kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 20 09 2016 10:11 voor het laatst bewerkt.

Philip Akkerman

Philip (Maria) Akkerman (1957)
Nederlands aquarellist, beeldhouwer, schilder, tekenaar; non-figuratief, stadsgezichten en zelfportretten

Geboorteplaats/datum Vaassen (Epe) 10-10-1957, Plaats van werkzaamheid is Den Haag,

Opleiding
Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten, Den Haag
Ateliers '63, en atelier van beeldende kunst in Amsterdam

Philip Akkerman wijdt zich sinds 1981 uitsluitend aan zelfportretten op klein formaat. Dit in de afzondering van het atelier, ver van de officiële kunstwereld. Hij onderzoekt verschillende schildertechnieken: in 1981-1986 alla prima met olieverf, daarna in de trage tempera-olie-techniek. Het geconcentreerd schilderen betekent een confrontatie met zichzelf en een ontwikkeling van zijn persoonlijkheid.

Hoe goed het zelfportret functioneert als drager van een onuitputtelijke reeks stijloefeningen, wordt jaar na jaar bewezen door Philip Akkerman. Vanaf midden jaren tachtig schildert deze Haagse kunstenaar niet anders dan zijn eigen portret in een stijl die hem die dag invalt. De gestage vervolmaking van zijn beeldopvatting en techniek is op een fascinerende manier omgekeerd evenredig aan het verval van zijn lichaam. Terwijl hij zijn uitgangspunten geformuleerd heeft als strikt formeel en conceptueel, spreekt uit Akkermans monomane oeuvre zo langzamerhand een groots gevoel van memento mori. Je ziet als het ware de schilder rijper worden, zowel in zijn kunnen als in zijn gelaat.
Citaat uit publicatie Wim van Sinderen over Aad Donker: ?Het werk, dat ben ik zelf' Portret in Vraag
ondertitel: Over Philip Akkerman en de Zomer van de Fotografie te Antwerpen
editie: 38-JUL 1992
auteur: Erik Eelbode
website: Fotografie in Antwerpen stelt "het Portret in Vraag" en de Nederlandse kunstenaar Philip Akkerman wil een leven lang zelfportretten schilderen. Of: hoe foto's en schilderijen "het raadsel van het leven (kunnen) raken". Een poging om gelijkenissen zichtbaar te maken en weer te laten verdwijnen.

"Het gezicht dat ons uit een zelfportret toeblikt, is niet het ontspannen, gesloten, verstrooide of afwezige, verveelde gezicht van een of ander model, maar het door "de scheppingsdaad" verlichte gelaat van de schilder zelf. Spanning, aandacht, concentratie en toewijding vormen het onderliggende thema van elk zelfportret. (...) Het zelfportret is de filosofie van de schilderkunst." Michel Tournier, Vom Selbstbildnis zur Selbstzerstörung in: Das Selbstportrait im Zeitalter der Photographie , Benteli Verlag Bern, 1985.

Nu zijn de zelfportretten van Philip Akkerman nauwelijks binnen een gedegen of traditionele visie op het genre in te schatten. Zo is er bijvoorbeeld de gangbare opvatting dat hoe minder een artiest bij het maken van zijn (liefst ultieme) zelfportret acht slaat op conventies en tradities, hoe dichter hij zijn "intiemste zelf" zal benaderen (denk aan een hele reeks expressionistische zelfportretten?).
Akkerman hanteert echter een heel andere strategie. Of liever: Akkerman hangt überhaupt geen enkele strategie aan. "Je doet wat je doet", is zijn credo. Hij hanteert dan ook ongedwongen traditionele poses en werkt ongestoord voort aan de verwerving van oeroude schilderkunstige technieken. "Avant-garde in de betekenis van: de kunst moet vooruit" is zinloos volgens Akkerman.
Een leven lang zelfportretten schilderen is de ambitie die hij nu al sinds 1981 waarmaakt, "iedere dag zolang er daglicht is". Rigoureus en met métier (een hoogst beladen woord in de hedendaagse kunstcontext): "Doodziek van al die magazines en witte galeries", keerde hij letterlijk tot zichzelf terug.

