kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 26-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Peter Paul Rubens

Vlaamse schilder, tekenaar en diplomaat, geboren 28 juni 1577 Siegen (Westfalen) – overleden 30 mei 1640 Antwerpen.

De grootste en invloedrijkste Vlaamse schilder, peter Paul Rubens (ook wel Pieter Pauwel Rubens), die de vader van de barok wordt genoemd, is naast rembrandt een van de belangrijkste schilders van de Gouden Eeuw, maar was ook actief als een succesvol diplomaat.

Rubens is de belichaming van de Vlaamse barok. Zijn temperament brak met de tot dan toe dominante starre stijl. Kenmerkend voor veel van zijn werk zijn de weelderige naaktfiguren, die men tegenwoordig mollig zou noemen. Hij had meer werk dan hij in zijn eentje aankon; in zijn atelier werd veel van het werk daarom door anderen gedaan.

Dat Rubens reeds tijdens zijn leven internationale bekendheid kreeg, is niet in de laatste plaats te danken aan de verspreiding die hij aan zijn oeuvre gaf door de prentkunst. Kort na zijn terugkeer uit Italië nam hij graveurs in dienst met het doel zijn werken met burijn of etsnaald te laten reproduceren. Als belangrijkste burijngraveurs die onder zijn leiding werkten, kunnen worden genoemd: Pieter Soutman, Lucas I Vorsterman, Boëtius en Schelte à Bolswert en Paulus Pontius; voorts Cornelis I Galle, Nicolaas Rijckmans en Hans Witdoeck. De enige houtsnijder naar Rubens was Christoffel Jegher.

Zijn invloed op jongere tijdgenoten als Van Dyck en Jordaens was zeer diepgaand.

Als diplomaat bracht Rubens bezoeken aan Engeland, Frankrijk, Holland, en Spanje. Hierbij had hij veel profijt van zijn grote taalgevoel: Rubens sprak zes talen.

Biografie
Het leven van de Zuid-Nederlandse schilder-diplomaat Rubens is nauw verbonden met een beslissende periode uit de geschiedenis van de Nederlanden. Het was een tijd van grote godsdienstige en politieke conflicten, die in 1568 hadden geleid tot de Tachtigjarige Oorlog. Tienduizenden Vlamingen met protestante sympathieën vluchtten uit hun door de Spanjaarden bestuurde land uit angst voor de inquisitie. Hieronder waren ook Rubens' ouders die naar Duitsland uitweken, waar zijn vader na een verhouding met Anna van Saksen, de tweede vrouw van Willem van Oranje, ternauwernood aan een doodvonnis ontsnapte en verbannen werd.

28 juni 1577, op de naamdag van de apostelen Sint-Petrus en Paulus wordt P.P. Rubens geboren in Siegen, Nassau, Westfalen, Duitsland als zoon van de Antwerpse advocaat en schepen Jan Rubens en van Maria Pypelinckx. Rubens genoot een verzorgde humanistische opvoeding, eerst in Keulen - waarheen zijn vader om zijn protestantse geloofsovertuiging was uitgeweken (ca 1570), daarna te Antwerpen, waar zijn moeder zich na de dood van haar man (1587) in 1589 definitief vestigde.

P.P. Rubens volgt er de Latijnse school bij meester Rumoldus en dient een tijdje als page bij de graven de Lalaing aan het hof van Margaretha.

Pas op latere leeftijd kreeg Rubens belangstelling voor de schilderkunst. In 1592 werd hij leerling van de landschapschilder Tobias Verhaecht, vervolgens van Adam van Noort en Otto van Veen (venius).

1598 - Rubens wordt als meester-schilder 'vrijmeester' opgetekend in de liggeren (ledenlijst) van Sint-Lucasgilde in Antwerpen.

Antwerpse tijd (1598-1600)
In deze jaren begon Rubens zich pas los te maken uit de laat-maniëristische tradities van zijn leermeesters. Nog sterk op Van Veens eclectisch academisme geënt is bijv. Adam en Eva (Rubenshuis, Antwerpen). Wel komt in de plastisch-monumentale conceptie en de gevoelige kleurschakeringen van sommige werken in deze tijd Rubens' sterke kunstenaarspersoonlijkheid reeds tot uiting. Ook in de psychologische uitdrukking van zijn portretten toonde hij zich al de meerdere van zijn leermeester. Uit Rubens' leertijd kennen we zijn treffende kopieen naar grafiek van Duitse meesters zoals Stimmer, Holbein e.a.

Italiaanse tijd (1600-1608)
Venius zette Rubens aan om op 9 mei 1600 naar Italië te gaan. Rubens reisde samen met zijn oudere broer Filips naar Italië, waar hij acht jaar verbleef als officiële schilder van hertog Vincenzo Gonzaga te Mantua. In deze periode bezocht hij Venetië, Florence en Genua, maar vertoefde vooral in Rome (1601-1602; 1605-1606; 1607-1608). Hij wordt opgenomen in de vriendenkring van zijn broer Filip die in Rome rechten studeert en maakt zich de christelijk stoïcijnse levensvisie van dit humanistisch milieu eigen.

Gedurende deze jaren trad hij voor het eerst op als diplomaat. Belast met een officiële opdracht van Filips III van Spanje, verbleef hij ook korte tijd (zomer 1603) aan het hof te Madrid en beleeft hij er de confrontatie van de Spaanse kunst met de Venetiaanse werken van Titiaan.

