kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28-09-2008 voor het laatst bewerkt.

Robert Rauschenberg

Art:21 ¦ Elegy for Robert Rauschenberg

Robert Rauschenberg: Man At Work

De Amerikaanse schilder en objectkunstenaar Robert Rauschenberg werd 22 oktober 1925 geboren te Port Arthur in Texas. Hij stierf 12 mei 2008 te Captiva Island, Florida.

Rauschenberg wordt beschouwd als de pionier van de Amerikaanse Poptical-art. Zijn contacten met de musicus John Milton jr. Cage, de danser en choreograaf Merce Cunningham en de schilder Jasper Johns hadden een stimulerende invloed op zijn ontwikkeling. Met hen geldt hij als een belangrijk inspirator van stromingen als pop-art en fluxus en zelfs conceptual-art.

Uit pure onvrede met het individualistische expressionisme, dat hij om andere redenen weer wel apprecieerde, ontwikkelde Rauschenberg een op de realiteit gerichte kunst, die gebaseerd was op de stelling, dat kijker en kunstenaar gelijkwaardig zijn, dwz. dat de laatste actief aan het creatieve gebeuren diende deel te nemen.

Biografie
In 1942 studeerde hij korte tijd farmacie aan de University of Texas, waarna hij in dienst kwam bij de marine.

Van 1947 tot 1948 studeerde hij aan het Kansas City Art Institute o.a. kunst, kunstgeschiedenis, vormgeving en compositie, beeldhouwkunst, anatomie, modeontwerpen en muziek. In die periode werkte hij als etaleur en deed de vormgeving voor filmsets en fotostudio's.

Rauschenberg vervolgde in 1948 zijn studie in Parijs aan de Académie Julian waar hij landschappen en stadsgezichten schilderde in een traditionele stijl en ontmoette Susan Weil waar hij later mee zou trouwen.

In 1948 keerde hij terug naar de Verenigde Staten van Amerika en vervolgde hij zijn studie tot 1949 aan het Black Mountain College in North Carolina onder leiding van Bauhaus kunstenaar Josef albers en voegde fotografie toe aan zijn vakkenpakket, gevolgd door een studie aan de Arts Students League in New york in 1949/50.

Hij verzorgde etalages voor Bonwit Teller en Tiffany en zijn eerste solo-expositie vond plaats in 1951 in New york in de Betty Parson's Gallery.

Zonder titel (glimmend zwart schilderij), ca. 1951, olieverf en krantenpapier op doek, 221x440, New York, verzameling Pace Wildenstein

In 1952 keerde hij terug naar het Mountain College, waar hij Buckminster Fuller, Robert Motherwell en Franz Kline ontmoette.

Periode van zijn All-White en All-Blacks schilderijen.
In het begin van de jaren vijftig produceerde hij monochrome witte en zwarte schilderijen, waarop zich de schaduwen van toeschouwers en nabije objecten op het doek aftekenden, of waarbij kleurnuances optraden door gebruikmaking van verschillend ondergrondmateriaal. Later ontstonden zijn dirt paintings, in kippengaas verpakte aarde, waarop onkruid en mossen groeiden. Rauschenberg wilde daarmee de natuur als schilderij tonen.

Hij reisde met Cy Twombly door Italië, Frankrijk en Spanje. In 1953 exposeerde hij in Florence en Rome en betrok een atelier in New York waar hij zich definitief vestigde.

De rode schilderijen vervingen de witte en zwarte schilderijen.

Uitgegomde tekening van De Kooning, 1953, sporen van inkt op tekenpapier, met inkt handbeschreven etiket in vergulde lijst, 64x55, San Francisco, Museum of Modern Art
Rauschenberg nam hiermee duidelijk afstand van de verwijzende abstractie. Hij nam als vertrekpunt een tekening van De Kooning (met diens goedkeuring; later zei hij een sterk exemplaar te hebben gekozen om het uitgommen des te moeilijker te maken) en was die daarna beginnen uitgommen. Als kritisch symbool kan deze uitgegomde De Kooning niet beknopter zijn: er is een handeling uitgevoerd om een andere handeling uit te wissen. De esthetische eenheid van het voltooide werk is zo gereduceerd tot de oereenheid waaruit het was ontstaan: een onbeschreven doek of stuk papier (al was dat zichtbaar bewerkt). Samen met Factum biedt dit werk – zij het op een verschillende wijze – een antwoord op de vraag hoe men nu verder dient te gaan als de grenzen van de persoonlijke expressie zijn bereikt en zelfs vaste waarden in het systeem zijn geworden. (conceptuele 18-19)

Van 1954 tot 1965 werkte hij voornamelijk voor de Merce Cunningham Dance Company. In 1953 maakte hij zijn eerste kostuumontwerp voor Cunningham. In 1961 trad hij in vaste dienst om belichting en enscenering te verzorgen bij de Merce Cunningham Dance Company.

