kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 27-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Robert Delaunay

Frans kunstschilder, 12 april 1885 – 25 oktober 1941.

Zijn eerste werken stonden onder invloed van het fauvisme. In 1909 zocht hij aansluiting bij de kubisten. Die twee stromingen beïnvloedden zijn uiteindelijke stijl. Deze ontstond ca. 1912 en werd door Apollinaire orfisme genoemd. Hij schilderde toen abstraherende, kubistisch aandoende schilderijen in heldere kleuren. Zijn vrouw Sonia Terk behoort tot dezelfde richting. (Summa)

Biografie
Robert Victor Félix Delaunay werd geboren in een welgesteld gezin uit de hogere milieus van Parijs in 1885. Zijn vader was ingenieur bij de spoorwegen. Zijn toekomstige vrouw Sarah Stern (Sonia Terk) werd in hetzelfde jaar geboren in de Oekraïne. (Delaunay dan achterliet bij zijn oom en tante, Marie (de zus van zijn moeder) en Charles Damour die een landgoed, 'La Ronchère', in de omgeving van Bourges bezat.

Al in 1902 ging Robert van school omdat hij geen interesse kon opbrengen voor de klassieke vakken van een lyceum. Hij werd opgeleid voor decorschilder bij Ronsin te Belleville van 1902 tot 1904, de enige kunstopleiding die hij genoten heeft.

De eerste schilderijen van Delaunay tonen duidelijk impressionistische en neo-impressionistische invloeden. Delauney ging enkele malen naar de kunstenaarskolonie in Pont Aven, waar Paul Gauguin ook gewerkt had. Het werk van Gauguin en van Paul Cézanne imponeerde Delaunay. Ook had hij bewondering voor het kleurgebruik van Georges Seurat.

In 1904 exposeerde hij als de jongste exposant voor het eerst op de Salon des Indépendants met zes schilderijen waarin de invloed van het impressionisme duidelijk aanwezig was. In het zelfde jaar exposeerde hij ook op de Salon d'Automne.

In 1904 en 1905 bracht Robert zijn vakanties in Groot Brittannië door.

In 1905 ontmoette hij Jean Metzinger, waarvan hij enkele portretten in een pointillistische fauvistische stijl schilderde.

In 1906 ontmoet hij Henri Rousseau, met wie hij tot diens dood in 1910 bevriend zal blijven.

Delaunays schilderij Le manège électrique werd in 1906 geweigerd voor de Salon d'Automn.

Via een neo-impressionistische periode en het fauvisme met zijn felle, onvermengde kleuren en pigmenten, ging hij over naar het kubisme.

In 1907 leerde hij de kubisten Fernand Léger en Henri le Fauconnier kennen.

In 1907 ontmoette Delaunay voor het eerst de joods-Oekraïense kunstenares Sonia Terck, toen nog de vrouw van de Duitse kunstverzamelaar Wilhelm Uhde.

In 1907 verbleef hij in militaire dienst te Laon. Zijn zwakke gezondheid maakte dat hij bij de reserves werd ingedeeld. Het grootste deel van zijn diensttijd werkte hij als regimentsbibliothecaris. Hier maakte hij een studie van de kleurentheorie van Chevreuls, die in 1839 verschenen was onder de titel De la loi du contraste simultané des couleurs en in 1899 opieuw was uitgebracht.

Hij leerde andere kubisten kennen, waaronder Pablo Picasso in 1908/9 en Albert Gleizes in 1910.

Op 15 november 1910 trouwde hij met Sonia Terk, die op 28 februari 1910 al van tafel en bed gescheiden was van Wilhelm Uhde. De officiële scheidingsdatum was 11 augustus 1910. Het echtpaar betrok een atelierwoning op Rue des Grands-Augustins. Sonia zou in vele van zijn projecten meewerken. Het huis van de Delaunays werd een verzamelpunt voor schilders en schrijvers van de nieuwe avant-garde. In 1911 wordt hun zoon, Charles, geboren.