In deze voor zijn artistieke vorming beslissende periode ontwikkelde hij zijn specifieke, barokke stijl en maakte Rubens zich vertrouwd met de vormentaal van de antieke beeldhouwers en de grote Italiaanse schilders van de hoog-renaissance zoals Michelangelo, Rafaël en Titiaan. Hij komt er in contact met Elsheimer en raakt in de ban van de Carraccis en vooral van het werk van Caravaggio, wat bepalend is voor zijn stijlontwikkeling. Hoewel in de eerste schilderijen het laat-maniëristisch eclecticisme van de Antwerpse schilders uit het einde van de 16de eeuw nog zijn invloed deed gelden, ontstonden vanaf 1606 werken als Kerstnacht (1608) en twee altaarstukken voor het hoogaltaar van de Chiesa Nuova te Rome (resp. 1606-1607 en 1608), waarbij, behalve harmonie tussen Rafaëls evenwichtigheid in de compositie, de dramatische bewogenheid van Michelangelo en het Venetiaans aandoend coloriet, een persoonlijke visie heel sterk opvalt.

Antwerpse tijd (1608-1618)
19 oktober 1608 - Rubens keert ijlings naar Antwerpen terug naar aanleiding van het bericht dat zijn moeder dodelijk ziek is. Bij zijn aankomst is zijn moeder, Maria Pypelinckx reeds overleden. Hij heeft het vaste voornemen naar Italië terug te gaan, maar wordt door een aantal praktische beslommeringen weerhouden. Kort daarna werd hij officieel Antwerps stadsschilder en illustratieontwerper voor de Officina Plantiniana. Rubens wordt in het Gilde van Romanisten opgenomen en er door Jan Breughel I begroet.

23 juli 1609 - Rubens wordt aangesteld als hofschilder van de Aartshertog Albrecht en de Infante Isabella, maar geniet het voorrecht om zich in Antwerpen te vestigen en er voor eigen rekening te werken.

3 oktober 1609 - Hij huwt Isabella Brant, dochter van de stadsgriffier Jan Brant.

Van nu af volgen belangrijke opdrachten elkaar snel op. Ze vormen de kroon op de inspanningen van de aartshertogen om de gerehabiliteerde Roomse kerken opnieuw te stofferen. Voor Rubens biedt dit de kans om zijn visie als barokkunstenaar door te drukken.

Schilderij 'De kruisoprichting'
Rubens schilderde De kruisoprichting in 1609-1610, toen hij zelf ongeveer de leeftijd van de gemartelde Christus had. Tot 1794 maakte dit kolossale werk (middenpaneel: 460 x 340 cm, zijpanelen: 460 x 150 cm) deel uit van het hoofdaltaar van de Sint-Walburgiskerk, die later werd gesloopt. Weggehaald door de Fransen, keerde de triptiek in 1815 naar Antwerpen terug, waar zij sinds 1816 een centrale plaats heeft in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal.
Met De kruisoprichting introduceerde Rubens, na een verblijf van acht jaar in Italië, de barokkunst in de Nederlanden. Frappant is de kolkende kracht, de stuwende dynamiek die dit meesterwerk vol drama en pathos kenmerkt. Toch oogt de hele voorstelling coherent en uitgebalanceerd. De diagonale compositie van het middenpaneel , met de negen beulsknechten die eendrachtig en met inzet van al hun zo aardse, zo vleselijke krachten het kruis met de bleke Christus oprichten, is van een gruwelijke schoonheid. Rubens heeft het thema van de kruisoprichting, dat tot dan toe nauwelijks in de beeldende kunst aan bod was gekomen, hier op een ongekend expressieve, bijna onstuimige manier neergezet. Dat sloot aan bij het tijdens de Contrareformatie herwonnen rooms-katholieke zelfvertrouwen.
. Op het linkerzijpaneel slaan Johannes en Maria (bovenaan) met enkele klagende vrouwen (onderaan) het onthutsende gebeuren gade. Op het rechterzijpaneel dirigeert een Romeinse aanvoerder te paard de kruisiging. Op de achtergrond zijn de twee rovers te zien die samen met Christus zullen sterven: terwijl de ene rover wordt ontkleed, wordt de andere al gekruisigd.
De vier heiligen op de keerzijde van de zijpanelen verwijzen naar de oorspronkelijke bestemming van het schilderij. Het gaat om Amandus (volgens de overlevering de stichter van de Sint-Walburgiskerk), Walburgis zelf, Eligius (de patroonheilige van de Antwerpse smeden,
die hun altaar in de Sint-Walburgiskerk hadden) en Catharina (die het voorwerp was van een speciale devotie in die kerk). - (Rubens verdiende goed, want hij kon het zich veroorloven om een prachtig huis te bouwen. In 1610 kocht Rubens een pand op de Wapper te Antwerpen, waarop hij tussen 1616 en 1621 een imposant gebouwencomplex, omvattend een woning, tuinpaviljoen en atelier liet bouwen (het huidige Rubenshuis). Werkend met diverse assistent-schilders, onder wie Antoon Van Dyck, schildert hij er de volgende tien jaar vele religieuze en mythologische werken en ook een aantal portretten. Het accent ligt op monumentale, levendige kunst die een uitgesproken dramatische bewogenheid aan een verrassende harmonie paart.

Rubens krijgt van Nikolaas Rockox opdracht voor de 'Samson en Delilah' (Londen, National Gallery) en schildert voor het Stadhuis een 'Aanbidding van de Koningen' (Madrid, Prado).

21 maart 1611 - De doop van zijn dochter Clara Serena in de Sint-Andrieskerk.

28 augustus 1611 - Het overlijden van zijn broer Filips.

1611-1612 - Hij realiseert het middenpaneel van de 'Kruisafneming' in de Antwerpse kathedraal.

