kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Richard Lindner

Duits-Amerikaanse schilder en grafisch kunstenaar, geboren 11-11-1901 Hamburg - overleden 17-4-1978 New York.

Sinds 1931 te Parijs en vanaf 1941 in New York waar hij tien jaar lang vooral als illustrator van tijdschriften werkte. Deze metropool was voor hem een bron van nieuwe beeldende ontdekkingen. Uit deze wereld van grootstad en populaire idolen haalde hij ook de thema’s voor zijn vlakvormige, hel gekleurde figuratieve schilderkunst, die ook enige invloed uitoefende op de pop art. Met de koele stijl van de Duitse Nieuwe Zakelijkheid als uitgangspunt ontwikkelde hij een pregnante stijl, gekenmerkt door gechargeerde, clichématige, uit grote, felle kleurvlakken opgetrokken figuren die aan poppen doen denken tegen neutrale achtergronden. In de lichamen zijn als collage-elementen symbolen van hartstocht en banden verwerkt. (25 eeuwen 367; Leinz 177)

Lindner was een vertegenwoordiger van de popart met zijn mechanisch aandoende personen en idolen, geschilderd in bonte, contrastrijke kleuren. Hij verbeeldde onderwerpen uit het stadsleven, bruut geweld, trivialiteit en erotiek. (Encarta 2001)

Biografie
Zijn moeder was Amerikaanse. Hij groeide op in Neurenberg, waar hij van 1922-1924 de Kunstgewerbeschule, de kunstnijverheidsschool bezocht.

Van 1924 tot 1927 woonde hij in München, waar hij de kunstnijverheidsschool en vanaf 1925 de kunstacademie bezocht. Tenslotte studeerde hij enige tijd aan de Kunstacademie van Berlijn.

1927/1928 Keert Lindner terug naar München en wordt artistiek directeur bij uitgeverij Knorr & Hirth.

Voordat Richard Linder naam maakte als schilder en voorloper van Pop-Art was hij een begaafd ontwerper van de Münchner Illustrierte Presse.

Lindner ervoer de escalatie van het racistische en antisemitische geweld in München en Neurenberg.

In 1933 vlucht hij voor de Nazi's naar Parijs, waar hij politiek geëngageerd raakte, contact zocht met Franse kunstenaars en leefde van werk als commercieel kunstenaar.

Toen in 1939 de oorlog uitbrak werd hij geïnterneerd; later diende hij in het Franse leger.

Lindner kon in 1941 op het laatste moment via Parijs naar New York ontsnappen.

Hij maakte illustraties voor boeken en toonaangevende tijdschriften als Vogue en Bazaar en kwam in contact met New Yorkse kunstenaars en Duitse Immigranten.

In 1948 verwierf Richard Lindner het Amerikaans Staatsburgerschap.

Zijn eerste gedateerde werk is het in 1950 ontstane portret van Marcel Proust (Parijs, Galerie C Bernars). Het pantserachtige van het in zijn kleding opgesloten lichaam werd tot een hoofdkenmerk van de schilderingen van Lindner.

Van 1952-1956 doceerde hij aan het Pratt Institute, Brooklyn.

In de Bijeenkomst (1953, New York MoMA) zijn reeds alle typische stijlkenmerken aanwezig: de irreële ruimte, het surreële figurenarrangement en de reducering van lichamen die tot deformatie wordt doorgezet.

Vanaf 1956 wijdde hij zich geheel aan de schilderkunst.

Tegenover de seriële methoden van Warhol en Lichtenstein stond de nauwkeurige academische techniek van de Joods-Duitse schilder Richard Lindner, waarin hij ieder schilderij voorbereidt met schetsen, tekeningen en aquarellen. Zijn stijl werd bepaald door het na-kubistische oeuvre van Fernand Leger, het surrealisme en de Neue Sachlichkeit van Otto Dix, Christian Schad of, in mindere mate, aan de vroege Balthus; de agressiviteit van Grosz was aan Lindner niet besteed.

De thema's van zijn beeldtaal werden aanvankelijk geïnspireerd door de geschriften van Frank Wedekind en Bertold Brecht. Maar vervolgens raakte hij in de ban van de samenleving, de gewoonten, de verlangens en gevaren van de grote stad. Hoe duidelijk zijn Europese afkomst ook bleef, door dit thema benaderde hij dat van de pop Art. Deze nabijheid bleek vooral uit de triviale dingen die hij uitbeeldde (schietschijven, automaten en speelgoed dat naar zijn jaren in Neurenberg verwees), en tevens uit zijn brutale palet (ook Lindner werkte in de reclame). Lindner combineerde illustratieve elementen met de glanzende kleuren van de stedelijke Amerikaanse Pop Art.

Sinds 1960 zijn de composities minder kleinschalig, worden ze vlakker en overzichtelijker. Zijn thema is nu vaak de tot een pop vernederde mens. Zijn stijlmiddelen zijn daarbij zijn sjablonering van de gestalten, ornamentele schematisering en een grote hoeveelheid decoratieve details die zonder uitdrukking blijven.

Vaak komt in Lindners Schilderijen een verticale tweedeling voor, symbool van de seksualiteit: Leoparden-Lily (1966, Keulen, Museum Ludwig). De figuren van Lindner, vaak uit de wereld van prostituees en gangsters, lijken emotioneel van elkaar geïsoleerd te zijn. Ze handelen als marionetten, maar symboliseren tevens menselijke trekken. Het onvermogen om te communiceren wordt in het schilderij Telefoon (1966, Hamburg, prive-verzameling) uitgebeeld: man en vrouw hebben elkaar de rug toegekeerd.

Vrouwen krijgen van de kunstenaar de dubbelrol van Duivel en Moeder, van godin en hoer. Wel zijn alle vrouwen in de visuele wereld van Lindner superieur aan de mannen, overeenkomstig aan zijn mening dat het de vrouwen zijn die het sterke geslacht vormen, en niet de 'meelijwekkende' mannen.

Wat de schilderkunst fundamenteel onderscheidt van die van de Pop-kunstenaars is zijn vervreemding van de werkelijkheid door middel van vervormingen en een collage-achtige ontleding van objecten en figuren, zijn interpreterende Symbolisme en zijn gedetailleerde, precieze en geduldige techniek die aan oude meesters doet denken. De schilderkunst van Lindner is Amerikaanse kunst in een Europese vorm.

In 1965 werd hij gasthoogleraar aan de Akademie für Bildende Kunste in Hamburg.

Vanaf 1967 Doceerde hij aan de Yale University School of Art and Architecture in New Haven.

1968 Documenta 4, Kassel.

1977 Documenta 6.

Richard Lindner overleed in 1978 in New York.

Werken:
. De ontmoeting, 1953, olieverf op doek, 152x183, New York, Museum of Modern Art
. Hallo, 1966, olieverf op doek, 178x152, New York, privé-verzameling

. Luipaard-Lilly, 1966, olieverf op doek, 178x152, Keulen, Museum Ludwig
Door het kikvorsperspectief groeit dit werk uit tot een meer dan levensgroot, met sekssymbolen behangen fantoom uit de schemerwereld van het uitgaansleven. "In feite ben ik vooral geïnteresseerd in de wachtkamer..., de wachtkamer van het leven", zegt hij. (Leinz 177)

. Telephone, 1966, olieverf op doek, 178x153, Nürenberg, Kunsthalle


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 444.