kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Raoul De Keyser

Raoul De Keyser (1930)

Netwerk 1972, zeefdruk op papier
46,5 x 46,5 op 50,5 x 50,5 cm
Belgische kunstenaar, beeldhouwer en schilder, (Deinze 1930), woont en werkt in Deinze

Raoul De Keyser, (of De Keijser) had zijn eerste tentoonstelling in 1965. Nu is hij internationaal gezien een van de meest gewaardeerde Belgische schilders.

levensloop
De Keyser heeft als tiener de oorlog meegemaakt, heeft leren roken van een Duitse soldaat, schilderde al wel, maar wat stelt dat voor.

journalistiek
Hij trouwde vroeg, werkte als ambtenaar en werd begin jaren vijftig correspondent voor Volksgazet, de verre voorloper van het dagblad De Morgen. De Keyser schreef vooral over kunst en sport, zowel over Roger Raveel als over boksen. Hij is toen een tijdlang gestopt met schilderen om na zijn dertigste opnieuw te beginnen. ,,Ik had voor iemand een aquarel gemaakt, en ineens moest ik voor meer mensen iets doen. Toen ben ik er mee opgehouden.''

opleiding als schilder
De journalistiek was echter ook zijn roeping niet. Begin jaren zestig volgde hij korte tijd les bij Roger Raveel, aan de Academie van Deinze, zijn geboortedorp en de plek waar hij nog altijd woont. Door dat jaar bij Raveel, de kunstenaar die inmiddels - in Machelen-aan-de-Leie - zijn eigen museum heeft, is De Keyser vooral op dreef gekomen. Het schilderen moest hij doen naast de baan, de bijbaan, het gezin. Aanvankelijk in de keuken, op zater- en zondagen - weekends werden toen nog niet zo genoemd -, veel later in een atelier dat gelijkvloers werd bijgebouwd. In 1963 besloot de toen 33-jarige Raoul De Keyser een punt te zetten achter zijn carrière als kunstcriticus en sportverslaggever om zich intensief aan de schilderkunst te wijden om beetje bij beetje een rijk en gevarieerd oeuvre op te bouwen.

Nieuwe Visie
Raoul De Keyser wordt in de jaren zestig beschouwd als een vertegenwoordiger van de Nieuwe Visie in de schilderkunst, een stroming die aangaande belangstelling voor herkenbare motieven en populaire beeldtaal vergelijkbaar was met Pop Art. De onderwerpen worden gekozen uit de dagelijkse omgeving en herleid tot vlakke kleurvormen en lijnen. Door zeer egaal te schilderen en alle overbodige zaken weg te laten, werd de werkelijkheid 'platgeschilderd' en de hand van de schilder zelf onzichtbaar.

Samen met Raveel, Etienne Elias en Reinier Lucassen beschildert hij in 1966-67 de kelders van kasteel Beervelde in Oost-Vlaanderen.

Zijn allereerste schilderijen, uit de jaren 1964-'65, zijn een soort close-ups van uiteenlopende voorwerpen als een deurklink, een tuinslang, een sok aan een waslijn. Toch ging het hem, in deze herkenbare beelden, vooral om de lijnen, de grote lijnen van de kleine dingen - om vormen en kleuren die zonder bijkomende trucjes het schilderij waar moesten maken. Hij wilde de essentie overhouden, zonder de poëzie aan te tasten. Bovendien was hij zich zichtbaar bewuster dan de anderen van het elementaire gegeven dat hij met doek en verf bezig was. Dat zijn ook dagelijkse dingen, maar het zijn materialen die het immateriële in zich dragen.