Schilderij 'De kruisafneming'
. Hoewel maar enkele jaren na De kruisoprichting geschilderd, heeft Rubens zich voor De kruisafneming (1611-1614) gedeeltelijk van een andere stijl bediend. De overzichtelijkheid en sereniteit zijn hier groter. Het licht glanst zachter. De houdingen en bewegingen van de figuren zijn meer beheerst. Het geheel oogt al bij al klassieker. Toch is dit drieluik door de zwierige grandeur, het monumentale karakter (middenpaneel: 421 x 311 cm, zijpanelen: 421 x 153 cm), de diagonale compositie en de zin voor het dramatische en het decoratieve een toonbeeld van barokke kunst.
In het middenpaneel halen acht mensen de ontzielde Christus voorzichtig van het kruis. Van boven naar onder gaat het om twee anonieme helpers, dan links Jozef van Arimathea en rechts Nicodemus, daaronder Maria die haar armen naar haar zoon uitstrekt en Johannes in zijn vuurrode gewaad, en helemaal onderaan Maria Kléophas en Maria Magdalena. Tegen de vlakke, donkere achtergrond lichten de figuren als het ware driedimensionaal op. Samen dragen ze het lichaam van Christus, dat ze opvangen in een witte lijkwade - een verwijzing naar het Corpus Christi en de eucharistie.
. Het dragen van Christus is het terugkerende thema in deze triptiek. Het linkerzijpaneel laat zien hoe Maria, die in verwachting is, een bezoek brengt aan haar eveneens zwangere nicht Elisabeth, die Johannes de Doper ter wereld zal brengen. De twee vrouwen zijn vergezeld van hun mannen, Jozef en Zacharias. Op het rechterzijpaneel heeft Maria de kleine Jezus net overgedragen aan de hogepriester Simeon. Jozef knielt voor Simeon neer en houdt twee offerduiven in de handen.
De keerzijden van de zijpanelen verwijzen naar de middeleeuwse legende over de heilige Christoffel, een naam die letterlijk 'Christusdrager' betekent. Steunend op een stok moet de robuuste Christoffel zich tot het uiterste inspannen om het onverwacht zware kindje Jezus op zijn rug te kunnen dragen. Rechts wijst een kluizenaar hem met een lamp de weg in het duister. Sint-Christoffel was de patroonheilige van de Antwerpse kolveniers, de schutters die in 1611 voor het altaar van hun gilde in de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal De kruisafneming bij Rubens bestelden. Wat meteen de aanwezigheid van die heilige en alle toespelingen op het dragen van Christus in dit drieluik verklaart. - (Schilderij 'De verrijzenis van Christus'
. Voor het echtpaar Jan Moretus en Martina Plantin uit de vermaarde Antwerpse drukkersfamilie Plantin-Moretus schilderde Rubens in 1611-1612 de gedenktriptiek De verrijzenis van Christus (middenpaneel: 138 x 98 cm, zijpanelen: 136 x 40 cm). Jan Moretus was in 1610 overleden. Zijn weduwe, die de opdracht tot het kunstwerk gaf, leefde nog tot 1616.
Het middenpaneel toont hoe Christus, tot ontsteltenis van de in het duister terugdeinzende soldaten, sterk en stralend uit zijn rotsgraf opstaat. Dat rotsgraf was een nieuwigheid, want tot dan toe was het in de kunst gebruikelijk het graf van Christus als een sarcofaag voor te stellen.
. Op de zijpanelen heeft Rubens Johannes de Doper en Sint-Martina, de patroonheiligen van Jan en Martina Moretus, afgebeeld. Johannes staat aan de oever van de Jordaan, het zwaard op de grond verwijst naar zijn onthoofding. Sint-Martina houdt, als symbool van haar martelaarschap, een palmtak in de hand. Achter haar zijn de brokstukken van de tempel van de zonnegod Apollo te zien, die zou zijn ingestort toen Martina een kruisteken maakte.
Voor de uitbeelding van diverse figuren in deze triptiek heeft Rubens zich op sculpturen uit de antieke oudheid geïnspireerd. Dat geldt voor Christus en Sint-Martina, en zeker ook voor de beeldschone engelen op de keerzijde van de zijpanelen . Die engelen staan met de rug voor de beide delen van een poort, die ze lijken te zullen openen. De poort naar het eeuwige leven? - (Rubens maakt een reis in Holland, ontmoet er humanisten zoals Grotius, Heinsius en Baudius in Leiden en bezoekt in Haarlem Goltzius. Hij gaat er blijkbaar ook op zoek naar geschikte graveurs die in staat zijn werk in prentvorm te vertalen.

De elkaar in snel tempo opvolgende bestellingen dwongen Rubens tot een rationele organisatie van zijn werktijd. In deze Antwerpse periode richtte hij zijn vermaarde atelier op, waar zijn werken zorgvuldig werden voorbereid: na een eerste, vage schets werd de voorstelling nagenoeg vastgelegd in een vrij verzorgde olieverfschets, die aan de besteller ter goedkeuring werd voorgelegd. Intussen werden afzonderlijke figuren en motieven vaak ‘ad vivum' met grote precisie getekend met behulp van krijt en witte dekverf. Ook bij de definitieve uitvoering van het merendeel van zijn schilderijen werd Rubens bijgestaan door een wisselende groep van schilders (onder wie A. van Dyck, die o.m. een groot aandeel had aan de totstandkoming van Achilles herkend door Odysseus, 1618). Monumentaal geconcipieerde composities kwamen tot stand die, ondanks dramatische bewogenheid, door evenwichtige schikking van de op sterk plastische werking afgestemde personages, evenals door het contrastrijke spel van de pasteus dekkende koele, lokale kleuren, een opmerkelijke harmonie vertonen. Uit deze periode dagtekenen Rubens' beroemdste altaarstukken: Kruisoprichting en Kruisafneming (resp. 1610-1611 en 1612-1614). Behalve religieuze onderwerpen schilderde de kunstenaar in deze periode ook talrijke mythologische taferelen (De Amazonenslag, 1615; De roof van de dochters van Leucippus, 1618), evenals ongemeen virtuoze jachttaferelen en robuust getypeerde portretten, en vooral het Zelfportret met Isabella Brant in een met kamperfoelie begroeid prieel (ca 1610-1611).

