kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-03-2009 voor het laatst bewerkt.

Pipilotti Rist

Charlotte 'Pipilotti' Rist

Zwitserse video- en computerkunstenares, geboren 21 juni 1962 in Grabs, Sankt Gallen, in het het Rijndal in Zwitserland. Woont en werkt in Zürich, Neuenburg (Neuchâtel) en Los Angeles.

Pipilotti Rist maakt videokunst, experimentele film, environments, computerkunst en digitale fotomontages. In 1986 werd Pipilotti Rist bekend met haar afstudeervideo I'm Not The Girl Who Misses Much (video, 8 minuten), waarin ze zelf dansend als een marionet te zien is. In 1992 werd ze internationaal bekend met de video Pickelporno (video, 12 minuten), waarin ze seks op vrouwelijke intuïtieve manier verbeeldt.

Naast haar werk als kunstenares is ze ook lid van de popgroep Les Reines Prochaines. In verschillende van haar werken is dan ook haar eigen zang en muziek hoorbaar, die verwijst naar populaire popmuziek.

Haar naam heeft ze ontleend aan Pippi Langkous uit de verhalen van Astrid Lindgren. Charlotte Rist kreeg deze bijnaam van haar familie in de tijd dat zij werd verzwolgen door Pipi Langkous, het roodharige fenomeen uit de kinderliteratuur. Ze ziet zichzelf, net als Pippi Langkous, als een vrouw die op speelse wijze de wereld onderzoekt. Veel dingen uit het jongste leven van de videokunstenaar komen terug in haar werken.

Ze reist de hele wereld rond om video-installaties te realiseren, om af en toe thuis in Zürich tot rust te komen. Rists vormentaal heeft kenmerken van de MTV-esthetiek: jump cuts, oververzadigde kleuren, nerveuze beeldvoering, ruis. Pop en rock zijn wezenlijke elementen. Haar films zijn vaak opgedeeld in verschillende shots, die op basis van ritme, in plaats van continuïteit, gemonteerd zijn. Vaak legt ze videobeelden over elkaar door middel van chroma key, waardoor de uiteindelijke video uit verschillende lagen bestaat. Ze maakt veel gebruik van vloeiende camerabewegingen. Regelmatig wordt de fisheye-lens gebruikt om extreem close-up te filmen. In haar werk heeft ze ruimte voor interne beelden, zoals dromen en emoties. Ze gebruikt felle kleuren om het gevoel van video die de 'echte' wereld weergeeft te verminderen. Ze vergelijkt haar videowerk met schilderijen, alleen dan bewegend. Ook het maakproces van een video vergelijkt Pipilotti Rist met schilderen, ze vindt vooral expressiviteit belangrijk in plaats van realisme.

In de vervaardiging van de vaak dromerige video's wordt ze inmiddels terzijde gestaan door haar crew, een team van filmers, componisten, dj's, montagemensen, geluidstechnici en klussers. Zij heeft de leiding van een strak georganiseerd bedrijf. Iedere ochtend wordt begonnen met een korte vergadering waarin de voortgang van het project waar ze mee bezig is wordt besproken. De crew voert haar plannen uit zodat zij haar hoofd en tijd vrij heeft om zich bezig te houden met het creëren van nieuw werk, o.a. uit het videomateriaal dat in de loop der jaren heeft verzameld. Op de momenten waarop ze geconcentreerd bezig is wil ze door niemand gestoord worden.

Haar werk wordt soms als feministisch gecategoriseerd, terwijl ze het zelf meer ziet als haar eigenzinnige manier om de wereld te bekijken. Hierdoor valt ze binnen een groep nieuwe kunstenaars die met verschillende media hun beeld van de wereld vormgeven.

