder, graficus en tekenaar van boeren, dieren, vee, honden, paarden, historie, jachtvoorstellingen, landschappen en architectuur (als genre).

Geboorteplaats/datum Enkhuizen 1625 – 1625-11-20, gedoopt op 20 november 1625
Sterfplaats/datum Amsterdam 1654, begraven op 17 januari 1654

Leerling van Pieter Symonsz. Potter en Jacob de Wet (I),

Leraar van Johan le Ducq,
Nagevolgd door Joseph Bidauld en Anthonie van Borssom,
Invloed op Jean Baptiste de Roy,

Potter was hoofdzakelijk autodidact. Hij was een zuivere natuurschilder (dieren en landschappen). Er is geen evolutie te bespeuren in zijn werk. Voor alles is hij een genreschilder, ook in zijn grote werken. De kleine stukken behoren tot het kostbaarste dat ooit op dit gebied is geschilderd, door de grote waarachtigheid en de kennis van het dierenleven. Zijn dierenstukken, met hun zwaar bewolkte hemels, bevrijdden dit genre uit de sentimenteel-pittoreske bevalligheid en verleenden het een zekere monumentaliteit. (WPE; 25 eeuwen 226)

Biografie
Paulus Potter werd in Enkhuizen geboren als zoon van de schilder Pieter Potter en Aechtie Pouwels, die afkomstig was uit een welgestelde, invloedrijke familie. Haar broer was ook kunstschilder.

Al op jonge leeftijd was Paulus werkzaam in het Amsterdamse atelier van zijn vader. Daarnaast werd zijn werk sterk beinvloed door historieschilders als Pieter Lastman en C.C. Moeyaert.
Mogelijk was Claes Moeyaert zijn tweede leermeester in Amsterdam (zie Buijsen, p.225)

In 1631 verhuisde hij met zijn ouders naar Amsterdam

Werkzame periode 1641 – 1654 vroegst gedateerde werken zijn van 1641 (zie Buijsen, p.225)

Paulus Potter schilderde Oer-Hollandse weidelandschappen, humoristische boerderijvoorstellingen en nauwgezette weergave van vee. Ook schilderde Potter landschappen en genrestukken, waarin het accent ligt op de menselijke activiteit. Hij had veel aandacht voor boertige details als pissende koeien en paarden, kakkende boertjes en handtastelijke jagers.

Potter geldt als de grootste dierschilder van de Hollandse School en heeft vooral faam gekregen door de wijze waarop hij zijn landschappen met vee stoffeerde. Hij schilderde voornamelijk kleine landschappen met dieren als centraal motief in plaats van als achtergrond aankleding. Hij werd daartoe mogelijk geinspireerd door een serie gravures, die Pieter van Laer in 1636 maakte. Hij schilderde realistisch, met veel aandacht voor de huid, de uitdrukking en de houding van de dieren. Hij beeldde de dieren soms af vanaf een laag standpunt, waardoor ze goed uitkomen tegen de lucht.

Net als Pieter Potter schilderde Paulus aanvankelijk vooral historiestukken. Tegen het midden van de jaren 1640 liet hij dit genre voor wat het was en legde zich voortaan vrijwel volledig toe op het maken van schilderijen van dieren in zorgvuldig gearrangeerde, vlakke landschappen. In verschillende van zijn schilderijen toonde Potter zich bedreven in lichteffecten op waters en weiden.

In 1646 werd Potter lid van het Amsterdamse gilde.

Delft 1646 - 1648

1647: Op 22-jarige leeftijd schilderde hij zijn bekendste werk, het grote doek Jonge stier, (2,25 bij 3,40 meter), dat zich bevindt in het Mauritshuis te Den Haag. oeuvre samen. Meer dan dertig dieren en een tiental figuren zijn samengebracht in een uitgebalanceerde compositie vol anekdotische details.

Paarden in de wei, 1649, paneel, 24x30, Amsterdam, Rijksmuseum. Signatuur op het hek.
Potter was toen 24 jaar oud en al beroemd als dierenschilder. Het is a.h.w. een dierenportret: realistisch in een zomerse atmosfeer. Dit was nieuw in zijn tijd. Het landschap in drie plans is vermeden.
Het heldere licht in dit noordse landschap is karakteristiek voor Potter. Het gehinnik van het paard heeft de stier en het witte paard links doen opkijken en sterft langzaam uit in deze wonderbaarlijke diepte. Er is een dreigend onweer (grauwe lucht, wind, paarden nerveus, te zien aan de kop, de wapperende manen en de staarten, de vogels). Het gras is doorspekt met enige gele bloemen, wat aan het geheel een dynamisch effect geeft. (Rijksmuseum Amsterdam, 44; Scala dia).

Den Haag 1649 - 1652 (in of vóór 1649 )
Potter woonde omstreeks 1650 in Den Haag waar hij in 1649 lid van het gilde werd.
In Den Haag leerde hij zijn vrouw kennen, die dochter was van een architect.
Hij had een atelier aan de Dunne Bierkade 17.

Amsterdam 1652 - 1654
Dankzij de familie van zijn moeder had hij toegang tot een kring van rijke opdrachtgevers, waaronder leden van het huis Oranje-Nassau. In 1651 voerde het hof echter een proces tegen hem, omdat hij geen schilderijen afleverde. Na meningsverschillen met collega's vertrok hij in 1652 naar Amsterdam. Daar schilderde hij een levensgroot ruiterportret van Dirck Tulp. In 1652 keerde Potter terug naar Amsterdam, waar hij twee jaar later op 29-jarige leeftijd stierf aan tuberculose.

Paulus Potter openbaarde niet alleen een buitengewoon talent, maar tevens een reusachtige werkkracht ook al had hij een zwak lichaamsgestel. Toen hij op 29-jarige leeftijd in Amsterdam aan tuberculose overleed, had hij meer dan 130 schilderijen voltooid, de meeste op klein formaat. Naast schilderijen maakte hij ook een klein aantal etsen. Naast vee (koeien, paarden en varkens) heeft hij een eenhoorn geschilderd, maar ook een leeuw en een kameel. Deze heeft hij waarschijnlijk gezien in een dierentuin van de Oranjes. Er zijn ook een aantal portretten van honden bekend. Bij deze schilderijen valt op dat Potter gebruik maakte van directe studies naar de natuur; botten, spiermassa en vel zijn duidelijk bij het vee te onderscheiden.

Zie Lexicon Rijksmuseum Amsterdam


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1530.