kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-11-2008 voor het laatst bewerkt.

Pieter Jansz Saenredam

Pieter Jansz. Saenredam

Nederlandse kunstschilder, architectuurschilder en tekenaar, 9 juni 1597 Assendelft - 1665 Haarlem.

Pieter Jansz. Saenredam was een schilder en tekenaar uit de Gouden Eeuw die vooral bekend werd door zijn stadsgezichten en verfijnde tekeningen en schilderijen van het interieur van kerken, waarin het lijnperspectief prachtig tot uiting komt. Hij was een van de eerste kunstschilders die kerkinterieurs tot onderwerp namen. Saenredams werk bestaat voor het grootste deel uit olieverfschilderijen, meest op houten panelen, maar hij maakte ook gebruik van waterverf, inkt en krijt.

De delicate kerkinterieurs van Pieter Jansz Saenredam ademen een serene stilte. Met subtiele, blanke kleuren schilderde hij de grote vlakken van de witgekalkte muren, de zachte rondingen van de zuilen en de bogen. Met een weldoordachte opbouw schiep hij helderheid, rust en spirituele harmonie.

Saenredam was niet de eerste die architectuurstukken schilderde. Het genre kwam tot ontwikkeling in de 16de eeuw in Antwerpen, waar uit Noord-Nederland afkomstige schilders als Hendrick van Steenwijck de Oude en Hans Vredeman de Vries er een specialisme van maakten. In Noord-Nederland waren Hendrick van Steenwijck de Jonge en Bartholomeus van Bassen al vroeg actief als architectuurschilders. Saenredam was echter wel de eerste die bestaande gebouwen schilderde. Bovendien was hij uniek doordat hij observatie (natekenen) combineerde met opmetingen en constructietekeningen. Voor het ingewikkelde meet- en perspectiefwerk had hij waarschijnlijk een leermeester in de landmeter en wiskundige Pieter Wils. Verder was Saenredams nauwe contact met Jacob van Campen en andere architecten medebepalend voor zijn ontwikkeling tot architectuurschilder.

Anders dan zijn collega-architectuurschilders werkte Saenredam op basis van nauwkeurige opmetingen en schetsen ter plaatse. Deze dienden als basis voor zorgvuldige ‘constructietekeningen’. Die waren vervolgens het uitgangspunt voor de schilderijen: weldoordachte composities, die een grote rust en helderheid uitstralen en een volstrekt uniek karakter hebben.
In zijn afbeeldingen legde hij de nadruk op de architectonische constructie van de ruimte. Uiterst minutieus heeft Saenredam de architectuur van kerken en gebouwen in tekeningen en schilderijen in beeld gebracht. In lichte, blanke kleuren schilderde hij de grote vlakken van de muren. Met een weldoordachte opbouw schiep hij helderheid, rust en harmonie.

De meeste stukken schilderde hij van het interieur van de Grote of Sint Bavokerk in Haarlem, waar hij ook begraven is. Maar hij schilderde ook graag in Utrecht (kerkinterieurs en stadsgezichten) en Amsterdam (o.m. het Oude Raadhuis). Zelf was hij nooit in Rome, maar hij vervaardigde een paar 'Romeinse' tekeningen die hij baseerde op het schetsboek van de schilder Maarten van Heemskerck.

In zijn werk verwijderde hij zich van het speelse maniërisme en stortte zich op heel precieze weergave van architectonische objecten: gebouwen en interieurs, met alle lijnen en belangrijke details. Voor het perspectivistisch effect maakte hij gebruik van de lijnen van de pilaren en bogen, en wanneer hij schilderde vanuit een laag standpunt buitte hij de lijnen van de vloertegels uit.
Als hij genoeg tijd had, klom hij met de beiaardier in de toren of liet zich tijdens restauratiewerkzaamheden omhoogstuwen in een stellingstoel tot vlak onder de gewelfbogen en ribben. Hij maakte schetsen vanuit alle mogelijke hoeken. Aanzichten van gevels, uitsneden van het interieurperspectief en stukken van de gewelven van het plafond. Soms tekende hij ook schijnbaar onbetekenende details als een afgebladderd stukje kalk.
Vervolgens mat hij alle onderdelen van het bouwwerk op, maakte plattegronden en doorsneden. Het schilderij dat naar aanleiding van die schetsen en tekeningen tenslotte ontstond, is op het gebied van de perspectief zo ongeveer de meest onhaalbare uitdaging die je je kunt voorstellen. Vooral kerkinterieurs met hun ingewikkelde ritmiek van zuilen en kruisribgewelven rond gebogen vlakken zijn haast ondoenlijk.