1614 - Hij voltooit de luiken van de triptiek met de 'Kruisafneming' voor het altaar van de kolveniersgilde in de Antwerpse kathedraal. Naarmate de opdrachten toenemen, gaat Rubens zijn atelierpraktijk uitbreiden en er zijn stijl aan aanpassen. Van nu af aan zien we hem vaker samenwerken met andere gevestigde meesters: Jan I Breughel, Frans Snijders, Jan Wildens en naar het einde van het decennium toe: Antoon van Dijck.

1-6 april 1614 - De doop van Helena Fourment in de Sint-Jacobskerk in Antwerpen.

5 juni 1614 - De doop van zijn zoon Albert: de aartshertog is peetvader. Rubens woont dan nog in de Kloosterstraat.

25 juni 1615 - De datum van het contract met de kolveniers over de scheidingsmuur tussen zijn erf en hun schuttershof. Rubens betrekt rond die tijd zijn huis aan de Wapper.

1616 - Hij voltooit de 'Wolvenjacht': de aanzet tot een hele reeks jachtstukken. Rond die tijd moet ook Pieter Soutman bij hem werkzaam zijn Geweest.

11 november 1616 - Rubens sluit een contract af met een schrijnwerker voor de monumentale trap waarvoor Hans van Mildert het beeldhouwwerk zal leveren.

1618 - Rubens Vewerft een belangrijke verzameling antieke sculpturen van de Engelse gezant in den Haag, Sir Dudley Carleton. Belangrijke werken uit die periode zijn o.m.: de triptiek met de 'Wonderbare visvangst' voor het ambacht van de visverkopers te Mechelen; de 'Hemelvaart van Maria' voor de Kapellekerk in Brussel (nu in Düsseldorf); de 'Laatste Kommunie van Sint-Fransiscus'. Intussen wordt in Brussel de tapijtenreeks rond Decius Mus naar zijn ontwerp geweven. Hij is betrokken bij de ontwerpen van de Antwerpse jezuïetenkerk.

11 februari 1618 - Antoon Van Dijck, die reeds een tijdje bij Rubens in de leer is. wordt vrijmeester, maar blijft intensief met Rubens samenwerken.

23 maart 1618 - De geboorte van zijn zoon Nicolaas: de Genovese markies Nicolo Palavicini is peetvader.

Middenperiode (1618-1630)
Na de dood van aartshertog Albrecht (1621) bleef Rubens als hofschilder in dienst van Isabella, die hem vanaf 1623 tevens met belangrijke diplomatieke opdrachten belastte. Zo was hij (1623-1625) nauw betrokken bij de onderhandelingen met de Noordelijke Nederlanden over een hernieuwing van het Bestand. In 1628 en 1629 verbleef hij achtereenvolgens in Madrid en Londen, waar hij de grondslag legde voor het op 15 nov. 1630 tussen Spanje en Engeland gesloten vredesverdrag.

20 mei 1619 - Rubens is getuige bij het huwelijk van zijn vriend en medewerker, de landschapsschilder Jan Wildens (van 1612 tot 1618 in Italië).

1619-1620 - Rubens verwerft het een na het andere privilegie voor zijn prenten. Hij heeft na lang zoeken in Lukas Vorsterman de ideale graveur voor zijn werk gevonden en ziet nauw toe op de prentenproduktie: de Rubensgrafiek is geboren. Van Dijck woont op dat ogenblik bij Rubens in. Werken zoals de 'Lanssteek' voor de recolletten (KMSK Antwerpen) ontstaan en Rubens krijgt belangrijke bestellingen van paltzgraaf Wolfgang Wilhelm van Neuburg.

De schilderijen die Rubens na zijn veertigste maakt ogen meer beheerst, al blijven beweging en gevoel er een belangrijke plaats in bekleden. Het palet evolueert naar heldere, warme kleuren. In 1619-1620 vervaardigt Rubens een reeks plafondschilderingen voor de Antwerpse jezuïetenkerk (de huidige Carolus Borromeuskerk), die in 1718 door een brand zullen worden verwoest.

1621 - Het komt tot een breuk tussen Vorsterman en Rubens.

21 april 1621 - De Deense arts Otto Sperling bezoekt het Rubenshuis.

juni 1621 - lofdicht van Anna Roemer Visscher voor Rubens.

13 juli 1621 - Aartshertog Albrecht overlijdt. In 1621 beëindigt ook het 12-jarig bestand: de oorlogsactiviteiten met de Verenigde Provincies hernemen.

september 1621 - Lofdicht van Antonius Sanderus op Rubens.

3 oktober 1621 - Na een reis naar Engeland vertrekt Van Dijck naar Italië.

1622 - Rubens voert een drukke correspondentie met Nicolas de Fabri Peiresc, die hij volgende jaren zal verder zetten.

1622 - Hij ontwerpt de Constantijnreeks, een tapijtenserie.

11 januari 1622 - Rubens verblijft in Parijs.

26 februari 1622 - Hij sluit er met de koningin-moeder een contract voor de decoratie van twee galerijen in het Palais de Luxembourg waarin het leven van Maria de Medici en dat van Hendrik IV zullen worden verheerlijkt. Hij schildert in de periode tot 1625 een indrukwekkende cyclus van 25 met allegorische elementen verrijkte taferelen uit het leven van de Franse koningin Maria de Medici.

mei 1622 - Hij koopt een huis in de Jodenstraat.

