kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Rob Birza

Nederlands schilder, tekenaar, beeldhouwer; non-figuratief en figuurvoorstellingen,

Geboren te Geldrop 5-5-1962, woont en werkt in Utrecht,

Academie St. Joost, Breda (1980-1985)
Ateliers 63, Haarlem (1986-1987)

Birza is een kunstenaar die zich niet laat vastpinnen op een medium, stijl of methode. Hij speelt nooit op 'safe' en doet graag wat anderen voor onmogelijk zouden houden. Het werk waarmee Birza halverwege de jaren tachtig voor het eerst naar buiten trad, bestaat hoofdzakelijk uit grote schilderijen in matte, omfloerste kleuren, waarbij de verf dun is opgebracht in quasi-nonchalante gebaren. Al spoedig werd het arsenaal aan beeldmiddelen aanzienlijk uitgebreid. Stukjes vloerbedekking verschenen op het doek, wieldoppen, knipperlampen, kuipstoeltjes, badkamermatjes. De voorwerpen voegen zich moeiteloos in ritmische composities van beweeglijke vormen en zinderende kleuren.

1988 Aanmoedigingsprijs, Stichting Amsterdams Fonds voor de Kunst
Danish Turistrad Scholarship

1988 'First Blossom', Galerie van Krimpen, Amsterdam.
1989 'Rob Birza: nieuwe schilderijen', Galerie 't Venster, Rotterdam

1989 winnaar Prix de Rome Schilderen.

1990 Galerie van Krimpen, Amsterdam

Birza's fascinatie voor de rijkdom van de natuur houdt gelijke tred met zijn liefde voor de kunst. Zoals elke beginnend kunstenaar zag hij zich gesteld voor de vraag hoe zich te verhouden tot de traditie. Hij heeft de hele geschiedenis van de schilderkunst omgeschoffeld, van Holbein tot Warhol. Met Frank Stella en Lucio Fontana, kunstenaars die hij ten zeerste bewondert, speelt Birza een spelletje in The Play Series (1990): een partijtje biljarten met Stella op het shaped canvas van The Green-Play, een potje flipperen met Fontana in het geperforeerde The Red-Play. Deze overwegend monochrome schilderijen zijn méér dan een pastiche. Birza ridiculiseert de spelregels die zijn voorgangers in de jaren vijftig en zestig hebben opgesteld, maar tegelijk onderkent hij de actualiteit van hun werk. Ook een schilderij als I hate Brancusi (1989) is dubbelzinniger dan de titel doet vermoeden. De ‘B' van Brancusi kan even goed worden gelezen als een hart – you always hurt the one you love.
Birza', Stedelijk Museum, Amsterdam
'Zonder titel/Untitled', De Satelliet-Nederlandsche Bank, Amsterdam

1992 'The Aquarium', Haags Gemeentemuseum, Den Haag

jaren '60 beelden kregen in specifieke (disco) setting bijna een gewijde betekenis. Mede door de beeldjes in de nissen.

1995 Galerie Hohenthal und Bergen, Cologne
De Nederlandsche Bank, Amsterdam

De laatste jaren heeft Birza ook ruimtelijke werken gemaakt, die hij wel eens omschreven heeft als ‘uit de muur gebroken schilderijen'. Voor de tentoonstelling De Muze als Motor in De Pont in 1996, veranderde hij een van de wolhokken tijdelijk in een dioramisch schouwspel van ronde spiegels, vierkante lampen, olijfgroene wanden en een keramische sculptuur van een neushoorn, geplaatst tegenover een lichtkast. Ook dergelijke driedimensionale werken zijn onmiskenbaar picturaal van aard.

1996 Galerie Fons Welters, Amsterdam
'Attitudes 2: Rob Birza en Rob Scholte', Stadsgalerij, Heerlen

1997 'Lasca', Ellen Kim Murphy Gallery, Los Angeles
Galerie Asbaek, Kopenhagen

Power Flower Portraits (1997),
Rob Birza heeft ook in vroeger werk al laten zien dat hij gefascineerd is door allerlei populaire cultuuruitingen, gebruiksvoorwerpen en goedkope materialen. 'High art' en 'low art' worden in zijn werk bij voortduring door elkaar geschoven en omgekeerd. Beeldcitaten kunnen zowel naar de kunstgeschiedenis als naar strips en tekenfilms verwijzen: voor Birza is het allemaal materiaal om tot nieuwe beelden te komen. De vrijheid van toeëigening is voor hem geen postmodernistisch principe, maar een artistieke en mentale noodzaak om innerlijke blokkades te overwinnen. Hiermee valt niet te schipperen; het is alles of niets. Dezelfde vrijheid neemt hij voor zijn materiaalgebruik en voor de artistieke experimenten die hij voortdurend aangaat. Wat uiteindelijk telt zijn de beeldende kwaliteiten van het werk, maar de wegen die naar een goed kunstwerk leiden zijn divers en altijd weer nieuw. Om zijn werk energiek en vol bezieling te houden, buigt Birza telkens weer verwachtingen om en stelt hij betekenissen bij. De begrippen mooi en lelijk worden hierbij gerelativeerd. Zo konden zijn prachtig geschilderde bloemstillevens uit de serie Power Flower Portraits net zo goed over pijn en agressie gaan als over schoonheid en levenslust. De nieuwe monsters en griezels vinden hun afstamming ergens tussen Jeroen Bosch en Walt Disney, maar zijn tevens de projecties van eigen innerlijke angsten en spookbeelden. Als in een magische bezwering heeft de kunstenaar zich in het tekenen bevrijd en is hij er in geslaagd ook hier tot een omkering te komen; de monsters blijken niet meer zo heel eng en bedreigend. Ze zijn ook wel een beetje lief en gezellig.