De kunstschilder reisde ook naar andere steden en verbleef er soms langdurig om kerkinterieurs in schetsen te documenteren. Soms liet hij zich zelfs door een landmeter adviseren, zodat hij de ruimte zo exact mogelijk kon weergeven, maar indien nodig manipuleerde hij de gegevens ook. Soms plakte hij de gegevens van twee waarnemingen aan elkaar of trok hij de schets uit in de breedte. Het belangrijkste doel van Saenredam was om de kijker een optimale beleving van de ruimte te bieden. De kunstenaar bezat een grote en brede bibliotheek, waarbij het zwaartepunt op geschiedenis en topografie lag.

De resultaten van zijn pijnlijk nauwkeurige werk zijn niet zoals men zou verwachten koude, mechanische perspectiefstudies, integendeel, ze stralen warmte, sfeergevoel, ruimte en een serene rust uit. Voor zijn olieverfschilderijen gebruikte hij sfeerverhogende kleuren en bruin-rood-grijze kleurtinten. Belangrijk is, dat zijn kerkruimten op een heel bepaalde manier tot leven komen. Eén van de middelen waarmee hij dat bereikt is het plaatsen van mensfiguurtjes tussen de zuilen en pijlerbundels. Als enige grote schilder uit de Gouden Eeuw is Saenredam helemaal niet in het fenomeen mens geïnteresseerd. De passie van Saenredam betreft niet de mens maar de scheppingen van diens geest. En dan vooral die scheppingen waarin de betrekking tot het goddelijke tot uitdrukking komt in de ritmiek die doorkijkjes langs kerkzuilen en -bogen opleveren. Daarbinnen is de mens slechts een detail, een nietig stukje stoffering, dat ervoor zorgt dat je de ruimtelijkheid van het kerkinterieur maximaal kunt ervaren. Bovendien versterken de paar menselijke figuurtjes in zijn kerken het gevoel van toevalligheid. Ze staan of lopen daar in een achteloos soort eenzaamheid, haast willekeurig ‘gefotografeerd’.

Saenredam schilderde zijn interieurs in zijn atelier. Hij maakte daarbij gebruik van schetsen en tekeningen die hij eerder, soms jaren daarvoor, ter plaatse had gemaakt. Dat tekenwerk in en om de gebouwen vond gewoonlijk in de warme maanden van het jaar plaats. Daarna werkte hij deze tekeningen ‘naar het leven’ uit tot zogenaamde constructietekeningen, vrijwel steeds van dezelfde maat als het uiteindelijke schilderij. Hierin paste hij de proporties van de gebouwen veelal aan, en liet hij onderdelen weg of voegde die toe, om zo de door hem gewenste helderheid en eenvoud van de ruimte te bereiken.
De uitgewerkte tekeningen bewaarde hij tot hij klaar was voor de laatste fase: het overbrengen van wat hij getekend had op houten panelen, waarvoor hij olieverf gebruikte. Gewoonlijk maakte hij die constructietekeningen van achteren zwart met krijt, en ‘griffelde’ ze dan met een stift door op geprepareerde panelen.

Zijn zorgvuldig gedateerde en geannoteerde tekeningen zijn de neerslag van reizen naar Den Bosch, Assendelft, Alkmaar, Utrecht, Amsterdam en Rhenen. Saenredam bezat niet alleen een collectie tekeningen en schilderijen, onder meer van Maerten van Heemskerck, maar ook een grote wetenschappelijke bibliotheek.

Biografie
Pieter Saenredam werd geboren in het dorpje Assendelft, ten noorden van Haarlem. Hij was een zoon van de belangrijke schilder en prentmaker Jan Pietersz Saenredam, een leerling van Goltzius. Ondanks zijn talent en succes woonde Pieters vader niet in Amsterdam of het nabij gelegen Haarlem, maar in het kleine Assendelft. Daar kreeg hij zeven kinderen waaronder de getalenteerde Pieter.

