kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-05-2008 voor het laatst bewerkt.

Postkubisme

Het Franse postkubisme is een vrij vage term die gehanteerd wordt om de Parijse kubistische schilderkunst aan te duiden die in onmiddellijke confrontatie met of als latere reactie op het oorspronkelijke kubisme van Braque en Picasso ontstaat. Het is een modieuse, speelse, decoratieve variant van het kubisme die niet de strengheid vertoont van het nagevolgde voorbeeld.

Als meest invloedrijke stroming van het modernisme kent het kubisme een enorme impact en verspreiding. Het kubisme is de beslissende schakel naar de abstracte kunst en speelt dus een belangrijke rol in de ontwikkeling van het werk van kunstenaars als Mondriaan en Malevich. Ook de stijl van het futurisme is ondenkbaar zonder de kubistische fragmentatie, die zelfs letterlijk wordt overgenomen, zij het in functie van een andere doelstelling. Als modeverschijnsel beïnvloedt het kubisme het hele domein van de toegepaste kunsten met de populaire art décostijl.

Maar in de context van de schilderkunst reserveren we de term postkubisme voor de in Parijs verblijvende schilders die een eigen kubistische esthetiek zijn gaan ontwikkelen en zich hieraan gehouden hebben.

De belangrijkste kunstenaars van dit zogenaamde Salonkubisme groepeerden zich in aparte groepen. De groep van Montparnasse met Albert Gleizes, Jean Metzinger, Henri Le Fauconnier en Fernand Léger; de groep rond de gebroeders Duchamp met ook Francis Picabia en tenslotte de overlappende en heel breed opgevatte groep van de Séction d’Or, waar dus ook Lhôte, Survage, Archipenko en Donas van deel uitmaken. Daarnaast ontwikkelen er zich ook postkubistische stromingen met een eigen naam: het orfisme – vroeger synoniem met postkubisme – van
Robert Delaunay en zijn vrouw Sonia Terk, en ook het purisme van Le Corbusier en Amadée Ozenfant.

Het postkubisme ontstaat reeds op het ogenblik dat het kubisme zelf nog in volle ontwikkeling is (vroege Cézanneske kubisme : 1907-1909,
analytisch kubisme : 1910-1911, synthetisch kubisme 1912-1914).
Al onmiddellijk bij het verschijnen ervan omstreeks 1910 zijn er al groepen die zich naar het kubisme oriënteren, maar pas na de eerste wereldoorlog krijgt het postkubisme zijn kenmerkende synthetiserende gedaante.

Het postkubisme brengt een gematigde, humane, decoratieve en eclectische versie van het radicale en strenge kubisme. Men heeft het moeilijk met de verregaande, tot abstractie neigende facetteringen als gevolg van het opdrijven van het aantal simultane gezichtspunten (analytisch kubisme), met het vermengen van schilderkunst met allerlei triviale materialen in de collage’s (synthetisch kubisme) en met de afwijzing van de kleur (monochrome donkere, bruine tinten). Bijgevolg kiest men uit elke fase van het kubisme die elementen die het vooropgestelde doel
dienstbaar zijn (eclectisch) :
. Hoewel sommigen blijven vasthouden aan een monochroom palet van vale tinten (Gleizes, Le Fauconnier) kiest men in het algemeen en vooral na 1914 voor meer heldere en zuivere kleuren (Léger, Delaunay, Lhôte, Survage). (decoratief)
. Hoewel de synthetischkubistische collage met zijn gebruik van nietartistieke materialen wordt afgewezen, weerhoudt men hiervan de negatie van diepte en perspectief (het schilderij als een plat vlak) en het strakke compositieschema van elkaar oversnijdende en streng geordende vlakken.
. De zogenaamde simultane gezichtspunten, het gelijktijdig weergeven van de verschillende aanzichten van een voorwerp vanuit diverse standpunten, worden beperkt en ondergeschikt gemaakt aan het geordende en dus goed leesbare compositieschema. (gematigd)
. Zo wordt in weerwil van de kubistische versnippering die de uitgebeelde figuratie doet oplossen in gefragmenteerde vormen, de band met de werkelijkheid terug aangehaald door weliswaar hoekige, maar herkenbare en klaaromlijnde voorwerpen en figuren (de menselijke figuur wordt zelfs het hoofdthema in hun kunst). (humaan)
. Deze figuratie krijgt zelf een uitgesproken plastische vormgeving (sterk modelé), waarvoor men teruggrijpt naar de geometrische basisvormen, die het vroege kubisme typeerden en die op hun beurt zijn afgeleid van de Cézaneske premisse ‘herleid de natuurvormen tot cilinder, bol en kegel’. Het inpassen van de plastische figuratie in de vervlakte compositorische ruimte roept een zekere spanning op. (gematigd)

