kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 12-06-2008 voor het laatst bewerkt.

Potlood

potlood (het ~)
1 met hout omgeven staafje grafiet om mee te schrijven of te tekenen
2 [g.mv.] grafiet
3 [inf.] penis

gra'fiet (het ~)
1 in plaatjes gekristalliseerde koolstof( carboon), o.a. gebruikt als tekenstift.
Grafiet is een van ouds bekende delfstof. Het is een zachte, vettig aanvoelende stof. Deze is opgebouwd uit plaatjes koolstof die gemakkelijk langs elkaar afschuiven. In geperste vorm is het geschikt om mee te tekenen. Grafiet is hittebestendig en werd vroeger gebruikt voor gietmallen van kanonskogels. Tegenwoordig wordt het veel gebruikt in kernreactoren.

Het potlood zoals wij dat kennen is in 1790 uitgevonden door N.J. Conté.
De stift bestaat uit mengsel van grafiet en klei.
Dit mengsel wordt in een oven gebakken.
Grafiet geeft het potlood zijn schrijvend vermogen.
De stof is een vorm van zuivere koolstof, één van de zachtste mineralen. Tijdens het schrijven schilferen laagjes koolstof af, waardoor op het vel papier een zwart spoor wordt getrokken.
Koolstof komt voor in allerlei gedaanten. In diamant, het hardste mineraal, heeft het een kristalstructuur.

Voor de bereiding van de stift worden de klei en grafiet eerst fijngemalen, waarna er een bindmiddel aan wordt toegevoegd.
Door de verhouding van porseleinaarde (een zeer fijne kleisoort) en grafiet te variëren, kunnen potloden van verschillende hardheid gemaakt worden. Dertig procent porseleinaarde geeft een zacht potlood (6B of zachter) en zeventig procent een hard potlood (6H of harder).

In de industrie worden potloden gemaakt door het goed gemalen mengsel van porseleinaarde en grafiet onder hoge druk door een cilinder met gaatjes te persen. Na droging worden de stiften gebakken. De nu nog poreuze stiften zouden in het gebruik erg krassen. Daarom worden ze in gesmolten was gedoopt totdat alle lucht eruit is, de was gaat dus in de poreuze delen zitten.

Voordat er een houten huls omheen gaat, wordt de stift gedroogd en gebakken bij een temperatuur van ongeveer 1200 graden.

Weinig hout is geschikt om als omhulsel van de stift te dienen. Cederhout is de enige optie. De houtsoort is zacht, niet te zwaar en de nerven zijn heel fijn. Bomen die 150 tot 200 jaar oud zijn, leveren het beste hout. In de plankjes cederhout, die met was en beits zijn geïmpregneerd, worden groeven gefreesd waarin vervolgens de stiften worden gelegd. Een tweede plankje met groeven wordt erop gelijmd en de uiteindelijke potloden, rond of zeshoekig, worden eruit gezaagd.

Grote brokken potlood, die niet in de handel verkrijgbaar zijn, kunnen door de kunstenaar gemakkelijk zelf worden gemaakt. Men kneedt porseleinaarde en grafiet met een weinig water tot een plastische massa van de gewenste vorm en afmeting. Vervolgens laat men de massa langzaam drogen. Snel drogen geeft een poreus produkt. Tijdens het droogproces kan men de massa verder verdichten door deze te kneden of door er op te slaan. Wanneer de massa droog is, wordt deze in een keramiekoven bij 1100š C gebakken. Men dient ervoor te zorgen dat er geen zuurstof bij de massa komt, anders houdt men alleen een brok wit porselein over. Om verbranding van de grafiet te voorkomen, verdient het aanbeveling de massa met houtskool - dat eerder dan grafiet verbrandt - af te dekken.
Wanneer men niet beschikt over een keramiekoven, is het ook mogelijk brokken 'potlood' te maken door, in plaats van alleen water, met een 1%-oplossing van tragantgom in water de massa te kneden. Na droging verkrijgt men een vaste massa die bijna net zo stevig is als de gebakken soort.

Op de meeste potloden staat een code.
De code bestaat uit een letter en een cijfer.
H staat voor hard.
B staat voor zacht.
Het cijfer geeft de gradatie aan.
Hoe hoger het cijfer hoe harder/zachter het potlood is.

Het meest gebruikte soort is het HB-potlood dat een gemiddelde hardheid heeft. Met de stift is een lijn van ongeveer 25 kilometer te trekken.

Veel klei en weinig grafiet geeft een hard potlood.
Een technische tekening maak je met een hard potlood.
Met een hard potlood teken je scherpe lijnen.
Op het potlood staat de letter H en een cijfer.
Hoe harder het potlood hoe hoger het cijfer.
Op harde potloden staat 2H, 3H of 4H.
De hardste (10H) geeft bijna geen grafiet prijs aan het papier.

