kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Reinier Lucassen

Nederlands schilder, graficus, collagekunstenaar, beeldhouwer van figuurvoorstellingen, landschappen, interieurs, non-figuratief, portretten, zelfportretten,

Geboren: 16-4-1939 Amsterdam, woont en werkt in Amsterdam,

Opleiding: Rijksakademie van beeldende kunsten, Rijksnormaal School voor tekenleraren, Amsterdam (1957-1960)

Sinds 1964 verbonden aan Galerie Espace.

In 1966 werkte hij samen met Elias, Raoul De Keyser en Roger Raveel aan de muurschilderingen in de kelders van het kasteel te Beervelde en was een van de wegbereiders van de nieuwe figuratie.

De nieuwe figuratie is een verzamelnaam voor een groep kunstenaars die in de jaren zestig en zeventig een hernieuwde belangstelling kregen voor de figuratieve elementen in de schilderkunst. De naam verraadt al dat schilders uit deze stroming de figuratie nieuw leven wilden inblazen, zónder opnieuw terecht te komen in realisme. Naast Lucassen behoorde onder andere Roger Raveel tot deze groep.

In 1967 was hij samen met Jan Dibbets en Ger Van Elk oprichter van het Internationaal Instituut voor Herscholing van Kunstenaars.

Cassandra Foundation Award (1970)
David Roëll Prijs (1976)

Overtuigd van zijn gelijk en wars van iedere mode of trend, heeft hij in de loop der jaren een volstrekt unieke en onvergelijkbare beeldtaal ontwikkeld. Aan het begin van de jaren tachtig ontwikkelde Lucassen een nieuwe en persoonlijke beeldtaal, waarin abstracte en organische figuren de boventoon voeren. Zijn schilderijen worden beeldgedichten in een stijlvorm die hij zelf abstract symbolisme noemt.

Zijn abstractie lijkt in zekere zin op die van Max Ernst of Francis Picabia maar is tegelijkertijd een zeer persoonlijke tekentaal. De figuren vloeien als het ware over het beeldvlak en vormen mysterieuze patronen die voor bepaalde begrippen of gevoelens staan. Vaak zijn deze patronen gebaseerd op clichés, maar zijn ze door Lucassen zodanig bewerkt dat ze toch een authentieke en associatieve uitstraling krijgen. Voor wie de directe betekenis achter zijn werk zoekt, kan houvast hebben aan de titel, die meestal met blokletters op het schilderij staat geschreven.

Lucassen gelooft niet in een kunst die ondergeschikt is aan een vooropgezette doctrine, stijl of thematiek. Een dergelijk opgelegd dictaat, dat al snel kan uitgroeien tot een dwingend absolutisme, zou zijn verbeeldingskracht immers teveel belemmeren en de praktijk van het schilderen teveel aan banden leggen. Hij ziet het als zijn artistieke opgave de onbegrensde mogelijkheden van de schilderkunst te exploreren. Met een gedreven ernst, die zijn basis vindt in een grote betrokkenheid met de geschiedenis van de beeldende kunst, ondervraagt en toetst hij permanent zijn schilderkunstige opvattingen.

Rode draad in zijn werk is, zoals hij het zelf formuleert, het zoeken naar een schilderkunst die een synthese is van verschillende opvattingen. Kunst die daardoor verschillende gevoelsinhouden kan vormgeven. Lucassen is geïnteresseerd in de manier waarop tegenstrijdige uitgangspunten en conflicterende gevoelens in een voorstelling kunnen worden samengebracht en tegen elkaar kunnen worden uitgespeeld. Die vreemde samenspraak, die soms zelfs dramatische ontmoeting van contrasten maakt de weg vrij voor een ongekend en bijna onuitputtelijk scala van vormen en gevoelens. Het gaat hem niet om een bepaald schoonheidsideaal of theoretisch model, maar om de exactheid waarmee hij zijn visie en zijn bedoelingen in de schilderkunst kan transformeren. Het besef van de schilderkunst staat bij hem centraal. Fundamentele tegenstellingen binnen de beeldende kunst moeten zijns inziens niet worden opgevat als onverenigbaar, maar juist als complementair. Hij wil de vanzelfsprekendheid van bepaalde gegevens doorbreken, om zo tot nieuwe, ruimere interpretaties te kunnen komen. Lucassen wil met de daad van het schilderen als het ware bezit nemen van de dingen: uit hun oorspronkelijke context gehaald en in een onverwacht, polemisch verband geplaatst, worden ze anders bekeken en krijgen ze een nieuwe betekenis, een nieuwe realiteit. Ze worden teruggebracht tot min of meer abstracte, afstandelijke vormen die geen directe werkelijkheidswaarde meer hebben; het anekdotische is eruit verdwenen. Hij omschrijft de schilderijen zelf als 'stemmingsbeelden'. Nederland op de Biënnale van Venetië.

Kunst streeft Lucassen voortdurend naar vernieuwing. Hij vindt evenwel, ingegeven door zijn respect voor de verworvenheden van de beeldende kunst, dat kunst nieuw moet zijn binnen de traditie. Vernieuwing moet, wil ze ook werkelijk een bijdrage aan de ontwikkeling en de continuïteit van de beeldende kunst kunnen leveren, haar wortels hebben in de traditie. Ook in het werk 'hypokrites persona, persona' zoekt Lucassen aansluiting bij de traditie. De titel is een verwijzing naar de Griekse treurspeldichter Aeschylus, die het toneel nieuwe spelmogelijkheden gaf door aan het koor en de acteur (in oorsprong was er maar één speler -hypocrites- die getooid was met één masker - persona -) een tweede speler toe te voegen. Deze overgang van één naar twee is in feite ook de overgang van monoloog naar dialoog, van eenheid naar pluriformiteit. Het thema van het schilderij is de synthese van eenheid en pluriformiteit, van traditie en vernieuwing. In de intelligente en geraffineerde manier waarop Lucassen deze uiteenlopende componenten bij elkaar weet te houden en naar zijn hand weet te zetten, toont zich de soevereiniteit van zijn kunst.

Tentoonstellingen o.a. in het Stedelijk Museum Amsterdam, Stedelijk van Abbemuseum, Eindhoven en in 1999 in het Cobra Museum voor Moderne Kunst, Amstelveen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 31.