Pipilotti Rist heeft in totaal zo'n 150 groepstentoonstellingen en 30 solo presentaties op haar naam staan. Ze kreeg internationale bekendheid met haar deelname aan onder meer de Biennale van Venetië (1993, 1997) en solo-tentoonstellingen in Berlijn (Museum für Gegenwartskunst, 1998), Wenen (Kunsthalle, 1998), Zürich (Kunsthalle, 1999) en Parijs (Musée d'Art Moderne de la Ville de Paris, 1999). In Nederland werd haar werk gepresenteerd op de tentoonstelling Wild Walls in het Stedelijk Museum, Amsterdam (1995), bij de openluchttentoonstelling Panorama 2000 in Utrecht (Centraal Museum, 1999) en op solo-presentaties in Sittard (Stedelijk Museum het Domein, 1997) en Middelburg (de Vleeshal, 2000).

Biografie
Elisabeth Charlotte Rist werd protestants opgevoed. Vooral haar grootmoeder was erg streng in de leer. Ze zegt daarover: "In de kerk leed ik altijd erg onder het idee dat volgens het christendom alles in het leven slechts een test is., dat je voortdurend van boven gecontroleerd wordt, dat zelfs mijn gedachten slecht zouden kunnen zijn. Die angst wil ik uit de kerk halen. Haar bevrijden van haar religieuze ballast" Ook al heeft het christendom in de laatste decennia volgens haar heel veel van haar macht verloren, nog steeds is de christelijke moraal van besef van een zondig en schuldig leven in de maatschappij aanwezig. Bijvoorbeeld in het besef dat schoonheid 'corrupt, laag, oppervlakkig en zelfs gevaarlijk' is. Dat inzicht zou ook de moraal ten aanzien van kunst hebben beïnvloed.

1982-86 Ze volgde een opleiding commerciële kunst, grafische vormgeving en fotografie aan het Instituut voor toegepaste kunst in Wenen. Daar maakte ze naast grafisch werk ook super-8 filmpjes, ze tekende en ontwierp het decor voor muziekoptredens.

1986-88 Schule für Design Bazel
Vervolgens keerde ze terug naar Bazel in Zwitserland om een vervolgopleiding in video te volgen (audiovisueel ontwerp). Op de Schule für Design in Bazel werd de kunstenares opgeleid door o.a. René Pulfer (René Pulfer) die zich specifiek met video als kunstzinnig medium bezighield. Het is met name deze docent geweest die Rist heeft gevormd.

I'm not the girl who misses much
In 1986 maakte ze de video I'm Not The Girl Who Misses Much, het is een versneld opgenomen video waarin Rist steeds een zinnetje uit een liedje van ex-Beatle John Lennon zingt. Ze zingt het wanhopig, hysterisch, alsof ze zichzelf van de betekenis moet overtuigen. De manier waarop ze dat doet, doet een beroep op je gevoel en spreekt daarom meteen aan. Dat is ook haar bedoeling: ze wil de mensen op hun gevoel aanspreken, want dat werkt veel directer en begrijpelijker dan taal. "Taal werkt op een ander niveau dan emotie. Taal is rationeel".

Pulver voorzag zijn leerlingen van een schat aan informatie, dankzij het uitgebreide video-archief dat hij had opgebouwd, van Bruce Nauman tot Ulrike Rosenbach en verder. Aan Rists eerste video's is af te lezen, hoe vormend deze leerschool is geweest. Ze experimenteert met de mogelijkheden van het medium, zoals een schilder de schilderkunstige middelen onderzoekt. In een video als I'm Not The Girl Who Misses Much (1986) 'schildert' Rist als het ware met de videocamera door de beelden op diverse manieren te vervormen, onder andere door vertraging, stopzetting, en versnelling toe te passen, dubbelopnames te maken en storingen en onscherptes niet uit te sluiten. Daarnaast maakt dit vroege werk duidelijk dat Rist zich, naast de beeldende mogelijkheden, van begin af aan ook met de tweede hoofdcomponent van de video bezighoudt: het geluid. Het Beatles-liedje 'Not a girl who misses much' heeft een eigen uitvoering gekregen. In dit videowerk treedt ze zelf op als een soort heksje met ontblote borsten dat 'I am not the girl who misses much' zingt. Het zingen wordt steeds meer een wanhopig krijsen in een (televisie)beeld waar storingsstrepen elkaar steeds sneller opvolgen en de kijker steeds meer gaat twijfelen aan de betekenis van de woorden. Deze klassieke video van Rist bestrijdt rockmuziek met zijn eigen middelen. De repetitieve strategie en representatie van de vrouw binnen de popmuziek wordt hier tot in het absurde doorgetrokken. Rists manipulatie van snelheid en video effecten veranderen haar stem in een parodie op vrouwelijke hysterie en haar lichaam in een groteske dansende pop.