1998 cosy monsters from inner space (de tekeningen) De Pont Tilburg,
De meest recente tekeningen en schilderijen van Rob Birza zijn geïnspireerd op horror-strips en allerlei griezel- en monsterfiguren. In de kabinetten van De Pont is een grote selectie van de tekeningen te zien.
Alhoewel er een duidelijke thematische verwantschap met de schilderijen bestaat, kunnen de nieuwe tekeningen van Rob Birza niet als ontwerpen of voorstudies beschouwd worden. Binnen zijn veelzijdige productie hebben de werken op papier altijd al een belangrijke en zelfstandige plaats ingenomen. Opvallend is dat de tekeningen dit keer allemaal met houtskool zijn gemaakt en dat kleur ontbreekt. Birza is vaak geroemd om zijn heldere en rijke kleurgebruik. Nu is alles in zwart-wit maar heeft Birza voor de gelegenheid wél de wanden van de kabinetten een kleur gegeven.

De tekeningen tonen een wonderlijke stoet van griezels en gedrochten die ons vanaf het papier begluren en bekruipen. Enge koppen, holle ogen, grijpgrage klauwen en opengesperde muilen; we bevinden ons in een waarachtig 'house of horrors'. De tekeningen zijn met vaart en felheid gemaakt en vanuit een - zeer toepasselijke - 'horror vacui' zijn de bladen driftig volgetekend. De kunstenaar heeft zich voor deze griezelparade laten inspireren door populaire horror-strips met bloedstollende titels als eXtreme destroyer, Evil Ernie en Birthquake. Tegelijk heeft hij het legioen van zombies en freaks losgemaakt van de kenmerkende comics-verhaallijnen: de gebruikelijke tekstwolken en angstkreten in strip-typografie zijn achterwege gelaten en de strakke strip-tekenstijl is vervangen door de meer academische en studieuze houtskoolschets. Hierdoor worden de bizarre monsters en de morbide humor van de oorspronkelijke griezelverhalen gerelativeerd en worden de beangstigende beelden teruggebracht tot voorstellingen die eerder inspelen op de verbeeldingskracht dan op angst. Binnen het domein van de kunst verliezen de monsters hun bloedbanden met strips, animatiefilms en computerspelletjes en plaatsen zij zich veeleer in de fantastische traditie van kunstenaars als Jeroen Bosch, Pieter Breughel en, meer recent, James Ensor.

1998 tentoonstelling 'Power Flower Portraits', Fries Museum, Leeuwarden

Rob Birza voor de tentoonstellingenreeks Een zomer lang Rob Birza.
Juryrapport Sandbergprijs:
De zomer van 1998 is in Nederland geheel verregend, maar Rob Birza wist haar op te luisteren met exposities kriskras door het land. Daarbij liet hij zich door niets beperken: niet door de techniek van de schilderkunst, het medium dat hij tot in alle finesses beheerst en waarmee hij bekendheid verwierf, en evenmin door enig geijkt genre, zoals het bloemstilleven, dat hij niettemin op meesterlijke wijze nieuw leven inblies.

Birza is een schilder die zich nooit bij zijn leest gehouden heeft. In 1998 ontpopte hij zich behalve tot etaleur, beeldhouwer of vormgever van bloemenvazen uit boetseerklei, eveneens tot een slangenbezweerder, lichtkunstenaar, lijkenpikker en striptekenaar: aanduidingen die stuk voor stuk tekortschieten en beter kunnen worden samengevat onder de noemer van duivelskunstenaar of godenzoon.

Bij Stedelijk Museum Bureau Amsterdam vormde Birza de toonzalen om tot een ruimtelijke variant op de Verhalen van 1001 Nacht. Hij liet er een schilderachtige installatie zien, die echter niets meer met verf op doek te maken had. Achter een gordijn met kwasten van goud hing een kroonluchter van Venetiaans glas. Deze lamp, een dubbele bloemenkrans, verspreidde een zachtblauw licht. De lamp knipperde: het licht bewoog op de adem van de kunstenaar zelf, die op zijn blokfluit Bach ten gehore bracht. Een projectie van zijn gezicht doemde op naast de lamp, hoog in de lucht. Als Birza zijn adem door de fluit blies, brandde de kroon. Met het wegsterven van de muziek doofde het licht. Intussen dansten op videomonitoren slangen om hun as. Die slangen waren tot leven gewekte blokfluiten: prachtige serpenten die zich decoratief in de rondte slingerden, maar met hun helse en hemelse kleuren evengoed zo giftig waren als adders.