Veel grafiet en weinig klei geeft een zacht potlood.
Met een zacht potlood kun je goed schetsen.
Je maakt gemakkelijk schaduwen en donkere vlekken.
Op het potlood staat de letter B en een cijfer.
Hoe zachter het potlood hoe hoger het cijfer.
Op zachte potloden staat 2B, 3B of 4B.

De bereiding van kleurpotloden wijkt nauwelijks af van de beproefde procedure van Conté. De stift bevat ook porseleinaarde, maar geen grafiet. Een mengsel van kleurstoffen, pigmenten en bindmiddelen zorgt voor de juiste kleur. Hoe fijner het pigmentpoeder is, des te intenser de kleur.

hoe gebruik je potlood?
Met de verschillende hardheden kan men een rijke variatie aan tonen en tussentonen weergeven. Grafiet is een smeermiddel en gaat bij slordig werken snel glimmen. De tekening krijgt al gauw een smerig uitzicht. Bij het gebruik van een potlood moeten we zeer voorzichtig te werk gaan. We mogen niet meer uit het potlood halen dan dat het kan geven. Hiervoor moeten we de grenzen van het materiaal leren kennen.
Met het potlood moet men strelend over het vlak gaan, als we de toon nog dieper willen krijgen moeten we op die plaats verder werken en donkere toon mag men niet bekomen door op je potlood te hard drukken.
Houd rekening met de korrel van het blad!
De korrel van je papier is even belangrijk als je potlood en draagt bij tot een mooi resultaat van de toonwaarden. Druk de korrel niet plat! Bij potlood mag je de toon nooit uitwrijven met duim, doekje of vod!'

Zwart potlood bestaat uit grafiet. Dit hecht zich aan het ruwe oppervlak van het papier. Als we er met de hand overheen wrijven, veegt een potloodlijn wat uit. De hechting aan het papier is dus niet zo stevig. Grafiet hecht beter aan het rubber van het gum, wanneer je daarmee over het papier wrijft. Doordat het gum zacht is, valt het gumsel er gemakkelijk af.

Kleurpotlood is van een wasachtige stof gemaakt, die beter aan papier hecht dan grafiet. Daarom is er een hardere gum nodig, waarmee je de was losschuurt van het papier.

De geschiedenis van het potlood
Anders dan de naam doet vermoeden, bevatten potloden al eeuwenlang geen lood meer. De naam is te danken aan de oude Grieken en Egyptenaren, die met loodstiften op papyrus schreven. Voordat grafiet als teken- en schrijfmateriaal algemeen gebruikt werd, schreef men met een zacht stuk lood (gewoonlijk een legering van twee delen lood en een deel tin) of met het hardere zilver. De fijne metaaldeeltjes die tijdens het schrijven afsleten en zo bijvoorbeeld op het papier terechtkwamen, verkleurden onder inwerking van luchtzuur tot zwart.

De geschiedenis van het potlood zoals wij het kennen begint met een storm die in 1564 over het Engelse Cumberland raast en een boom ontworteld.
Onder de wortels blijkt grafiet(black lead) schuil te gaan. Het materiaal is uitstekend toe te passen als schrijfmiddel.

In 1761 brengt de Duitser Kaspar Faber een belangrijke verbetering aan. Een mengsel van grafiet, zwavel en hars geeft een strakkere lijn dan zuivere grafiet.

Een echte vernieuwing brengt de Franse kunstenaar en uitvinder Nicolas Conté enkele tientallen jaren later aan. Dat doet hij onder druk van de overheid, die van Conté eist dat hij binnen een week een potlood ontwikkelt waarvan de grondstoffen binnen de landsgrenzen zijn te vinden. Engeland is in die tijd het enige land dat hoogwaardige grafiet levert, waardoor de prijzen sterk stijgen.

Het is 1794, de tijd van de Franse Revolutie, en Conté kan wel raden wat de gevolgen zijn als hij niet aan de wensen van de regering tegemoet kan komen. Veel van zijn landgenoten zijn al onder de guillotine terechtgekomen. Hij gaat aan de slag en een week later levert hij zijn procedure af bij het comité. Hij heeft fijngemalen klei vermengd met kwalitatief minderwaardige grafiet en vervolgens het mengsel gebakken in een kalkoven. In 1795 verkrijgt hij patent op de procedure.

Het productieproces is vandaag de dag nauwelijks veranderd. In 1812 ontwikkelt de Amerikaan William Monroe een automatisch productieproces voor potloden.

zie ook


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 62.