29 mei 1622 - Hij geeft de 'Palani di Genova'; Nickolaas Ryckemans graveerde er de prenten voor.

juli 1622 - Rubens wordt door kardinaal Borromeo met een gouden medaille vereerd.

24 mei-29 juni 1623 - Rubens verblijft in Parijs. Hij heeft ervoor een jichtaanval gehad.

september 1623 - Rubens ontvangt van de Infante een maandgeld voor diplomatieke opdrachten.

na 25 oktober 1623 - Zijn dochter Clara Serena sterft.

1624 - Na de afreis van Vorsterman naar Engeland wordt Paulus Pontius, Rubens geprefereerde graveur.

5 juni 1624 - Rubens wordt in de adelstand verheven.

juni 1624 - Hij onderneemt verscheidene reizen naar Brussel en volgt de krijgsverrichtingen van Spinola. Tijdens de maanden die volgen, wordt Breda belegerd.

juli 1624 - Het bezoek van Abraham Golnitzius in het Rubenshuis. Rubens portretteert prins Wadislaw Sigismund van Polen in Brussel en schildert het altaarstuk voor de Sint-Baafskathedraal in Gent. Hij schildert de 'Aanbidding van de Koningen' voor de Sint-Michielsabdij te Antwerpen (thans in het KMSK Antwerpen).

13 januari 1625 - Jan Breugel sterft in Antwerpen; in zijn testament heeft hij zijn vriend Rubens aangesteld tot voogd over zijn kinderen.

4 februari-9 juni 1625 - Rubens in Parijs: hij legt er de laatste hand aan de Marie de Medici-galerij.

11 mei 1625 - Hij woont in Parijs het huwelijk bij van Karel I met Henriette, de dochter van Maria de Medici. Hij ontmoet er o.m. de hertog van Buckingham.

10 juli 1625 - De infante Isabella komt op bezoek in het Rubenshuis. Tussen 1625 en 1627 maakt Rubens in opdracht van de Infante de ontwerpen voor de tapijtenreeks, de 'Triomf van de Eucharistie', bestemd voor het klooster van de Descalzas Reales in Madrid.

1626 - Drukke briefwisseling met Dupuy in Parijs.

25 augustus 1625-20 februari 1626 - Verscheidene reizen naar Brussel en Duinkerken.

20 juni 1626 - Isabella Brant sterft aan de 'haestige sieckte'.

hemelvaart van Maria'
Het ligt voor de hand dat het imposante olieverfschilderij (490 x 325 cm) dat al bijna vierhonderd jaar het hoofdaltaar siert, aan de patrones van de Kathedraal van Antwerpen is gewijd. Dat het de hemelvaart van Maria uitbeeldt, spreekt eigenlijk ook vanzelf. Want al spruit dat thema uit de kerkelijke traditie voort en is het niet gebaseerd op de bijbel zelf, toch was het reeds bijzonder populair toen Rubens dit altaarstuk in 1625-1626 vervaardigde.
Gedragen door een wolk en speelse engeltjes stijgt Maria met wapperende haren en gewaden vederlicht uit haar stenen graf omhoog, de ogen verwachtingsvol hemelwaarts gericht. Links komen twee grote engelen aangevlogen om haar te kronen met een rozenkrans. Onderaan bij het verlaten graf staan de twaalf apostelen en ook de drie vrouwen die volgens de legende bij Maria's dood aanwezig waren. - (Rubens heeft een jichtaanval.

november 1626 - Hij verkoopt zijn verzameling antieken aan Buckingham. Hij reist verder via Calais, waar hij Baltasar Gerbier ontmoet.

19 november 1626 - Buckingham bezoekt het Rubenshuis.

25 decemher 1626 - Hij reist verder naar Parijs. Rubens leidt weer aan een jichtaanval. In Parijs verblijft hij bij baron de Vicq.

22 januari-10 februari 1627 - Rubens reist met Balthasar Gerbier over en weer tussen Brussel en Antwerpen.

29 mei 1627 - Rubens koopt het Hof van Ursel in Ekeren.

6 juli 1627 - Rubens koopt drie huisjes aan de Wapper en drie aan Hopland.

10 juli-6 augustus 1627 - Hij maakt een reis door Holland, reist naar Breda, keert terug naar Antwerpen en reist over Rotterdam en Delft, waar hij Balthasar Gerbier ontmoet, naar Amsterdam en Utrecht. Hij keert over Brussel naar Antwerpen terug.

15-16 september 1627 - Rubens ontmoet in Brussel de Don Diego Messia, de markies van Leganès.

november 1627 - Van Dyck keert uit Italië terug. Ook in 1627 voert Rubens een drukke correspondendie met Pierre Dupuy.

voorjaar 1628 - De 'Eucharistiereeks' wordt geweven. Rubens reist een paar keren naar Brussel en ontmoet er Don Carlos Coloma. Hij wordt met belangrijke diplomatieke opdrachten belast. Begin maart is hij kortstondig ziek. In 1628 wordt Willem Panneels na een 3-taljaren leertijd bij Rubens als vrijmeester opgenomen in het schildersgild. Hij wordt in de liggeren van het gild als medewerker van Rubens vermeld, wat uitzonderlijk is. Panneels zal tijdens de komende twee jaren, tijdens Rubens' afwezigheid, zowat de leiding voeren over diens atelier. De verzameling kopieën die hij in die periode zal aanleggen naar schetsen en studiemateriaal van Rubens wordt in het Koninklijk Prentenkabinet van Kopenhagen bewaard onder de naam: 'Rubenscantoor'.

13 mei 1628 - Rubens is peter bij de doop van Peter-Pauwel, een zoon van Paul de Vos.