1987-94
Ze werkt voor 'DIg-it', het laboratorium voor Beeld en Geluid in Zurich

1988-94 is lid van muziekensemble Les Reines Prochaines.

1990-2001
Rist vertegenwoordigt een generatie kunstenaars die zich niet bindt aan een bepaalde discipline. In principe staan alle disciplines de kunst ter beschikking, en gaat het alleen om het uiteindelijke beeld. In een videocatalogus vertelt Rist dat ze zeer geïnteresseerd is in schoonheid. Ze noemt schoonheid 'gevaarlijk'. In de beschouwingen over moderne kunst heeft schoonheid een kwade geur. Bij Rist niet. Haar werk, waarin ook duidelijk schilderkunstige kwaliteiten schuilgaan, sluit aan bij dat van een kunstenaar als Bill Viola. Zij lijkt ongeremd te zijn als het gaat om het exploreren van de grenzen tussen kunst en kitsch. Het is op het scherp van de snede dat schoonheid heerst en daar positioneert zij haar werk.

Rist geeft zich volledig over aan de kunst en liefst aan meer dan één kunst tegelijk. Dat verklaart haar liefde voor de videokunst, al sinds de jaren tachtig. In video kunnen immers elementen van diverse herkomst bij elkaar worden gebracht, uit verschillende media en uit een waaier van thema's en emoties. Zijzelf heeft video's eens vergeleken met dameshandtassen: “There is room in them for everything: painting, technology, language, music, movement, lousy flowing pictures, poetry, commotion, premonitions of death, sex and friendliness.” (Je kunt er alles in stoppen: schilderkunst, technologie, taal, muziek, beweging, banale bewegende beelden, poëzie, drukte, voorgevoelens van dood, zowel als sex en vriendelijkheid). Video is voor haar een soort van smeltkroes, waar verschillende zaken tot een homogeen geheel worden verenigd. Het mengsel is telkens anders.

Video werd dus het medium waarmee ze hoofdzakelijk werkt, ze houdt ervan dat ze met het maken van een video alle stappen zelf in de hand heeft. Vaak voegt Rist een flinke dosis schilderkunst toe: een krachtig en gevarieerd koloriet, kleurlagen die over elkaar heen worden gelegd, referenties naar de traditionele plaats van het schilderij als plat vlak op een wand. “I often say that video is like a painting on glass that moves, because video also has a rough, imperfect quality that looks like painting.” (Ik zeg dikwijls dat je video kunt beschouwen als een schilderij-op-glas dat beweegt, omdat video iets ruws en onvolmaakts heeft zoals schilderen). Wat haar zo aantrekt in schilderen is dat het expressief en grof kan zijn en daarmee voor haar dichter bij de ‘waarheid' komt dan een perfect scherpe en gladde voorstelling. Volgens haar heeft het medium video daarnaast ook een andere kwaliteit in de vorm van een eigen, meer alledaagse, nerveuze, innerlijke wereld en dat is precies wat haar daarin bevalt. (Rist in een interview met Obrist)

Een technisch hooggepolijste afwerking hoef je dus van haar niet te verwachten. Ze is er zich van bewust dat video inzake technologie al lang voorbijgestreefd is door muziekclips, tv-reclame en speciale filmeffecten. Het enige waardoor de videokunstenaar zich kan onderscheiden, meent ze, is een compromisloze houding. Geen toegevingen noch in de inhoud, noch in de vormgeving. Wat in haar geval betekent: geen pogingen doen om de werkelijkheid te kopiëren, maar werken vanuit de eigen innerlijke wereld van de video.