Toen zijn vader in 1607 stierf liet hij zijn vrouw en enige zoon dankzij lucratieve investeringen in de Verenigde Oostindische Compagnie een ruime erfenis na. Dankzij het VOC-aandeel van zijn vader was Pieter Saenredam de rest van zijn leven verzekerd van een behoorlijk dividend. De inkomsten waren genoeg om van te leven, ook als hij even geen schilderijen verkocht. Door zijn relatieve rijkdom kon hij zich veroorloven maandenlang aan een schilderij te werken.

Moeder en zoon vertrokken naar Haarlem, waar Pieter in 1612 maar liefst elf jaar in de leer was bij Frans Pietersz de Grebber, bij wie hij als medeleerlingen de Nederlandse architect Jacob van Campen en Cornelis Vroom ontmoette. Met beiden bleef hij zijn leven lang bevriend.

Ruim tien jaar later, in 1623, werd Saenredam als meester opgenomen in het St. Lukasgilde. Hij trouwde in Haarlem en kreeg een dochter. Saenredam kwam weliswaar uit een protestants nest, maar werd pas op zijn 54ste zelf lidmaat van de gereformeerde kerk.

In het begin van zijn carrière maakte Saenredam met name ontwerptekeningen voor gravures van verschillende onderwerpen. Zoals het beleg van Haarlem (1572-73) in vogelvlucht en de portretten van contra-remonstranten, onder meer voor Samuel Ampzings belangrijke boek over de geschiedenis van Haarlem, Beschryvinge ende lof der stad Haerlem in Holland (1628).

Vanaf 1628 legde Saenredam zich geheel toe op het schilderen van ‘perspectiven’ - architectuurstukken - en dat bleef verder zijn specialisme. Met zijn afbeeldingen van kerkinterieurs was hij de grondlegger van een nieuw genre in de Nederlandse schilderkunst. Hij tekende en schilderde diverse gebouwen in Haarlem en Utrecht, en daarnaast nog in Assendelft, Alkmaar, Amsterdam, Den Bosch en Rhenen: in totaal 15 verschillende kerken en 4 stadhuizen.

Waarschijnlijk ontstonden zijn schilderijen zelden in opdracht. Hij was financieel onafhankelijk en kon schilderen wat hij zelf wilde. Van Saenredam zijn nog ongeveer 50 schilderijen bekend, en ruim 100 schetsen en tekeningen in potlood en krijt, inkt en waterverf.

