kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-09-2008 voor het laatst bewerkt.

Realisme-in-de-kunst

Die uitbeeldingswijze waarbij het uitgebeelde een hoog gehalte objectief herkenbare werkelijkheid bevat.

De term realisme, die staat voor een type kunst dat erop mikt de ons omringende werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk weer te geven, is min of meer synoniem geworden met naturalisme, Het begrip stamt uit de negentiende eeuw en werd gebruikt ter typering van het werk van Gustave Courbet en een groep van schilders die iedere vorm van idealisering verwierpen en zich in plaats daarvan richtten op het leven van alledag.

Het realisme komt door de eeuwen heen in de kunst voor, maar bvb. heel duidelijk in de portretsculptuur van Rome tijdens, de Republiek, in de laatgotische beeldhouwkunst (15de eeuw) en in de Hollandse, Franse, Italiaanse en Spaanse schilder- en prentkunst van de 17de eeuw. In de 19de eeuw groeide door toedoen van m.n. Courbet (vooral door zijn tentoonstelling Le Réalisme van 1855), Millet en Daumier het realisme uit tot een op zichzelf staande stroming in de schilderkunst. De reactie op het classicistische idealisme en de mogelijkheid tot het visualiseren van socialistische sympathieën zijn daarbij van groot belang geweest.

In de 20ste eeuw ontstonden binnen het realisme tal van aparte stromingen zoals het magisch, het fantastisch, de schilders van de neue-sachlichkeit (Schad) en de socialistisch-realisten (Mukhina), het modern realisme, waarbij steeds bepaalde aspecten van de werkelijkheid worden benadrukt. Ook het surrealisme houdt zich in die zin bezig met de werkelijkheid. In de jaren tachtig gingen sommige kunstenaars hyperrealistisch werk maken, dat vanwege zijn fotografische nauwkeurigheid een verontrustende uitwerking heeft (Close en Estes) (Summa)

Realisme is een verwarrende term - Er bestaat vandaag de dag de moeilijk uitroeibare opvatting dat realisten in feite altijd fijnschilders zijn. Dit is zeker niet het geval. Een groot aantal kunstenaars schildert in een lossere techniek, waarbij ze echter trouw blijven aan de zichtbare werkelijkheid. Zij worden vaak 'figuratieven' genoemd, maar vallen wel degelijk binnen het kader van het hedendaagse realisme.

Historie
Tot in de 19de eeuw was realisme in de kunst grosso modo gelijk te stellen met het nabootsen van de zichtbare werkelijkheid, al wordt de term vaak speciaal gebruikt voor niet-geïdealiseerde natuurgetrouwheid (bijv. de republikeinse Romeinse portretsculptuur, de laatgotische beeldhouwkunst, het ‘Hollands realisme’ in de 17de-eeuwse schilder- en prentkunst).

De vaak zeer natuurgetrouw ogende schilderijen uit de zestiende en zeventiende eeuw zijn immers bekend komen te staan onder een term als Hollands Realisme. 'Ogend', want ook toen liepen de gebezigde schildertechnieken al belangrijk uiteen. Gerard Dou (1613-1675) bijvoorbeeld, schilderde zijn hele leven met fijne penselen en een ongelooflijke precisie. Aanvankelijk deed zijn leermeester, de jonge rembrandt (1606-1669), dat ook om later, met grote kwasten en dikke verf, een zeker zo herkenbaar beeld op even overtuigende wijze neer te zetten.

Bij dit alles moeten we ons tevens bedenken dat aanduiding realisme pas eeuwen later bedacht werd; de term zelf bestond destijds nog niet voor welke kunstuiting dan ook. Die benaming werd pas in 1855 geïntroduceerd door de Franse schilder Gustave Courbet (1819-1877) toen deze in de buurt van de Wereldtentoonstelling een eigen paviljoen oprichtte. Boven de toegang had hij een flink bord getimmerd met de tekst 'Pavillon du Réalisme'.
Met de veranderende opvattingen omtrent het wezen en de functie van het kunstwerk werd ook de interpretatie van het begrip realisme specifieker. In de 19de eeuw werd een eerste stap op deze weg werd gezet door Gustave Courbet (die zichzelf overigens naturalist noemde), die in 1855 de bataille réaliste ontketende, toen hij – nadat zijn inzending voor de Salon was geweigerd – onder het motto Le réalisme een privé-tentoonstelling hield. Zijn werk bracht een schok teweeg omdat hij in zijn schilderijen ‘banale, onbelangrijke’ zaken presenteerde op een oneerbiedig groot formaat, en geen verheven, abstracte thematiek.