Saint-Severin

Champ de Mars, de rode toren, 1911

Venster op de stad nr. 4, 1910-11

De stad Parijs, 1912-13

In 1909 begon hij met zijn Saint-Severin serie en van 1909 tot 1910 schilderde hij zijn werken met Parijs en de Eiffeltoren: zijn destructieve periode van kubistisch-achtige schilderijen.

Delaunay noemde zijn series geabstraheerde schilderijen 'vensters'. Het waren stadsgezichten, dikwijls Parijs, die in onderwerp en inhoud (drukke stad, eifeltoren, vliegtuigen, actie, beweging) aansloten bij de ideeën van het futurisme. De felle en vele kleuren en kleurtonen moesten het dynamische van het onderwerp suggereren. Rond 1910 schilderde hij verschillende interpretaties van de Eiffeltoren, het symbool bij uitstek van de nieuwe tijd.

Hij was onder de indruk van de kleurentheorie van Chevreuil met als hoofdthema’s het spel van contrasten en simultaneïteit. Delaunay had een passie voor beweging en kleur. Zijn vensters schenken ons een zicht op zijn kleurenrijke wereld. Hij verzaakt aan elke suggestie van een voorwerp, aan elke weergave van de diepte. Door zijn open Vensters ademt hij een lichtende, kleurenrijke lucht. Het licht suggereert hem bijzondere ritmen, contrasten, die architecturen scheppen, kleurschikkingen die zich als kleurfrasen ontwikkelen, zoals hij het zegt. Zijn vensters zijn bewogen synthesen, dynamische uitstortingen van zuivere kleur. (Sneldia)

In 1911 exposeert Delaunay samen met de kubisten Metzinger, Gleizes, Léger en le Fauconnier op de Salon des Indépendants. De expositie staat te boek als de eerste tentoonstelling van de kubisten.

In 1911 leerde hij via Elisabeth Epstein ook Kandinsky kennen waardoor hij de gelegenheid kreeg om op de Blaue Reiter expositie in München te exposeren. Van de vier werken waren drie schilderijen binnen korte tijd verkocht. De tekening schonk hij aan Kandinsky.

In 1912 had hij zijn eerste solo-expositie in de Galerie Barbazanges te Parijs.

De stad Parijs is een schitterend voorbeeld van Delaunay’s visionaire verbeeldingswereld. Apollinaire beschouwde dit vroege werk destijds als het belangrijk, omdat hierin "een kunstopvatting tot haar recht kwam die misschien wel sinds de grote Italiaanse meesters verloren is geweest." Apollinaire doelt hierbij op de murale historieschilderkunst. In het centrum van zijn schilderij plaatse Delaunay de drie gratiën, een verwijzing naar het origineel, geflankeerd door stadsgezichten: links een gezicht op de Seine en rechts een gezicht op de mijlpalen van de industriële revolutie. Delaunay’s historische betekenis ligt echter vooral in de wijze waarop hij het kubistische schilderij heeft verrijkt met licht, kleur en abstractie.
De stad is niet dadelijk herkenbaar, maar dat is ook niet de bedoeling. Het doel van een orfistisch schilderij is dat de kleuren communiceren met elkaar en de kijker beïnvloeden. (Elviera 36; Leinz 66)
Voortbouwend op de kleurtheorie van Seurat en Chevreuls boek over de simultaancontrasten van kleuren had Delaunay in 1912, werkend aan een serie schilderijen op het thema ‘uitzichten uit vensters’ (Fenêtres simultanées’) ontdekt dat ook de kleur - mits ongemengd en binnen een cirkelvorm gedwongen - aan de wetten van ritme en beweging onderworpen is. De samenklank van de zeven hoofdkleuren produceert de optimale lichtintensiteit, die zich in haar zuiverste vorm manifesteert als de kleur is losgekoppeld van het object. "Ieders ogen zijn gevoelig genoeg om te zien dat de kleur bestaat, dat de kleuren zichzelf moduleren, monumentale verbindingen met elkaar aangaan, zich verdiepen, vibreren en met elkaar spelen; dat de kleuren ademen", zegt hij.