Vanaf de jaren zeventig wordt zijn werk gaandeweg abstracter en teruggebracht tot vormen die ontleend lijken aan landschappelijke vlakverdelingen. Voor een groot aantal werken neemt hij het lijnenpatroon van een voetbalveld als uitgangspunt. Maar dit gegeven is niet meer dan een aanleiding om te komen tot een verdieping van het onderzoek naar vorm en structuur van een schilderij. Het veld bevond zich, zoals bijna al de motieven van De Keyser, dicht bij huis. De beginnende schilder, zo wil het verhaal, sloeg graag de werkman gade die - een emmer in de ene, een borstel in de andere hand - de lijnen bijkalkte. Toen waren die minder machinaal perfect dan tegenwoordig. En zeker dat onverfijnde beviel De Keyser. Bovendien voelde hij zich verwant met die man die maar wat liep te schilderen. Binnen de lijnen weliswaar. Het gevolg was een hele reeks doeken die witte strepen op een groene achtergrond laten zien - in schier eindeloze variaties. Soms bijna realistisch - een cornervlag, een middencirkel - maar allengs abstracter. Ze zijn het fundament van al zijn latere werk. Mede omdat ze nooit zijn wat ze lijken - en zelfs niet zijn wat ze zijn. ,,Als iemand me zei dat die lijn de krijtlijn op het voetbalveld was, dan zei ik dat het iets anders was. Als iemand me zei dat het iets anders was, zei ik: het is de krijtlijn op het voetbalveld. Het is hetzelfde en het is niet hetzelfde.''

Uiteindelijk worden de strakke contourlijnen van het vroege werk steeds vrijere bewegingen van kwast en verf. Vlakken en lijnen tekenen zich als zelfstandige vormen af in vrije en kleurrijke composities. Steeds meer krijgt zijn werk een verstild en poëtisch karakter, waarbij de mogelijkheden van kwaststreek en kleur voortdurend lijken te worden afgetast. De Vlaamse kunstcriticus Ludo Bekkers omschrijft het als volgt: ‘Nooit is een werk af. Men kan vaak aan de randen van het doek aflezen hoe het overschilderd werd om tot een aanvaardbaar resultaat te komen. Maar volledig aanvaardbaar is het kennelijk nooit, want het onderzoek gaat verder op een volgend werk, met soms een andere aanpak, een andere formele structuur, ander kleurgebruik. En dat proces van aanpassen, zelfcorrectie en overschilderen is nu juist het boeiende van dit oeuvre. Zijn betekenis ligt niet in de herinnering van de realiteit, maar in het zoeken naar het uiteindelijke schilderij waarvan de voorgaande stappen de herinnering zijn.'

In latere jaren boort De Keyser nieuwe terreinen van onderzoek aan: zijn aandacht richt zich nu op zaken als kleur, perspectief, textuur en andere materiële aspecten van verf en drager. Ook zijn toets wordt losser en het kleurenpalet breder zoals in de 'Apeverdriet'-serie en de 'Hellepoort'-werken. In reeksen monochromen richt hij zich op de eigenschappen van kleur, hoewel de werken, opgebouwd uit vele verflagen en kleurnuances nog amper die naam verdienen. Het perspectief zelf wordt in schilderijen als 'Kabinet', 'Kamer' en 'Studie' onder de loep genomen. Door kleurvlakken naast elkaar te plaatsen, bereikt De Keyser een decorachtig effect. Zijn onderzoek naar de 'huid' van het schilderij, waarbij hij experimenteert met verf die soms pasteus of dan weer uiterst schraal is aangebracht, weggeveegd, weggekrast of opzettelijk gecraqueleerd, dwingt de toeschouwer in de rol van 'dermatoloog', aldus Jacobs in zijn essay over het werk van De Keyser.

exposities
Werk van De Keyser was te zien in grote internationale tentoonstellingen, waaronder Documenta IX (Kassel 1992), Der zerbrochene Spiegel. Positionen zur Malerei (Wenen/Hamburg 1993), Unbound. Possibilities in Painting (Hayward Gallery, Londen 1994) en Trouble Spot. Painting (MUHKA, Antwerpen 1999).

