kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Post-Painterly-Abstraction

Post Painterly Abstraction of new abstraction

Een term, in 1964 in het leven geroepen door de Amerikaanse criticus Clement Greenburg voor een tentoonstelling in het Los Angeles Museum of Art, waar hij conservator was. Hij gebruikte die ter typering van het werk van een groep schilders die de lijflijke, emotionele stijl van het abstract expressionisme vaarwel hadden gezegd. Deze schilders verwierpen de vloeiende en spontane stijl van hun voorgangers: ze smeerden het pigment op het doek om elk spoor van penseel of kwast te vermijden.

Aan het eind van de jaren vijftig is het Abstract expressionisme inmiddels opgedeeld in verschillende Amerikaanse abstracte schilderstijlen: Stain painting, Washington color painters, Systemic painting en Minimal painting. Daarnaast is er een nieuwe generatie expressionisten bijgekomen.

Over het algemeen vermeden deze ‘nieuwe' abstracte kunstenaars de openlijke emotionaliteit van het Abstract-expressionisme en verwierpen zij de expressieve, dynamische penseelstreken en voelbare oppervlakken van bijvoorbeeld de Action Painters ten gunste van koelere, anoniemer werkwijzen. Hoewel zij bepaalde visuele kenmerken en schildertechnieken gemeen hadden met de Abstract expressionisten als Barnett Newman en Mark Rothko, deelden zij niet in de transcendentale opvattingen die de oudere generatie kunstenaars over kunst had. In plaats daarvan benadrukten zij het schilderen als object in plaats van illusie.

Deze schilders zetten zich af tegen het picturale, Composities waren eenvoudig en opgebouwd uit scherp begrensde, monochrome vlakken (ook Hard Edge genoemd). De vorm van het doek werd aangepast aan het beschilderde oppervlak (shaped canvas: doeken waaraan een specifieke vorm is gegeven, gaven de eenheid tussen het geschilderde beeld en de vorm en grootte van het doek weer.) Uiteindelijk leidde deze manier van werken tot reliefachtige schilderijen die uit verschillende lagen en vormen zijn opgebouwd.

Belangrijke kunstenaars zijn: Ellsworth Kelly (1923), Frank Stella (1936), Helen Frankenthaler (1928), Morris Louis (1912-1962), Kenneth Noland (1924), Josef Albers (1888-1976), Ad Reinhardt (1913-1967), Agnes Martin (1912), Olitski en Robert Ryman (1930).


Term, in 1964 geïntroduceerd door de kunstcriticus Clement Greenberg ter aanduiding van een vorm van abstracte schilderkunst die vooral in de jaren zestig werd beoefend. Kenmerken zijn, naar Greenbergs omschrijving, ‘de wezenlijke openheid van compositie en/of lineaire helderheid als tegenstelling tot het verweven van donkere met lichte tonen bij het abstract expressionisme’. De schilders van deze stroming, die als een reactie op het abstract expressionisme gezien kan worden, geven in aansluiting op kunstenaars als Barnett Newman, Marc Rothko en Clyfford Still aan de kleur de belangrijkste plaats in hun werk. In het algemeen verdunnen zij hun verf sterk, zodat deze geheel in het doek wordt opgezogen. Bovendien worden vaak stukken doek onbeschilderd gelaten, die daardoor een gelijkwaardig deel van de compositie vormen. Vooral Frankenthaler en Louis hebben nieuwe methoden ontwikkeld om verf op te brengen. Tot de postpainterly abstraction worden voorts o.a. gerekend Kenneth Noland, Olitski, Ron Davis en ook wel hard-edgeschilders als Ellsworth Kelly, Jevsej Grigorjevitsj Liberman, Frank Stella en Larry Poons. (Encarta 2001)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1534.