kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 30-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Raymond Pettibon

Raymond Pettibon

Amerikaanse kunstenaar, geboren als Raymond Ginn in 1957, woont en werkt in Hermosa Beach Californie.

Pettibon wordt gezien als de ultieme verpersoonlijking van het zogenaamde ‘Bad Drawing'.
Zijn energieke, zwart-wit tekeningen hebben een agressieve en atonale aanblik. Zijn grootste prestatie is de allesomvattende manier waarop hij woord en beeld laat versmelten op het papier. Al doende brengt hij iets totaal nieuws tot stand ; het zijn geen prenten, geen tekeningen, geen literatuur maar een amorfe kunst die geboren is uit de vluchtige geest van poëzie, filosofie en opstandigheid. Woord en beeld zijn niet van elkaar te scheiden.

Raymond Pettibon: solo-expositie in Zwirner galerie

Voor zijn obsessieve werk – "fictions" in zijn woorden - gebruikt Raymond Pettibon talloze grafische technieken en put uit allerhande bronnen: sociale satire, van Goya's gravures tot Honoré Daumiers boekverluchtingen, massacultuur, televisie, film noir, tijdschriften en cartoons. Pettibons obsessies omvatten het sexleven van John F. Kennedy, surfers, honkbal, de bijbel, J.Edgar Hoover, Joan Crawford, Elvis, Charles Manson, de letter A, paddestoelwolken, treinen en een groot aantal lullen. De raadselachtige teksten in zijn op strips lijkende tekeningen zijn ontleend aan literaire bronnen, variërend van Marcel Proust, Henry James, de Bijbel, William Blake en John Ruskin tot populaire tijdschriften en pulpliteratuur.

Zijn aan strips herinnerende, tamelijk minimale en directe manier van tekenen, en teksten roepen een soort grimlach op: wrang, licht absurd, treurig, maar ook heel nuchter. De tekeningen zijn vooral zwart-wit, met soms een grote vorm in één kleur.

Pettibons werk doet onwillekeurig denken aan de pop art van Roy Lichtenstein, wiens schilderijen gebaseerd waren op strips. ''Er zijn overeenkomsten, maar die zijn oppervlakkig. Lichtenstein gebruikte strips met een ironische afstand. Die is er bij mij niet. Bij mij is die stijl een gegeven.'' Volgens Pettibon hebben zijn tekeningen verder niet veel met strips te maken. ''Ik hoef niet altijd een grap te leveren, of een spannend verhaaltje over superhelden. Het uitgangspunt is volkomen verschillend. Mijn werk heeft ook in de stripwereld geen enkele invloed gehad, dat zegt ook wel iets. Er is nog een sterke scheiding tussen strips en kunst.''

Omgekeerd is de invloed van strips op Pettibon duidelijk: zo figureren superhelden als Superman en Batman in zijn tekeningen. Maar bij Pettibon is bijvoorbeeld de relatie tussen Batman en zijn hulpje Robin een tikkie anders; zo is er een tekening waarin Batman een pilletje in Robins mond stopt. We lezen Robins gedachten. Hij klaagt over de vieze smaak die hij overhield aan de orale seks met Batman, die met het pilletje verdreven moet worden. Op een andere tekening zien we een bloedend stuk van een lijk, en op de muur een in bloed geschreven tekst - een verwijzing naar de moorden van de groep rond de psychopatische hippie Charles Manson, die vaker terugkomt in Pettibons tekeningen. 'Waar was Superman?' vraagt een begeleidende tekst. En Supermans antwoord: hij had het, met zijn X-ray eyes, wel gezien, maar kon zijn ogen niet geloven.

''Die superhelden zijn complexer dan vaak wordt gedacht,'' zegt Pettibon. ''Anders zouden ze ook niet zo lang tot de verbeelding hebben gesproken. Bij Superman zie je elementen van Nietzsche bijvoorbeeld en van politieke ontwikkelingen in de tijd waarin die strip werd bedacht. Ik fantaseer nog wat verder over hun persoonlijkheden.''