Interieur van de Grote of Sint-Bavokerk te Haarlem, 1636, Olieverf op paneel, 95,5 x 57 cm
Door de witte, hoge boog wordt het oog meteen naar het orgel getrokken. Het contrast van het goud, bruin, zwart en blauw van het orgel met de koele blankheid van het interieur is opvallend. Pieter Saenredam schilderde het interieur van de Grote of Sint-Bavokerk in 1636. De kerk stond (en staat) in Haarlem, de stad waar hij woonde. Van de Grote of Sint-Bavokerk maakte hij verschillende versies.
In dit kerkinterieur besteedde Saenredam veel aandacht aan de orgels. Hij gaf het grote orgel op zijn mooist weer: met geopende luiken en vergulde opschriften. Hij had zijn standpunt in de kerk zo gekozen, dat hij ook het tweede orgel kon afbeelden. Dit orgel is veel eenvoudiger en een stuk kleiner. Het grote orgel, dat uit de 15de eeuw stamde, is rijk versierd met fijn houtsnijwerk en vergulde ornamenten. Op het geopende orgelluik is de Verrijzenis van Christus te zien. Voor het weergeven van het verguldsel mengde Saenredam goudpoeder door de verf. Wat in het echt goud was, moest ook op het schilderij schitteren met goud.
In de tijd dat Saenredam de Sint-Bavokerk schilderde, werd in Haarlem door vooraanstaande muziekliefhebbers een campagne gevoerd voor méér orgelspel in de kerk. Calvinistische dominees waren tegen orgelspel. Er klonk weinig muziek in de kerk, psalmen werden onbegeleid gezongen. Liever hadden ze helemaal geen orgels in de kerk, want de fraai uitgevoerde muziekinstrumenten getuigden van pronkzucht en overdaad. De Haarlemse muziekliefhebbers boden het stadsbestuur een petitie aan, waarin zij vroegen om het orgel, 'cieraad van de kerck', dagelijks te gebruiken. Het kan zijn dat Saenredam de orgels zo prominent afbeeldde, om deze campagne te ondersteunen.
De hoogte van het kerkgebouw wordt nog eens benadrukt door de mensen die er aanwezig zijn. In de 17de eeuw waren kerken niet alleen plaatsen van bezinning en gebed. Het waren ontmoetingsplaatsen, waar je gewoon kon binnenlopen. Eén pikant detail kan gemakkelijk aan de aandacht ontsnappen. Het zijn de man en de vrouw die boven op de gaanderij staan. De man staat half verscholen achter het zuiltje. Het is een intiem tafereeltje in die enorme heldere ruimte.
Van de Grote of Sint-Bavokerk heeft Saenredam verschillende tekeningen en schilderijen gemaakt. Die wijken onderling af, want hij bekeek het interieur van de kerk telkens vanuit een andere hoek. Het schilderij met de orgels is een gezicht door het oudste gedeelte van de kerk heen: het koor, dat van omstreeks 1400 dateert. Het orgel hangt boven de noordelijke kooromgang. Tegenwoordig is de prachtige orgelkast er niet meer. Hij werd in 1773 gesloopt. In 1738 was tegen de westgevel nog een enorm orgel geplaatst, van de orgelbouwer Christian Müller. Dat orgel verwierf zeer grote roem. Het verschafte Haarlem de naam 'orgelstad'. (Interieur van de St. Janskerk, Utrecht, 1636
Saenredam werkte in 1636 twintig weken vrijwel onafgebroken in Utrecht. Hij tekende in deze periode de middeleeuwse kerken van de stad. Hij verrichtte er metingen, maakte technische werktekeningen en schetste de gevels en interieurs van de veelal met afbraak bedreigde kerken. In de jaren die volgden werkte hij de tekeningen en voorstudies uit.
Dit getekende interieur van de Janskerk maakte hij op 6 oktober 1636 en vormde de basis voor het in 1645 gedateerde schilderij dat zich nu in het Centraal Museum in Utrecht bevindt. Saenredam gaf de Anthoniuskapel weer, die zich terzijde van de noorderzijbeuk bevond. Door de twee bogen is rechts nog een gedeelte van de kerk te zien. Links bevindt zich de noordermuur van de kerk met afgeschuinde vensters.
In de kapel staat een eenvoudig altaar, links is een laatgotisch grafmonument ingemetseld en aan de wand hangen twee rouwborden. Ook details als de opbergkist, de bel rechts en het epitaaf voor een kanunnik zijn nauwgezet geregistreerd. In het uiteindelijke schilderij heeft Saenredam de compositie vereenvoudigd door de opbergkist, de bel en het epitaaf weg te laten.

