kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 19 05 2017 019:59 voor het laatst bewerkt.

pop-art

 

 Afkorting voor het Engelse Popular Art (= volkskunst), stroming in de hedendaagse kunst die rond 1960 in Amerika en Engeland ontstond en in gelijke mate betrekking heeft op de beeldende kunst en op de amusementsmuziek.

Pop-art is een kunststroming die haar beelden uit de consumptiemaatschappij haalt. In deze maatschappij is de levensstandaard zo verhoogd dat het mogelijk wordt, dat de mensen allerlei nieuwe producten kunnen aanschaffen. Uitgangspunt voor pop-art is de populaire cultuur: dus beelden uit de reclame- en televisiewereld, gebruiksartikelen, strips, pin-ups en popmuziek.

De pop-artkunstenaar kiest zijn onderwerpen uit het leven van alledag. Overal in het moderne stadsbeeld zijn bijvoorbeeld merknamen uit de reclame en afbeeldingen van filmsterren te zien. Deze beelden zijn de symbolen van welvaart. De pop-artkunstenaar betrekt deze banale dingen in de kunst om ze te vervreemden, te ironiseren of te fetischiseren.

De pop-artbeweging ontstaat midden jaren vijftig, in Amerika en Engeland. De stroming kan als een reactie op het abstract-expressionisme worden gezien. Kunstwerken uit het abstract expressionisme hebben een diepere betekenis: de emotie, het gevoel is belangrijk voor de aanhangers. Pop-artkunstenaars daarentegen zijn veel minder emotioneel. Ze maken beelden die rechtstreeks van onze dagelijkse omgeving zijn afgeleid. Pop-art is een manier van leven.

De pop-artkunstenaars zetten zich niet af tegen de opkomende welvaart. Ze maken juist gebruik van die clichés uit de consumptiemaatschappij. Pop-artkunstenaars zien welvaart dus als een mogelijkheid om hun belevingswereld uit te breiden met nieuwe thema's en symbolen in de kunst: het worden de iconen van de middle class lifestyle. De media speelt een grote rol bij het overbrengen van de alledaagse onderwerpen. Pop-art is daarom zo populair bij het gewone publiek. Het is herkenbaar en ongecompliceerd: geen ingewikkelde theorieën meer.

De pop-artkunstenaars halen hun onderwerpen soms letterlijk uit het dagelijks leven, door foto's uit kranten en tijdschriften te scheuren en er een collage van te maken. Er worden zelfs echte voorwerpen, ' ready mades ', in het kunstwerk gebruikt. Het combineren van schilderen met collage en concrete voorwerpen noemt men ' combine-painting '. Deze term is uitgevonden door Robert rauschenberg omdat hij die techniek voor het eerst toepaste. Het combineren van alleen drie-dimensionale voorwerpen heet ' assemblage ' . Het wordt dan een ' schilderij ' van echte voorwerpen.

'Populair' en 'triviaal' zijn niet langer scheldwoorden, maar worden de kernpunten van een nieuwe kunstopvatting die zich ten doel stelde de grenzen tussen de kunst en het leven op te heffen. Andy warhol vindt het moderne leven, de consumptiemaatschappij en de wereld van de media met haar sterren, aantrekkelijk en zegt: 'Alles is mooi!'

Kenmerken van de Pop-art:
- 1. Speels gebruik van de identiteit en de symbolen van de Westerse consumptiecultuur. (Kunstenaars: Jasper johns, andy warhol ).
- 2. Gebruik van commerciële materialen en voorwerpen; producten uit het leven van alledag: plastic voorwerpen, kitsch, advertenties, affiches, (Kunstenaars: Robert rauschenberg, Gustave Asselbergs.) pin-ups (Kunstenaars: Tom Wesselmann, Allen jones, Woody van Amen ) film- en popsterren ( Andy warhol).
- 3. Gebruik van strips.( Roy lichtenstein)
- 4. Glamourachtige kleuren ontleend aan reclame-afbeeldingen op straat. ( Andy warhol, James rosenquist, Rik van Bentum )
- 5. Geen persoonlijk handschrift van de kunstenaar. Veel werk wordt door anderen uitgevoerd. De kunstenaar gebruikt vaak ' ready mades ': kant-en-klare, bestaande voorwerpen. ( Tom Wesselman, robert rauschenberg, Woody van Amen)
- 6. Vervreemding door vergroting of herhaling, of door gebruik van ongebruikelijke materialen. ( Claes oldenburg)

Uitgaand van de kunstrichtingen van de moderne kunst, die de relatie tussen kunst en leven problematiseerden ( dadaïsme, ready-mades, surrealisme), staat de pop-art in tegenstelling tot de informele-kunst of abstracte-kunst, die nadrukkelijk de kunstwereld afgrenzen van de dagelijkse werkelijk.