Deze teksten en beelden worden door Pettibon opnieuw gerangschikt, waardoor “kortsluiting” onstaat bij de beschouwer, die beeld en tekst met elkaar in verband probeert te brengen. Het is niet Pettibons bedoeling een coherent wereldbeeld uit te dragen of een boodschap over te brengen. De betekenis van zijn tekeningen en teksten is niet altijd duidelijk of eenduidig. Dat ze daardoor vaak fout geïnterpreteerd worden, vindt hij niet erg: ''Het gaat alleen soms wat ver als mensen aan de hand van mijn tekeningen een uitgebreid psychologisch profiel van mij opstellen, waar dan niets van klopt. Maar daar kan ik ook wel om lachen.''

De Amerikaanse samenleving en subculturen vormen een onuitputtelijke inspiratiebron voor de onbedaarlijke stroom tekeningen, schilderijen, collages, installaties, muurschilderingen, kunstenaarsboeken en videofilms die Raymond Pettibon de wereld in stuurt. Veel voorkomende onderwerpen en motieven in zijn werk zijn surfers, skyscrapers, de radicale Amerikaanse subculturen van de jaren zestig en zeventig, de Marlboro man, Batman, Gumby, Superman, Patty Hearst, Nancy Reagan en Charles Manson.

Raymond Pettibon behaalde zijn Doctoraal Economie aan de UCLA in 1977 en neemt Pettibon aan als artiestennaam omdat hij zo werd genoemd door zijn vader, een schrijver.

Pettibon begon zijn tekencarriere als politiek tekenaar van de Universiteitskrant van UCLA in 1975. Er volgde snel een doe-het-zelf uitgave van Captive Chains in 1978, de eerste in een reeks van meer dan honderd ruig en woest getekende stripbladen, met als onderwerpen; sex, geweld, drugs en hippies. Andere titels van zijn strips zijn onder meer Pig Cupid, Selfishness en Tripping Corpses.

Zijn broer was oprichter van het roemruchte Californische punk-platenlabel SST, dat bands als Black Flag, Minutemen en Sonic Youth uitbracht. Eind jaren zeventig begon Raymond Pettibon zijn tekeningen te maken als platenhoezen voor deze bands. Hij ontwierp platenhoezen en talloze flyers en posters voor concerten. Ook bundelde Raymond Pettibon zijn tekeningen in aandoenlijke, gestencilde fanzines.

Soms ergert het hem als hij als platenhoes-kunstenaar wordt gezien of wanneer sterk de nadruk wordt gelegd op zijn punk-achtergrond. ''Er zit zeker een punk-houding in mijn werk. Maar die punkscene was behoorlijk klein, en kunst speelde daarin geen rol van betekenis. Er was daar nauwelijks waardering voor mijn werk.''

In 1983 begint hij verschillende grafische technieken bij elkaar te passen en door elkaar te mengen.

In de jaren tachtig en negentig steeg Pettibons bekendheid door tentoonstellingen in Amerikaanse en Europese galerieën.

Hij heeft zijn eerste solo-expositie in 1989 in New York bij Feature.

Begin jaren negentig verandert zijn stijl van woest naar meer bespiegelend. Zijn schare bewonderaars verandert langzaam van underground naar kunstkopers.

Recent maakte hij een installatie op de Documenta 11 in Kassel. Daar had hij de muren van een gehele torenkamer van het museum Fridericianum beschilderd en volgehangen met zijn tekeningen.

Relevante verwijzingen: Parool: Plots laid thick

Plots Laid Thick (2003) is de eerste overzichtstentoonstelling van deze tegendraadse Amerikaanse kunstenaar. Ruim 600 tekeningen, een enorme muurschildering en een speciaal voor Den Haag gemaakte installatie worden aangevuld met een selectie van zijn films, kunstenaarsboeken, platenhoezen en affiches voor punkbands. Samen geven ze een uitvoerig beeld van deze omnivore kunstenaar, wiens invloed op de hedendaagse kunst niet is te overschatten. De tentoonstelling kwam tot stand in samenwerking met MACBA in Barcelona.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 167.