kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 22 03 2017 022:01 voor het laatst bewerkt.

postmoderne kunst

Postmoderne Kunst

 De term postmodernisme heeft drie betekenislagen:
- Het kan als historische periode gekarakteriseerd worden.
- De term wordt voorts ook gebruikt om alle verschillende stromingen te beschrijven die zich afzetten tegen het modernisme.
- De term postmodernisme kan tenslotte aangewend worden om een wereldbeeld aan te duiden. Het postmodernisme wordt als een conditie beschouwd, een overkoepelende wereldvisie.

Zie ook postmodernisme.

postmoderne architectuur
Eigenlijk is het postmoderne denken begonnen in de kunst, de architectuur. In de veertiger jaren was de bouwkunst nog allemaal recht-toe-recht-aan, alles keurig recht, de ramen recht en harmonieus. Binnen de kunst kwam er een stroming, die zich daartegen verzette. Een gebouw kan dan uit diverse stijlen opgebouwd zijn; romaanse kunst met gotische kunst, enz. Het is niet vanuit één werkwijze gebouwd, hoewel het wel funktionele gebouwen kunnen zijn. Maar je ziet er alle stijlen in terug. Het is niet logisch, niet harmonisch, het heeft van alles wat.

De eerste kritiek op het Modernisme was te lezen in The Death and Life of great American Cities (1961) van Jane Jacobs, dat de opheffing van de sociale samenhang in de steden door de utopische bouwplannen en -schema's van het Modernisme propageerde, en Complexity and Contradiction in Architectuur (1966) van Robert Venturi die vindt dat moderne architectuur nietszeggend is omdat de complexiteit en de ironie ontbreken die historische bouwwerken verrijken.
In 1972 publiceerden Venturi, Denise Scott Brown (geb. 1932) en Steven Izenour Learning from Las Vegas, dat de culturele oprechtheid van de handelsgeest verheerlijkt, die men terugvindt in de bewegwijzering en de gebouwen in deze typische stad.
In 1972 leidde het boek Mythologies (1957) van Roland Barthes tot een grote verspreiding van zijn theorieën over semiotiek - de studie van tekens en symbolen als de communicatiemiddelen van een cultuur. Men geloofde dat als gebouwen en objecten doordrongen waren van symboliek, kijkers en gebruikers ze sneller zouden begrijpen en stelden dat de voorkeur van de beweging Moderne voor geometrische abstractie zonder versiering en dus symboliek, tot vervreemding en ontmenselijking van architectuur en design zou leiden. Halverwege de jaren '70 begonnen Amerikaanse architecten als Michael Graves met het aanbrengen van decoratieve motieven op hun ontwerpen, die ironisch bedoeld waren en vaak verwezen naar oude decoratieve stijlen.

postmodern design
De modernistische ideologie is anti-traditioneel te noemen; de modernisten zagen hun bezigheden en belangstelling als een breuk met de tradities van de kunst. Keek men in de negentiende eeuw vooral naar een tamelijk mythisch verleden, de modernisten hielden de blik gericht op een even vage en mythische toekomst. De vrij algemene afkeer van het gebruik van ornament kan men dus in deze zin begrijpen: het ornament in de negentiende eeuw was veelal historisch van afkomst, behoorde niet tot de pure, formele middelen van architectuur en vormgeving en ook het psychologisch mechanisme van associatie behoorde in de ogen van de modernisten niet tot deze middelen, die het wezen van architectuur en vormgeving uitmaken.(...)

Vanaf ongeveer het midden van de jaren zeventig is er een generatie van vormgevers opgestaan, die zich nogal massaal verzet tegen de puristische en functionalistische uitgangspunten van de modernisten. Zij worden tegenwoordig de post-modernisten genoemd. (...) Waren de modernisten bijna altijd doodserieus, de postmodernisten etaleren graag een zeker gevoel voor humor. Dat maakt ze overigens ook zeer ongrijpbaar en dubbelzinnig. Want niet alleen zijn meubels utilitaire producten (modern) of rituele totems (postmodern), het lijken immers ook vaak polemische argumenten te zijn in een debat voor ingewijden omtrent de kwestie van goede vormgeving. Ook hierin schuilt de dubbelzinnigheid van het postmodernisme: het is vaak niet duidelijk wat precies de bedoeling is, een ironisch argument of een serieus alternatief. - (Uit: Ghislain Kieft, Modernisme en Postmodernisme. in: Memphis. Cat. Kruithuis, 's-Hertogenbosch 1984)
 