Tot de belangrijkste vertegenwoordigers van de Pop-art behoren: Robert Rauschenberg, Richard Hamilton, Roy lichtenstein met zijn wereld ontnomen aan beeldthema's en vormen (rasters) van strips, Andy Warhol met zijn aaneengeregen producten of sterren, Tom Wesselman met zijn grove reclame-esthetiek alsook Claes oldenburg, James Rosenquist, George Segal, David Hockney en Allen Jones.

Tot de meest geliefde uitdrukkingsvormen behoren - naast de genoemde - fel steriel en industrieel werkende reproductietechnieken, de fotomontage, assemblage, de environment en tenslotte de happening.

Pop-art in Amerika.
In Amerika bereikt de pop-art haar grootste populariteit. De pop-art komt voort uit een fascinatie voor de nieuwe massacultuur in de steden en alles wat daarmee samenhangt. Pop-art wil een groot publiek bereiken met beelden die bij iedereen bekend zijn. De Amerikaanse kunst verzet zich in de jaren '50 tegen de Europese invloeden. Het zogenaamde Amerikanisme zet door: het idee van vooruitgang, de media-industrie en de sterrencultus worden belangrijk in Hollywood. Maar ook in New York, het culturele middelpunt van de Verenigde Staten. Er ontstaat een nieuwe trend in het realisme om hedendaagse voorwerpen in de kunst te gebruiken. Het gevolg is dat een jonge generatie kunstenaars de abstract expressionistische stijl ontgroeit. De New Yorkse kunstenaars verkennen hun eigen ervaring van het alledaagse leven. In de pre-popfase zeggen Jasper Johns en Robert Rauschenberg het abstract-expressionisme vaarwel.

Jasper Johns
Uitgangspunt van de pop-art kunstenaars in Amerika waren vooral de werken van Jasper Johns, die bijv. de Amerikaanse vlag natuurgetrouw naschilderde en door de kunst een ' icoon ' van het dagelijkse leven verdubbelde. De identiteit van beide domeinen wordt de irritatie van de werkelijkheidsopvatting en thematiseert de situatie waarin de werkelijkheid zichzelf in toenemende mate geësthetiseerd heeft en grotendeels uit symbolen en esthetische tekens bestaat. Jasper johns schildert halverwege de jaren '50 zijn eerste Amerikaanse vlaggen en stelt de vraag: 'Is het een vlag of is het een schilderij?' Het is zijn bedoeling om de heersende opvattingen over de werkelijkheid en waarneming te doorbreken. Hij heeft hiermee heel wat discussies veroorzaakt. Zijn werk is een inspiratiebron voor de popbeweging. Niet alleen in Amerika, maar ook in Europa.

In de bloeitijd van de pop-art, eerste helft jaren zestig, verschijnen een aantal belangrijke kunstenaars die vanuit de commerciële kunst komen. Deze kunstenaars vertalen de massacultuur op een directe manier:
- roy lichtenstein die inspiratie vindt in cartoons. Hij kiest een scène en schildert deze sterk vergroot na.
- Claes Oldenbrug past vervreemding toe door voorwerpen in een ongebruikelijk materiaal en sterk vergroot na te maken. Zo verliest het voorwerp zijn functie. Hij is ook bekend door zijn etalages met etenswaren.
- James rosenquist combineert bekende personen met alledaagse voorwerpen. Hij schildert ze op een fotografische manier, op doeken van billboard-formaat.
- Tom Wesselman is bekend om zijn anonieme naakten in slaap-of badkamers. Zijn stillevens bevatten afbeeldingen produkten uit de reclame.
- Robert Indiana werkt met letters en cijfers.
- Andy Warhol reproduceert zijn object uit de d.m.v.zeefdruk. Hij is de meest extreme pop-artiest. Zijn eigen persoon is zijn handelsmerk geworden.
- robert rauschenberg voegt in zijn combinepaintings foto's uit kranten en tijdschriften samen met echte voorwerpen.

