kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Rene Daniels

Rene Daniëls (1950)

Nederlandse kunstenaar, geboren in 1950 in Eindhoven. Woont en werkt in Eindhoven.

De in 1950 geboren Eindhovense kunstenaar René Daniëls werd slechts korte tijd vergund om een artistieke carrière op te bouwen. Zijn eerste expositie had hij in 1977 en tien jaar later maakte een ernstige hersenbloeding een abrupt einde aan zijn schildersloopbaan. In deze korte tijd heeft hij een uniek en fascinerend oeuvre gecreëerd, dat nationaal en internationaal indruk weet te maken. Bovendien heeft hij zijn publiek steeds weten te verrassen met nieuwe wendingen in zijn beeldend denken. Hij heeft zich nooit tevreden gesteld met een eenmaal gebaande weg maar ging voortdurend op zoek naar avontuurlijke zijpaden die weer tot andere spannende wegen leiden. Zijn werkgebied noemde hij ooit ‘het voormalig niemandsland tussen literatuur, beeldende kunst en het leven'. Dit maakt zijn oeuvre gevarieerd zonder dat de samenhang tussen de verschillende werken verloren is gegaan.
Daniëls' schilderijen gaan over ruimte. De ruimtelijke voorstellingen in Daniëls' schilderijen grijpen op complexe wijze in elkaar. Vaak is niet duidelijk wat voor- of achtergrond is, wat ruimte is of voorwerp. Ook omdat zijn schilderijen onaf lijken, de vormen nauwelijks zijn ingevuld en de verf dun is opgebracht, wordt de ongrijpbaarheid van de voorstelling vergroot. In de loop van zijn carrière is Daniëls bovendien steeds meer gaan balanceren op de grens tussen figuratie en abstractie.

René Daniëls studeerde in 1976 af aan de Academie voor Kunst en Vormgeving in Den Bosch.

De vroegste werken van René Daniels ontstonden eind jaren zeventig als reactie op de overwegend voorstellingsloze, conceptuele en minimale kunst. Rondvliegende grammofoonplaten, vallende boeken en een camera – allen informatiedragers - vulden de vlotgeschilderde, kleurrijke doeken.

Rene Daniëls viel op door zijn associatieve en kleurrijke manier van schilderen.
Het schilderij Hollandse Nieuwe (1982) bijvoorbeeld ontstond uit een gedachte die Daniëls had toen hij haring at: ‘Stel dat ze ontdekken hoe lekker ze zelf zijn. Dan vreten ze elkaar misschien allemaal op en hebben wij niets meer.'

Toch werd al snel duidelijk dat Daniels niet zozeer was in te delen bij de zogeheten nieuwe wilden, maar veeleer aansloot bij een Frans-Belgische traditie waarin de nadruk ligt op de relatie tussen taal, beeld en betekenis.

Daniels' manier van werken werd door hemzelf in 1982 gekarakteriseerd als ‘beeldend dichten'. Een eenvoudig motief als het venster wordt uiteen genomen, gespiegeld, vermenigvuldigd, in perspectief geplaatst en in transparante lagen over elkaar heen geschilderd. Zo ontstaat uit een verlichte raampartij in een donkere gevel, een ‘vlinderdas' annex een voorstelling van een ruimtelijk ambivalente zaal met merendeels lege schilderijen. ‘Beeldend dichten' betekent dat niet alleen de vormen in zijn werk ‘rijmen', maar dat hij ook woordspelingen gebruikt, zoals in de titels. ‘Memoires van een vergeetal', ‘Palais des beaux-aards' en ‘Geniale zones' zijn slechts enkele voorbeelden. Belangrijke voorbeelden voor Daniels zijn Francis Picabia, René Magritte en vooral Marcel Broodthaers. Deze charismatische Belg wist met een zeer herkenbaar iconografisch vocabulaire in onnavolgbare woord-beeld-associaties, een ironisch en poëtisch commentaar te leveren op de positie van de kunst en de kunstenaar in een door economische motieven gedreven kunstwereld. Verwante thema's voor een kunstenaar als Daniels, die tevens naar legitimatie voor zijn schilderkunst zocht – een métier dat met de opkomst van nieuwe media zoals fotografie en video, om de haverklap werd ‘doodverklaard'.

