kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Robert Zandvliet

Robert Zandvliet (Terband, 1970)

Nederlands schilder, woont en werkt in Rotterdam.

Robert Zandvliet werd geboren in het Friese plaatsje Terband, waar zijn ouders een boerenbedrijf hadden. Op zijn zeventiende ging hij studeren aan de Constantijn Huygens Academie voor kunsten in Kampen. Van 1992 tot 1994 was hij leerling bij De Ateliers in Amsterdam, een vervolgopleiding voor jonge kunstenaars. Zandvliet verhuisde daarna naar Rotterdam.

Halverwege de jaren '90 raakte Zandvliet bekend met zijn verstilde voorstellingen - geschilderd in dunne lagen tempera - van een vliegtuigraampje, autospiegels en suffige objecten als haarspelden, caravans en een reep chocola. Deze alledaagse voorwerpen werden weergegeven in breed geschilderde kleurvlakken en contourlijnen. De dunne temperaverf geeft de voorstellingen een helder en transparant karakter.

Tijdens een reis naar Italië was Zandvliet gefascineerd geraakt door de oude frescotechniek, waarbij de verf snel en zonder corrigeren moest worden aangebracht. Dezelfde trefzekerheid is terug te vinden in de lijnvoering van Zandvliets schilderijen.

Zijn vroege werken kenmerken zich door de monumentale vormen en de intense kleurvlakken. Met beperkte middelen wordt een suggestie van grote ruimtelijkheid opgeroepen. Met name de geschilderde filmdoeken en vensters zijn weids en panoramisch. Robert Zandvliet onderzoekt de grens tussen abstractie en figuratie. De vormen zijn herkenbaar maar lijken slechts een aanleiding om tot een eigen beeldende taal te komen. Uiteindelijk gaat het hem om de uitdrukkingskracht van de verf. Om de beschouwer de aandacht hier niet van af te leiden geeft hij dan ook geen titels aan zijn schilderijen.

In 1994 won hij de Prix de Rome en drie jaar later de Charlotte Köhler Prijs, beide prijzen voor jong, beeldend talent.

1996 solotentoonstelling Witte de With.

In 1996 maakte hij gebruik van een gastatelier van De Pont en nam het museum werk van hem op in de collectie: motieven die Zandvliet in dunne lagen temperaverf schildert, zijn teruggebracht tot enkele vlakken en contouren. Ontdaan van het pittoreske en gereduceerd tot hun essentie, zou je deze schematisch weergegeven objecten 'archetypisch' kunnen noemen. contouren van de beeldbuis vallen bijna exact samen met de omtrekken van het schilderij. De frontale vlakheid van het beeld wordt uitgedaagd door twee witte lichtreflecties op de buis en de zwarte schaduwen langs de randen, die de spanning van concave en convexe oppervlakken suggereren. Het is veelzeggend dat Zandvliet een televisietoestel heeft geschilderd dat geen beeld geeft maar zelf beeld geworden is. Tegenover de alsmaar voortdenderende beeldenstroom van de massamedia stelt de kunstenaar de vertraging van de schilderkunstige blik.

Prachtig ook waren de 'bioscoopdoeken', schilderijen waarin het linnen is opgevat als een lichtend filmscherm. Deze werken hadden een grote directheid en vanzelfsprekendheid. Ook hier zijn de omtrekken van motief en schilderij zorgvuldig op elkaar afgestemd; opnieuw staan ruimtelijke suggestie en frontale vlakheid op gespannen voet. kleur, opgebouwd uit vele verflagen, lijkt aan de randen op te lichten. Het is alsof alle filmbeelden ooit gezien, zijn ingebrand in een stralend veld van louter licht. Opvallend is dat het blauw naar voren treedt noch naar achteren wijkt. Het overbelichte scherm van de bioscoop bevindt zich bij wijze van spreken op hetzelfde plan als het witte doek in het schildersatelier

Exposeerde in New York, Madrid en Wenen.

