kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Rene Magritte

Belgische , tekenaar, illustrator, schrijver en cineast, geboren 21 november 1898 te Lessen - overleden 15 augustus 1967 in Schaarbeek, Brussel.

Na een periode van zoeken in de richting van het kubisme en het futurisme kwam hij, vnl. door zijn bewondering voor De Chirico's werk, tot een van de meest typische vormen van het surrealisme. Zijn potloodtekening Le jockey perdu (1925; thema later diverse malen verwerkt in schilderijen) wordt beschouwd als de beslissende wending. Het symbolisme en het werk van Xavier Mellery en Fernand Khnopff, het werk van schrijvers als Baudelaire, Verlaine, Mallarmé en Poe en volksboeken (Fantômas, Arsène Lupin, Rouletabille) behoren eveneens tot de bronnen van zijn bevreemdende, fantastische beeldenwereld

Zijn oeuvre is vrij homogeen. De voorwerpen en personages zijn meestal afgebeeld in een pijnlijk accurate, gladde en scherpe schilderwijze. De dagelijkse, vertrouwde dingen worden op een onthutsende manier met elkaar geassocieerd. Door het negeren van de normale verhoudingen en van de fysieke eigenschappen van de afgebeelde voorwerpen of lichamen tracht Magritte het beeld dat men zich van de realiteit vormt, te verstoren. De afbeelding wordt op logische wijze onlogisch gemaakt en de titels van zijn composities houden geen verband met het zichtbare tafereel. Ondanks de onverwachte associaties is Magrittes werk geenszins speels; evenmin heeft het een humoristische inslag. De erotiek is een van de belangrijkste thema's, maar het ‘bourgeoiselement’ is ten minste even belangrijk.

Kenmerken: Bizarre verbeeldingskracht, liefde voor het oude schildersambacht (waardoor zijn werk een magisch-realistisch aspect krijgt). De idee komt op de voorgrond. Hij schildert droombeelden, ontstaan uit een zich steeds hernieuwende wereld van de verbeelding, waarin magie, dood en erotiek domineren. Zijn werk vond vooral veel weerklank in Groot-Brittannië en de Verenigde Staten. Magritte maakte ook wandschilderingen, in het Casino te Knokke en in het Congrespaleis te Brussel. Werk te Antwerpen, Brussel, Londen en New York.

Biografie
Lessen ligt in het grauwe en saaie Belgische Henegouwen, waar de mijnbouw lange tijd de voornaamste bron van bestaan was. Renés vader, Léopold, was kleermaker en textielkoopman van beroep. Zijn moeder Régina Bertinchamps oefende tot haar huwelijk in 1898 het beroep van hoedenmaakster uit.
Léopold, was een verstandige zakenman, die zijn gezin gegund heeft nogal rijkelijk te leven, in dusdanige mate dat ze over wat huispersoneel beschikten. Léopold Magritte had gevoel voor humor maar ook een tamelijk moelijk karakter.

Na een paar maanden in Lessen gewoond te hebben, vestigden het paar Magritte en hun eerste kind zich in Gilly, waar in 1900 en in 1902 de twee jongere broers van René: Raymond en Paul geboren werden. Deze laatstgeborene, Paul, in 1975 gestorven, werd dichter, musicus en humorist; hij bleef altijd heel nauw verbonden met zijn oudste broer.

In Châtelet, woonde de familie Magritte van 1904 tot 1917. Hun verblijf in deze stad werd in 1913 en in 1916 onderbroken door kortstondige verblijven in Charleroi en in Brussel.

In 1912 gooide zijn moeder zich op 41-jarige leeftijd in de Samber en verdronk. Na de dood van Régina werd de opvoeding van de drie broers Magritte aan dienstmeisjes toevertrouwd en vertrok de familie naar Charleroi.

In 1913 maakte René Magritte kennis met Georgette Berger op de kermis van Charleroi.

Magritte studeerde aan de Brusselse Academie voor Schone Kunsten van 1916 tot 1918. In die tijd experimenteerde hij met stromingen als het kubisme en futurisme. Veel van zijn vroeg werk ging verloren.

