kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Pieter Isaacsz

Nederlandse schilder, portret- en historieschilder, kunsthandelaar en diplomaat aan het Deense hof, geboren 1569 - overleden 1625.

De maniëristische schilder Pieter Isaacsz, 0ook wel Peter Isaacsen, onderhield nauwe contacten met Karel van Mander en Hendrick de Keyser. Tot zijn leerlingen behoorden Hendrick Avercamp en Pieter Lastman.

Biografie
Pieter Isaacsz groeide op in Helsingor aan de Sont in Denemarken uit Nederlandse ouders. Zijn vader Isaac Pietersz, een rijke Amsterdamse koopman die het Deense hof van luxe goederen voorzag, emigreerde met zijn gezin vanuit Nederland naar Denemarken waar hij werkte als handelsagent voor koning Frederik II.

Na de dood van Pieters moeder reisde het gezin naar Amsterdam, waar hij zijn schildersopleiding kreeg van de bekende Amsterdamse portretschilder Cornelis Ketel. Vervolgens ging Isaacsz in Venetië in de leer bij de Duitse kunstenaar Hans van Aken. In deze periode maakte hij voornamelijk maniëristische schilderijen met bijbelse thema's.

Rond 1593 keerde hij terug naar Amsterdam, waar hij opdrachten uitvoerde voor rijke kooplieden en bestuurders. Hij had in deze beginperiode intensieve contacten met vele Zuid-Nederlandse kunstenaars die in Amsterdam woonden.

Aan het begin van de 16de eeuw werkte hij voor het stadhouderlijk hof.

Allegorie op Amsterdam als centrum van de wereldhandel, 1606, Olieverf op paneel, 79,4 x 165 cm
In 1604 reisde de Amsterdamse stadsorganist Jan Pietersz. Sweelinck naar Antwerpen om een nieuw klavecimbel voor het stadhuis van Amsterdam te bestellen bij de beroemde familie Rucker. Kort nadat het instrument was afgeleverd, vroeg het stadsbestuur aan Pieter Isaacsz om deze te beschilderen. Voor het ontwerp van de beschildering werd een beroep gedaan op de schilder en schrijver Karel van Mander. Op deze ' Allegorie op Amsterdam als centrum van de wereldhandel' is links de Amsterdamse stedenmaagd te zien met Neptunus naast zich. Twee vrouwelijke figuren bieden haar een schip en een parelketting aan, symbolen van zeevaart en rijkdom. Haar linkerhand houdt zij boven een hemel globe. Rechts van de maagd staan twee zeelieden met navigatie-instrumenten, die de hemelglobe raadplegen.
Centraal in de voorstelling zijn drie schepen afgebeeld. Een van deze schepen wordt gelost. De spiegel van het grootste schip is versierd met het wapen van stadhouder Maurits. Hoogstwaarschijnlijk is dit de 'Mauritius', het schip dat in 1602 voor het eerst uitvoer als admiraalsschip van Wybrand van Warwyck. In de achtergrond van het schilderij is een vreemd patroon te zien van groene vlakken waartussen blauwe vlakken met scheepjes. Het is een verbeelding van de gehele wereld, geschilderd in het platte vlak. De toeschouwer kijkt als het ware ergens ten noorden van Noorwegen van grote hoogte schuin neer op de bekende wereld. Door de vertekening van het perspectief is Afrika sterk in elkaar gedrukt en is de Middellandse Zee een benauwde zeearm geworden.
De sleutel tot de voorstelling die Isaacsz op het deksel schilderde ligt besloten in een Latijns gedicht op het klavecimbeldeksel op een tablet dat schuin tegen een obelisk ligt.
Op het tablet staat geschreven: 'Exclusam hesperia perituram Hispane putasti Me? Frustra: nam cura Dei mihi pandit ad Afros Primo iter, atque Indos, et qua patet extima China Quaque etiam priscis non cognitus Orbis in Orbe. Perge favere Deus, daque his agnoscere Christum.' De vertaling luidt: 'Had je gedacht dat ik, uitgesloten van het Spaanse westen, verloren zou zijn? Mis: want de zorg Gods heeft mij vooreerst de weg geopend naar Afrika en Indië, en waar het exotische China zich uitstrekt, en het gebied op de wereld waarvan zelfs de Ouden geen weet hebben. Blijf ons begunstigen, God, en geef dat zij Christus leren kennen.'
De voorstelling en het gedicht samen verklaren de bedoelingen van Isaacsz, Van Mander en de stad Amsterdam. Het schilderij verbeeldt de nieuw verworven status van Amsterdam als centrum van de wereldhandel, ondanks de tegenwerking van het Spaans-Portugese rijk. Ook wordt hulde gebracht aan de kennis en durf van de zeevaarders en wordt de stadhouder geëerd, die de strijd tegen de Habsburgers aanvoert.
Het stadsbestuur wilde dat het nieuwe klavecimbel uitdrukking zou geven aan de Amsterdamse handelsdrift en koloniale ondernemingslust. Voor de eervolle opdracht om het klavecimbel te beschilderen ontving Pieter Isaacsz maar liefst 300 gulden, een bedrag dat aanzienlijk hoger was dan de prijs die voor het instrument zelf was betaald. Karel van Mander ontving in 1606 van het stadsbestuur een 'rozenobel': een munt ter waarde van 16 gulden en 14 stuivers. Waarschijnlijk verdiende hij dat geld door Isaacsz te helpen met het bedenken van de compositie. - (Deense koning Christiaan IV Isaacsz in zijn atelier om schilderijen voor de vorst te kopen. Isaacsz' werk beviel zo goed dat Christiaan werd uitgenodigd naar Denemarken te komen.