28 mei 1628 - Rubens ontmoet in Antwerpen bij Van Dijck de Engelse gezant, graaf Carlisle.

28 augustus 1628-29 april 1629 - Rubens reist met een diplomatieke opdracht naar Spanje, voert belangrijke opdrachten uit voor de koning Filips IV en anderen, ontmoet er de hofschilder Velasques met wie hij het Escuriaal bezoekt. Hij kopieert er intens het werk van Titiaan.

27 april 1629 - Rubens wordt tot secretaris van de Geheime Raad benoemd.

29 april 1629 - Hij reist via Parijs en Brussel terug naar Antwerpen.

18 mei 1629 - Hij gaat via Duinkerken naar Londen, waar hij tot maart 1630 verblijft voor vredesonderhandelingen.
Tussen 1623 en 1633 treedt Rubens regelmatig op als diplomaat. Zo ligt hij mee aan de oorsprong van het vredesverdrag dat in 1630 tussen Engeland en Spanje wordt gesloten, een prestatie waarvoor de Engelse koning Karel I hem tot ridder adelt. Maar zijn diplomatieke bezigheden betekenen niet het einde van zijn artistieke loopbaan.

Ondertussen schildert hij voor koning Karel I o.m. het 'Landschap met de Heilige Joris' en maakt werk van de ontwerpen voor de decoratie van het plafond in Banqueting House, de feestzaal van het paleis van Whitehall te Londen, een project dat hij reeds in 1621 had toegezegd.

Hij promoveert in Cambridge tot magister in artibus.

3 maart 1630 - Sir Peter Paul Rubens wordt door Karel I tot de ridderstand verheven en bij die gelegenheid met een degen een diamantring en -ketting

1630 - Rubens schildert de 'Liefdestuin' (Prado Madrid) en laat er Christoffel Jegher een houtsnede naar maken.

23 maart 1630 - Hij keert via Dover naar Antwerpen terug.

27 mei 1630 - Hij koopt enkele landerijen in Ekeren.

7-18 juni 1630 - Rubens is in Brussel en wordt beëdigd als secretaris van de Geheime Raad.

Na de dood van zijn vrouw, Isabella Brant (1626), trouwde Rubens op 53-jarige leeftijd 6 december 1630 met de zestienjarige Hélène Fourment, de dochter van zijn vriend de tapijthandelaar Daniël Fourment voor wie hij in de loop van dat jaar de tapijtenreeks met 'De geschiedenis van Achilles' heeft ontworpen.

De schilderijen in deze periode tonen een meer beheerste, hoewel steeds bewogen vormgeving en een helder en warm coloriet. Daarnaast valt een streven naar pralerigheid, dat tot uiting komt in het vaak en beklemtoond aanwenden van rijke architectuurdecors, niet te ontkennen: De bekering van Sint-Bavo (1623-1624), Aanbidding der Wijzen (1624; Kon. Mus. voor Schone Kunsten, Antwerpen). Typisch is ook dat juist in deze periode de grote, op uitgesproken monumentaal-decoratieve werking afgestemde cycli zijn ontstaan, o.a. de plafondschilderstukken van de Antwerpse Jezuïetenkerk (1620; vernield door brand in 1718), waarvan alleen enkele olieverfschetsen (verspreid over verschillende verzamelingen) bewaard bleven, alsmede omvangrijke altaarstukken als Tronende Madonna met kind, eigenlijk Sacra conversazione (1628). Een belangrijke opdracht uit deze tijd is een cyclus van 25 taferelen, voorstellend de gedenkwaardige gebeurtenissen in het leven van Maria de Médicis, voor het Palais du Luxembourg te Parijs (1621-1625). Ook series kartons voor grote tapijtenreeksen kwamen in deze jaren tot stand: o.m. Geschiedenis van Constantijn (1622-1623; schetsen verspreid over verschillende verzamelingen), vervaardigd in opdracht van Lodewijk XIII, Geschiedenis van Achilles (ca 1626) en Triomf van de eucharistie (1627-1628).

Late jaren (1630-1640)
1631 - In de loop van het jaar werkt hij aan het Ildefonsusaltaar voor de hofkapel in Sint-Jacobs-op-de-Coudenberg in Brussel in opdracht van de Infante. Rond die tijd schildert hij ook enkele prachtige portretten, van zijn jonge bruid Helena Fourment, waaronder 'Het Pelske' (Wenen Kunsthistorisches Museum) waarin hij zijn vrouw allegorisch als Venus voorstelt. Hij schildert het sacramentsaltaar voor Sint-Rombouts in Mechelen (thans in Milaan). In het laatste decennium van Zijn leven zal de Rubensstijl nog op een verbluffende wijze evolueren. Onder invloed van de Venetianen, en vooral dan Titiaan, die hij tijdens zijn verblijf in Madrid grondig heeft bestudeerd, gaat Rubens in toenemende mate picturaler schilderen en met kleur componeren. Het resultaat is een virtuose en Iyrische schildersstijl die grote invloed zal uitoefenen op de ontwikkeling van de schilderkunst in de 18e en 19e eeuw: denk aan Watteau, Delacroix, Renoir,...

4 februari 1631 - Rubens bespreekt met Michiel Ophovius diens grafmonument.

27 maart 1631 - Hertog Cesar de Vendome komt op bezoek in het Rubenshuis.

16 juli 1631 - Rubens wordt door Philips IV van Spanje geridderd.

26-30 juli 1631
Hij reist naar Duinkerken, vandaar reist hij met de markies d'Aytona naar Avesnes en neemt deel aan de onderhandelingen met Maria de Medici die Frankrijk ontvlucht en een onderkomen zoekt in de Spaanse Nederlanden.

1 augustus 1631 - Hij reist met het gezelschap over Bergen terug.