Britse pop-art
Naast de Amerikaanse pop-art bestaat er ook een veel 'zachtere' Britse variant, die meer wortelt in de oude Europese traditie en bijgevolg meer bekoorlijkheid nastreeft. Dit verschil tussen beiden maakt dat men niet gewoon over 'pop' spreekt, maar men er steeds zegt of het over de Amerikaanse of Britse variant handelt.

In Engeland ontwikkelde zich uit de zgn. ' Independent Group ' een kunstrichting die tot de 'britse' pop-art hoort.

De aanduiding 'pop' wekt hier nogal eens verwarring. Zo populair is de Britse variant namelijk niet. En anders dan de Amerikanen kunnen de Britse jongens moeilijk 'jongens van de straat' genoemd worden. Vrijwel allen genoten ze een opleiding aan het Royal College of Art in Londen; ze hadden dan ook een ontwikkelde belangstelling voor de traditie van het vak. De Britse pop is dan ook veel poëtischer, veel sentimenteler en veel filosofischer dan het Amerikaanse new-realism, ook wortelt het veel meer in de traditie van het oude Europa.

Al vroeg in de jaren '50 ontwikkelde Richard hamilton samen met enkele andere kunstenaars, schrijvers en critici, in de Independent Group belangstelling voor sterk toenemende commercialisering, consumptiedrang en overvloed in de 'groot-stadcultuur', voor de massaal geproduceerde kitsch en luxe-artikelen, voor films, mode en ruimtevaart. Hun belangrijkste streven was het alledaagse leven in gallerie of museum voort te zetten en zo de streng hiërarchische scheiding tussen leven en kunst, tussen het tijdloze en het alledaagse op te heffen. De titels van bepaalds Londense exposities ('Paralles of life and art' in 1953 en 'Man, Machine and Motion' in 1955) maken duidelijk dat bepaalde thema's bepaald werden door what society does.

De Britse pop-art ontstaat vanuit een nieuwe opvatting van het moderne leven. In de jaren '50 wordt de cultuur steeds meer bepaald door de massamedia, nieuwe technologie en maatschappelijke veranderingen. Deze gebeurtenissen leiden tot de veramerikanisering van Europa. Door deze omstandigheden wordt in 1952, in Groot-Brittannië de Independent Group opgericht. De groep bestaat uit vormgevers, architecten, fotografen en kunstcritici.

Twee leden van de groep worden als de vaders van de pop-art in londen beschouwd: richard hamilton en Eduardo paolozzi. paolozzi is in 1947 al begonnen met het maken van collages van stripverhalen, tijdschriftartikelen en reclame-beelden. De Independent Group erkent dat het dagelijks leven met zijn populaire cliché's een bron is voor een nieuwe beeldtaal.

Richard Hamilton ontwerpt in 1956 een affiche voor een tentoonstelling die georganiseerd is door de Independent Group. de tentoonstelling heet 'This is Tomorrow'. Het affiche is de collage 'Just what is it that makes today's homes so different, so appealing?' De collage verwijst naar multimediale kunst, communicatie, huishoudelijke realiteit, vormgeving en technologie. Deze collage wordt als het icoon van de pop-art gezien. Hij kondigt hiermee een nieuw tijdperk aan in de kunst: pop-art.

Richard Hamilton en eduardo paolozzi staan aan het begin van de Britse pop-art. Deze eerste fase van de pop-art in Engeland richt zich op de maatschappelijke veranderingen en de invloed die deze hebben op de persoonlijkheid van de mensen.