Het kasteel Bolle, gelegen aan de 'rue de Couillet' in Châtelet, heeft de allereerste tentoonstelling van de werken van René Magritte onthaald in de loop van de zomer 1916. Deze tentoonstelling, met een filantropisch doel georganiseerd, stelde ook onder andere, werken van Albert Chavepeyer voor.

Na zijn opleiding werd hij patroontekenaar bij een tapijtfabriek. Een jaar later verliet hij deze betrekking en richtte hij zich op het schilderen en het ontwerpen van reclame-affiches.

In 1919, deelt Pierre-Louis Flouquet (Franse artiest, gevestigd in Brussel) zijn atelier met René Magritte. Dankzij zijn partner maakt René kennis met kubisten en futuristen en wordt geïntroduceerd in de kringen van de Antwerpse avant-garde.

In 1920, stelt het Centre d'Art van Brussel de schilderijen van Flouquet en Magritte tentoon.

Georgette Berger werd zijn vrouw in 1922.

De ontdekking van het oeuvre van Chirico had echter een doorslaggevende invloed op zijn evolutie na 1922.

Vanwege die surrealistische interesse is het dan ook niet zo verwondelijk dat Magritte in 1924 bevriend raakte met leden van de Brussel-se surrealisten-groep, het Genoot-schap van het Mysterie. Tot deze groep behoorden Paul Nougé, Marcel Lecomte, Jean Louis Scutenaire en E.L.T. Mesens. Ook waren er contacten met André Breton, die in Parijs een surrealistisch netwerk opbouwde.

'Le jockey perdu'

In 1925 kwam hij met 'Le jockey perdu' tot zijn definitieve, persoonlijke surrealistische stijl.

In 1926 daarna wordt de eerste persoonlijke tentoonstelling van werken van René Magritte op touw gezet: het gaat om éénenzestig schilderijen die in de galerij 'le Centaure' tentoongesteld worden.

In 1927 verschijnt het eerste belanrijke artikel over het werk van Magritte, geschreven door P. G. Van Heecke in het tijdschrift 'Sélection'. Ook in 1927 ontmoet Magritte degene die één van zijn beste vrienden en medewerkers zal worden: Louis Scutenaire. En, nog altijd in 1927 verlaten René en Georgette Magritte de Brusselse streek om zich te gaan vestigen in Perreux-sur-Marne, in de voorsteden van Parijs waar hij in contact kwam met Paul Eluard, André Breton en andere surrealisten. Hij werd de belangrijkste Belgische surrealist, daarbij afwijkend van het Franse surrealisme. De Magritte's zullen drie jaar in Perreux verblijven en nauw betrokken worden bij de activiteiten van de Parijse surrealistische groep.

Ceci n'est pas une pipe

In 1929 maakt Magritte zijn eerste versie van 'Ceci n'est pas une pipe'.

Vanaf het einde van 1929 wordt de relatie tussen André Breton en René Magritte moeilijk, wat gedeeltelijk de definitieve terugkomst van de Magritte's in Brussel, waar hij voordien als ontwerper van behangselpapier had gewerkt, verklaart in de loop van de zomer 1930. Dit laatste jaar blijkt moelijk voor René op financieel gebied: ondanks de verkoop van een deel van zijn boeken en elf van zijn nieuwste schilderijen aan Mesens wordt René verplicht zijn reclamewerk te hervatten. Toch blijft hij verder schilderen.

In 1932 wordt Magritte lid van de Belgische communistische Partij. Die aansluiting, twee keer verbroken en twee keer vernieuwd, zal in 1945 voorgoed ingetrokken worden.

Van 1942 tot 1943 wordt René Magritte een ware ambassadeur van de surrealistische beweging. Hij schildert veel, reist, geeft lezingen en schrijft voor meerdere tijdschriften.

Zijn oeuvre is vrij homogeen, met uitzondering van de periode 1940–1946, waarin hij een paar doeken schildert in de impressionistische stijl van Auguste Renoir, maar na 1946 keerde hij terug naar het Magisch-realisme.