Dat blijkt een rijke wereld te zijn. Niet alleen picturaal, maar ook ruimtelijk. Rist bewijst dat video als basiselement kan fungeren om een hele omgeving te scheppen of herscheppen. Ze maakt ensembles van verschillende projecties of monitors, ze omkadert de video's met meubels en andere interieuronderdelen, verwerkt ze in objecten, projecteert ze op de wanden en de vloer. Zelfs heeft ze er de toeschouwer al toe gebracht door een gaatje in de vloer kijken om te ontdekken hoe kleine, blote Pipilotti op een onbereikbare plek door vlammen wordt bedreigd en om hulp roept (Selbstlos im Lavabad, 1994).

Rist is een opvallende en zelfbewuste vrouw. Haar werk kan ook worden geïnterpreteerd als een feministische statement. Het maakt duidelijk dat het feminisme in de beeldende kunst naar een nieuwe fase is overgegaan: het is niet meer een opgelegde boodschap, maar is helemaal geïncorporeerd. Rist onderzoekt typische vrouwenthema's op een heel eigen manier (Blutclip) en maakte met Pickelporno een nieuw soort porno door met de camera de huid af te tasten en als een wondere sprookjeswereld te tonen. Ze was een van de leden van de vrouwenband Les Reines Prochaines. Uit het werk van Rist spreekt een schijnbaar naïeve, meestal vrolijke zinnelijkheid. Rist is schatplichtig aan de feministische kunst van de jaren 70, maar is veeleer geïnteresseerd in de verkenning en verheerlijking van (eigen) lichaam en lichamelijkheid, dan in de kritiek op mannelijke dominantie. Vaak daalt ze af in de diepste regionen van de vrouwelijke psyche.

1988 Wint de prijs de Feminale in Keulen voor haar video Jaspen (Hijgen).
1989 Ontvangt in Luzern de kunstprijs van VIPER voor haar videoinstallatie 'Die Tempodrosslerin saust' (De snelheidsbeperker stuift)

You Called Me Jacky (1990)
Sommige videowerken komen in de buurt van de video-clip, bijvoorbeeld You Called Me Jacky (1990), doordat de song zo pregnant is dat hij als een deken over de beelden ligt. Bij You Called Me Jacky playbackt Rist een liedje van Kevin Coyne, waarbij het beeld doorsneden is met opnames van een desolate treinreis. De rol van performer - als liedjeszanger, kunstenaar of acteur - fascineerde Rist; als lid van de vrouwenband Les Reines Prochaines had zij zich er ook direct mee te verstaan.

Pickelporno (1992): internationale doorbraak

In 1993 kreeg zij op de Biennale van Venetië een aanmoedigingsprijs waarmee zij meteen internationale bekendheid verwierf.

1994 - 1996 Grossmut begatte mich
Videoprojectie met twee projectoren, waarvan 1 met spiegelbeeld. video, 8 minuten) uit 1996 zingt ze haar eigen versie van Wicked Game van Chris Isaak.

Search WolkenISuch Clouds
In Nederland werd Pipilotti Rist vooral bekend door haar installatie Search WolkenISuch Clouds (elektronischer Heiratsantrag / electronic offer of marriage), die in 1995 te zien was op de tentoonstelling 'Wild Walls' in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Daar projecteerde Rist haar monumentale video-beelden. Zoals ze vaker doet, maakte ze gebruik van verschillende beelden die ze over, door en naast elkaar projecteert. Links reeksen beelden die digitaal bewerkt waren en deden denken aan fantasieën ontstaan onder invloed van geestverruimende middelen. Rechts de in slow motion afgespeelde opnames van een scène in een café en daar tussenin het hallucinerende beeld van wolken die op de toeschouwer afkomen en hem als het ware op lijken te tillen en midden in het beeld laten zweven. Muziek, of liever gezegd, geluid speelt vaak een grote rol in het werk van Rist. Bij deze installatie zong ze zelf een verkinderlijkte versie van Wicked Game, een liedje van Chris Isaak. Het zachte en melancholiek klinkende melodietje mondt gaandeweg uit in een schreeuw die in één klap alle poëzie om zeep helpt. Dit is existentiële angst.