3.5. Duiding van het postkubisme
Het gematigd karakter van het postkubisme heeft twee aanwijsbare redenen. Enerzijds gaat het om een kunst van adepten, die enigszins ‘modieus’ gebruik maken van de meest opzichtige kenmerken en die door hun adaptieve houding niet hetzelfde radicalisme in zich dragen. In hun kunst blijft aldus een meer traditionele opvatting blijvend aanwezig. Belangrijker echter is de specifieke naoorlogse sfeer en als gevolg daarvan de moeizame situatie waarin de Europese avantgarde kunst zich toendertijd bevond. Er is in de kunst van de jaren twintig een verlangen naar orde en stabiliteit merkbaar, wat men in de kunst doorgaans aanduidt met de term ‘rétour à l’ordre’. De vermoeide en in zijn idealen teleurgestelde avantgarde zet na de oorlog bewust een stap terug naar een meer klassieke vormentaal.

De tijd van ongebreideld experimenteren en revolutionair vernieuwen is voorbij. In de plaats komt een strengere geest, een meer constructieve houding. Men wil de zaken op een rijtje zetten en tot een samenvatting, een heldere synthese komen van wat de vooroorlogse vernieuwingen gebracht hebben. De avantgarde wordt in die jaren geïnstitutionaliseerd. De adepten en epigonen maken vooral decoratief gebruik van de vooroorlogse avantgarde beeldtaal. We zien deze ‘rétour à l’ordre’ zowel in het naoologse werk van de grote meesters (de klassieke periode bij Picasso, de haremvrouwen van Matisse, het neorealisme bij Malevich) als in de opkomst van realistische stromingen bij een nieuwe generatie (Nieuwe Zakelijkheid, Neorealisme, Magisch Realisme, de Metafysische schilderkunst van De Chirico, het illusionistische van Dali en Magritte binnen het Surrealisme). Het gematigd karakter van het postkubisme vindt ook hier zijn verklaring.

Belang van het postkubisme
Wanneer men de invloed van het Franse kubisme op moderne bewegingen in het buitenland in kaart brengt, dan kan het belang van het postkubisme in de verspreiding van de kubistische esthetica niet voldoende onderstreept worden. Het kleine en ondertussen wat oudere oeuvre van slechts twee kunstenaars (Braque en Picasso) kreeg uiteraard niet dezelfde ‘exposure’ als het recentere, en dus ruim voorradige werk van talloze adepten. De nu schier onbekende meesters Gleizes, Le Fauconnier, Lhôte en Metzinger kenden in hun tijd veel weerklank en vooral buitenlandse kunstenaars identificeerden hun werk met dat van het kubisme. De volgelingen die de leer missioneerden zijn intussen in de vergetelheid geraakt, in tegenstelling met de nieuwe bekeerlingen die de boodschap omvormden tot een eigen geloof. Wil men de bekering leren begrijpen dan kan dat niet door vergelijking met de leer van de profeten, maar moeten de overtuigingen van de volgelingen worden bevraagd. In die zin is bijvoorbeeld de receptie van het kubisme door de Vlaamse expressionisten slechts begrijpbaar langs het werk van Gleizes en Le Fauconnier en heeft de vergelijking met het kubisme van Braque en Picasso geen enkele zin.

Bron: http://www.academielier.be/kunstgeschiedenis/11-%20DONAS%20lestekst.pdf


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1519.