kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Rembrandts-tronies

Vanaf het begin van zijn loopbaan maakte Rembrandt meer dan dertig studies van opvallende gezichten van mannen en vrouwen, zogenaamde tronies, soms aangevuld met de handen en een of ander rekwisiet zoals een boek. Ze waren niet bedoeld als portret, maar dienden tot oefening in het weergeven van leeftijd, karakter of gemoedstoestand en als hulpmiddel bij het inschilderen van een gezicht in allegorische of verhalende voorstellingen. Vaak stonden oudere mensen model. Ze vormden een goed studieobject, vanwege hun oude, gerimpelde gezichten. Waarschijnlijk heeft zijn vriend Jan Lievens hem in contact gebracht met de Vlaamse kunstenaars Anthoon van Dyck en Jacob Jordaens, die ook dit soort studiekoppen schilderden.

Rembrandt had meer vrijheid om te experimenteren bij een tronie dan bij een portret in opdracht. Hij schilderde zijn tronies, veelal afbeeldingen van anonieme modellen in fantasiekostuums, vrij ruw en grof, met brede penseelstreken. Hij bracht veel verf aan in dikke lagen, zonder dat er penseelstrepen of sporen van een paletmes te zien waren.

De meeste tronies van Rembrandt ontstonden tussen 1630 en 1640.

Tronies waren populair in de zeventiende eeuw. Men hield van schilderachtige types, zoals een mooie jongeling, een oude man, een moedig soldaat of een oosterling. Ze werden op de vrije markt verhandeld en niet in opdracht gemaakt, zoals portretten. Voor een tronie kon een schilder zelf of iemand uit zijn omgeving model staan.

Rembrandts zelfportretten met gouden ketting, of in historische kleding, of met een tulband zijn 'tronies'. Omdat Rembrandt al vroeg een beroemde schilder was, vonden kopers van een tronie het aardig Rembrandts gezicht te herkennen. De aandacht van kopers of liefhebbers van de kunst verschoof van de voorstelling naar de maker van een schilderij. Sommige kopers werden 'naemkopers' genoemd. Ze probeerden werk van bepaalde belangrijke meesters te bemachtigen. Rembrandt was zo'n schilder.

Tronies van Rembrandt:
Een bijzondere groep wordt gevormd door vier Oosterse koppen uit 1635. Zij zijn gebaseerd op prenten van Jan Lievens. Rembrandt heeft het werk van zijn rivaal willen verbeteren. Zie oriëntaalse figuur, maar dan wel met een ‘Hollands hoofd' onder de sierlijke tulband, zoals Constant Huygens fijntjes opmerkte toen hij De Oosterling van Lievens bij stadhouder Frederik Hendrik zag. Wat hem evenwel niet opviel, was dat dit Hollands hoofd ook nog in tal van andere schilderijen van Lievens, Rembrandt en zijn leerling Gerard Dou figureerde. Dat deed sommige onderzoekers besluiten dat Rembrandts vader daarvoor model had gestaan.
Röntgenfoto's hebben aangetoond dat zich onder de met goud bestikte bruine mantel een lichtgekleurde bontmantel bevindt met een parelketting erover. Dat Rembrandt dit detail heeft overschilderd is typerend voor zijn werkwijze: tijdens het schilderen veranderde hij vaak nog de compositie of, zoals hier, de aankleding.
De Oosterling wordt beschenen door een gouden gloed. Omdat het lichaam van de man in schaduw ligt, krijgt zijn gelaat alle aandacht. Met dit clair-obscureffect plaatste Rembrandt de Oosterling in een ruimte, hoewel niet duidelijk is in welke ruimte. Op de plaats van de handtekening is de verf nauwelijks dekkend, terwijl elders de verf dik op het paneel is aangebracht. Rembrandt varieerde dus sterk in de mate van uitwerking.
De gouden ketting en het sieraad zijn virtuoos geschilderd en de tulband is heel precies weergegeven. Waar het goud en de parel glinsteren bracht Rembrandt een dikkere toets verf aan in een lichte kleur. Zo lijkt het alsof het juweel echt glimt.
tronies ook naar kunstenaar Rembrandt en onder onderwerp tronie in.

Heel wat zogenaamde tronies van Rembrandt en zijn compagnon Jan Lievens bleven evenwel niet binnen het atelier, maar werden als zelfstandig kunstwerk verkocht. Door ze in een antiquiserend of exotisch kleedje te steken, kregen die standaardmodellen een meer verhalend karakter en konden ze doorgaan voor een historisch portret dat een personage uit de bijbel, de mythologie of een andere geschiedenis voorstelde. Dat soort toeschrijvingen werd vooral in de negentiende eeuw gedaan en paste in een algemene opwaardering van Rembrandts œuvre en persoon. In Nederland gold de schilder als een nationale held die tot moreel voorbeeld diende. Geïdealiseerde anekdotes, liefst uit zijn Leidse periode toen hij nog bij zijn familie woonde en een onbesproken leven leidde, kwamen daarvoor het meest in aanmerking. Natuurlijk kreeg in die verhalen Rembrandts moeder de rol van vrome oude vrouw toebedeeld, zoals men haar meende te kennen uit de vroege schilderijen van Rembrandt.
In vroege werken van Rembrandt komt geregeld een oude vrouw voor die leest of bidt. Door de levensechte indruk die ze maakte, werd ze al in de zeventiende eeuw ‘Rembrandts moeder' genoemd. Ook andere verwanten van Rembrandt, zoals zijn vader, zijn broer Adriaen en zus Lysbeth, werden in verschillende werken herkend.
Helemaal uit de lucht gegrepen waren die toeschrijvingen ook niet. Hoewel het in de noordelijke Nederlanden in de eerste helft van de zeventiende eeuw niet de gewoonte was naaste familieleden als model te gebruiken, was dat bij de Antwerpse meesters wel erg in de mode. Rembrandt en Lievens zullen ongetwijfeld via gravures werk van Pieter-Paul Rubens, Jacob Jordaens of Antoon Van Dyck hebben gezien, waarvoor gezinsleden model stonden.
Waarom zou Rembrandt in Leiden trouwens al niet zijn begonnen met het portretteren van familieleden als hij dat later in Amsterdam ook zo vaak zou doen? Bovendien zijn in inventarissen uit Rembrandts tijd aanwijzingen gevonden dat er etsen of schilderijen waren die wel degelijk Rembrandts moeder of vader voorstelden. Om welke werken het precies ging, is niet bekend. In 1907 werd een tekening gepubliceerd waarop het opschrift Harman. Gerrits. Vande Rhijn duidelijk naar Rembrandts vader verwijst. De man lijkt evenwel helemaal niet op degene die tot dan toe voor Rembrandts vader doorging, maar duikt wel geregeld in andere taferelen op.
De wilde toeschrijvingen uit de negentiende eeuw waren ongegrond, maar de radicale ontkenning van het voorkomen van Rembrandts verwanten op schilderijen uit de Leidse periode klopt ook niet. (bron: www.tertio.be - Sabine Alexander)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 42.