1996 Sip my Ocean
Kinderlijk, onbedorven plezier lijkt in eerste instantie ook de kern van de video Sip my Ocean uit 1996. Hier zien we 'fish-eye' onderwaterbeelden van een paradijselijke wereld vol kleurige vissen, koralen en zeewier. Meedeinend op de stroom van het water volgt de camera de meest diverse huishoudelijke voorwerpen die naar de bodem van de oceaan zinken. Niet alleen scholen vissen zwemmen voorbij, ook een dame in een bikini laat zich speels in het water glijden. Water en vocht (melk, bloed) komen in het werk van Rist als vrouwelijke elementen terug, gekoppeld aan een grenzeloos vermogen tot lichamelijk genot, lust en verlangen. Maar dat er gevaar dreigt in deze utopische onderwaterwereld wordt geïllustreerd in de muziek. Alweer het liedje van Chris Isaak.

Scherpe tegenstellingen domineren vaak de installaties. Geboorte en dood, liefde, sex en geweld: het is maar een greep uit de thema's die aan de orde komen. Brokstukken van geschiedenissen worden meer dan levensgroot geprojecteerd op de wanden van de zaal. Zo is er een scène te zien waarin een vrouw rozenblaadjes op een met glanzend witte lakens opgemaakt bed strooit. De omgeving is leeg en donker, onzichtbaar. De vrouw gaat zitten op de rand van het bed en de camera richt zich op een man. Het is een matroos die aan komt lopen. Hij neemt zijn pet af en knielt voor de vrouw. Langzaam schuift hij haar jurk omhoog en duwt haar knieën uit elkaar. Zijn hoofd glijdt tussen haar benen. Het beeld zwenkt naar het gezicht van de vrouw, verleidelijk en ogenschijnlijk vol extase. Dan, páf, klemt ze haar benen vast om het hoofd van de man die zich probeert te ontworstelen aan deze greep. Einde scène.

In een andere scène zien we een vrouw in een glanzend groene jurk met diep uitgesneden décolleté die achterover leunt tegen een boom. Het boompje bloeit kitscherig overdadig en draagt tegelijkertijd één vrucht, een vet glimmende appel. Uit het donker van de omgeving komt een andere vrouw tevoorschijn, gekleed in een rode jurk met witte noppen. Ze gaat voor de vrouw bij de boom staan, plukt tergend langzaam de appel en begint daarna de vrouw die tegen de boom leunt te zoenen. Heel even is het geluid van knappend vel hoorbaar, dan zien we dat de vrouw met de noppenjurk de ander in de lip bijt. Einde scène.

Als een collage worden de beelden van de verschillende scènes en fragmenten van scènes naast en over elkaar heen geprojecteerd, een stroom aan beelden die niet in één keer te behappen is. Geleidelijk worden de beelden inzichtelijk en transparant. Figuren uit de ene scène keren bovendien in de andere weer terug en nemen daar de draad van een half afgemaakt verhaal weer op. In het midden van de ruimte waar de beelden over de wanden warrelen staat een ronde schijf, een podium, met daarop standaards in de vorm van rozen. Kleine monitoren prijken als bloemknopjes op de standaards. Op die monitoren zien we, face to face, fragmenten van documentaires zoals het historische beeld van een vietcong-soldaat die door zijn hoofd geschoten wordt. Als de beschouwer op het podium staat en kijkt naar de kleine monitoren ziet hij in de verte de andere beelden op zijn netvlies voorbijtrekken. Zo, stilstaand in het centrum van de ruimte, is hij zelf een vleesgeworden sculptuur die met al zijn zintuigen de ruimte en de beelden om hem heen aftast.
Alles heeft met alles te maken in deze wereld van dromen, verlangens, fantasieën en angsten. Pipilotti Rist vertelt dat ze op zoek is naar het verloren lichaam. Het gaat haar daarbij niet om anatomische gegevens - ook niet in het confronterende documentaire filmfragment van de geboorte van een kind, waarbij de camera inzoomt op de hand van de medicus die een knip geeft in de huid van de barende vrouw en de manier waarop ze daarna gehecht wordt - maar om de innerlijke, zintuiglijke ervaring van het eigen lichaam. Die ervaring is bij de meeste mensen diep weggezakt in het onderbewuste. Het binnenstebuiten keren van de verborgen inhoud van het handtasje is niet alleen een mooie metafoor voor de kunst van Pipilotti Rist, het slaat ook letterlijk op haar manier van werken. Rist probeert steeds dat wat onzichtbaar is zichtbaar te maken.