20 augustus 1631 - Aan het familiewapen werd de Tudorroos toegevoegd, nadat hij door Karel I was geridderd; dit wordt nu door Filips IV erkend.

23 augustus 1631 - Rubens is met zijn vrouw, Gerbier en diens echtgenote en bisschop Ophovius op bezoek bij de heer van Montfort.

10 september 1631 - Maria de Medici komt op bezoek in het Rubenshuis.

2 oktober 1631 - Maria de Medici verpandt juwelen aan Rubens. Adriaan Brouwer komt naar Antwerpen, waar hij inwoont bij Paulus Pontius. Rubens zal in de loop der jaren niet minder dan 17 werken van hem aankopen.

27 november 1631 - Rubens verkrijgt een paspoort voor Holland: in december onderneemt hij de reis bij Bergen op Zoom. In Den Haag wordt hij door Frederik Hendrik ontvangen.

18 januari 1632 - De doop van zijn dochter Clara Johanna (+1683).

februari 1632 - Rubens onderneemt enkele geheime diplomatieke reizen.

1 april 1632 - Van Dyck vertrekt terug naar Engeland.

14 juli 1632 - Rubens vertoeft aan het hof in Brussel.

augustus 1632 - Rubens reist naar Brussel, Luik en Maastricht en onderhandelt met Hollandse gezanten.

januari 1633 - Rubens reist een paar keer naar Brussel. Hij plant een reis naar Holland en bekomt hiervoor een reispas. De Staten-Generaal verzetten zich tegen Rubens' reisplannen. Intussen ontwikkelt zich in de Spaanse Nederlanden een samenzwering van de adel onder leiding van de hertog van Aarschot. Gerbier zal in november de namen van de betrokkenen tegen een hoge geldsom verraden. Rubens die steeds loyaal voor de Infante had gekozen, heeft hoe dan ook met deze onverkwikkelijke gebeurtenissen te maken gehad. Door het mislukken van nieuwe onderhandelingen (1631-1633) met de Verenigde Provinciën over het sluiten van een verdrag tussen de beide Nederlanden zegde Rubens zijn diplomatieke loopbaan vaarwel.

mei 1633 - Rubens wordt aangezocht om deken te worden van de Sint-Lukasgilde. Hieraan herinnert zijn dekenstoel van de Gildekamer, thans te zien in het Rubenshuis. Hij zal echter de beslommeringen van het dekenambt overlaten aan zijn vriend, de beeldhouwer Van Mildert. In ruil voor zijn vrijstelling zou hij aan het gild de 'Madonna met de Papegaai' (KMSK Antwerpen) hebben geschonken.

12 juni 1633 - Frans Rubens wordt gedoopt in de Sint-Jacobskerk. in de loop uan 1633 werkt Jegher aan enkele houtsneden naar Rubens' ontwerp.

1 december 1633 - overlijden van de Infante. De markies van Aytona neemt voorlopig de taak van landvoogd waar.

10 juni 1634 - Rubens is in Brussel en voert er besprekingen met de markies van Aytona. Frans Wouters verlaat het atelier van Pieter van Avont om bij Rubens in de leer te gaan.

september 1634 - Rubens bezoekt met aartsbisschop Jacob Boonen Afflighem: Rubens zal later voor het hoofdaltaar van de abdijkerk de 'Kruisdraging' schilderen.

28 november 1634 - De eerste toewijzing van de werken voor de Blijde Intocht van de Kardinaal Infant waalvoor Rubens het ontwerp maakte.

18 december 1634 - Albert Rubens verblijft in Venetië en zal er ongeveer een jaar verblijven.

27 februari 1635 - Rubens heeft eens te meer last met de belastingsdiensten van de stad. In Parijs voert hij een proces tegen niet geautoriseerde prenten naar zijn werk.

17 april 1635 - Onder de gietende regen doet de Kardinaal Infant Ferdinant zijn Blijde intocht in Antwerpen. Rubens ligt ziek te bed en werd door de Kardinaal Infant thuis bezocht.

3 mei 1635 - Zijn dochter Isabella Helena wordt gedoopt

Op 12 mei 1635 kocht hij de titel en het riante buitengoed Het Steen te Elewijt, dat tussen Brussel en Mechelen is gelegen, waar hij de laatste jaren van zijn leven grotendeels doorbracht. Hiermee voltrekt hij de maatschappelijke droom van het ancien regime: geadeld worden en een landgoed met een heerlijkheid verwerven.

In zijn laatste levensperiode vervaardigde Rubens zijn meest picturale werken. De bijzonder lyrische kwaliteiten van de composities zijn uitsluitend toe te schrijven aan het schitterende, lichte coloriet. Het is niet verwonderlijk dat in deze tijd de stemmigste landschappen en bucolische taferelen tot stand kwamen, als De liefdestuin, De zonsondergang en De vogelvangers. Een ander treffend kenmerk van Rubens' latere productie is de opvallende aanwezigheid van zijn vrouw Hélène; deze was niet alleen het onderwerp van enkele fraaie portretten, maar stond ook model voor talrijke religieuze en mythologische taferelen. Onder de altaarstukken vallen vooral enkele fel bewogen marteltaferelen op: De marteldood van de H. Livinus (1633), De marteldood van St.-Petrus (ca 1638) en De marteldood van St.-Andreas (ca 1638).

21 mei 1635 - Van Thulden maakt een contract met het boek over de Blijde intocht van de Kardinaal infant.

juni 1635 - Rubens schildert het portret van Jan Brant.

juli 1635 - Rubens lijdt weer aan jicht.

Rubens wordt peter van het negende kind van Christoffel Jegher.

20 december 1635 - De plafondwerken voor Whitehall zijn na heel wat wederwaardigheden aangekomen: ze zullen in het voorjaar 1636 worden geplaatst.