Het werk nam een eigenaardige wending na de Tweede Wereldoorlog met de Periode Vache, waarin een volslagen irreële wereld wordt voorgesteld en de interne samenhang van het beeld teniet wordt gedaan. In 1948 ter gelegenheid van zijn eerste Parijse tentoonstelling in de 'galerie du Faubourg' veroorzaakt deze 'vache' of 'fauve' stijl de woede van zijn oudste vrienden; geen enkel doek wordt verkocht en de artiest geeft die stijl op.

In 1953 krijgt Magritte een bestelling van het gemeentelijke casino te Knokke; die bestaat uit een panoramische muurschildering voor de grote speelzaal. Zo zal 'le domaine enchanté' tot stand komen .

René Magritte nam deel aan de Biënnale van Venetië in 1954.

In october 1957 vestigen René en Georgette zich in Schaerbeek.

In 1963 gaat de gezondheid van de schilder achteruit en dat brengt hem ertoe in Ischia, in Italie te verblijven, in de loop van april 1965.

Toch maken de Magritte's in 1965 hun eerste reis naar de Verenigde Staten voor de retrospectieve tentoonstelling van het Museum of Modern Art in New-York.

Tegen het einde van zijn leven werden sommige van zijn composities door de kunsthandel als bronssculpturen gelanceerd.

In het begin van 1967 na een persoonlijke tentoonstelling in Parijs, werpt René Magritte zich op de voorbereiding van acht beeldhouwwerken. Maar hij zal de tijd niet hebben om zijn in het brons gegoten werken te zien. Hij sterft thuis op 15 augustus 1967, elf dagen na de opening van een retrospectieve tentoonstelling van zijn oeuvre in het museum Boymans-van-Beuningen te Rotterdam .

In 1998, jaar waarin de 100ste verjaardag van Magritte's geboorte werd herdacht, bracht België hem een bijzondere hulde. In de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten te Brussel vond de belangrijkste tentoonstelling plaats die ooit aan Magritte werd gewijd (335 werken).

Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door een droomachtige helderheid. Objecten en mensen worden op een ongebruikelijke manier met elkaar gecombineerd in een vreemde omgeving weergegeven. Op deze manier verandert de algemeen geaccepteerde betekenis van een ding.

Binnen het surrealisme vertegenwoordigt hij het realistische element, in die zin dat hij een bijzondere band behoudt met de gewone dingen van het dagelijks leven, die hij in een uitzonderlijke,dikwijls alarmerende en soms ironische sfeer plaatst.

'Ceci n'est pas une pipe' toont een conventioneel geschilderde pijp met daar onder 'Dit is geen pijp'. We moeten het toegeven: het is inderdaad geen pijp, maar verf op een doek.

Op een andere keer schilderde hij een koe. Tijdens een tentoonstelling kwam een bezoeker naar hem toe en zei: 'beste vriend, jij kent niets van koeien. Een koe ziet er anders uit.' 'Maar dit is geen koe. Dit is een schilderij!' Antwoordde Magritte.

Nog later schilderde hij een stuk kaas. Hij kaderde het doekje in en zette het onder een echte, glazen kaasstolp. Toen schreef hij er bij: 'dit is een stuk kaas'...

Werken:
Zonder titel, 1924, olieverf op doek, 67x75, privé-verzameling
Ook Magritte experimenteert vanaf 1920 met verschillende moderne stijlen als futurisme, kubisme en abstractie. Er zijn echter te weinig werken uit de periode vóór het surrealisme (1920-25) bewaard gebleven, om de stilistische evolutie te kunnen reconstrueren. Magritte is vanaf zijn academietijd (1918) bevriend met Servranckx, met wie hij de mogelijkheden van het abstracte onderzoekt. Samen schrijven zij in 1922 de tekst 'L'art pur: Défense de l'esthétique'. Verder heeft hij in het Brusselse vanaf 1919 uitgebreide contacten met de gebroeders Bourgeois, met Pierre Flouqet en met E.L.T. Mesens. (exp 220)

De bedreigde moordenaar, 1926, olieverf op doek, 150x195, New York, Museum of Modern Art