Op de Biennale in Venetië van 1997 ontving ze een prijs (Premio '2000') voor jong talent. Al snel volgden tentoonstellingen in Berlijn, Parijs en Zürich.

Ever Is Over All (1997)
De combinatie van eigen muziek, zelf gecomponeerd (samen met Anders Guggisberg) dan wel in eigen uitvoering, en een vloeiende, min of meer abstracte video-beeldtaal is typerend voor het werk van Pipilotti Rist. Haar beeldtaal heeft zich uit de formele experimenten met het medium ontwikkeld tot een eigenzinnig handschrift. De camera wordt gebruikt als een sensibel kijkorgaan, dat de omgeving en de dingen als lichamen aftast. De camerabewegingen vloeien voortdurend over van dichtbij naar verderaf, van vaag naar scherp; als een zachte deining, die harmonieert met de melodieuze zangerigheid van de muziek. Pipilotti Rist heeft een beeldtaal gecreëerd die eigen én onmiskenbaar vrouwelijk is; met verwondering wordt de wereld als één groot en grenzeloos lichaam afgetast en bekeken, de blik is erotiserend.
Het vrouwzijn speelt in Rists werk een bewuste rol. Expliciet duidelijk is dat in de video-installatie Ever Is Over All (1997). Een lieftallige vrouw huppelt over straat terwijl zij met een grote fallusachtige bloemstengel autoruitjes aan diggelen slaat. Een passerende politieagent grijpt niet in maar knikt haar vriendelijk toe - geen wonder, want het is een agente. Dit werk-met-een-knipoog maakt duidelijk dat het feminisme in de beeldende kunst een nieuwe fase is ingegaan: het is niet meer een 'opgelegde boodschap' maar volledig in het werk geïncorporeerd. Het belang van Pipilotti Rist ligt in haar vermogen om de kijker deze vrouwelijke optiek als volstrekt natuurlijk te doen ervaren.

Pipilotti Rist heeft aangekocht, Grossmut begatte mich, was haar eerste (mondiale) verkoop aan een instelling. Het maakte onderdeel uit van de Wild Walls tentoonstelling (Amsterdam 1996). Door zijn vrije spel met elementen uit de wereld van de video-clips, de persoonlijke belevingswereld en de haast ongegeneerde inzet van zoet, meisjesachtig sentiment maakte het toen diepe indruk. Nu, bij hervertoning, heeft het niets van zijn magie verloren.
In de Vleeshal heeft Pipilotti Rist zorg gedragen voor de (nieuwe) installatie van het werk. De metershoge beelden op de achterwand van de hal trekken de toeschouwer een andere wereld in. De wand lijkt op een groot schildersdoek waar beeld na beeld op verschijnt en met even grote gebaren weer uitgewist wordt. Deze reeksen van associatieve beelden en motieven binnen motieven herinneren aan het sprookjesachtige van de verhalen uit Duizend en een Nacht. De mogelijke wens van de toeschouwer hier uren achter een in op te willen gaan, kan gehonoreerd worden. De rust van de hal en de uitnodigende bank bieden daar alle mogelijkheden toe.

Open my Glade (2000), screening op Times Square, New York
Zoals bij een schilder is er ook bij haar veel lichamelijke inzet. Ze maakt zelf haar beelden en treedt er bovendien vaak in op, dansend, zwemmend, spartelend, kleurrijk gekleed of poedelnaakt, in een decor of in zware close-ups. Daarmee leunt ze nauw aan bij de performance-kunst. Bijvoorbeeld als ze haar smoelwerk met geverfde lippen platdrukt tegen het raam en zodoende akelige vervormingen teweegbrengt. Dat is vertoond op een groot scherm op Times Square in New York (Open my Glade, 2000) en keert terug op klein formaat in de beeldenreeks die ze presenteert op Contour 2005 (Hilf mir ehrlich zu sein).