In de voetsporen van Plato is Zandvliet op zoek naar de essentie der dingen, dé auto, dé locomotief, dé haarspeld. Tegelijkertijd vormt het alledaagse object het uitgangspunt voor een autonoom kunstwerk uitgevoerd in het zeer specifieke schilderkunstig idioom van de kunstenaar. Na twee jaar deze werkwijze gevolgd te hebben maakt hij de ommezwaai naar een veel abstractere weergave van de werkelijkheid. Werkend in tempera (een mengsel van eigeel, olie, pigmenten en water) lossen landschappen op in kleurige horizontale banen, boomwortels in kronkelende en woekerende verfstroken.
Om de horizon uit te bannen kiest hij voor bovenaanzichten van knooppunten van snelwegen. Voor een tweetal 'nachtdoeken', een nieuwe uitdaging, zijn lichtreflecties op een inktzwarte, nachtelijke waterspiegel het uitgangspunt. Dat je als kijker die uitgangspunten niet direct of zelfs helemaal niet herkent deert Zandvliet geenszins. Daar is het hem niet om te doen.
De schilder is juist geïnteresseerd in het omslagpunt tussen figuratie en abstractie, zoals hij zich in een interview liet ontvallen. Daarbij schuwt Zandvliet het grote gebaar niet. Niettemin is er geen sprake van wilde expressie, maar eerder van een beheerste penseelvoering, van weloverwogen composities in kleur en lijn.

Zandvliet begon met grote doeken van simpele voorwerpen. Daarna maakte hij een reeks schilderijen die onbestemde uitzichten weergaven, alsof hij een blik door een vliegtuigraampje of een verrekijker had verbeeld. Het kijken naar dingen - hoe kijken en waarom zo - is voor hem een belangrijk thema.

Eind 1996 gooide Zandvliet het roer om en ontstonden de eerste landschappen, een thema dat zich al aankondigde in zijn schilderijen van vliegtuigraampjes en treinvensters met panoramische uitzichten. Tientallen kleine landschapjes heeft hij geschilderd, steeds anders van karakter, maar telkens met dezelfde, summier aangeduide motieven: een weg, een horizon, een zon, een boompje, enzovoort. Het zijn niet zozeer voorstellingen van een specifieke plek als wel van het landschap als categorie op zichzelf. In deze serie verkent Zandvliet de mogelijkheden om een genre dat in de geschiedenis van de Nederlandse kunst een prominente rol speelt, een eigentijdse uitdrukking te geven.

Zonder titel (1997) toont een weidse ruimte met een zigzaggende asfaltweg en een rij boompjes aan de horizon. De construerende contouren en overzichtelijke vlakverdelingen, kenmerkend voor Zandvliets grotere schilderijen, hebben plaatsgemaakt voor een losse, schetsmatige opzet. De zeventiende-eeuwse rivierlandschappen van Jan van Goyen komen in de herinnering, en Mondriaans doekjes van het Gein bij avond, geschilderd tussen 1904 en 1908. Maar bovenal oogt het schilderijtje uitgesproken synthetisch. Het realisme van Van Goyen en het symbolisme van de jonge Mondriaan zijn Zandvliet vreemd. Hij schildert zijn landschap in magentaroze, felrood, diepzwart, geel – onnatuurlijke, gloeiende kleuren die doen denken aan kleurnegatieven. Zoals onze waarneming gekleurd is door onafzienbare hoeveelheden film- en televisiebeelden, zo is ook ons beeld van het landschap beïnvloed door fotografische representatie.

Eind jaren negentig worden de voorstellingen losser en de beweging van het schilderen dynamischer. De tentoonstelling Brushwood in het Stedelijk Museum Amsterdam (2001) liet voornamelijk werk zien met een landschappelijk karakter. Zandvliet gebruikt het thema van het landschap als een metafoor voor de schilderkunstige ruimte, die hij met brede kleurbanen en een zwierig handschrift weet op te roepen. Kunstenaars die hem tot voorbeeld dienen, zijn de 17de-eeuwers Hercules Seghers met zijn grillige landschappen en Philips Koninck met zijn magistraal geschilderde vergezichten. Vooral hun experimentele werkwijze heeft tot het uitdiepen van de eigen beeldtaal geïnspireerd. Hierbij controleert Zandvliet de voorstelling en maakt hij weloverwogen gebruik van de beeldende middelen.