Postmodernistisch design kwam voort uit de opkomst van Pop en Anti-Design in de jaren '60. Alessandro Mendini en Ettore Sottsass van Studio Alchimia leverden op ironische wijze commentaar op het Modernisme door op hun werk decoraties aan te brengen. Begin jaren '80 produceerde Memphis monumentale en kleurrijke 'Neopop-ontwerpen', die de draak staken met 'goede smaak' door opvallende plastic en grillige versieringen aan te brengen. het anti-design van Memphis werd steeds populairder waarmee zij een weg baanden voor het postmodernisme als internationale stijl in de jaren '80.

Postmodernistisch design maakte gebruik van de culturele diversiteit van de moderne maatschappij en kon landsgrensoverschrijdend zijn door het gebruik van symboliek, door het gebruik van oude decoratieve stijlen van classicisme tot art-deco maar ook van surrealisme en kitsch.

De postmodernistische afkeuring van het industriële proces betekende volgens Hans Hollein de triomf van het kapitalisme over de sociale ideologie, die ten grondslag lag aan de beweging Moderne. De economische recessie van de jaren '90 noopte de ontwerpers echter tot een minder expressieve en rationelere aanpak en de populariteit van het postmodernisme nam weer snel af ten faveure van het zuivere minimalistische van de jaren '90.
 
Postmoderne kunst
De postmoderne kunst heeft zijn wortels ook in de jaren vijftig en zestig, toen kunstenaars een enorme diversiteit aan alternatieve kunstvormen creëerden als alternatief voor de modernistische kunst. Er ontstonden landart, environments, happenings, performances, body art, videokunst en later ook de computerkunst. Het technologische in de kunst is volgens Lucy Lippard een kenmerk van het Postmodernisme. Dit is met name het geval bij de Amerikaanse Popart met zijn industriële invloeden. Andy Warhol is een voorbeeld van een Popartkunstenaar, die door het seriematige in zijn werk het massaculturele en het industriële benadrukte. Zijn atelier noemde Warhol nota bene The Factory en hij gaf ooit te kennen dat hij graag een machine wilde zijn.

Modernistische stromingen als futurisme en surrealisme drukten een gevoel van chaos en onzekerheid uit. De kunstenaar worstelde met zijn eigen bestaan en zijn kunst. Toch probeerden modernisten nog tot een zekere zingeving te komen. Men deed met andere woorden nog moeite om technieken te vinden om aan de onzekerheid en het chaosgevoel te ontsnappen. Dat gebeurde respectievelijk door het opwaarderen van de moderne techniek (futurisme) of van de wereld van droom en fantasie (surrealisme). Postmoderne kunstenaars verzetten zich niet meer tegen de chaos, maar laten zich gretig overspoelen door de veelzijdigheid die ze biedt.

In de postmoderne kunst maakt men een keuze uit verschillende stijlen en stijlcombinaties en het gebruikmaken van elementen uit andere disciplines zoals film televisie en muziek. in de jaren tachtig en negentig gaat de Postmoderne kunst alle kanten op. Kunstenaars grijpen terug op voorbije periodes of combineren stijlen tot iets nieuws. In de postmoderne kunst is de combinatie van de meest uiteenlopende stijlelementen in een werk tot nieuwe stijl verheven. Een collage van stijlen door populaire cultuur en high culture te mengen. Men greep ook wel terug naar de klassieken. In de jaren zestig en zeventig werd de schilderkunst doodverklaard, maar in het begin van de jaren tachtig kwam ze weer op de kaart te staan. Vooral Duitse en Italiaanse schilders verzetten zich met hun werk tegen het 'te ver doorgeschoten' modernisme.

De meeste Nederlandse kunstcritici plakten al snel het stempel 'vrijblijvendheid' op het postmodernisme. Ze definieerden de stroming graag als anything goes en benadrukten vooral haar vage, onbepaalde karakter.