In I couldn't Agree With You More (1999), een van haar laatste video's, is ze zelf te zien, terwijl ze over straat loopt, een supermarkt bezoekt en in een bus zit. Haar gedachten aan merendeels naakte mannen in bosschages worden geprojecteerd in een filmpje boven haar hoofd. Ze presenteert zichzelf in I couldn't Agree With You More met haar korte geblondeerde haar en enigszins verbaasde ogen als een onschuldige, aantrekkelijke en volkomen ongenaakbare vrouw.

2001 Centraal Museum, Utrecht - De wereld van Pipilotti Rist '54'
Museum in november 1999 was haar installatie Extremiteiten, zacht, zacht (1999) al te zien. Het Centraal Museum vroeg Rist om speciaal voor het museum een ruimtelijke installatie te ontwikkelen en nodigde haar daarom uit om uitgebreid kennis te komen nemen van de zalen en de collecties. Uit die kennismaking werd het plan geboren voor een nieuwe ruimtelijke installatie in de kapel van het museum, naast een presentatie van diverse andere videowerken in de projectkamers.
De sfeer van de kapel, die oorspronkelijk deel uitmaakte van het Middeleeuwse nonnenklooster van de Agnieten, maakte grote indruk op haar en de titel van het nieuwe werk, Expecting, roept verwachtingen op. De installatie is te zien op de boven- en benedenkapel en kent voor boven en beneden aparte subtitels: When I Run I Use My Feet en One Jesus in Nature, One At The Doctor, One in the Hotel.
In de tentoonstelling is een nieuw langdurig bruikleen van het Centraal Museum te zien, Cinquante Fifty, 2000 (collectie H&F/ Centraal Museum), waar de tentoonstelling ook mee opent.
Vervolgens wordt 'I'm not the girl who misses much' getoond in projectkamer 2, in combinatie met verschillende werken uit de 17e eeuwse collectie van het Centraal Museum. In de oude hal klinkt 'You called me Jacky' uit 1990. Het werk de 'Innocent Collection (1985 aprox. 2032)' in projectkamer 4 wordt voor de eerste maal geexposeerd. In projectkamer 6 wordt Pipilotti's Fehler gepresenteerd in combinatie met werk uit de toegepaste kunst collectie van het museum, namelijk een ameublement van Van Ravestein uit 1925.
Voor de tentoonstelling in het Centraal Museum verbleef het team van Pipilotti Rist drie weken in Utrecht in landhuis Oud-Amelisweerd. Bij de tentoonstelling in het Centraal Museum wordt er een mini cd rom uitgegeven, met daarop een single channel versie van Cinquante Fifty.

Nog belangrijker dan haar muziek en clips is haar vrouwelijkheid, die ze uitbundig etaleert en verandert. In dat opzicht zijn er paralellen te trekken tussen haar presentaties en die van Madonna. Beide vrouwen maken video's, zijn zelfbewust en veranderen - als kameleons - erg gemakkelijk van verschijningsvorm. De video's lijken in veel opzichten op de clips die Madonna maakt, maar er zijn ook opvallende verschillen. In haar clip 'What It feels Like' draagt Madonna een overall en rijdt in een gele auto met haar oude moeder in de stad zoveel mogelijk mannen omver. Van die agressieve vorm van feminisme vind je bij Pipilotti niets terug. Zij hoeft haar plek als vrouw niet meer te bevechten. Ze gebruikt allerlei vrouwelijke parafernalia in een slim spelletje met allerlei clichés van zogenaamde onschuldige pose's. Mannen kom je in haar video's slechts zelden tegen. In '54' loopt er één rond. Naakt, rondbuikig en met een staartje paradeert hij over de snelweg. Het is geen sukkel of loser maar een vreemd soort specimen van een bijna uitgestorven ras, die daarom medelijden oproept.

Pipilotti Rist blijft in het Centraal Museum gezelschap zoeken van andere kunstenaars. De oude schilders en de bouwmeesters in dit geval. Uit statige lijsten werpen de eeuwenoude geschilderde figuren hun doordringende blik op de vrolijke, gedesoriënteerde bewegende beelden, die Pipi bewust door het hele museum verspreid opgesteld heeft. De in 1516 gebouwde Agnietenkapel, die toegankelijk is via de toonzalen van het museum, is omgetoverd tot een kleurige, welhaast psychedelische ruimte.