Orphisme
Vanuit zijn 'vensters' kwam R. Delaunay eind 1912 tot geheel abstracte schilderijen, die hij 'schijven' noemde en waarin de kleur, gerangschikt in cirkelsegmenten, een ritmisch golven en slingeren veroorzaakte. Robert Delaunay wilde in zijn schilderijen wedijveren met de abstracte uitdrukkingsmogelijkheden van de muziek. Hierbij liet hij zich geheel door de optische en gevoelsmatige macht van de kleur leiden. De kleuren namen de plaats in van de klanken in de muziek, de kleurcontrasten moesten een vibratie veroorzaken en de cirkelsegmenten gaven ritmiek en ordening aan de gehele compositie. Daarom wordt deze stijl ook wel 'het orfisme' (orfeus: een mytische zanger) genoemd.

'Het kleurgebruik van schilders was besmet door een beschrijvende of literaire bedoeling of door het clair-obscur; het was niet uniek, was geen universele taal. Ik denk dat mijn schilderij Les Fenêtres markeert, wat Apollinaire de zuivere schilderkunst noemde, zoals hij zelf steeds heeft gezocht naar de zuivere dichtkunst.'

Het orphisme leefde kort maar heftig. Naast de Delaunays waren Frank Kupka, Fernand Léger en Roger de la Fresnaye hierbij betrokken. De term orphisme is geïntroduceerd door Guillaume Apollinaire, om de lyrische, schitterende kleureneffecten te beschrijven. In de discussies bij de Delaunays thuis werden in de discussies pogingen gedaan om de kunsten met elkaar te verenigen, om kleuren in een schilderij om te zetten in woorden in een gedicht en omgekeerd. De serie Les Fenêtres was een uitdrukking van het gedicht 'Les Fenêtres' van Guillaume Apollinaire.

Eind 1912 schreef Delaunay een brief aan het tijdschrift Gil Blas, waarin hij aangaf zich niet meer tot de kubisten te rekenen. Zijn ideeën over schilderen publiceerde hij onder de titel Réalité, Peinture Pure in het decembernummer (1912) van Les Soirées de Paris.

Mede onder invloed van het futurisme wilde Delaunay niet langer aan de statische vormen van het kubisme voldoen, zijn vormen werden dynamischer, zijn werk werd abstracter. Hij hield zich vooral bezig met de kleur, met de kleurtheorieën van Chevreul, en beïnvloedde hierin ook de Der Blaue Reiter groep. Delaunay zou met leden van de Blaue Reiter groep als Wassili Kandinski, August Macke en Franz Marc een uitgebreide correspondentie onderhouden. Dat gold overigens ook voor andere kunstenaars die tot de aanhang van die groep gerekend worden, zoals b.v. Paul Klee en Hans Arp.

In 1913 organiseert 'der Sturm' galerie van Herwarth Walden in Berlijn een eenmans-tentoonstelling van zijn werk. Negentien schilderijen, waaronder 12 Vensters, werden tentoongesteld. Op de Erster Deutscher salon in 1913 te Berlijn was een groot aantal werken van Delaunay, o.a. 'Formes circulaires', en van zijn vrouw Sonia te zien.

