kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Piet van der Hem

Piet van der Hem (1885-1961)

Friese kunstenaar; schilder, lithograaf en tekenaar, geboren 9 september 1885 in Wirdum, overleden 24 april 1961 in Den Haag.

Van der Hem is vooral bekend als portretschilder van jachttaferelen en als politiek tekenaar.

Biografie
Piet van der Hem, zoon van koopman Dirk van der Hem en Geertje Pieters Smids, groeide vanaf twaalfjarige leeftijd als wees op bij zijn oom en tante in Leeuwarden.

Na vier jaar de rijks-HBS in deze stad te hebben bezocht, besloot hij, daartoe gestimuleerd door zijn tekenleraar J. Bubberman, zich verder als kunstenaar te bekwamen. In 1902 ging hij studeren aan de Rijksschool voor Kunstnijverheid in Amsterdam waar hij drie jaar later de akte middelbaar tekenen haalde. Nog tijdens deze studie volgde hij avondlessen bij A. Allebé, directeur van de Rijksacademie van Beeldende Kunsten in Amsterdam. Van 1905 tot 1907 vervolgde hij daar de dagopleiding tekenen bij onder andere de schilder N. van der Waay en de graficus P. Dupont.

Met een koninklijke subsidie op zak vertrok hij in september 1907 naar Parijs, om er tot de zomer van 1908 in een atelier op Montmartre te werken. Hij maakte een groot aantal tekeningen en schilderijen van het straat- en uitgaansleven in de Franse hoofdstad, waarin de overeenkomsten met het werk van kunstenaars als H. Toulouse-Lautrec en Th.A. Steinlen onmiskenbaar zijn. Ook Van der Hem werd namelijk gefascineerd door de glamour van het Parijse nachtleven. Niet alleen de thematiek, ook de stijl van zijn werk uit deze periode herinnert direct aan de Franse kunst van het fin de siècle.

Terug in Amsterdam werkte Van der Hem zijn schetsen uit tot schilderijen en hij schetste en schilderde veel in de volksbuurten. Hij ontmoette op de 'Jan-Steenzolder' in de 2e Jan Steenstraat kunstenaars als Jan Sluyters, Leo Gestel, Piet Mondriaan en Piet van Wijngaerdt. Zo kwam hij in aanraking met de avant-garde van die jaren.

In het voorjaar van 1909 kon hij zijn werk presenteren op de tentoonstelling van de schildersvereniging 'Sint Lucas' in het Stedelijk Museum. Dit debuut op een expositie die door een groot publiek als een graadmeter voor de ontwikkeling van de moderne kunst werd gezien, was voor zijn beginnende kunstenaarsloopbaan van grote betekenis. In de jaren 1909-1914 gold Van der Hem, samen met jonge schilders als Piet Mondriaan, Jan Sluyters en Leo Gestel, als vertegenwoordiger van het Amsterdamse luminisme, de stroming die, uitgaande van het Franse impressionisme, vernieuwingen in de Nederlandse kunst bracht. Publiek en pers hadden veel aandacht voor zijn werk en ontvingen het overwegend met enthousiasme en bewondering. Het was echter vooral de inhoud, de voor die tijd ongewone en gedurfde onderwerpkeuze, die Van der Hem deze plaats te midden van de vernieuwingsgezinden bezorgde, want wat zijn manier van schilderen en tekenen betreft, was hij in feite geen echte modernist. Daarvoor bleven zijn vormen en kleuren altijd te veel aan de realiteit gebonden.

Van der Hem reisde veel, vooral in de jaren 1910 - 1914, Rome en Parijs in 1910/1911, Moskou en Sint Petersburg in 1912 en Madrid in 1914. Op al zijn reizen schetst en tekent hij steeds weer de couleur locale van het mondaine uitgaansleven. Terug in Amsterdam werden die impressies uitgewerkt tot van kleur spetterende schilderijen.

In 1914 ging hij meewerken aan De Nieuwe Amsterdammer met nogal politieke tekeningen, die niet van humor waren ontbloot.

Na het succes van de eerste jaren verslapte de aandacht voor het werk van Van der Hem. Door de snelle ontwikkelingen in de Nederlandse kunst kon hij niet langer tot de avant-gardisten worden gerekend. Voor Van der Hem moet het in deze tumultueuze tijd niet gemakkelijk zijn geweest zijn positie te bepalen. Allengs verschoof zijn aandacht van het schilderen en tekenen van luchthartige, elegante scènes naar een krachtige figuurschildering. Zo kregen zijn te Katwijk in 1913 en te Volendam in 1917/1918 vervaardigde stukken een ernstig, soms haast somber karakter.

Van zijn reizen uit de tijd na 1918 komt hij terug met schilderijen waarin de jonge Van der Hem herkenbaar is: kleurrijk en verhalend

In 1918 vestigde hij zich definitief in Scheveningen, waar hij zich vooral toelegde op het portretschilderen. Daarmee had hij veel succes bij de Haagse beau-monde.
Voortaan schilderde hij - afgezien van enkele taferelen gewijd aan zijn hobby, de jacht - nog vrijwel uitsluitend in opdracht.
In de loop der jaren werden vele prominenten door hem afgebeeld, onder wie de danseres Mata Hari, minister M.W.F. Treub, de actrice Fie Carelsen en admiraal C.E.L. Helfrich. Naam maakte hij met regeringsopdrachten als het groepsportret van het Ministerie Cort van der Linden uit 1922, het statieportret van De koninklijke familie uit 1925/1926 en de Huwelijksinzegening van prinses Juliana en prins Bernhard uit 1937.

Van der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij - als nevenactiviteit - illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Voor het blad Sprokkelingen van de firma Lindeteves maakte Van der Hem tientallen tekeningen terwijl hij ook voor andere bedrijven reclamefolders en boekontwerpen maakte.

Van 1914 tot 1941 verschenen in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagse Post vanaf (1920-1935) en de Haagse Courant (1935-1941) zijn rake politieke prenten. Na het instellen van de Duitse censuur in 1941 stopte hij met zijn politieke prenten. Ook na de oorlog pakte hij het niet meer op. Tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.

© ING - Den Haag. Bronvermelding: Germa van Heerbeek, 'Hem, Pieter van der (1885-1961)', in Biografisch Woordenboek van Nederland. URL:http://www.inghist.nl/Onderzoek/Projecten/BWN/lemmata/bwn4/hem [15-02-2007]



Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 326.