'54', de naam van de tentoonstelling in het Centraal Museum, verwijst naar Pipilotti's favoriete getal toen zij nog in de schoolbanken zat. 6x9 is 54, moeilijk te onthouden als je beseft dat 5x9 45 is. Maar niet voor Pipi; die zat als het getal aan de orde kwam als eerste met haar vinger omhoog. Dit soort trivialiteiten komen vaak terug in de video's van Pipi. En ze maakt niet alleen video's, ook zit ze in een popgroep, Les Reines Prochaines, en ze is van plan er zelfs nog één op te richten met een Nederlandse naam: Leuk, Lekker en Mooi. Muziek en songteksten gebruikt Pipilotti Rist ook voor haar videowerken, zoals in de videoclip, die de eerste bezoekers van de tentoonstelling op een CD-ROM meekrijgen. Het liedje heet 'Swan': The blood of your shaving wounds / let me sip it like holy water / Your penis around my throat / as a necklace like diamonds / My boy, my horse, my dog / my man, my diva, my swan...

Het lijkt erop dat Pipilotti in haar video's op zoek gaat naar momenten waarin een volwassene of een kind voor het eerst in aanraking komt met het vreemde. De verschuivingen van naïef naar iets meer ervaren, die altijd bijblijven. Inclusief de banale details die op dat moment aanwezig zijn; een liedje op de radio bijvoorbeeld. Net zoals gedachten komen en gaan, zweven de beelden van Pipilotti langs en soms rondom de toeschouwer, door middel van slim gemonteerde draaiende projectoren of, op een vast scherm, met ronddolende camerabewegingen. Dit zijn trouwens slechts enkele technieken. In de verschillende kabinetten en hoeken die voor de werken van Pipilotti Rist in het Centraal Museum zijn ingericht, zijn er veel meer vormen en combinaties te herkennen; een versnelde videoclip bijvoorbeeld, of een stadswandeling met daarop in het klein geprojecteerd een filmpje van een naakte boswandeling.

Hoewel de tentoonstelling goed verzorgd en visueel aantrekkelijk is, maakt het werk van Pipilotti Rist wat gekozen is toch een in zichzelf gekeerde indruk. Het Centraal Museum heeft voor deze intieme, persoonlijke werken gekozen als introductie op een vernieuwd tentoonstellingsbeleid, waarin videokunst een prominente plaats zal innemen. Het Impakt Festival is na de Rist-tentoonstelling het eerste belangrijkste agendapunt van het Centraal Museum. In samenwerking met het Utrechtse kunstenaarsinitiatief Impakt zal het museum een week lang één grote verzamelplek zijn voor een keur aan internationale artiesten, die hun bijdrage zullen leveren aan een vooruitstrevend programma met videokunst, mediakunst, electronische muziek, korte films en animatiefilms.

In september 2001 verschijnt er bij uitgeverij Phaidon Press, London een publicatie over Pipilotti Rist, en op 2 oktober 2001 verschijnt bij Scalo, Zurich een kunstenaarsboek met als titel 'Pipilotti Rist Apricots Along The Street'.

2002-2003 Visiting professor at UCLA, Los Angeles/USA

Naakte meisjes zorgen voor sluiting kerk
Het kunstwerk 'Homo Sapiens Sapiens' van de Zwitserse videokunstenares Pipilotti Rist is in de ban van de kerk geslagen, althans in die van de San Stae-kerk in Venetië. Daar waren een groep gelovige katholieken niet gediend van de projectie van naakte meisjes die tussen cherubijnen op het plafond al paraderend de ornamenten in het late-barokgebouw opvrolijkten. De pastoor besloot dan maar "wegens een technisch mankement" de kerk te sluiten, tot groot ongenoegen van de kunstliefhebbers die dit voor de Biënnale van Venetië ingezonden kunstwerk wilden bewonderen.

Websites:
. www.pipilottirist.net
. www.digischool.nl
. Contour 2005
. Mot 5 september 2001
. www.trouw.nl


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 791.