Een tweede generatie kunstenaars die tot de pop-art behoren bevat de volgende namen:
- Peter blake gebruikt veel figuratieve schilderkunst in zijn werken. Hij weerspiegelt de positie van het individu in de maatschappij. In zijn collages, assemblages en schilderijen combineert hij in massa geproduceerde beelden met abstracte tekens en decoratieve kleurvelden.
- R. B. Kitaj zijn schilderijen en tekeningen bevatten collage-elementen, grafische elementen en een combinatie van figuratieve en abstracte schilderkunst. De werken zijn gericht op menselijke bezigheden binnen en buiten. Hij ontleend zijn stereotype figuren aan de de massamedia en de kunstgeschiedenis.
- David Hockney toont zeer persoonlijke schilderijen van zijn privé-leven. Hockney openbaart o.a. verlangen, Hollywood als plaats waar idyllische dromen werkelijkheid worden, hoop, relaties, homosexualiteit en schoonheid.
- Allen Jones ziet sexualiteit als het overheersende thema van het nieuwe tijdperk. Zijn schilderijen en sculpturen tonen een vrouwelijk schoonheidsideaal.
- Joe Tilson professionele technieken uit de reclamewereld en fotografische vormgeving. Hij combineert letters en cijfers met schilderachtige beelden. Hij gebruikt kreten als 'Vox', 'key', en 'Oh!'. De banale elementen in Tilson's werk worden raadsels door gebruik van typografie.

Andere Europese landen:
In andere Europese landen groepeerden de pop-artkunstenaars zich in de groep ' Nouveaux Réalistes ', in 1960 opgericht door de franse kunstcriticus Pierre Restany.

Pop-art in Nederland
In de jaren '50 oefent de consumptiemaatschappij in Amerika al grote invloed uit op de beeldende kunst. Nederland is in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog bezig met de wederopbouw en probeert zich op economisch gebied te herstellen. Dit gaat moeizaam, omdat er gebrek is aan goederen. De sfeer in Nederland is het tegenovergestelde van de sfeer in Amerika: sober en spaarzaam. De welvaart wordt pas in de jaren '60 in Nederland zichtbaar. De economische omstandigheden zorgen voor meer vrije tijd en meer geld. Op grote schaal worden luxe artikelen als auto's, ijskasten, wasmachines, en televisies aangeschaft. Er ontstaat ook in Nederland een consumptiemaatschappij.

Door de komst van de massamedia en een intensiever gebruik van moderne communicatiemiddelen kan de informatie over nieuwe ontwikkelingen zich snel verspreiden. De traditionele waarden en normen verdwijnen langzaam. De generatie die in de jaren '60 opgroeit zet zich af tegen de oudere generatie. De jongeren willen meer vrijheid, hebben idealistische standpunten. Er wordt veel geëxperimenteerd met drugs, de Pil zorgt voor een sexuele revolutie, Jazz en Beatmuziek wordt gedraaid: kortom de jongeren beschikken over een eigen cultuur.

De veranderingen zijn niet alleen in het maatschappelijke leven te zien, maar ook in de beeldende kunst. Pop-artkunstenaars gebruiken symbolen van de consumptiemaatschappij in hun werk. De afstand tussen kunst en samenleving wordt hierdoor kleiner. De kunstwerken bevatten een alledaagse realiteit. De pop-art als kunststroming wordt in Nederland begin jaren '60 geïntroduceerd in het Amsterdams Stedelijk museum door Willem Sandberg, de toenmalige directeur van het museum. Hij haalt enkele jonge Amerikaanse kunstenaars naar Nederland om hier te exposeren. Dit zorgt samen met de groeiende consumptiemaatschappij voor een doorbraak van een nieuwe tijdsgeest.

Een belangrijk verschil met Amerikaanse pop-art is dat de uitwerking van de consumptiecultuur in de kunst minder fel tot uitdrukking komt in Nederland. De Amerikaanse kunstwerken zijn glossy, en kleurrijker en meer kitsch dan in Nederland. In Amerika is de pop-art volledig tot uiting gekomen. Pop-art in Nederland heeft minder voeten in aarde gehad. Een ander verschil is dat in Nederland vaker politieke kwesties in de werken werden opgenomen.

Een groep jonge Nederlandse kunstenaars heeft in de jaren '60 onder invloed van de pop-art gewerkt: Woody van Amen, Gustave Asselbergs, Sam Middletonn, Rik van Bentum, Daan van Golden, Lucassen, Wim Schippers en Jacob Zekveld.