Naast kunsthistorische verwijzingen zitten zijn schilderijen vol ironisch commentaar op het kunstbedrijf zelf. In Academie (1982), is de eerbiedwaardige kunstacademie niet meer dan een façade die in lucht opgaat. In de ramen/schilderijen citeert Daniëls zowel zijn eigen werk als clichés van de moderne kunst. En in The Most Contemporary Picture Show (1983), toont hij niet zonder zelfspot de moeizame loopbaan van de kunstenaar: in tegenstelling tot zijn Duitse en Italiaanse collega's

Naast bon-vivant was Daniëls in zijn beginperiode een angry young man die als het moest zijn doeken met het grof vuil meegaf. Al van meet af aan hing er een mythe om hem heen, een reputatie waar zelf hij met verve aan meewerkte. Toen een Duitse journalist hem vroeg ‘Wie machen wir das Interview Herr Daniëls, auf Deutsch oder Englisch?', antwoordde hij botweg ‘Das machen wir überhaupt nicht'.


De slag om de 20e eeuw, 1984, olie op doek, 100 x 120 cm, Collectie ABN-AMRO 1984 maakte René Daniëls schilderijen die vooral het tentoonstellen tot onderwerp hebben. Soms lijkt er een halfdoorzichtig vlies over zijn schilderijen te zijn gespannen, zoals in 'Het huis' uit 1986. In dergelijke werken wordt de ambiguïteit van de ruimte vergroot. Vaag zien we een tentoonstellingsruimte afgebeeld met in het midden iets dat op een microfoon lijkt met daarnaast een piano. Daarvoor opnieuw een silhouet van muren, maar nu in een vorm die, binnen de ruimte van de afgebeelde zaal, eerder op een televisietoestel lijkt. In dit schilderij zweven ook nog eens allerlei grafische vlinderdasmotieven. Het is alsof we naar twee schilderijen tegelijk kijken, alsof zich achter het ene doek een ander schuilhoudt dat zijn kleurkracht pas ten volle zal tonen wanneer het voorste doek is verwijderd.

De Eindhovense kunstenaar René Daniëls genoot in de jaren tachtig internationale bekendheid. Op eigen kracht had de ‘mooie jongen' Daniëls zich een weg naar de top gebaand. Maar op kerstavond 1987 werd hij getroffen door een hersenbloeding, die hem sindsdien het werken heeft belet. Hij tekent nog steeds, maar over de status van zijn huidige werk lopen de meningen nogal uiteen. Men vraagt zich af of kunst alleen kunst is als het bij ‘vol bewustzijn' wordt gemaakt. Communicatie met de kunstenaar verloopt, net als zijn motoriek, zeer moeizaam. Maar allicht vermaakt hij zich stiekem prima met dit debat. Net als vroeger. Wie zal het zeggen?


Plug In #43
René Daniëls. Luik en sluiter
30/08/2008 - doorlopend
Locatie: Van Abbemuseum

‘Luik en sluiter’ brengt enkele schilderijen en tekeningen van René Daniëls bijeen uit de jaren 1985-1987, waarvan de meeste niet eerder zijn getoond.

Veel werken in deze tentoonstelling hebben de tentoonstelling zelf tot onderwerp. Terugkerend motief is een perspectivisch weergegeven zaaltje met drie wanden waarop schilderijen hangen, maar er duiken ook vensterluiken, televisieschermen en een diafragma op. Daniëls verkent het geheimzinnige grensgebied tussen beeld en idee. Waar het in de kunst om gaat, zei hij, is wat zich in het hoofd afspeelt, “de donkere kamer van de schilderkunst”. ‘Memoires van een vergeetal’ (1986) lijkt de onvolkomenheid van het geheugen te representeren, de ontoereikendheid van de herinnering om precies weer te geven wat het oog heeft gezien. De witte vlakjes zouden de schilderijen kunnen zijn, de gele hun nabeelden, de indrukken die zij achterlieten. De twee vallen niet samen. Er zitten kieren tussen wat er te zien is en wat wij denken gezien te hebben.