2002 Brushwood Overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum Amsterdam. Vijfentwintig monumentale doeken – van soms wel 5 meter breed - zijn te zien.
De laatste jaren heeft Robert Zandvliet zich geconcentreerd op het landschap. Maar hij werkt niet langer realistisch, laat de horizon los en komt in zijn grote en kleine doeken tot een Willem de Kooning-achtige ruimtelijkheid, waarin kleur, vorm en tegenvorm essentiële elementen zijn. Vanuit een sterk bewustzijn voor de lange traditie van dit genre maakt hij schilderijen die alsmaar verder van het herkenbare af zijn komen te staan en steeds abstracter en complexer zijn geworden. De voorstellingen zijn niet of nauwelijks meer te herkennen als velden, bossen en meren. Ze zijn opgelost in een all-over structuur van lijnen en kwaststreken, een visueel veld dat beheerst wordt door vlammende bewegingen, gloeiende kleuren en een hectiek die maar niet tot bedaren wil komen.

Wolvecampprijs (2004)

In de afgelopen jaren heeft Robert Zandvliet zich met succes in het buitenland gepresenteerd. Uit het grote overzicht dat in de zomer van 2006 in Bonn en De Pont in Tilburg te zien is geweest, met schilderijen uit openbare en particuliere collecties uit Europa en de Verenigde Staten, blijkt op overtuigende wijze dat Zandvliet een volstrekt eigen handschrift en beeldtaal heeft ontwikkeld. Bij de tentoonstelling verscheen een publicatie met artikelen van Volker Adolphs en Max Wechsler en een interview door Hans den Hartog Jager.

Na de landschappen met hun lange horizon en lage perspectief schilderde Zandvliet een serie bovenaanzichten van autosnelwegen, weergegeven als kronkelende lussen en kleurrijke verfbanen. De voorstellingen zijn ‘platter’ en bestaan uit een beweeglijk patroon van kwaststreken. Op veel plaatsen is de verf transparant, waardoor de gelaagdheid in kleur zichtbaar is. Met het oog kan de beweging van het schilderen worden gevolgd in de banen die over het doek getrokken zijn.

Deze ontwikkeling zet zich door in het meest recente werk, waarin de bewegingen korter en feller lijken. Het zijn landschappen waaruit de horizon is verdwenen. Na de lichte landschappen uit de Brushwood-tentoonstelling en de geschilderde autosnelwegen is Zandvliet aan een serie ‘nachtschilderijen’ begonnen. Een aantal grote doeken toont verticaliteit, waarin de verf als in een cascade in een kolkende beweging is gekomen. Hiervoor heeft Zandvliet de lichtreflectie op een wateroppervlak als uitgangspunt genomen. De schittering van het licht in de duisternis is weergegeven in korte, kronkelige kwaststreken. Ook in een recente reeks werken op papier is de verf in een turbulentie van vegen, spatten en vervloeiingen gekomen. Het zijn studies van lichtreflecties die doen denken aan de vroegere serie monotypes die hij tijdens een verblijf in New York maakte (The Varick Series 1999), landschappen met grillig gevormde bomen, stronken en struikgewas. Maar de werkelijke onderwerpen van de recente serie zijn de ruimte en het licht die in de prachtige zwart-witdrukken tot uitdrukking komen.

Uiteindelijk is het de schilderkunst zelf die door Zandvliet centraal wordt gesteld in een voortdurende herdefiniëring van haar mogelijkheden. In vorm en voorstelling, in expressie en compositie en in vlak en ruimte. Het is het constante zoeken naar de mogelijkheden achter de horizon van het bekende.
Zandvliet is geboeid door licht en kleur van het landschap. In de veelgeprezen documentaire Hollands Licht vertelde hij over het opvallende verschil tussen het ‘droge’ licht in Italië en het ‘romige’ licht in Nederland. De kleuren zijn hier ‘vetter’ en geven de vormen meer volume. Hij noemt de wolkenluchten bij schilders als Van Goyen en Weissenbruch, die onvergelijkbaar zijn met die van bijvoorbeeld Piero della Francesca.
www.hollandslicht.nl

Relevante verwijzingen:
www.depont.nl
Portret keunstskilder Robert Zandvliet
Portret keunstskilder Robert Zandvliet
www.nrc.nl Schilderijen die met de kijker flirten


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 45.