Raessens stelt de volgende 5 basisstellingen voor het postmodernisme, naar aanleiding van drie esthetische theorieën binnen de Frankfurterschule (Benjamin, Adorno en Habermas), centraal:
- Kunst in het algemeen; Met kunst in het algemeen wordt bedoeld dat er géén duidelijke grens ligt tussen kunst en nietkunst en ‘hoge' (superieure)kunst en ‘lage' (cultuurindustrie) kunst.
- geïntegreerde kunst; dat wil zeggen dat kunst geïntegreerd moet zijn in de alledaagse praktijk.
- eclecticisme in de kunst; Met eclecticisme in de kunst wordt bedoeld dat kunst zich kenmerkt door een bewuste vermenging van zowel historische stijlen binnen een kunstdiscipline als stijlkenmerken van verschillende kunstdisciplines, waarvan crossing border-kunst een voorbeeld is.
- kunstenaar als bricoleur; De kunstenaar als bricoleur of knutselaar is het idee dat de kunstenaar verschillende vormen van kunst herneemt in zijn eigen kunstwerk. Bestaande elementen worden gecombineerd, verwerkt of geciteerd.
- schizofrenie in de kunst; Als laatste van de basisstellingen wordt de schizofrenie in de kunst genoemd, dit houdt in dat de beschrijving van een klinisch-schizofrene ervaring kan verhelderen wat er gebeurt in postmoderne kunst. Dit gaat gepaard met een afname van emoties en fragmentering, aldus Raessens. (2001, 75-83)

Het postmodernistisch-concept kreeg vooral in de Verenigde Staten makkelijk voet aan de grond. 'Dat kwam omdat het postmodernisme daar veel eerder een maatschappij-kritische beweging was'. 'De postmodernisten hekelden in hun werk bijvoorbeeld de onderdrukte rol van vrouwen en homosexuelen.' Pas in 1989 maakte Nederland kennis met Amerikaanse postmodernisme, tijdens de tentoonstelling Horn of Plenty in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Er werd werk vertoond van kunstenaars als Jeff Koons en Haim Steinbach, het zogeheten shopping art. De kritische, geëngageerde postmoderne kunst, waar de Amerikanen bekend om stonden, was daar echter niet bij.'

Postmodernisme is niet denken vanuit een visie, omdat ze teleurgesteld is over alles wat die visies ons brachten, alleen maar ellende en narigheid. Schrijf ze af. Het begin van dat denken zie je niet meer in de filosofie, maar in de kunst. Een uitdrukking uit Engeland zegt: 'Picking the fruits without the roots.' Je haalt overal het aardige vandaan.

Kunstenaars die tot de postmodernisten worden gerekend zijn wel: Barbara Kruger, Duane Michals, Victor Burgin, Jenny Holzer, Julian Schnabel (1951), David Salle (1952), Jean-Michel Basquiat (1960-1988), Keith Haring (1958-1990), en Cindy Sherman (1954).

Post Postmoderne kunst
Die postmoderne kunst gaat nog altijd door. Let u maar eens op gebouwen. Het is ook niet zo dat het van de een op de andere dag verandert, zodat je kunt zeggen; we leven nu in het postmoderne tijdperk, dus het is nu allemaal postmoderne kunst. Nee, je hebt ook in deze postmoderne tijd toch zeker ook nog moderne kunst en ook zeker nog moderne mensen, maar in toenemende mate zie je dat het postmoderne denken verder komt. Misschien zult u vandaag wel vast moeten stellen dat u veel postmoderner bent dan u eigenlijk allang dacht, want we krijgen er allemaal iets van te mee. De vorige, moderne tijd, toen hoefde je nergens aan te twijfelen, want daar en daar stond het opgeschreven.

Het postmodernisme is bij uitstek het tijdperk van de ratio en de beheersing. In postmoderne kunst heeft het denken prioriteit, zijn het concept en het idee fundamenteel - een apollinische aangelegenheid derhalve. In een volgende fase in de kunst - we moeten immers verder - wenden we ons tot de andere kant van de dialectiek, naar de inspiratie, het sublieme, de roes. We zullen Dionysos omarmen, de muze innig tongzoenen en - heel romantisch, heel ouderwets - het scheppende genie weer als uitgangspunt van alle kunst zien, die hyperindividuele kunstenaar die leeft voor en van zijn momenten van inspiratie.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2060.