kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Pjotr Muller

Pjotr Müller (1947)

Nederlands beeldend kunstenaar, geboren in Amsterdam. Woont en werkt in Amsterdam.

Pjotr Müller baseert zijn werken op een samenstelling van architectuur, autonome sculptuur en landschapskunst. Hij legt zijn gedachten over architectuur vast in zijn beelden, die wel verwijzen naar bouwwerken maar tegelijkertijd autonoom blijven. Zijn verlangen om de architectuur zijn diepere en rituele betekenis te geven loopt als een rode draad door zijn werk.

1966-1970 Gerrit Rietveld Academie, Amsterdam
1970-1971 Academia di Bell 'arti, Florende

Müller studeerde bouwkunde op de TU in Delft, een opleiding die hij na anderhalf jaar besloot te verruilen voor de afdeling beeldhouwen op de Rietveldacademie in Amsterdam. Beide opleidingen tekenen zijn carrière, maar ongetwijfeld hoort daar ook zijn allereerste leerschool bij: het natuursteenbedrijf van zijn vader. Hier leerde hij de moeizame Techniek van het steenhakken beheersen. Inmiddels draait de Kunstenaar zijn hand niet om voor welke materiaalbewerking dan ook. Met hetzelfde gemak kleit hij levensgrote mensfiguren, hakt hij metershoge zuilen uit hout en steen of bouwt monumentale installaties.

zonder titel (1975)

Direct na zijn afstuderen in 1970 werkte hij voornamelijk in Steen. In overeenkomst met de tijdsgeest creëerde hij abstracte sculpturen, totdat hij besloot tot een radicale verandering tijdens de voorbereiding van een expositie in het voormalige Museum Fodor in Amsterdam. Müller liet enkele getordeerde zuilen omvallen en voorzag de onderdelen van nummers. Het resultaat oogde als Moderne Archeologie. Die ontdekking vormde de Opmaat voor een zeer productieve Periode waarin Muller voornamelijk ingrepen deed in het Landschap.

houten frame zijn opgestapeld. Müller noemde deze bouwsels "religieuze beeldhouwwerken". Het werk van Pjotr Müller kan gezien worden als een onderzoek naar anonieme sculpturen en bouwsels van primitieve culturen, die niet werden gemaakt binnen een artistieke, maar binnen een religieuze context. Een voorbeeld zijn de hunnebedden in Drenthe, die door hun heldere concept en functionaliteit de kunstenaar inspireerden tot het maken van dit beeld in het Amstelpark. In 1983 zei Müller over het fenomeen hunnebedden het volgende: ‘Het drong tot mij door dat deze monumenten hun kracht ontlenen aan de kracht van de stenen zelf. Niet hun bewerking, maar hun imposante vorm, hun stapeling, hun stenigheid. Zodoende ben ik gekomen tot stapelingen’. 'Cabane' is een van de eerste werken in de reeks van (gesloten) hutten.

Mijn Paradijs
Rond 1983 zocht hij een niet vergeten liefde weer op, de Architectuur, hetgeen tot een belangrijke stijlbreuk leidde. De toeschouwer zou niet langer buiten het kunstwerk staan, maar er juist midden in. Een prachtig voorbeeld uit deze Periode is Het Paradijs, een Installatie waaraan Müller zes jaar werkte en die onder andere te zien was in het Kröller Müllermuseum in Otterlo (1983-1989). Müllers project bestond uit twaalf tempelvormige bouwsels in verschillende architectonische stijlen.
Citaten uit de NRC 31 mei 1996
In het begin van de jaren tachtig stelde de Amsterdamse beeldhouwer Pjotr Müller zich een doel: “Ik nam me voor om binnen één decennium een paradijs voor mezelf te scheppen.” De barokke bouwsels die tussen 1983 en 1989 ontstonden lijken op kathedralen, pagodes en boeddhistische tempels. Maar als godshuis doen ze geen dienst, nooit. Het zijn follies die vaak op moeilijk bereikbare plekken liggen - (schier)eilanden bijvoorbeeld - en vanuit de verte tot ingetogenheid en contemplatie uitnodigen. Müller doopte het project Mijn Paradijs, een omheinde lusthof over tientallen plaatsen in Nederland verspreid.
Hij heeft interesse voor het geloof, of dat nu het katholicisme is, het boeddhisme of de mythologie. Müllers beelden zijn met verwijzingen bezaaid. “Ik maak beelden vanuit een gevoel van gemis,” zegt hij, “nog steeds. Ik pas religieuze elementen toe in mijn werk omdat ik meer van het leven verlang dan de dagelijkse strijd om het bestaan, het dagelijkse gebrek aan diepgang. En hoe kun je beter aantonen dat er meer is, dan door dat in je werk te suggereren?”
Sommige bouwsels in zijn Paradijs-project construeerde hij uit bestendig graniet, zoals het classicistische tempeltje Nimis in het Beatrix-park in Almere. Andere timmerde hij in elkaar van bij elkaar geraapt en half vergaan sloophout, zoals de zestien meter hoge pagode in het Beeldenpark bij het Kröller-Müller Museum. Toen hij in 1989 afscheid nam van zijn Paradijs stak hij niet alleen dit beeld in brand, maar ook andere sloophouten constructies. “Een prachtig vreugdevuur” werd het. Want wat als tijdelijk is bedoeld, moet tijdelijk blijven. “Het feest was voorbij, het werd tijd voor een nieuw feestje,” zegt Müller.