Met de tentoonstellingenreeks Een zomer lang Rob Birza bracht de kunstenaar het publiek in een gevaarlijke roes, hij bedwelmde het met zijn muziek en voerde het om en om langs vagevuur en paradijs.

Bij Stichting De Pont in Tilburg trok hij doden uit hun graf, duivels uit hun holen en lijken uit de kast. Op grote tekenvellen kletterden ze over elkaar heen en ijlden ze voort, deze zombies. Het waren uit stripboeken en computerspelletjes losgebroken gedrochten: moderne nazaten van de monsters die de schilderijen bevolken van Jeroen Bosch, Pieter Breughel en James Ensor. Bij Birza verschenen ze in rauwe houtskoollijnen, zwart op wit, als tatoeages in het tekenpapier.

Tegelijkertijd tuimelden bij Galerie Fons Welters in Amsterdam veelkleurige marsmannetjes over het schildersdoek: buitenaardse wezens die valse spelletjes speelden met de mens. Zij ontsloten zwarte gaten die de kijker als het ware wegzogen van de aarde, langs een vuurwerk van bloedspatten het hemelruim in. Of ze lichtten skeletten door: melkwitte geraamtes die door Birza in één vloeiende beweging op het schildersdoek waren gelegd, badend in een kosmische gloed.

Daarin steekt de schilder de oude meesters naar de kroon. Hij kan zijn eigenhandig bereide verf (eitempera) laten fosforiseren als laser of neonlicht, maar de kleuren ook laten stralen als de sterren of bloemen in de zon. Dat liet hij zien in het Fries Museum in Leeuwarden, waar de demonen moesten wijken achter een overdaad aan lelies, rozen, chrysanten en violen: exuberante boeketten met slingerende stengels, op het toppunt van hun bloei. En voor de bezoeker die dacht dat hij ooit zelf zulke Power Flowers zou kunnen plukken, in de hof van Eden misschien, had Birza alvast vazen klaargezet, in Keramiekmuseum Het Princessehof.

De jury is, een jaar na dato, onverminderd onder de indruk van het onverschrokken elan waarmee Rob Birza in 1998 de grenzen wist op te rekken van zijn vakmanschap. De Sandbergprijs komt hem toe: Master of the Universe.

Fusion - Stedelijk Museum Amsterdam
2001 - Cold Fusion - , SMAK, Gent,
De expositie omvat niet alleen schilderijen, maar ook sculpturen, videowerken en installaties. De erezaal van het museum bijvoorbeeld wordt het podium voor een exuberante enscenering van metershoge godenfiguren van geglazuurde keramiek en projecties van video-opnamen die de kunstenaar tijdens zijn reizen door India heeft gemaakt. Deze tentoonstelling is de eerste die de veelzijdigheid van de kunstenaar weerspiegelt en verduidelijkt welke kwaliteiten de verschillende werkseries verbinden.

De tentoonstelling omvat voorbeelden uit de belangrijkste werkseries van het afgelopen decennium. Er zijn schilderijen opgenomen uit de reeks ‘Concrete Abstracties' uit 1991-1992, die beschouwd kunnen worden als een revisie van de abstracte schilderkunst en uit de barokke assemblages van allerhande voorwerpen. Veel van deze werken waren nooit eerder te zien. Series uit de late jaren negentig zijn vertegenwoordigd met schilderijen die kwesties als stijl, genre en expressie op scherp stellen (de ‘Power Flower Portraits' (1998-1999), de ‘Cosy Monsters from Inner Space' (1999) en de recente ‘Dumb Heads' (2000).

Een prominente plaats is ingeruimd voor twee spectaculaire installaties. ‘Buddha's Horizon/View of Lights' (1994) is een overdonderende allegorie op de oerkrachten van de natuur, vormgegeven als een etalage van een lampenwinkel uit de jaren zestig. Speciaal voor deze tentoonstelling maakt Rob Birza in de erezaal ‘The Cold Fusion Zone', een omvangrijke installatie die ingaat op de ideeën over gedaanteverwisseling, bewustzijnsverruiming en het verstrijken van de tijd.

Birza laat voor "Bollywood has Arrived" drie verschillende werken zien, een videowerk, sculpturen en foto's. Zijn videowerk "Hééh, I love you!" is opgenomen in Ahmedabad, India. De korte video laat verschillende werkelijkheden in elkaar schuiven. Drie Hollandse dames rijden op de fiets door een straat waar ze godenbeelden maken. Ze zitten ook bij een Indiase familie thuis. De beelden laten ironisch zien hoezeer de toerist altijd een buitenstaander blijft. Birza laat ook twee kleine sculpturen zien die onderdeel waren van een installatie in het project 'The Other Self', van FIA in New Delhi. De beelden zijn gemaakt in samenwerking met Indiase handwerkslieden en gemaakt van papier-maché, beschilderd met parelmoer. De beelden zien er religieus uit, zoals Indiase godenbeelden. Ze hebben iets banaals, door hun monotone kleur en kitscherig voorkomen.

Relevante verwijzingen: http://www.depont.nl/


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1679.