30 januari 1636 - Rubens is getuige bij het huwelijk van zijn leerling Jan Babtis Borrekens en Catharine Brueghel.

3 maart 1636 - De doop van zijn zoon Peter Paul.

juni 1636 - Rubens wordt als hofschilder van de Kardinaal Infant beëdigd.

4 juli 1636 - Rubens is getuige bij het huwelijk van David Teniers de jongere met Anna Breughel.

20 novemher 1636 - Rubens ontwerpt een zilveren pronkkan

Torre de la Parada
Rubens krijgt van Filips IV van Spanje opdracht voor het schilderen van ruim honderd taferelen met voorstellingen uit Ovidius' Metamorfosen voor het jachtpaviljoen Torre de la Parada (nabij Madrid); een gigantische opdracht waarbij voor de uitvoering verscheidene Antwerpse meesters zullen betrokken worden. de virtuoze schetsen (verspreid over verschillende verzamelingen) voor deze opdracht, geheel van de hand van Rubens zelf, behoren tot de briljantste uitingen van de schilderkunst van alle tijden.

januari 1637 - Rubens koopt bij Moretus een aantal klassieke auteurs: Virgilius, Ovidius en Methamorphose met het oog.

1-5 februari 1637 - Rubens is in Brussel waar hij met de schatbewaarder Jan Breydel uitzoekt waar men de schilderijen van de Pompa Introïtus zal hangen.

april 1637 - De Kardinaal Infant is in Antwerpen en bezoekt Rubens in het Rubenshuis.

12 mei 1637 - Rubens is peter van Peter Pauwel, zoon van Jan Borrekens en Catharina Breughel.

24 juni 1637 - Rubens' correspondentievriend Nicolas-Claude Fabri de Poiresc overlijdt.

25 juli 1637 - De 'Kruisiging van Sint-Petrus' (Keulen) wordt besteld.

29 augustus 1637 - Overlijden van Clara de Moy. moeder van Isabella Brant.

4 november 1637 - Ophovius overlijdt.

10 maart 1638 - Cornelis van der Geest overlijdt.

1 mei 1638 - De lading met 112 schilderijen voor de Torre de la Parada zijn aangekomen in Madrid en er volgt nog een aanvullende opdracht.

21 juni 1638 - De Spaanse troepen behalen een overwinning bij Callo op de Verenigde Provinciën. Rubens ontwerpt de 'Triomfwagen van Callo': voor de ommegang op 15 augustus. De Kardinaal Infant is in Antwerpen en bezoekt Rubens. die eens te meer van jichtaanvallen te lijden heeft.

juli 1638 - Rubens' jichtaanvallen blijven hem plagen. In de zomer trekt hij zich terug op zijn landgoed bij het 'Steen'. Op dat ogenblik is de jonge Lukas Fayd'herbe bij hem in de leer.

oktober 1638 - Rubens heeft eens te meer te lijden van zijn ziekte.

21 oktober 1638 - Hans van Mildert overlijdt.

11 december 1638 - Rubens is zo ziek dat hem de sacramenten der stervenden worden toegediend.

Rubens koopt landerijen in Wissekercke.

april 1639 - Hij ontvangt een zware gouden ketting van Karel I van Engeland.

juli 1639 - Rubens correspondeert met Constantyn Huygens.

8 augustus 1639 - Jan Brandt overlijdt.

Rubens ontvangt de bestelling van Prins Frederick Hendrik voor een schouwstuk. Hij werkt aan een 'Roof van de Sabijnse Maagden' en de 'Verzoening met de Sabijnen', alsook aan een 'Hercules' en een 'Andromeda'.

1640 - In de winter 1639-40 heeft Rubens zwaar te kampen met jichtaanvallen.

februari 1640 - Rubens wordt erelid van de Academia di San Luca in Rome.

2 maart 1640 - Hij koopt nog landerijen.

5 april 1640 - Rubens' jicht verlamde een maand lang zijn handen. Hij correspondeert met Frans Dusquesnoy.

19 april 1640 - Rubens' ambt van secretaris van de Geheime Raad wordt op zijn zoon Albert overgedragen.

27 mei 1640 - Hij maakt zijn laatste testament op.

Woensdag 30 mei 1640 - Rubens overleed in Antwerpen en werd daar begraven in de Jacobskerk.

Rubens is de belichaming van de Vlaamse barok. Zijn temperament brak met de tot dan toe dominante starre stijl. Kenmerkend voor veel van zijn werk zijn de weelderige naaktfiguren, die men tegenwoordig mollig zou noemen. Hij had meer werk dan hij in zijn eentje aankon; in zijn atelier werd veel van het werk daarom door anderen gedaan.

Zijn invloed op jongere tijdgenoten als Van Dyck en Jordaens was zeer diepgaand.

Dat Rubens reeds tijdens zijn leven internationale bekendheid kreeg, is niet in de laatste plaats te danken aan de verspreiding die hij aan zijn oeuvre gaf door de prentkunst. Kort na zijn terugkeer uit Italië nam hij graveurs in dienst met het doel zijn werken met burijn of etsnaald te laten reproduceren. Als belangrijkste burijngraveurs die onder zijn leiding werkten, kunnen worden genoemd: Pieter Soutman, Lucas I Vorsterman, Boëtius en Schelte à Bolswert en Paulus Pontius; voorts Cornelis I Galle, Nicolaas Rijckmans en Hans Witdoeck. De enige houtsnijder naar Rubens was Christoffel Jegher.

Als diplomaat bracht Rubens bezoeken aan Engeland, Frankrijk, Holland, en Spanje. Hierbij had hij veel profijt van zijn grote taalgevoel: Rubens sprak zes talen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.