Rauschenberg werd sterk beïnvloed door dada en Schwitters, de ready mades van Duchamp en de ideeën van Cage. Hij ging collages, assemblages en combine paintings maken, die een verbinding vormden tussen het abstract-expressionisme en popart. In de assemblages die hij vanaf 1954 maakte en die hij zelf combine paintings noemde, koos hij zijn materialen zo, dat zijn persoonlijke betrokkenheid daarbij zoveel mogelijk werd gereduceerd. De combine paintings bestaan uit doeken of panelen die met fel gekleurde, afdruipende verven zijn beschilderd en waarop kranten, foto's uit tijdschriften, stukken kleding, hout en meestal ook een of meer driedimensionale voorwerpen zijn aangebracht.

Charlene, 1954, olieverf en collage op houten panelen, vier delen, 226x285, Amsterdam, Stedelijk Museum

Vanaf ca. 1954 maakte hij combine paintings, assemblages van schilderijen, collages en alledaagse triviale gevonden objecten, soms zelfs met functionerende apparaten als spelende radio's, elektrische ventilatoren of knipperende lampen.

Odalisk, 1955-58, constructie 206x63x63, New York, verzameling Victor W. Ganz
Odalisk, 1955-1958, hout, textiel, ijzerdraad, gras, papier, foto’s, metaal, kussen, opgezette haan, vier gloeilampen, 205x58x58, Keulen, Museum Ludwig, schenking Ludwig
De Odalisk is een doos waarop een warboel van voorwerpen is geplakt: komische strips, foto's, knipsels uit geïllustreerde tijdschriften. Alles wordt samengehouden door de streken met de kwast die de kunstenaar erover gegeven heeft.
De doos rust op een voet die merkwaardig verankerd is aan een kussen op een houten platform en wordt bekroond door een opgezette kip.
De titel zelf is een geestige combinatie van Odalisk (de naakte meisjes op de collage van knipsels) en Obelisk (zie de vorm van het geheel).
De doos heeft zijn verticale lijn en de licht spits toelopende zijden gemeen met echte obelisken: de slanke, vierzijdige stenen pilaren die de oude Egyptenaren oprichten. (Janson)

Monogram, 1955-1959, gemengde techniek, 122x183x183, Stockholm, Moderna Museet
Een voorbeeld van een Combinatieschilderij, fragmenten van expressief gebarende schilderkunst in combinatie met straatnaam- en verkeersborden, afgedankte meubelen, dierenhuiden en foto’s uit tijdschriften.
Een opgezette angorageit staat met een autoband om zijn lichaam op ruw beschilderde planken. De combinatie verlevendigt zeker de titel van het werk. Of toont de kunstenaar ons een verhuld soort symbool van seksualiteit, met de geit als een omhelsde faun? Uit de caleidoscopische context waaraan hij de onderdelen heeft ontworsteld, ontstaat een complexe rijkdom aan associaties. Om zin werk niet levenloos te maken ging Rauschenberg definities uit de weg. Zijn vaak opgehaalde bewering edat hij zijn werk in de kloof tussen leven en kunst situeerde, vervat een duidelijk formeel bewustzijn. De Combinatieschilderijen zijn niet alleen levendige en willekeurige verzamelingen als in een straatscène, maar veelkleurige combinaties van vormelijke, iconografische en politieke reminiscenties. (20ste 510)

In 1955 betrok hij een atelier in dezelfde buurt als Jasper Johns.

