kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 21-03-2008 voor het laatst bewerkt.

Pieter Ouborg

Nederlands kunstschilder, geboren Dordrecht, 10 maart 1893, gestorven Den Haag, 3 juni 1963

Piet Ouborg was een introverte man, niet er op uit om zich in het gezelschap van anderen te manifesteren, laat staan op de voorgrond te plaatsen. Bovendien heeft hij tijdens zijn leven heel lang getwijfeld of hij het recht had om zichzelf als kunstenaar te beschouwen. Hij kwam uit een eenvoudig milieu. Zijn vader was eerst winkelier, later boekhouder. In Dordrecht. Het gezin had tien kinderen en weinig geld. Een streng protestantisme zette de toon. Daar hoort geen bohemien-gedrag bij. Wel het halen van een diploma voor onderwijzer. En het behalen van actes, Frans, Engels, de hoofdacte.

Tot 1914 is de jonge Ouborg als onderwijzer werkzaam. De wereldoorlog breekt uit. Nederland mobiliseert. Ook de jonge onderwijzer Ouborg moet soldaat worden. Er bestaat in die dagen een mogelijkheid om aan de militaire dienst te ontkomen, namelijk door te kiezen voor uitzending, als ambtenaar, naar Nederlands-Indie. Ouborg grijpt die kans aan. In april 1916 begint hij als onderwijzer in Serang, op West-Java. Na Serang zal hij ook nog werken op scholen in Padang, in Soerabaja en in Malang. Met onderbrekingen voor verlof in Nederland zal Ouborg tot 1938 in Nederlands-Indie verblijven. De invloed van dat land, Indonesië, op Ouborg en op zijn creatieve arbeid kan moeilijk worden overschat.

Zijn drukke baan liet hem weinig tijd om te tekenen en te schilderen, maar toch ontwikkelde hij zich in die periode als kunstenaar, zij het aarzelend. Aanvankelijk maakte hij klassiek geschoolde schilderijen en tekeningen. Er zijn vele studies, schetsen en uitgewerkte tekeningen naar Indonesische modellen, landschappen en portretstudies bekend, soms zeer uitgewerkt, vaak in enkele lijnen getroffen op goedkoop papier. Later wendde Ouborg zich tot de moderne stromingen in Europa, die hij op zijn verre post in Indië zo goed en zo kwaad als het kon, probeerde te volgen. Aangezien die mogelijkheden daar zeer beperkt waren, greep hij de tussentijdse verblijven in Nederland aan om zich goed op de hoogte te stellen van de ontwikkelingen op het gebied van moderne kunst. Die laten de invloed zien van Van Gogh. Ouborg vond dat Vincent een rauw, echt menselijk en ontroerend geluid liet horen. Van Gogh liet een schreeuw horen, zoals Ouborg zich uitdrukte. En hij voegt daar later veelzeggend aan toe: Ikzelf schreeuwde die schreeuw.

Na Ouborgs eerste terugkeer naar Nederland in 1923, veranderde zijn werk drastisch.
Hij ging experimenteren met de deformaties van het kubisme en de zwaar aangezette contourlijnen van de schilders van de Bergense school. In diezelfde jaren ontdekte Ouborg de Indonesische kunst. Hij had oog voor de tempels, de voorouderbeelden en de maskers. Niet enkel de formele en esthetische aspecten interesseerden hem, maar ook de mystieke en spirituele betekenis van de objecten.

Tijdens zijn tweede verlof in 1931 zag Ouborg in Brussel werk van surrealisten. Geïnteresseerd in de wereld achter de zichtbare werkelijkheid, maakte hij zich vrijwel onmiddellijk de (beeld)taal van het surrealisme eigen, zowel de abstracte als de figuratieve variant. In zijn laatste Indische jaren schilderde hij vreemde taferelen van stapelingen van herkenbare en niet-herkenbare vormen, die veelal een beklemmende en magische indruk geven.

In 1938 keerde Pieter Ouburg voorgoed terug naar Nederland. Hij bleef gefascineerd door de magische wereld die hij van uit Indië kende. Zijn vergaand geabstraheerde werken, die doorgaans worden gezien in het kader van de ontwikkeling van de moderne kunst in Nederland, zijn doordrenkt van Indische motieven en thema's. In de werken doemen demonen, magische figuren en bezweringstekens op. Ook in dit werk probeerde Ouborg de bezielde wereld achter de dingen weer te geven.

Na de Tweede Wereldoorlog vindt hij in Nederland erkenning bij collega's en, wat nog belangrijker is ook bij zichzelf. Hij raakt er dan eindelijk van overtuigd dat hij schilder is, een kunstenaar en niet alleen maar een schoolmeester die zich in zijn vrije tijd met hartstocht aan een hobby overgeeft. Op dat moment beginnen in Nederland schilders als Appel, Constant en Corneille, die later met Denen en Belgen samen de Cobra beweging zullen vormen, zich te verenigen. Ze doen dat rond het tijdschrift Reflex en noemen zich de Experimentele Groep in Holland. Ze beschouwen Ouborg als artistiek verwant en vragen hem om zich bij hun groep aan te sluiten. Hij weigert.
In een brief van 23 oktober 1949 antwoordt hij: Ik zal niet meedoen. Voel me toch te weinig groepsmens.

Zijn roem groeide snel en culmineerde in de voor die tijd karakteristieke rel rond de toekenning van de Jacob Marisprijs voor zijn abstracte tekening getiteld: 'Vader en zoon'. Met het winnen van de Jacob Marisprijs voor de Tekenkunst in 1950 werd Piet Ouborg als vanzelfsprekend geschaard bij de kleine groep van voorvechters voor de moderne kunst in Nederland.

Zie ook Ouborg, schilder van het onkenbare


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 198.

Tweets by kunstbus