Exposities in Nederland: Groninger Museum 1970, Van Abbemuseum 1974, Witte de With 1993,

2002 - De Pont - Raoul De Keyser: schilderijen, tekeningen en grafiek
schenking Wijnand Sengers

De Pont ontvangt belangrijke schenking van particuliere verzamelaar,
De Pont heeft een groot aantal werken van de Belgische kunstenaar Raoul De Keyser ontvangen als schenking van Wijnand Sengers. Deze Rotterdamse psychiater bouwde in de afgelopen decennia een omvangrijke kunstverzameling op. Centraal in zijn verzameling staat Raoul De Keyser, van wie Sengers tientallen werken bijeen heeft gebracht. De Keysers eigenzinnige en compromisloze visie op de schilderkunst maakt hem tot een kunstenaar wiens werk zich op prachtige wijze voegt in de verzameling van De Pont. De tentoonstelling laat zien hoe het werk van De Keyser zich in dit proces van zoeken en aftasten door de jaren heen heeft ontwikkeld tot een prachtig, poëtisch en eigenzinnig oeuvre. In een recente studie over zijn werk schrijft Steven Jacobs: ‘Zijn schilderijen kunnen per definitie niet op voorhand worden vastgelegd. Niet een mentaal concept, maar de aarzelingen, overschilderingen en wegschilderingen liggen aan de basis van zijn werk.' In het ‘wegschilderen' en het reduceren van het beeld is De Keyser ook van grote betekenis gebleken voor een generatie jongere Belgische kunstenaars, onder wie Luc Tuymans die ook in de collectie van De Pont vertegenwoordigd is. Wijnand Sengers (1927-2002) was sinds 1964 een gepassioneerd verzamelaar; ‘Er is voor mij bijna niets belangrijker dan moderne kunst, werkelijk nieuwe kunst. Dat vind ik verrukkelijk.' In zijn verzameling toont zich een duidelijke voorkeur voor abstract en ingetogen schilderkunst; ‘Dat vind ik het fijnste, het pakt mij het meest omdat het eenvoudig is, stil en sterk.' Naast het verzamelen heeft Sengers in de jaren tachtig ook een kunsttijdschrift in eigen beheer uitgegeven: Van Nieuwe Schilderkunst. ‘Ik heb een heel nummer gewijd aan de Belgische schilder Raoul De Keyser, de schilder die mij boven alles gaat.'
Anthony Spira, conservator van Whitechapel Gallery, schrijft in de catalogus: ‘De schilderijen van De Keyser die zijn handelsmerk geworden zijn, zijn gelaagd in onuitgesproken tinten, transparant of ondoorzichtig, organisch of artificieel. Hij manipuleert zelfs bij voorbaat het craquelé, zodat de onderliggende kleur tevoorschijn komt en er een voortdurende trilling tussen oppervlak en diepte ontstaat. Elk geschilderd oppervlak vormt de ondergrond voor een volgende laag, net zoals bestaand werk vaak bewerkt wordt tot nieuwe schilderijen.'
De schilderijen zijn op bijna organische wijze aan elkaar gerelateerd en er bestaan diverse reeksen met eenzelfde thema of uitgangspunt. Verschillende onderwerpen zijn in meerdere varianten geschilderd. Het werken in reeksen biedt de kunstenaar de mogelijkheid om een onderwerp uit te diepen, te herhalen en te vervolgen. In zijn bijdrage aan de catalogus noemt Adrian Searle, criticus van The Guardian, herhaling en variatie twee belangrijke kenmerken van het werk van De Keyser. De schilderijen zijn inderdaad rusteloos en geconcentreerd tegelijk; rusteloos in het voortdurende onderzoeken van de schilderkunstige mogelijkheden en geconcentreerd in de aandachtige precisie waarmee de compositie in balans is gebracht. Ordening en vrije vorm, kader en vlak, kleur en lijn, oppervlakte en diepte, figuratie en abstractie zijn hierbij de weerkerende dualiteiten van zijn schilderkunstig onderzoek. Anthony Spira noemt het schilderen van Raoul De Keyser een proces van ‘hardop denken', ongecensureerd en onvoorspelbaar.
www.depont.nl

Websites: Univers.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 368.