1992 Stadswandelpark Eindhoven

2004 expositie bij Jansen & Kooy
Pjotr Müller exposeert hier "Het Allegorisch Werk", uit 2003, met levensgrote figuren van een paard, een jongetje, een vrouw; gemaakt van gips en papier-maché op een kern van hout / stucanet, beplakt met subsidieaanvraagformulieren van het Fonds voor de Beeldende Kunst Amsterdam en recente kunstrecensies.
De beeldengroep is een kruising tussen een klassiek ruiterstandbeeld en een verhalende beeldengroep zoals ze in de Oudheid op tempelfronten, triomfbogen en erezuilen te zien zijn. Denk aan de Elgin Marbles in het Brits Museum waarin de strijd tussen Centauren en Lapithen wordt uitgebeeld. Die gebeeldhouwde verhalen gaan altijd over roemrijke oorlogen. Uit welke oorlog stamt deze beeldengroep? Er komt een enorm paard aangestormd recht op een vallende vrouw af. De vrouw dreigt vertrapt te worden. Ze schrikt van de onbezonnen ruiter. Die paardrijder is een klein kind, juichend, schreeuwend, van opwinding, vreugde. Of van angst om door het paard afgeworpen te worden. Om de gevallen vrouw te verpletteren? Per ongeluk, expres?
Wanneer we naar de details kijken, naar de papieren waarmee de figuren beplakt zijn, dringt zich een interpretatie op. De jonge ruiter is het jonge aanstormende talent dat met zijn gesubsidieerde kunstros de kunstkritiek, de moederfiguur van wie zijn leven afhankelijk is, verplettert. Een wraakzuchtige mooie droom, een wensbeeld waarschijnlijk. Geen officiële waarschuwing of dreigement. Want het is wel een onschuldig hobbelpaard. Een uit de kluiten gewassen speeltje voor in huis weliswaar, misschien een paard uit de stoomcarrousel van de Efteling.
Maar het verhaal is nog niet af, want waar is de kunstenaar? Ik denk in het binnenste, zoals bij het Paard van Troje, waarin maar liefst 23 krijgers verborgen zaten. Hij wacht zijn kans af tot het moment dat dit beeld met gejuich in de wereld van de kunst wordt toegelaten, om dan door een luik naar buiten kruipen en de kunst van binnenuit neer te sabelen.

Müllers vroege werk uit de jaren ’80 gaat over uitsluiting. Van deelname kan geen sprake zijn in zijn hardstenen gestapelde torens of putten, geïnspireerd door prehistorische bouwwerken op Sardinië. Later maakte Pjotr Müller tempelachtige gebouwen, later abstracte doolhofachtige constructies van oud hout, waarmee een intieme, soms zelfs plechtige ruimte werd getoverd waarin door hemzelf geselecteerde kunstwerken werden getoond. Op deze wijze rakelde hij in Rijksmuseum Twenthe een discussie op over het exposeren van kunst. Hier gaat de discussie over het maken en waarderen van de kunst. Nu dreigt hij als ‘oudere’ kunstenaar zelf uitgesloten te worden door een op modieuze trends en evenementen beluste kunstwereld. (Aldus Frans Smolders op opening expositie)

2005 Pjotr Müller ontwierp voor de Bergkerk een enorme installatie. Hij liet zich inspireren door het boek Wir Kinder vom Bahnhof Zoo uit 1981 van Christiane F., een 16-jarig heroïnehoertje. Vrouwelijk martelaarschap en het verlangen naar iets hogers zijn thema’s die hij verbeeldt in dit werk. ( Maquette 'Het huis van dr. Jung'

(18/05/2007 <> 18/05/2007) Kröller-Müller-Museum - Meet the artist
Dit jaar kunnen bezoekers kennismaken met de Nederlandse kunstenaar Pjotr Müller op vrijdag 18 mei tussen 14.00 tot 16.00 uur, in de beeldentuin van het museum. Aanleiding van dit Meet the Artist-programma is de nieuwe aanwinst van deze kunstenaar in de beeldentuin: 'Het huis van dr. Jung' (2004-2006). Het museum heeft meerdere werken van Müller in zijn collectie, vooral werken op papier. Eerder maakte Müller het werk 'To Noumenon' in de beeldentuin, net als 'Het huis van dr. Jung' een tijdelijke aanwinst die bedoeld is om op een natuurlijke manier te vergaan.
'Het huis van dr. Jung' bestaat drie grote langwerpige "dozen" van afvalhout, die samen een huis vormen. In dit huis staan vijf gipsen beelden van de hand van dezelfde kunstenaar geëxposeerd. Müller wil met zijn kunst bereiken dat er interactie is tussen kunstobject en toeschouwer. De toeschouwer/bezoeker mag het huis betreden.
Concept: C.G. Jung (in het boek "Herinneringen, dromen, gedachten") beschrijft een droom, waarin hij in een huis aan het Züricher Meer in Zwitserland, van de zolder via de eerste verdieping naar de kelder, langs drie fasen van de kunstgeschiedenis loopt. Op de zolder staan de meer positieve beelden, de godenbeelden, uit de meest hedendaagse tijd; terwijl in de kelder de meest banale beelden staan uit de vroegste tijd, uit het onderbewuste. Alles is mythologie. ( www.communart.nl )

Websites: www.phoebus.nl 1, www.phoebus.nl 2


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 38.