In ‘Floor for a painting’ (ca. 1987) zwermen de expositiezaaltjes als zwarte vlinderdasjes uit in alle richtingen. De titel knipoogt naar ‘Muur voor een schilderij, vloer voor een sculptuur’, een expositie in 1987 in De Appel waar Daniëls aan deel nam. Het architectenduo Paul en Hilde Robbrecht had de expositieruimte met enkele rudimentaire ingrepen toegesneden op het thema van de tentoonstelling: de architectonische voorwaarden voor een ideale presentatie van schilderijen en sculpturen. In de jaren tachtig, toen spectaculaire museumgebouwen als paddestoelen uit de grond schoten, was de verhouding tussen kunst en architectuur een controversieel onderwerp. Daniëls gaat het echter niet om muren of vloeren maar om de tentoonstelling als medium op zich. In het pendant van dit werk, ‘Zonder titel’ (ca. 1987), zijn de zaaltjes weg geschilderd onder een laagje wit, waardoor ze bijna volledig opgaan in de achtergrond. Iets schilderen betekent dat iets wat eerder is geschilderd, wordt afgedekt. Daniëls wijst op de samenhang tussen visualiseren en versluieren. Elke onthulling van een geheim dient de verhulling van een ander geheim.

‘De Donkere Kamer’ (1986) verenigt tegengestelden als binnen en buiten, voorgrond en achtergrond, dag en nacht. De titel kan betrekking hebben op de donkere kamer van de fotograaf, maar ook op de camera obscura. Al eeuwen is bekend dat wanneer licht door een kleine opening binnendringt in een donkere ruimte, een omgekeerd beeld van de buitenwereld op de wand tegenover de opening verschijnt. In de zeventiende eeuw werd de cabine gebruikt door kunstenaars die een waarheidsgetrouw beeld van de werkelijkheid wilden vastleggen door de geprojecteerde lichtbeelden over te trekken. In ‘De Donkere Kamer’ zou je de kruisende diagonalen op de oud-Hollandse vensterluiken kunnen zien als een schema van de werking van de lens die het beeld ‘omkeert’. In de tekening ‘Zonder titel’ (1986) is het snijpunt het gaatje waardoor een lichtbeeld op de wand wordt geprojecteerd.

In een fotocamera wordt de lens geopend en gesloten met de sluiter en wordt de hoeveelheid lichtinval gereguleerd met het diafragma. Het diafragma is de iris van de camera. Het bestaat uit een aantal over elkaar heen schuivende lamellen die een bijna ronde opening vormen. Als een sterk overbelicht deel van de foto de vorm heeft van een ster is dat vaak het gevolg van weerspiegeling op de randen van de lamellen. We zijn zo gewend geraakt aan deze illusie dat het effect in digitale foto’s kunstmatig wordt aangebracht om het beeld echter te laten lijken.

Een gesloten diafragma is te zien in een tekening waarin het onderschrift ‘Kodak Retina’ een verband suggereert tussen de cameralens en het netvlies. In twee tekeningen uit 1986 vormen de lamellen van het diafragma een zwarte ster. In andere tekeningen en gouaches herkennen we het radiale motief op de schilderijen in de tentoonstelling. Het illustreert hoezeer Daniëls’ gereduceerde beeldtaal is gebaseerd op een fijnmazig netwerk van onderlinge verwijzingen.

Een andere interface is het televisiescherm. In een tekening met de notities ‘ziek / vrij / cameraploeg’ verschijnt een schilderijententoonstelling op de beeldbuis. De kunstexpositie en het televisieprogramma zijn zeer verschillende presentatievormen die elk gehoorzamen aan eigen wetten. In een tekening uit 1986 plaatst Daniëls een televisietoestel in een expositiezaal en lijken de schilderijen aan de muur gezichten van het publiek. Het massamedium waar iedereen een mening over heeft, wordt hier geplaatst tegenover de reflectie op schilderkunst. “Wat al te vaak wordt vergeten,” schreef de kunstenaar, “is het nadenken over schilderkunst, al dan niet gekoppeld aan voorgangers. Dat is de toekomst van het museum. Dat is iets anders dan de toekomst van de tv

Het lichtgat in de camera obscura, het luik voor het venster, het netvlies van het oog, het diafragma van de camera – alle bevinden zich tussen datgene wat wij bekijken (de buitenwereld) en het beeld dat wij ons daarvan in gedachten vormen (de binnenwereld). Juist dit grensgebied is Daniëls’ werkterrein. Is het schilderij een weergave van wat wij zien? Of weerspiegelt het wat wij denken? Daniëls’ speelse, intelligente en raadselachtige reflecties op de aard van de schilderkunst zijn nog steeds verfrissend actueel.

Dominic van den Boogerd

Hersenonderzoek heeft aangetoond dat herinneringen nooit volledig verdwijnen. Een herinnering kan onbereikbaar worden wanneer ze los komt te staan van zenuwverbindingen, als een eilandje, maar kan weer worden opgehaald wanneer ze in nieuwe schakelingen wordt opgenomen.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1495.