Factum I en II, 1957, combinatieschilderijen, telkens 156x90, olieverf, inkt, kleurpotlood, papier, stof, krantenknipsels en geschilderd papier op doek, Los Angeles, Museum of Contemporary Art (verz. Panza) (= Factum I) en New York, Museum of Modern Art (= Factum II)
Een voorbeeld van een combine painting. Twee keer hetzelfde schilderij. Hij maakte in de jaren vijftig al “gecombineerde schilderijen”, waarbij de hele modernistische idee over gebruik van één enkel medium gewoon negeerde: hij gebruikte foto’s, kranten en afval, zowals weggegooide knuffeldieren. Tegenover zijn later werk zijn Factum I en II nogal bescheiden. Ze gaan duidelijk over het probleem in welke mate een kunstwerk uniek is, onder meer door het gebruiken van foto’s en talrijke herhalingen (twee brandende gebouwen, tweemaal; twee keer president Eisenhower, twee keer; een foto van twee bomen, twee keer). Belangrijker is zelfs nog dat de tekens van de kunst zelf worden afgebeeld, en wel als de klieders die kenmerkend zijn voor de abstracte expressionisten. Dit zijn tkens die ons duidelijk moeten maken hoe “spontaan” alles wel niet is; authenticiteit is hier tussen aanhalingstekens geplaatst. Het feit dat spontaniteit kan verglijden tot een verplichting is het ware onderwerp de werken.
Factum I en II kunnen eigenlijk niet bestaan zonder elkaar. De betekenis ervan groeit uit de ruimte tussen de beide werken, of tussen die ruimte en een derde aspect, het etiket of de soortnaam “verwijzend abstract schilderij”. (conceptuele 17-18)

Aan het eind van de jaren vijftig ontstonden de object sculptures, vrijstaande driedimensionale constructies. Een uitbreiding hiervan vormden zijn environments.

In 1958 exposeerde hij voor het eerst in de Leo Castelli Gallery en begon met het illustreren van Dantes 'Inferno'. Ook organiseerde hij met Jasper Johns een overzichtstentoonstelling voor John Cage.

Rauschenberg neemt deel aan de Documenta 2, 4 en 6 van Kassel van 1959 tot 1977 en aan de Biennales van Sao Paolo en Parijs.

ca 1959 bouwde hij zijn object sculptures, vrijstaande driedimensionale constructies. Op de expositie Dylaby deed hij dit samen met Tinguely en Raysse.

In 1960 neem hij deel aan de tentoonstelling Le nouveau-realisme in Paris en New york.

Hij ontmoette Marcel Duchamp in 1960.

Begin jaren zestig begon Rauschenberg te experimenteren met zeefdrukken van illustraties uit kranten, magazines en kunstboeken. Het vlak waarop de soms fel gekleurde afbeeldingen naast en over elkaar gedrukt zijn, beschilderde hij vervolgens. In de loop der jaren heeft hij de zeefdrukken op zeer verschillende materialen gedrukt, zoals doek, papier, hout, glas, spiegels, zelfs op draaiende schijven en schuivende panelen. Vaak ook zijn er gevonden voorwerpen, knipperende lampen en spelende radio's in verwerkt.

Zwarte markt, 1961, Combinatieschilderij: doek; hout, metaal, olieverf, 152x127, Keulen, Museum Ludwig
Het schilderij is een object en informatiedrager. Zijn werken op groot formaat hebben expressieve kleuren. Ze bestaan deels uit collage: hout, metaal en andere materialen zijn volgens de wet van het toeval geschikt. Zwarte markt vergt van de toeschouwer dat deze actief deelneemt aan de conceptie van het werk. Op de vloer ligt, met een koord aan het wandobject verbonden een kist of koffer, waarvan de inhoud volgens de instructies geruild kan worden, waarna de transactie wordt genoteerd in een van de vier in metaal gevatte notitieblokken bovenin het beeld. Door die transacties (zwarte markt) verandert ook het werk voortdurend. Net als de collages van Schwitters bestaat ook dit werk uit triviale, gevonden voorwerpen, zoals een bordje ‘eenrichtingsverkeer’ (one way), nummerplaten van auto’s en foto’s. "De schilderkunst heeft op beide betrekking", zei Rauschenberg, "op de kunst en op het leven. Ik probeer de kloof tussen die twee ter sprake te brengen". (Leinz 174)

Vanaf 1962 begon, onder invloed van Warhol, de zeefdruk een belangrijke plaats in zijn werk in te nemen. In 1962 paste hij voor het eerst de techniek toe van zijdezeefdruk op doek, gecom. bineerd met schilderwerk, collage en opgeplakte objecten (Combines). Ook maakte hij zijn eerste lithografieën, waarvoor hij in Ljubljana de Grond Prix ontving.