In de kunstgeschiedenis is aan het werk van Courbets tijd- en landgenoten, Jean-François Millet, Daumier en anderen de naam realisme toegekend, waaronder verstaan wordt: een stroming die de werkelijkheid natuurgetrouw weergeeft, die is ontstaan als reactie op het idealisme van classicisme en romantiek en die de mogelijkheid bood de midden 19de eeuw politiek belangrijk wordende socialistische ideeën visueel weer te geven; dit laatste kon zowel leiden tot satire (Daumier) als idealisme (Millets scènes uit het boerenleven). Nadien heeft ‘realisme’ zich echter in tal van verschijningsvormen en onder tal van namen steeds weer in de ontwikkeling van de beeldende kunst gemanifesteerd.

Direct na de naturalisten namen de impressionisten met man en macht het roer over. Zij hanteerden het penseel op een veel flitsender wijze teneinde de werkelijkheid van het moment zo raak mogelijk weer te geven. Ondanks hun schijnbaar nog grovere techniek waren zij in feite de eersten die zich ook daadwerkelijk met de pure realiteit bezig hielden. Ze schilderden vaak zonder meer wat hen voor de neus kwam of stond. Het duurde dan ook wel even voordat het publiek aan al die realistische nieuwlichterij gewend was.

En dat publiek kreeg het niet makkelijk, want niet lang daarna barstte het herkenbare beeld in duizend scherven uiteen. Al snel ontstond het eerste, echt voorstellingsloze schilderij en de abstracte-kunst was geboren. Op dat kraambed werd de moeder, de realistische kunst, min of meer dood dan wel tot zeer zondig verklaard. Tijden van twist en strijd braken aan. Kampen binnen het publiek, kampen binnen de kunstenaars, en kampen binnen de kunsttheoretici.

De term realisme is in de 20ste eeuw aan vele stromingen gegeven: het magisch realisme, het surrealisme, het neorealisme (in de filmkunst) en de popart, waarvan de Franse aanhangers zich onder de naam Les Nouveaux Réalistes verenigden. Het begrip realisme kreeg daarbij in de kunst een nieuwe dimensie door de van Marcel Duchamp afkomstige idee dat een voorwerp – uit zijn omgeving geïsoleerd – ook direct kan worden tentoongesteld en niet noodzakelijkerwijs behoeft te worden nageschilderd of op andere kunstzinnige wijze nagebootst. Deze ideeën over het kunstwerk hebben geleid tot nieuwe vormen van realisme, waarbij een stuk werkelijkheid door kunstenaars wordt gebruikt om bij de beschouwer een bewustwording over die realiteit teweeg te brengen. In de communistische landen ontstond het socialistisch realisme. Daarnaast kwam rond de jaren zeventig internationaal een nieuwe realistische schilderkunst sterk in de belangstelling, onder de noemer hyperrealisme, superrealisme, nieuw realisme, fotorealisme, sharp focus of fotografisch realisme. De beoefenaren (w.o. ook beeldhouwers) werken in sterk uiteenlopende trant; hun uitgangspunt is echter steeds een fotografische weergave van de werkelijkheid. In de jaren tachtig werden allerlei vormen van realisme opnieuw onder de noemer neorealisme samengevat.

In de luwte van al dit gekrakeel kwam nog een derde hoofdstroom tot bloei: niet volledig abstract, maar ook niet echt realistisch. Misschien is dat wel de stroming die figuraal (van Latijn figuralis) moet worden genoemd: een vrij herkenbaar beeld in een vaak tamelijk voorstellingsloze wereld en meestal decoratief van sfeer.

De hiervoor op eenvoudige wijze geschetste hoofdstromen worden in de officiële kunstwetenschap natuurlijk veel ingewikkelder geduid en gehanteerd. Vaak doen de kunstenaars zelf daar ook nog eens een verwarrend schepje bovenop. Zo beweerde Mondriaan glashard met 'waarachtig realisme' bezig te zijn. Volstrekt anders van aard, maar toch: realisme.

Zie ook hyperrealisme.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 48.