Interieur van de Sint-Odulphuskerk te Assendelft, 1649, gezien vanuit het koor naar het westen, olieverf op paneel, 50 x 76 cm
In een lichte, grote kerk zitten in de verte mensen naar een preek te luisteren. De figuurtjes zijn heel nietig in de immense ruimte. Het kerkinterieur met de kerkgangers werd in 1649 geschilderd door Pieter Saenredam. Het is de protestantse Sint-Odulphuskerk in Assendelft. Saenredam was specialist in het schilderen van kerkinterieurs. Met grote nauwkeurigheid en veel gevoel voor kleur en sfeer gaf hij het binnenste van de kerk weer. De grote helderheid in de ruimte en de rust, die dit schilderij van Saenredam uitstralen, maken het tot één van zijn allermooiste werken.
De vloer van de kerk is donker betegeld. De wanden zijn wit geschilderd en zonder een enkele versiering. Dat hoort zo in een protestantse kerk. Alleen aan de rechterwand hangen twee zogenoemde rouwborden, borden met namen van overledenen. Het wit van de hoge muren heeft Saenredam op sommige plaatsen kleuraccenten gegeven, hier wat roze en daar wat geel. Overheersend in kleur is het zachtbruin van de kerkbanken, de preekstoel en het tongewelf, het plafond. In de hoge banken zitten de vooraanstaande burgers, op de lage banken in het midden het gewone volk. Sommigen zitten gewoon op de grond.
Op de kerkbank links heeft Saenredam geschreven: 'de kerck tot Assendelft, een dorp in hollandt, van Pieter Saenredam' en 'diese geschildert int jaer 1649, den 2. October'. Wat betekent dat het schilderij op 2 oktober 1649 klaar was en niet dat Saenredam het op die ene dag had geschilderd. In één van de stenen op de voorgrond zijn namen gebeiteld. Het is het graf van Saenredams vader, Jan Saenredam, en van enkele andere familieleden. De familie had in het dorp Assendelft gewoond, waar Jan Saenredam graveur was. Jan Saenredam ligt aan de voet van de tombe. Daar waren de heren van Assendelft begraven, zijn opdrachtgevers.
Pieter Saenredam werkte volgens een speciale methode. Hij bestudeerde met grote precisie het gebouw dat hij wilde schilderen. Ter plaatse maakte hij schetsen en aantekeningen. Ook verrichtte hij metingen, naar bijvoorbeeld de dikte van een zuil.
Vaak liet hij de studies jaren liggen. Op 31 juli 1634 maakte hij de schets voor de Odulphuskerk, die hij in 1649 schilderde. In augustus 1633 was hij ook al in de 'Assendelftse' kerk aan het schetsen geweest.
Saenredam besloot pas jaren later een schilderij van de Odulphuskerk te maken. Eerst vervaardigde hij aan de hand van zijn aantekeningen en schets een 'constructietekening'. Om te beginnen zette hij hulplijnen. Als de kerkvloer bijvoorbeeld tien meter breed was, dan deelde hij zijn papier in tien verticale stukken. Vervolgens bracht hij een horizontale lijn aan, vanuit het gekozen standpunt altijd op ooghoogte. Alle verticale lijnen lopen naar één plek op die horizontale lijn. Die ene plek is het verdwijnpunt. Zo creëerde Saenredam een rasterwerk, waarbinnen het interieur in de juiste afmetingen en het juiste perspectief kon worden getekend.
Nu moest Saenredam zijn constructietekening nog overbrengen op het paneel dat hij wilde beschilderen. De achterkant van de tekening maakte hij zwart. Hij plakte of prikte de tekening op het paneel en ging met een scherp voorwerp over alle lijnen. Het zwartsel van de achterkant werd dan op het paneel gedrukt. Eindelijk kon hij aan zijn schilderij beginnen. Pieter Saenredam was de eerste en bleef één van de weinigen die op deze omslachtige manier te werk ging. En ondanks al dat pas- en meetwerk, veranderde hij de werkelijkheid soms. Als het beter uitkwam of als hij dat mooier vond maakte hij een zuil wat dikker, een gewelf wat hoger of een ruimte wat ruimer. (Amsterdam, 1657, Olieverf op paneel, 64,5 x 83 cm
De huizen en de toren vormden gezamenlijk het stadhuiscomplex van Amsterdam, dat tot 1652 op de Dam heeft gestaan. Het ziet er bijzonder bouwvallig uit, ondanks de mooie roze en gele kleuren. De Haarlemse schilder Pieter Saenredam maakte in 1641 een tekening van het oude stadhuis. Hij werkte de tekening pas in 1657 uit in dit schilderij, dat door de burgemeesters van Amsterdam werd aangekocht. Pieter Saenredam was architectuurschilder. Hij had zich gespecialiseerd in kerkinterieurs, maar ook andere gebouwen gaf hij liefdevol en met uiterste precisie weer.
Pieter Saenredam was een nauwgezet man. Zes dagen lang was hij bezig met de tekening van het oude stadhuis. Hij noteerde op de tekening: 'Pieter Saenredam dit geteeckent op den 15, 16, 17, 18, 29, 20 Julij 1641'. Pas na zestien jaar schilderde Saenredam het oude stadhuis, dat toen niet meer bestond. Op de luifels van de winkels staat: 'Pieter Saenredam, Heeft dit eerst naer t' Leeven Geteeckent, met al sijn Coleuren [kleuren] int Jaer 1641. En dit Geschildert, int jaer 1657'. En op het bordes links: 'Dit is het oudt Raethuijs der stadt Amsterdam, twelck afbrande int jaer 1651 den 7 julij in 3 uren tyt sonder meer'. Hier maakte de precieze Saenredam een foutje. Het stadhuis brandde in 1652 af.
De Dam, waar het stadhuis aan lag, was het kloppende hart van de stad en het centrum van de economische bedrijvigheid. De burgemeesters van Amsterdam zaten behoorlijk in hun maag met het oude stadhuis. Het complex was bepaald geen afspiegeling van het welvaren van Amsterdam, de belangrijkste handelsstad ter wereld. In 1648 kon een begin worden gemaakt met de bouw van een nieuw stadhuis. Een gróóts stadhuis, dat nu het Koninklijk Paleis is. Een deel van het oude stadhuis werd afgebroken, want er schuin achter was het nieuwe gepland. In 1652 brak een hevige brand uit in het oude stadhuis. Van de toch al gammele gebouwen bleef weinig over.
Het stadhuis had er niet altijd zo miserabel uitgezien. In de 16de eeuw had het een trotse, fiere aanblik. Het huis rechts had een hoge gevel. De grote toren had een spits en stadsklokken. Het complex was een ratjetoe van verschillende gebouwen. Wanneer precies de huizen en toren zijn gebouwd, is niet bekend. In ieder geval na 1452, want in 1452 ging een groot deel van Amsterdam in vlammen op. De linker huizenrij was oorspronkelijk een ziekenhuis: het Sint-Elisabethsgasthuis. Functionarissen met namen als 'Commissaris van Kleine Zaken' en 'Thesaurier extraordinaris' hadden hier hun onderkomen.
Commissarissen van Kleine Zaken waren ambtenaren. Zij hielden zich ter verlichting van de schepenen, de rechters, bezig met gerechtszaken. Ze deden geen zware zaken, maar wel 'kleine'. Ze konden zelfstandig schikkingen treffen en boetes heffen.
De thesaurier extraordinaris hield zich bezig met de gewestelijke belasting op onroerende goederen.