1912/13), Verzameling Van Abbemuseum, Eindhoven
Een van Delaunays topwerken van vóór 1914 is L’équipe de Cardiff, een doek waarvan hij verschillende versies maakte.
In het schilderij ‘L’équipe de Cardiff’ gaat hij niet uit van één hoofdmotief, maar schuift hij verschillende motieven in elkaar tot een beweeglijk geheel. Ook hier zien we een cirkel die de compositie verbindt: het reuzenrad.
Het schilderij van Delaunay is gebaseerd op een foto in een Frans sportjournaal van het rugbyteam van Cardiff. Hij combineert dit gegeven met een aantal nieuwe hoogtepunten van techniek uit die tijd: de Eiffeltoren en het vliegtuig. Met zijn opschriften verwijst hij naar gevel- en veldreclame. De tekst MAGIC PARIS roept de bekoringen van de Franse hoofdstad op. Alles bij elkaar is het onderwerp zeer eigentijds: Parijs als bruisende stad, vol nieuwigheden en amusement.
Onderaan staan een aantal rugbyspelers, één speler springt de hoogte in. In het bovenste gedeelte zijn drie elementen geplaatst in een blauwe hemel: de Eiffeltoren, een fragment van een groot kermisrad en een vliegtuig, een dubbeldekker. In het midden van het schilderij staat het woord ‘ASTRA’, met als bijkomende informatie ‘Construction’. Het gaat om het bedrijf Societé Astra, een bedrijf uit Billancourt nabij Parijs dat zeppelins bouwde en vanaf 1909, onder licentie van ‘Wright’ – naar de gebroeders Wright die in 1903 de historische eerste vlucht maakten – zich toelegde op ‘aéroplanes’. ASTRA is ook het Latijnse woord voor ster.

Soleil, Lune
Tussen 1907 en 1909 was het kubisme praktisch een onderonsje van Picasso en Braque, die nauwelijks exposeerden. Vanaf 1910 won het onder kunstenaars snel aan populariteit, ook internationaal, waarbij het een veelvormig karakter kreeg. De volgelingen gingen er als het ware mee op de loop en creëerden hun eigen kubisme, met meer of minder overtuigingskracht.
In Frankrijk wisten vooral Léger en Delaunay de nieuwe stijl naar hun hand te zetten. Zo paste de laatste het kubistische principe van het opbreken van de vaste vorm van objecten toe in combinatie met een kleurenanalyse die in feite terugging op het pointillisme van Seurat en anderen. Delaunays Parijse stadsgezichten uit 1910-1912, met de Eiffeltoren meestal prominent in beeld, zijn zeer kleurig. Datzelfde geldt voor de schilderijen die daarop volgden, waarin de hemellichamen zijn opgenomen in dynamische patronen. Dit werk is daarvan een mooi voorbeeld. Met dergelijke abstracte schilderijen worden kosmische visioenen opgeroepen. Tegelijk hebben ze ook een decoratief aspect, dat door Delaunay zelf en vooral door zijn vrouw Sonia Delaunay-Terk werd ingezet voor allerlei vormen van toegepaste kunst, variërend van wandschilderingen en boekversieringen tot ontwerpen voor textielpatronen.

Hommage à Blériot, 1914, Öffentliche Kunstsammlung, Kunstmuseum, Basel
In 1914 schilderde Delaunay een ander meesterwerk, Hommage à Blériot. Het doek bezit een diagonale compositie waarbij abstract gekleurde schijven gecombineerd zijn met vliegtuig-schroeven. In dit werk wordt naar de snelheid en de kracht van de ronddraaiende vliegtuigschroef verwezen en juist dat onderdeel is, eens in beweging, nauwelijks meer zichtbaar. De Eiffeltoren en het vliegtuig zijn ook hier weer te zien, een combinatie die vaak terug te vinden is op postkaarten uit die tijd.
Terwijl de kubisten hun kleurenpalet drastisch reduceerden bleef Delaunay een vloed aan kleuren gebruiken tot verbazing, zelfs afkeer, van zijn generatiegenoten. Het was geen terugkeer naar het impressionisme, maar de wil om de dynamiek van de nieuwe tijd via kleur te visualiseren. Toen zijn vriend, schrijver Apollinaire, bij het begrip ‘simultaneïteit’ verwees naar de Italiaanse Futuristen reageerde Delaunay hierop dat zijn interesse uitsluitend lag bij ‘de beweeglijkheid van de kleur door het licht’. Ook in het werk van zijn vrouw Sonia Delaunay-Terk is deze obsessie voor de
simultaneïteit van de kleur aanwezig. Een ode aan de luchtvaart wisten de Delaunay’s te visualiseren in de gigantische muurschilderijen van het Palais de l’Air op de grote expositie van Parijs in 1937.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog en daarna verbleef hij met zijn vrouw lange tijd in Spanje en Portugal. Het werk van Delaunay veranderde in die periode, het felle Spaanse licht maakte dat hij zich nog meer op de kleuren stortte. De thema's waren duidelijk minder abstract, meer figuratief.