L'homme du large (de man van de wijde zee), 1926, olieverf op doek, 139x105, Brussel, K.M.S.K.
Dit schilderij kwam tot stand na lange gedachtewisselingen met de surrealistische dichter Marcel Lecomte, Magrittes goede vriend, die trouwens ook de titel van dit schilderij bedacht. De compositie is doordrenkt van de herinnering aan Fantomas, die de cineast Louis Feuillade in 1913 op het witte doek had gebracht. Lecomte vertelde m.b.t. de titel van het werk dat hij en Magritte bij het realiseren van het schilderij “luidop de romans van Joseph Conrad aan het lezen waren”. “Ik vond de inspiratie voor de door mij bedachte titel in deze boeken”. De zee, tegelijk realiteit en symbool, staat in heyt werk van Conrad zeer centraal. Ook regisseerde filmmaker Marcel L’Herbier in 1920 “de man van de wijde zee”. Al deze elementen geven een mooi beeld van het klimaat waarin het schilderij ontstond. Verschillende interpretaties van het werk steunen op de hermetische traditie en op de alchemistische symboliek waar Marcel Lecomte door geboeid werd.
Magritte schilderde dit doek begin 1927 en stelde het voor het eerst tentoon in de Brusselse galerie Le Centaure in april-mei van hetzelfde jaar. Het is een van de belangrijkste werken uit zijn zogenaamde "zwarte periode". Magrittes futuristische en kubistische experiment en zijn onderzoek van de abstractie hadden niet opgeleverd wat hij ervan verwachtte. Hij gaf ze op en wierp zich zonder enige beperking op de exploratie van een mysterieus universum dat voortaan het zijne zou zijn. Naar 'Magrittiaanse' opvatting is het schilderij geen kunstwerk, maar een beeld dat moet bijdragen aan de emancipatie van de geest. Magrittes eerste zorg was nooit de schilderkunst op zichzelf en ook de problemen van de esthetica interesseren hem nauwelijks; dat zijn slechts bijkomstigheden in dienst van de idee. (KMSK 188; Fabritius)

Overblijfselen van de duisternis, 1926, olieverf op doek, 120x80, Grenoble, Musée de Peinture et de Sculpture

De geheime dubbelganger (het dubbel geheim), 1927, olieverf op doek, 114x162, Parijs, Musée nationale d'art moderne, Centre Georgers Pompidou
Magritte wijdde zich in toenemende mate aan de formulering van problemen betreffende de betrouwbaarheid van de zichtbare wereld en de verhouding tussen werkelijkheidsniveaus. In exact gedefinieerde ruimten bewegen zich al even helder gemodelleerde, zij het slechts ten dele zichtbare figuren, die op een irrationeel niveau met elkaar communiceren. Elk schilderij is een raadsel.
Voor de zee is het dubbelportret van een vrouw zodanig uitgespaard dat het hoofd rechts gedeeltelijk samenvalt met de contouren van het portret links, waarvan de huid is vervangen door met klokjes gegarneerd textiel. De klokjes stammen uit Magrittes jeugdherinneringen aan de paarden die met rinkelende bellen door de straten van Brussel liepen. Het genre "portret" wordt hier getransponeerd in een toonaard die 'portret' en 'schaduw', waarneming en herinnering laat versmelten. (Leinz 101)

Les complices du mage, 1927, Milaan, Verzameling Lissola
Zonder twijfel is het een zuiver maar sterk gevoel, dat men erotiek noemt, dat mij verhinderd heeft om te vervallen in de traditionele zoektocht naar de vormperfectie. Mijn aandacht gaat essentieel uit naar het realiseren van een emotionele schok (Magritte). (Histoire)

. Poollicht, 1927, olieverf op doek, 138x104
. De bloemen van het ravijn II (les fleurs de l'abîme), 1928, olieverf op doek, 41x27, privéverzameling
. De minnaars, 1928, olieverf op doek, 54x73, New York, verz. Richard S. Zeisler