Het stadsbestuur en de ambtenaren waren niet de enigen in het stadhuis. Het complex bood ook onderdak aan de schout, de schepenen en hun dienaren. Die functies zijn te vergelijken met justitie en politie. In het linkerhuis werd achter het traliewerk, dat tussen de zuilen is te zien, door de schepenen recht gesproken. De 'Vierschaar' heette de rechtbank toen. Wanneer er een rechtzaak was stond de galerij vol belangstellenden, want daar was goed te volgen wat zich binnen afspeelde.
Schaar is Oudnederlands voor bank. Oorspronkelijk was de Vierschaar een groep van vier banken waarop bij een middeleeuwse rechtszitting de schout, de schepenen, de aanklager en de beschuldigde zaten.
Links aan de gevel hangt een walviskaak; de betekenis daarvan is niet bekend. Aan verschillende Hollandse stadhuizen hing een walviskaak. Achter de gevel van dit huis was vanaf 1609 de bank van Amsterdam gevestigd. De bank heette toen 'Wisselbank'. Kooplieden hadden hier een rekening, maar ook vorsten, steden en regeringen. Er ging heel wat geld om in Amsterdam. Uit veiligheidsoverwegingen was de toegangsdeur aan de voorgevel dichtgemetseld. De ruimte aan de voorkant werd verhuurd. Er vestigden zich neringdoenden. Links een boekwinkel, daarnaast wellicht een klerk. Op de eerste verdieping hadden verschillende stadhuisambtenaren hun kantoor.
Vijf jaar na de brand maakte Saenredam het schilderij. Hij verkocht het aan de burgemeesters van Amsterdam. Vierhonderd gulden kreeg hij er voor. De burgemeesters hingen het in hun kamer in het pas gebouwde stadhuis, naast een schilderij van Jacob van der Ulft, dat het nieuwe stadhuis
voorstelde. Beide schilderijen waren gevat in een donkere, ebbenhouten lijst. Eeuwenlang zouden ze daar blijven hangen, waarbij het schilderij van Saenredam de meeste lof oogstte. Hier is een ander stadhuis van Van der Ulft afgebeeld. - (Pieter Saenredam overleed op 31 mei 1665 in zijn woonplaats Haarlem.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 841.