Geen gimmick, maar een welbewuste keuze die bijna aan een soort roeping doet denken. Zo blijkt zeker uit een aantal van Akkermans ontwapenende en tegelijk verhelderende persoonlijke aantekeningen. "Ja, ik ben ervan overtuigd. Ik moet zelfportretten blijven maken mijn hele leven lang, in voor- en tegenspoed. Ik geef mijn leven weer. In grote lijnen maken wij allemaal hetzelfde mee. Ik schilder één van de velen. Ik schilder dus iedereen." (04.04.1986) En: "Voor mijn thematiek (de onbegrijpelijkheid van het bestaan) heb ik niet gekozen, daar ben ik mee geboren. Voor de onderwerpkeuze waarmee ik die thematiek weergeef (steeds maar zelfportretten) heb ik wel gekozen." (15.08.1990)

Waar Akkerman die portretten aanvankelijk zelf nog in een "conceptuele sfeer" manoeuvreerde - het idee was belangrijker dan de uitvoering - beklemtoont hij na verloop van jaren nog enkel het schilderkunstige. Bart Verschaffel in de catalogus: "Op het doek wordt het gezicht eerst getekend, en vervolgens overschilderd. Dat er (over) geschilderd wordt en het "eerste" portret onder het verfmasker verdwijnt, is essentieel, maar hoe Akkerman schildert is om het even."

To paint or not to paint : de activiteit van het tekenen en schilderen zelf staat centraal. Een fascinatie voor de oude meesters ( Grien, Dürer, Grünewald ) leidt tot het gebruik van archaïsche technieken als onder- en bovenschildering, tempera,? en wordt gecombineerd met een intense belangstelling voor Otto Dix, Derain, én voor Akkermans vroegere docent, concept-kunstenaar Stanley Brouwn, die al 25 jaar zijn eigen voetstap als maat neemt voor zijn kunst. Bij uitbreiding is er ook een link met het werk van On Kawara, die sinds 1966 "de tijd vastlegt" door quasi dagelijks de datum te schilderen. Het verschil met Kawara is - zo stelt Akkerman in een interview met NRC (15.05.92) - "dat je over het werk van On Kawara alleen maar hoeft te horen. Mijn werk moet je toch zien."

Hét grote voorbeeld voor Philip Akkerman blijft dan ook Van Gogh. In december 1991 schrijft hij bijvoorbeeld een "brief aan Vincent": "Het allerbeste is nog wel dat ik sinds twee weken alleen nog zelfportretten maak met? schele ogen? of met geheel verdwenen irissen/pupillen? Hoe vind je dat? Hiermee probeer ik duidelijk te maken dat nadenken (behalve over praktische zaken) géén zin heeft. Ik wijs alle "kennis" en "verlossing" af. Nou ja, het is meer zo dat ik er niet meer naar zoek. En zo zijn we weer even ver als 30 jaar geleden toen ik 4 jaar oud was?"

Zo blijft er toch een meer dan toevallige verwantschap met historische groten uit de zelfportretkunst. Van Gogh, maar ook Otto Dix bijvoorbeeld. Die schreef over zijn zelfportretten: "Steeds opnieuw stel ik verwonderd vast: je ziet er toch heel anders uit, dan zoals je je daar nu hebt afgebeeld. Er is geen sprake van objectiviteit, er vindt (enkel) een reeks transformaties plaats; een mens heeft zóveel kanten. In het zelfportret kan men die het best bestuderen." (2) Waar Akkerman uiteindelijk mee bezig lijkt te zijn, is het in beeld brengen van de ontelbare transformaties in een mensenleven. Of nog: "alles heeft dezelfde oorsprong, daarom zou ik zeggen dat ik alles schilder." Voor Philip Akkerman moet kunst "het raadsel van het leven raken".

Philip Akkerman in Witte de With
Witte de With brengt voor het eerst een volledig overzicht van het zelfportrettenbestand van Philip Akkerman. 450 schilderijen hangen quasi volmaakt gespreid over de twee verdiepingen en - verzameld in archiefdozen - kan je zelf nog eens zo'n 676 getekende zelfportretten doorbladeren.
Deze keuze voor Akkerman sluit aan bij het doelgerichte tentoonstellingsbeleid van Witte de With, dat samengevat neerkomt op "een terugkeer naar de realiteit". Volgens Chris Dercon, directeur van Witte de With, is dat de enige mogelijkheid om te "kunnen ontsnappen aan de inflatoire overvloed van tentoonstellingen en het mechanisch toegepaste gedachtengoed van de conceptuele kunst". (3) De homogeniteit van het actuele kunstaanbod wordt doorbroken door een nieuwe inbreng van het "vertellen", de "dramatiek", door een terugkeer naar de kunstenaar en zijn werk, "om de kunst als een glazen huis van alle zijden inzichtelijk te maken". (4) Illustratief voor deze opvattingen zijn kunstenaars als Jeff Wall, Ken Lum, Jean-Marc Bustamante of de fotocriticus Jean-François Chevrier. Ook de zelfportretten van Philip Akkerman - al is dat schijnbaar de minste van diens bekommernissen - worden door de Witte de With-directeur vanuit dit perspectief gekaderd. Chris Dercon blijft zich daarbij baseren op een conceptuele ondertoon in Akkermans werk: in de reeksen realistische zelfportretten ziet hij een actueel en vernieuwend verband met de conceptuele kunst "en een verwantschap met de registratie en enscenering van de realiteit bij kunstenaars als Wall en Kawara. Voor Dercon belichaamt Akkermans oeuvre "de nieuwe identiteit van de actuele kunstenaar die zich als subject verhoudt tot de realiteit." (5)
De tentoonstelling van Philip Akkerman sluit aan bij het onderzoek dat in Witte de With wordt verricht naar de afbeelding van de menselijke figuur en naar het vraagstuk van mimesis in meer algemene zin.