Gigantische dagen, 1928, olieverf op doek, 116x81, privé-verzameling
De werken van Magritte zijn als het ware geschilderde collages; zijn techniek is zorgvuldig, bijna fotografisch precies. Hij schildert een onmogelijke, totaal onlogische wereld zo nauwkeurig illusionistisch dat ze werkelijkheid wordt. 'De ogenschijnlijke realiteit der dingen is voor hem immers een leugen. Zijn manier om zich van deze leugen te bedienen suggereert een andere realiteit, die veel drukkender en kwellender wordt naarmate zij veraf en onverklaarbaar is' (P.-G. Van Hecke, Sélection, VI, 1927, 6, p. 442).
Het conflict tussen man en vrouw, vaak ervaren als onoverbrugbare vijandschap en tegelijk onverbreekbare eenheid, wordt hier letterlijk ten tonele gevoerd. De vrouw voert een magische dans uit waarbij het niet duidelijk is of zij zich van de mannelijke schim wil bevrijden dan wel er gepijnigd mee verder wil dansen. Ook Frits van den Berghe heeft dit thema vanaf 1924 herhaaldelijk uitgebeeld, bijvoorbeeld in De bestendige aanwezigheid (Langui 219), waarbij een geklede man naast een naakte pop-vrouw loopt. Bij Van den Berghe ligt het accent op het verhaal, terwijl bij Magritte de obsessie een fysieke directheid heeft. Er bestaat een tekening van Magritte met een haast identiek motief. In hetzelfde jaar schildert hij ook een versie waarbij de vrouw ten voeten uit afgebeeld wordt. (exp 350)


Poging tot het onmogelijke, 1928, olieverf op doek, 116x81, Toyota-Shi, Toyota municipal museum of art

La trahison des images (het verraad van de beelden), 1928-1929, olieverf op doek, 62x81, Los Angeles, County Museum of Art. Het opschrift Ceci n’est pas une pipe is dus duidelijk niet de titel van het werk

Le monde perdu (verloren wereld), 1929, Milaan, Galleria Milano
En voorbeeld van de quasi absurde verhouding die er bestaat tussen het voorwerp op zich en de manier waarop men het waarneemt, de weergave die men er kan aan geven en de gebruikte termen om het te benoemen. De naam is hier voluit geschreven, als een element van de compositie. Dit is voor de surrealisten een geliefd procédé. (Histoire)

. De eeuwige evidentie, 1930, olieverf op doek in glas ingelegd, 22x12, 19x24, 27x19, 22x16, 22x12, Houston, Menil Collection
. Op de drempel van de vrijheid, 1930, olieverf op doek, 115x147, Rotterdam, Museum Boijmans Van Beuningen. Signatuur linksonder: Magritte.
. Het menselijk tekort (la condition humaine), 1933, olieverf op doek, 100x81, Washington, National Gallery of Art
. De verkrachting, 1934, olieverf op doek, 73x54, Houston, Menil Collection
. De therapeut, 1936, gouache op papier, 48x31, privé-verzameling
. De doorboorde tijd, 1939, olieverf op doek, 147x98, Chicago, Art Institute

Schatteneiland (L'ile au trésor), 1942, olieverf op doek, 60x80, Brussel, K.M.S.K. (legaat Georgette Magritte, 1986)
Misschien een vlucht uit het moeilijke leven in België tijdens de Tweede Wereldoorlog. Een verzorgde minutieuze techniek in combinatie met dromerige thema's. Magritte was gefascineerd door vogels (cfr. ook Ernst): hier zowel vogel als plant, vandaar de nodeloos wiekende vleugels. Een symbool voor de angstaanjagende absurditeit van het leven. (Histoire)
De hoofdrolspelers van dit werk, evenzeer plant als vogel, kunnen worden ge”zien als symbolen van de liefde, het leven en de voortplanting die zijn geplaatst in een met licht overgoten landschap aan zee. (Hoechst 1995)
Door het gebruik van metamorfose ontstaan kruisingen tussen heterogene natuurlijke werelden. Over "Het schatteneiland" schreef Magritte: "Als men zich 'bloesemende' jonge meisjes kan inbeelden moet men zich ook een 'bloesemende' vogel kunnen inbeelden." Het heeft weinig belang dat de bloemenvogels geïnspireerd zijn op de beeldtaal van Proust. Men mag niet vergeten dat voor Magritte het geschreven en het plastische beeld twee gelijkwaardige uitdrukkingsvormen zijn. “Schrijven is de onzichtbare weergave van een denkbeeld, de schilderkunst is er de zichtbare voorstelling van. Er bestaat wel één groot verschil: literaire beeldspraak, als metafoor, eist niet dat men ze letterlijk neemt, terwijl het geschilderde beeld zich als fenomeen opdringt. (kmsk 190-191; Frabritius)