Pop-art

Vertegenwoordigers: Jean-Michel Basquiat, Peter Blake, Fernando Botero, Marcel Broodthaers, Jim Dine, Richard Hamilton, Keith Haring, David Hockney, Edward Hopper, Jasper Johns, Allen Jones, Edward Kienholz, Jeff Koons, Roy Lichtenstein, Richard Lindner, Pol Mara, Claes Thure Oldenburg, Julian Opie, Panamarenko, Eduardo Paolozzi, Sigmar Polke, Robert Rauschenberg, Roger Raveel, Gerhard Richter, Larry Rivers, Kenny Scharf, Rob Scholte, George Segal, Henk Tas, Paul Van Hoeydonck, Andy Warhol, Tom Wesselmann

Afkorting van het Engelse Popular Art. De naam voor een bepaalde visie op kunst, die gedeeld wordt door vele kunstenaars in Engeland en de Verenigde Staten, maar ook op het vasteland van West-Europa.

Ondanks verschillen in deze visie hebben de popkunstenaars gemeen dat ze hun inspiratie putten uit het beeld- en geluidsmateriaal van de massamedia in een gecommercialiseerde samenleving: televisie, stripverhalen, filmsterren, reclame, industrie en verkeer. Deze motieven kunnen worden gebruikt als het eigenlijke thema van een kunstwerk, als elementen die het geheel van het kunstwerk samenstellen, of als beide.

In het midden van de jaren vijftig kwam er in het Institute of Contemporary Art in Londen een discussie op gang tussen leden van de Independent Group (beeldende kunstenaars, architecten, schrijvers) over mode, massamedia, industriële vormgeving en sciencefiction. Deze discussie werd het begin van de pop-artbeweging, een term die werd bedacht door de kunsthistoricus Alloway. Samen met Paolozzi en Hamilton verzorgde hij enkele tentoonstellingen (Parallel of life and art, 1953; Man, machine and motion, 1955; this is tomorrow, 1956). Dit was de eerste Engelse fase van pop-art (1953-58), waarin men zich vooral toelegde op het reproduceren van de technologie.

De tweede fase (1958-61) was die van de abstracte technieken (Blake en Smith), waarin alledaagse voorwerpen uit hun verband werden gelicht. De zeefdruk (komende uit de krantenindustrie) werd dikwijls als mechanische druktechniek gebruikt.

De derde fase (1961 e.v.) wordt gekenmerkt door een accentuering van de schildertechniek (Hockney, Jones, Phillips).

In de V.S. kent men soortgelijke periodes met kunstenaars als Lichtenstein, Oldenburg, Rosenquist, Warhol en Wesselman. Zij reproduceerden door middel van commerciële technieken (reclame en krant) beelden die men dagelijks tegenkomt. In de Martha Jackson Gallery organiseerden zij de exposities New Forms, New Media (1960) en Environments, situations, spaces (1961). Meer de richting van de muziek uit belandt men bij John Cage, die een toenadering zoekt van kunst en leven. Aan de theaterkant van de pop-art staat de happening van Kaprow (sinds 1959 in New York). Warhol maakte later undergroundfilms, die in zoverre pop-art zijn dat zij op schijnbaar emotieloze manier de Amerikaanse samenleving weergeven. Hockney verfilmde zijn milieu als een documentaire (A bigger splash, 1974) geheel volgens zijn principes als schilder. Al deze facetten van creatieve uitingsvormen hebben gemeen dat zij geen hiërarchie toestaan in de wereld van de voorwerpen: ieder element is even belangrijk. Straatgeluid staat naast vioolklanken. Er bestaat geen verschil tussen de handeling van publiek en acteurs. Een scheerapparaat is even inspirerend als een lentelandschap. De popartiest wil een emotionele band tussen hem en zijn werk voorkomen. Daartoe stelt hij zich veelal neutraal op tegenover de maatschappij. Toch is er ook wel een kritische houding te bespeuren in veel pop-artwerken.

In Europa kent men de term nouveau réalisme. De beweging achter die naam heeft veel overeenkomsten met de pop-art (met kunstenaars als Adami, Gaul, Klasen, Raysse). In Nederland organiseerde de Mood engineering group happenings à la Kaprow. De term neo-dada is minder gelukkig als synoniem voor pop-art, omdat pop-art nooit destructief is of satirisch: het blijft positief en mild-humoristisch. Hij vond zijn oorsprong in de commerciële kunst en heeft die op zijn beurt sterk beïnvloed. Sinds Bauhaus heeft geen enkele kunstbeweging zo doorgewerkt op de verschillende takken van vormgeving in de dagelijkse samenleving. (Summa)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1508.