Estate, 1963, olieverf op doek, 244x178, Philadelphia, Museum of Art
Axle, 1964, olieverf en zeefdruk op doek, vier delen, 274x610, Keulen, Museum Ludwig
Spil, 1964, olieverf en zijdezeefdruk op doek, vier delen, 274x610, Keulen, Museum Ludwig

In 1963 organiseerde Galerie Sonnabend in Parijs zijn eerste Europese overzichtstentoonstelling, die ook te zien was in het Jewish Museum in New York. Hij produceerde zijn eerste dans-performance, 'Pelicon' . Na 1963 vonden er over de hele wereld vele overzichtstentoonstellingen van zijn werk plaats.

Het illusionisme in zijn kunst maakte geleidelijk plaats voor de werkelijkheid. Robert Rauschenberg trachtte hierbij de kloof tussen werkelijkheid en kunst op te heffen. Hij was hierdoor een belangrijke vertegenwoordiger van de popart.

In 1964 kreeg hij een overzichtstentoonstelling in de Whitechapel Gallery in Londen en won hij de Grond Prix van de Biennale van Venetië. Hij ging met Cage en Cunninghams Dance Company op wereldtournee. Zijn eerste expositie in Duitsland werd gehouden in het Museum Haus Lange in Krefeld.

Rauschenberg ging zich met wetenschappelijke experimenten bezighouden. Dit leidde in 1966 tot zijn deelname aan Nine Evenings of Theatre and Engineering en tot de oprichting en activiteiten voor Experiments in Art and Technology (EAT) samen met Ingenieur Billy Kluver. Hij heeft zich sinds 1966 uitgebreid beziggehouden met de integratie van kunst, wetenschap en techniek.

De revolvers, ronddraaiende plexiglazen schijven, waarop voorstellingen in zeefdruk, geven de ontwikkeling van zijn kunst na 1967 weer.

In 1967 werkte hij bij Gemini, de kunstdrukkerij. In dat jaar ontving hij, net als Martin Luther King, een eredoctoraat van Grinnel College, lowa.

In 1968 nodigde de NASA hem uit de lancering van de Apollo 11 vanuit het Kennedy Space Center bij te wonen en dit thema in zijn werk te gebruiken. Hij stichtte 'Change Inc.' voor nooddruftige kunstenaars in 1970 en richtte in 1971 in Florida een huis met ateliers in.

Na 1970 ontstonden abstracte werken in minimalistische stijl, waarbij Rauschenberg gebruik maakte van het materiaal van ribkartonnen dozen.

Blauwe kabouter (rijpserie) (Blue Urchin (Hoarfrost Series)), 1974, collage en bindmiddel op stof, 193x124, New York, Sonnabend Gallery

In 1974 werkte hij samen met de schrijver Alain Robbe-Grillet. Ook reisde hij naar Israël, waar hij in Jeruzalem exposeerde.

In 1975 reisde hij naar India, ontving een eredoctoraat in de schone kunsten van de University of South Florida, Tampo, en raakte samen met James Rosenquist betrokken bij het beroep om herziening van de belasting van nietwinstgerichte kunstinstellingen.

Van 1976 tot 1978 deed een grote overzichtstentoonstelling van zijn werk een aantal Amerikaanse steden aan.

In 1980 waren er overzichtstentoonstellingen in Berlijn, Düsseldorf, Humlebrek/Kopenhagen, Frankfurt, München en Landen. In 1981 werden zijn foto's geëxposeerd in het Centre Pompidou in Parijs.

In de jaren '80 creeert de veelzijdige kunstenaar beeldhouwwerken van schroot en schilderijen die hij door het etsen van zuur op metaalplaten maakt. Hij woont in New York City en op Captiva Island, Florida.

In 1989 ging zijn werk op een wereldtournee die ook een expositie in Moskou omvatte.

Naast zijn ongebonden werk heeft Rauschenberg veel decorontwerpen, o.a. voor Merce Cunningham, gemaakt. Ook is hij betrokken bij verschillende sociale projecten, zoals CHANGE, waarbij kunstenaars hun medische zorg met kunstwerken kunnen betalen, en ROCI, een door Rauschenberg betaalde reizende tentoonstelling naar de uithoeken van de wereld. Zoals blijkt uit zijn werk en zijn sociale activiteiten probeert Rauschenberg kunst in het dagelijks leven te integreren. Hij heeft voorts tekeningen, gouaches, grafiek en foto's gemaakt. Tenslotte creëerde Rauschenberg ook nog een choreografisch werk, Pelican, dat op rolschaatsen gedanst wordt.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 987.