(2) Dieter Schmidt, Otto Dix im Selbstbildnis , Henschel Verlag 1981.
Geciteerd in Erika Billeter, Das Selbstportrait im Zeitalter der Photographie..
(3, 4, 5) Herma Bijl, Terug naar de realiteit, Chris Dercon in gesprek met Philip Akkerman , Metropolis M, jaargang 13, nr. 1, februari 1992.

Sandberg Prijs 1993

Winnaar van de Piet Ouborgprijs 1999 van de stad Den Haag
Philip Akkerman heeft in nauwelijks 20 jaar een oeuvre opgebouwd van ruim drieduizend zelfportretten, ca 1300 schilderijen en 1700 tekeningen. Een volstrekt uniek oeuvre dat zijn vergelijk niet kent, noch in stijl, noch in de persistente aandacht voor het schilderen, waarvoor hij steeds hetzelfde onderwerp gebruikt, namelijk het eigen hoofd, het eigen gezicht. Hoe hij dat ook draait of keert, hoe hij het ook toetakelt of uitdost, hij kan het niet als een neutraal gegeven hanteren. Telkens als hij zich in de spiegel aankijkt om aan de slag te gaan voor een nieuw werk, moet hij door zichzelf heen om de essentie van het schilderen te doorgronden.
Aan de prijs is een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag en een publicatie/catalogus verbonden:
Het geheim van de spiegel : schilderijen-tekeningen = The mirror's secret : paintings-drawings : 1981-1999 / Philip Akkerman ; ISBN: 9073799317 ; Uitgever: Den Haag: Stroom hcbk, [1999]
In de inleidingen wordt naast de persoonlijke ontwikkeling van Akkerman de serie van 3000 zelfportretten vanuit verschillende gezichtspunten besproken, zoals onderzoek naar de technische mogelijkheden van de schilderkunst, als deel van de Nederlandse portrettraditie, of als postconceptuele reactie op andere uitingen van conceptuele kunst. Omdat het werk zowel onder realisme als onder conceptuele kunst gerangschikt kan worden, is het interessant voor een bredere groep volgers van de hedendaagse Nederlandse schilderkunst. - J.H. Breeschoten

2000 beeldspoor schilderen van uitsluitend zelfportretten, maakt zijn kunst conceptueel en van deze tijd. Zijn portretten lijken "als dagboeknotities gebonden aan de kalender en daarmee ook aan het dagelijkse en aan de gang van het gewone leven" zoals Verschaffel het mooi omschrijft. Kijkend naar alle zelfportretten van Akkerman, voelt de toeschouwer zich alsof hij rondsnuffelt in het leven van de schilder. Alsof hij inbreekt in het dagboek van de kunstenaar. Akkerman heeft ooit over zijn schilderijen gezegd: "Ik schilder mezelf, dus schilder ik de hele mensheid." Daarmee maakt hij zijn kunst universeel en voor iedereen toegankelijk. De kunst van Akkerman geeft de toeschouwer het recht zich te spiegelen. "...En alleen mijn geweten bepaalt of dat met of zonder genoegen is" schreef Baudelaire in 1859.

De portretten van Akkerman laten een veelheid aan typen zien die hij in zichzelf herkent; van eenvoudige studies op waarheid gebaseerd tot bijna karikaturale verbeeldingen van zijn eigen gelaatstrekken. Ook maakt hij graag gebruik van theatrale ensceneringen met verschillende hoeden, petten en andere hoofddeksels waardoor het zelfportret los komt van het zogenaamde Grote Begin. Zo ook in het portret dat Akkerman heeft gemaakt voor de Rotterdamse Schouwburg. Meer theater dan in dit portret is bijna niet voor te stellen. Zijn gezicht is het toneelstuk waar we naar kijken, de toneelschrijver vertelt er het zijne over en tracht de toeschouwer met dramatiek te overtuigen. Echter, de toeschouwer bepaalt zelf wat hij ziet.
Annejet Paalman
Caldic Collectie, Rotterdam


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 24.