kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 06-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Richard Parkes Bonington

Brits schilder, aquarellist, lithograaf en etser uit de romantiek, geboren 28 oktober 1802 in Arnold bij Nottingham - gestorven 23 september 1828 in Londen.

Talentvol kunstenaar die in zijn tienjarige carrière talrijke landschappen, architectuurstukken en strandgezichten vervaardigde; werkte voornamelijk in Frankrijk.

Bonington heeft grote invloed uitgeoefend op de Franse 19e-eeuwse schilderkunst, op o.a. de schilderijen van Camille Corot, de schilders van Barbizon en zelfs van de impressionisten. Ook de schilders van de Haagse School lieten zich inspireren door de Engelse landschapschilder Richard Parkes Bonington. Sinds hij in het begin van de 19e eeuw de aquarel in Frankrijk geliefd maakte, werden ook op het vasteland van Europa veel aquarellen geschilderd.

In Groot-Britannië is het historisch genretafereel in de schilderkunst opgekomen onder de gezamenlijke invloed van Walter Scotts historische romans en de historische genrestukken van de schilder Parkes Bonington.

Leerling van François Louis Thomas Francia,
Invloed op Edward William Cooke en George Chambers (I)

Biografie
Bonington leerde aquarelleren van zijn vader Richard Bonigton (Nottingham 1768 - Chelsea (Londen) 12-1835). Richard Bonigton was van 1789 tot 1797 gevangenisdirecteur en begon in 1797 een teken- en schilderschool. In Calais (1817 - 1819) opende hij een kantfabriek. Hij verbleef in Parijs van 1819 - 1828 en Londen 1828 - 1835.

Richard Parkes had al op elfjarige leeftijd een tentoonstelling in de Liverpool Academy.

Na korte tijd in Calais te hebben doorgebracht, verhuisden Richard Parkes en zijn familie naar Parijs.

In 1819 studeerde Bonington aan de École des Beaux-Arts bij François Louis Thomas Francia en Antoine-Jean Gros. Hij nam echter niet diens traditionalistische academische wijze van historieschildering over. Belangrijker voor zijn artistieke ontwikkeling was zijn vriendschap met Eugène Delacroix en Théodore Géricault. Bonington maakte veel schetsen in de buitenwijken van Parijs en van het landschap eromheen.

Zijn eerste schilderijen werden in de Salon de Paris van 1822 tentoongesteld. Hij begon ook te experimenteren met lithografie en maakte de illustraties voor Baron Taylor's "Voyages pittoresques dans l'ancienne France".

In 1824 won hij samen met John Constable en Anthony van Dyke Copley Fielding een gouden medaille in de Salon de Paris.

Getuige zijn blad 'Rue du Gros Horloge a Rouen' uit 1824 met indrukwekkende resultaten hield hij zich ook succesvol bezig met de lithografie.

In 1825 reisde hij met Delacroix naar Engeland om het werk van William Turner en de Engelse historieschilderkunst te bestuderen.

Bonington werd slechts 26 jaar. In 1828 stierf hij in Londen aan tuberculose.



In Groot-Britannië is het historisch genretafereel volgens Roy Strong in de schilderkunst opgekomen onder de gezamenlijke invloed van Walter Scotts historische romans en de historische genrestukken van de schilder Parkes Bonington. Scotts romans leerden het lezend publiek dat het verleden met levende mensen bevolkt was, en niet met abstracties van mensen, met protocollen en conflicten. De herkenning van dit feit leverde schilders onbeperkt stof voor hun voorstellingen en verving de heroïsche scène van de achttiende eeuw door meer huiselijke en menselijke, vaak ook triviale onderwerpen. Ook de illustraties bij Scotts romans toonden gewone mensen "caught up in the fabric of British history": deze platen beeldden het verleden uit "in the terms of everyday people and events" - "history became human".
Scott had de geschiedenis toegankelijk gemaakt voor de genreschilders: Strong beschouwt het historisch genretafereel als van meet af aan het specifieke domein van genreschilders en voor Engeland lijkt dit inderdaad op te gaan. De bovengenoemde Richard Parkes Bonington (1801-1828) was de eerste Britse schilder die, in de jaren twintig, deze thematiek in beeld bracht.
De jonge Bonington studeerde en werkte zelf in Parijs, waar hij de Franse style troubadour leerde kennen en de invloed van Franse schilders onderging, allereerst van Dominique Ingres en later wellicht ook die van Delacroix met wie hij een atelier deelde. Die zogeheten style troubadour had nog tijdens de revolutiejaren duidelijk vorm gekregen onder de leerlingen van David en was in de volgende jaren, tijdens het Empire, onder het patronaat van keizerin Josephine, uitgegroeid tot een niet onbeduidende stroming in de Parijse schilderkunst. Franse schilders verkenden, zoals Strong het formuleert, de wereld van het "gothick". Zij kozen onderwerpen van familie- of amoreus drama en trachtten die te combineren met een historisch boeiende context en ideale schoonheid. Zij beeldden hun thema's uit met een nieuw gevoel voor kleur dat zij geleerd hadden van de Oudnederlandse schilderkunst. Ook Ingres schilderde taferelen in deze style troubadour, hij begon in 1813 met een serie historische voorstellingen uit de Franse geschiedenis die Strong karakteriseert als "recreations not of a grand scene but of an intimate one on the level of an incident recorded in a diary or memoir", zoals de scène Henri IV jouant avec ses enfants. Ingres had volgens Strong voor de uitbeelding van zulke historische anekdoten gekozen in reactie op de contemporaine belangstelling voor de huiselijke deugden van Henri IV: deze Franse koning werd gezien als het ideaal van een "healing king" na een periode van oorlog.113 Ingres' versie van de style troubadour vormde de bron voor Bonningtons historische genretaferelen en anekdoten, en via zijn werk ook voor vergelijkbare taferelen in de Britse schilderkunst.
Ingres bracht net als zijn vakgenoten bekende historische groten in beeld, maar anders dan zij - dan althans menig ouder style troubadour-schilder - toonde hij die groten in uitgesproken intieme situaties zonder enige historische portée. Zulke anekdotische scènes, meent Strong, konden alleen door de romans van Scott zijn geïnspireerd en zijn bewoordingen impliceren: ook in het geval van een Franse schilder als Ingres.
De Engelsman Bonington ging nog een stap verder, hij schilderde het verleden, geïnspireerd door Gerard Dou, Vermeer en andere Hollandse schilders van huiselijk leven, ook 'enkel en alleen omwille van dat verleden zelf', "entirely for itself". Die voorstellingen - historisch genre in de strikte zin - betitelt Strong als "straight historical pastiche, the fount down to our day for hundreds of imitators who depict a never-never land of the past inhabited by models in costume."
Boningtons historische taferelen zouden de bron worden voor alle latere 'gevoelvolle en anekdotische beelden van het verleden aan de muren van de Londense academie', beelden die Strong omschrijft als "intimate romantic." De jonge Engelse schilder sloeg een brug tussen de style troubadour en de schilders in Groot-Britannië: in 1827 en 1828 toonde hij zijn historische genretaferelen op de tentoonstellingen van de Londense kunstacademie en de door hem in zijn eigen versie ingevoerde troubadour-stijl vond in Engeland rijke navolging, in het bijzonder bij de genreschilders. Strong schrijft met betrekking tot dit historische genre in de Engelse schilderkunst van schilderijen "... which take as their subject matter personal, domestic glimpses of earlier ages, the great of the past caught informally [historische anekdoten] or even, beyond this, the past painted purely for itself as an enchanted idyll."
- (openaccess.leidenuniv.nl)


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 246.