. Zwarte magie, 1945, olieverf op doek, 80x60, Brussel, K.M.S.K., legaat G. Magritte
. De zwarte vlag, 1947, olieverf op doek, 54x73, Edinburgh, Scottish National Gallery of Modern Art, Gesigneerd en gedateerd
. De rechten van de mens, 1947-48, olieverf op doek, 146x114, privéverzameling
. Grootheidswaanzin II, 1948, olieverf op doek, 99x82, Washington, Hirschhorn museum and sculpture garden
. De stoel, 1950, olieverf op doek, 60x50
. Perspectief: het balkon van Manet II, 1950, olieverf op doek, 80x60, Gent, Museum voor Hedendaagse kunst
. Perspectief: Mme Récamier van David, 1950, olieverf op doek, 60x80, New York, Privé-verzameling
. De steek in het hart, 1952, olieverf op doek, 46x38, New York, verz. Richard S. Zeisler
. De onzichtbare wereld, 1954, olieverf op doek, 195x130, Houston, Menil Collection

Het rijk der lichten (L'empire des lumières), 1954, olieverf op doek, 146x114, Brussel, K.M.S.K.
Een zeer bekend werk. Een geliefkoosd thema van Magritte: de overgang van dag naar nacht. Tegengestelde fenomenen en schijnbaar contradictorisch: duistere straten, enkel verlicht door een vaal licht van een gaslantaarn onder een lichtende hemel als in volle dag. Gebruikt voor weergave van lichteffecten. (Histoire)
Magritte geeft voorwerpen weer die aan de werkelijkheid ontleend zijn - een boom, een straatlantaarn, een huis, de hemel, een waterpartij - maar plaatst ze in een andere sfeer of in een verband dat de toeschouwer verbaast en uit zijn lood slaat. De dualiteit dag/nacht ligt aan de basis van dit schilderij, met de combinatie van een nachtlandschap waarboven een wolkenhemel bij klaarlichte dag troont. Net als een magiër plukt de kunstenaar beelden uit de vertrouwde werkelijkheid en verdraait ze, om zo een subversieve werking uit te lokken en een poëtische sfeer te scheppen die hem eigen is. De gelijktijdigheid van dag en nacht belet geen van beide om duidelijk aanwezig te zijn. Magritte geeft hier waarschijnlijk onbewust uiting aan een fundament van het surrealisme: “Alles wijst erop dat de geest er op een bepaald punt toe kan komen het leven en de dood, de werkelijkheid en de verbeelding, verleden en toekomst, het mededeelbare en het onmededeelbare niet lnager als tegenstrijdig te ervaring” (Breton, Tweede surrealistische manifest).
De titel is misschien door Nougé bedacht. Het begrip “empire” (rijk) dient hier niet in de topografische betekenis begrepen, maar wel in de zin van “in de greep zijn van”, m.a.w. van “macht”. Magritte heeft de titelkeuze vaak overgelaten aan vrienden als Nougé of Scutenaire. Deze gewoonlijk achteraf bedachte titels verklaren de werken niet. Ze delen iets mee over een door het schilderij opgewekte gedachteassociatie, maar laten de kijker de nodige ruimte om het wekr zelf te interpreteren. (KMSK 189; Fabritius)

. De wandelingen van Euclides, 1955, olieverf op doek, 162x130, Minneapolis, Museum of Arts, William Hood Dunwoody Fund
. Le château des Pyrénées (het Spaanse luchtkasteel), 1959, olieverf op doek, 200x145, Jeruzalem, Israëlisch Museum

Folie des grandeurs, 1961, Parijs, Galérie Iolas
Het doel van zijn schilderkunst is de oplossing van een raadsel. Het werk gaat over een droom die handelt over het heden en waarbij elke sectie een voorbije generatie voorstelt. Achtergrond van wolken en omringende architectuur. (Histoire)

. De vrijbrief (le blanc-seing), 1965, olieverf op doek, 81x65, Washington, National Gallery of Art, Mr. and Mrs. Paul Mellon Collection
. La leçon de musique, 1965, olieverf op doek, 40x30,


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 45.