Rond 1608 vertrok Pieter Isaacz voor het eerst naar Denemarken. Hij werkte als diplomaat en kunsthandelaar voor de Deense koning Christiaan II. In 1614 werd Isaacsz benoemd tot diens hofschilder.

Portret van Christiaan IV met regalia, c. 1614

In 1614 schilderde Isaacsz een majestueus staatsieportret van Christiaan IV. Dit schilderij laat zien waarin de schilder excelleerde: de zeer precieze stofuitdrukking van kostbare textielsoorten, metalen en edelstenen.

Aan het einde van zijn leven kreeg Isaacsz van Christiaan IV zeer belangrijke opdrachten: de decoratie-programma's voor de grote zaal op het lustslot Rosenberg in Kopenhagen, het imposante Kronenborg aan de Sont, en het oratorium van de koning op het grotendeels opnieuw opgetrokken residentieslot kasteel Frederiksborg. Aan dit oratorium leverden enkele bekende 'pre-Rembrandtisten' een bijdrage.

De omvang van de opdracht voor de grote zaal op Rosenborg was in de Republiek op dat moment nog ondenkbaar. Van deze cyclus, die oorspronkelijk 30-32 werken moet hebben geteld, is ongeveer de helft bewaard gebleven. Het betreft zeer uiteenlopende voorstellingen van bijvoorbeeld een kraamkamer, een badhuis, een doopscène en voorstellingen van kinderen op school. De cyclus wekte destijds grote bewondering bij buitenlandse bezoekers. Kunsthistoricus Juliette Roding interpreteert de reeks als een ‘vorstenspiegel’ voor de kinderen en bastaardkinderen van Christiaan IV: een reeks ethische en pedagogische voorstellingen waarin de normen en waarden waaraan een goed vorst zich dient te houden worden verbeeld.

Isaacsz speelde een zeer grote rol in de verspreiding van Nederlandse kunst en cultuur in Denemarken. Via Isaacsz werden onder meer grote aantallen Nederlandse kunstwerken ingevoerd. Toen zijn opdrachten terugliepen, besloot de schilder om voor een vast jaarloon als spion voor de Zweedse regering werken.

Nadat Pieter Isaacsz zijn vader in 1617 was opgevolgd als Commissaris voor de Staten Generaal bij de Sonttol, nam zijn leven een dramatische wending. Hij liet zich in 1620 door de Zweedse kanselier Axel Oxestierna overhalen om spion te worden voor de Zweedse koning Gustav II Adolf. Badeloch Noldus heeft de brieven van Isaacsz aan de aartsvijand van de Zweedse koning en die van Oxestierna onderzocht en geïnterpreteerd. Isaacsz werd zeer goed beloond voor zijn inlichtingenwerk. De betalingen werden weggemoffeld tussen het honorarium voor de schilderijen die hij naar Zweden zond. Vijf jaar lang hield hij dit dubbelleven vol, tot hij in 1625 aan de pest overleed.

Binnen de Nederlandse kunstgeschiedenis heeft Pieter Isaacsz nooit een eigen plaats kunnen overoveren. Jonger dan Hendrick Goltzius, Karel van Mander en Cornelis. van Haarlem en ouder dan Pieter Lastman, Jan Pynas en andere 'Pre-Rembrandtisten', en bovendien het grootste deel van zijn carrière buiten de Nederlanden werkzaam, viel hij door zijn levensloop en oeuvre tussen wal en schip.

In 1885 besteedde de toenmalige gemeentearchivaris van Amsterdam, N. de Roever, voor het eerst aandacht aan Pieter Isaacsz in een artikel in Oud Holland van 1885. Hij corrigeerde daarbij fouten uit verschillende Duitse lexica. De door hem aangedragen gegevens werden in latere jaren aangevuld door onder andere E.D.O. Obreen en A. Bredius. In Denemarken publiceerde H.C. Bering Lissberg in 1926 een uitvoerige biografie over 'Peter Isaacsen' in het Kunstmuseets Aarsskrift.

Websites: www.rijksmuseum.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1560.