Met de Russische Revolutie droogde de financiële bron van de Delaunays uit Rusland op. Door de Russische Oktoberrevolutie in 1917 de maandelijkse toelage van Sonia en begon zij in Madrid wegens de financiële problemen een boetiek voor kunstnijverheid, accessoires en mode onder de naam 'Casa Sonia'. In 1918 ontmoette het echtpaar Serge Diaghilev. Dit resulteerde in een tijdlang een samenwerking met het Russisch Ballet, en een decorontwerp voor een aantal balletten door Delaunay. In Spanje en Portugal raakte Delaunay ook bevriend met Leonide Massine, Diego Rivera, en Igor Stravinsky.

In 1921 keerde hij terug naar Parijs. Samen met zijn vrouw, Sonia Delaunay heeft hij weer een expositie in Berlijn bij 'der Sturm'.

In 1922 organiseerde de Galerie Paul Guillaume in Parijs een tentoonstelling van zijn werk. Delaunay startte in dat jaar ook met zijn tweede Eiffeltoren serie. In 1925 werd hem de opdracht gegund om fresco's te verzorgen voor het Palais de l'Ambassade de France op de Exposition internationale des arts décoratifs in Parijs. Samen met Fernand Léger voerde hij dit uit.

Sonia had intussen veel succes met haar ontwerpen voor de modewereld, aan het einde van de jaren twintig had Sonia zelfs tientallen medewerkers in dienst. De crisistijd na de beurskrach van 1929 zou daar een eind aan maken.

Eindeloos ritme, 1934

In de dertiger jaren voegen de Delaunays zich bij de groep 'Abstraction-Création' die zich bezig houdt met de non-figuratieve kunst, een groep rond Theo van Doesburg, Herbin en Hélion. Het is het tijdperk van de "eeuwig durende ritmes". Het is een terugkeer naar het abstracte, maar ook een experimenteren met andere materialen, onder meer om reliëf in de werken aan te kunnen brengen.

In 1937 maakte hij grote wandschilderingen op twee paviljoens voor de wereldtentoonstelling te Parijs: Palais des Chemins de Fer en Palais de l'Air. Hiervoor maakte hij onder meer het werk 'Propeller en ritme'. Ook Sonia Delaunay, Albert Gleizes, Jacques Villon en Georges Valmier werken mee aan de decoraties. Zij en ook André Lhôte maken tevens de decoraties van de Hall des sculptures du Salon des Tuileries.

In 1937 en 1938 kocht de verzamelaar Solomon Guggenheim een aantal van Delaunays werken, waardoor Delaunay een huis in Gambais kon kopen. Daar trokken de Delaunays zich terug. In oktober 1941 stortte Delaunay in en werd vervoerd naar het ziekenhuis. Hij werd geopereerd, maar stierf aan kanker op 25 oktober 1941 in Montpellier waarheen hij via de Auvergne en Mougins was gevlucht wegens de Tweede Wereldoorlog. Delaunay werd daar begraven, na de Tweede Wereldoorlog is hij herbegraven in Gambais. Sonia zou hem nog tot 1979 overleven.

Websites:
. www.kubisme.info/kb004.html
. www.kubisme.info/kb005.html
. www.dekunsten.net/dk-citatenabstractekunst-delaunay.html


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 15.