kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 28 03 2017 11:28 voor het laatst bewerkt.

Roy Lichtenstein

Roy Lichtenstein Part 1 Amerikaans schilder en graficus, geboren 27.10.1923 te New York - overleden 29.09.19977 in New York.

Lichtenstein is een van de pioniers van de Pop Art. Hij studeerde aan de universiteit te Columbus (Ohio) en doceerde aan verscheidene universiteiten.

Hij werkte eerst als ontwerper. Tot 1960 schilderde hij in een abstracte impressionistische stijl. Daarna was zijn werk gebaseerd op stripverhalen. Zijn schilderijen zien er uit als vele malen vergrote plaatjes uit een stripverhaal met de bijbehorende teksten in wolkjes. Vooral de gewelddadige en sentimentele massages neemt hij over. Hij voert dit uit op een identieke stripachtige manier, d.m.v. "dots" (puntjesraster). De inhoud van zijn werken blijft banaal en kitscherig. Ook verwerkte hij beelden uit de reclame, vooral van huishoudelijke voorwerpen. In dezelfde stijl kopieerde hij beroemde werken van o.a. Picasso en Mondriaan. Ca. 1963 schilderde hij zigzaggen en diagonalen, waarvan het effect door explosieve teksten nog werd versterkt. Zijn werk werd bijna abstract. Lichtenstein maakte ook keramiek. (Summa; Elviera 57)

Lichtenstein ontleende zijn beeldtaal aan de pretentieloze typering en clichématige afbeeldingen van de vrouwelijke jeugd in strips, waarnaar ook het tekstballonnetje verwijst. De inhoud is banaal en kitscherig. Hij veranderde zijn voorbeelden uit de strips door details weg te laten, het beeld op te blazen en dus ook het puntjesraster te vergroten. Het gaat niet om het verhaal, maar om de roep om onverschilligheid of betrokkenheid in kunst en leven. "Het is de onverschilligheid, die conventionele, stereotype en lege emotie die ik wil laten zien", aldus de kunstenaar. (Leinz 176)

Een ander aspect van zijn stijl zijn de ‘brush-strokes’ macroweergaven van verfstreken uit de abstract-expressionistische schilderschool, bijv. Muurschildering met blauwe penseelstreek (Equitable Center, New York, 1986). Korte tijd hierna werkt hij een periode in een zuiver geometrisch-abstracte stijl. In zijn serie Reflections (vanaf 1989) reflecteert hij zowel op historische kunstwerken als op de kunstenaarspraktijk in nageschilderde collages, spiegelingen en vervormingen. Vanaf 1967 maakte hij tevens abstracte sculpturen, geïnspireerd op kunstvormen uit de jaren dertig. (Encarta 2001)

Biografie
Op school genoot hij geen kunstopleiding en tekende voor zijn hobby.

In 1939, het laatste jaar van zijn middelbare schoolopleiding, gaf hij zichzelf op voor een zomercursus van de Art Students's League bij Reginald Marsh.

Na zijn middelbare schoolcarrière verliet Lichtenstein New york en trok naar Ohio, waar hij een opleiding volgde aan de School of Fine Arts van de Ohio State University van 1940 tot 1943.

Zijn opleiding werd echter onderbroken tussen 1943 en 1946, een periode waarin hij in het leger moest. De tweede wereldoorlog woedde in ale hevigheid en ook Lichtenstein werd naar Europa gestuurd. In deze periode maakte hij enkele werkjes die vooral natuurgetrouwe tekeningen waren.

In 1946 werd hij uit het leger ontslagen en zet hij zijn studie voort van 1946 tot 1950 aan de Art Students League van New york.

In 1949 had hij zijn eerste solo expositie in de Ten Thirty Gallery in Cleveland. In deze periode ging hij allerlei elementen van de Amerikaanse samenleving in zijn werk verwerken.

Van 1951 tot 1957 werkt hij als een commercieel kunstenaar en ontwerper en maakt werk voor winkeletalages. Zijn schilderijen en tekeningen uit deze periode zijn parodieën op de Amerikaanse kunst van de jaren '20.

Zijn eerste proto-Popwerk schilderde hij in 1956, een schilderij van een dollarbiljet, maar het zou nog een tijdje duren voordat hij zich verder op dit genre ging toeleggen.

In 1960 werd Lichtenstein benoemd tot assistent-hoogleraar aan het Douglas College van de Rutgers University in New Yersey, en verhuisde dus terug naar de directe omgeving van zijn geboortestad. Hier kwam hij ondermeer in contact met Claes Oldenburg, Jim Dine en George Segal en kreeg hij, voornamelijk via deze contacten weer belangstelling voor de popbeeldtaal.

Maar ook zijn zoontje droeg zijn steentje bij. Deze liet een stripverhaal van Micky Mouse aan zijn vader zien en zei: 'Wedden dat jij niet zogoed kan schilderen.' In 1961 maakte Lichtenstein zes schilderijen van stripfiguren waarin hij, vergeleken met het originele materiaal, slechts enkele veranderingen in kleur en vorm had aangebracht. Hij maakte hier voor het eerst gebruik van de overbekende rasterpunten, letters en tekstballonnen, die later kenmerkend voor zijn stijl zouden worden.

Vanaf de jaren '60 maakt Lichtenstein gebruik van typische commerciële elementen, strips en advertenties.

Kenmerkend voor zijn werk zijn zwarte contourlijnen om de voorwerpen heen, strepen, platte vlakken en dikke stippen.

Hij verliet de Rutgers University, verhuisde van New Yersey naar New york en ging zich volledig toeleggen op zijn schilderkunst. Lichtenstein heeft vaak in series rond eenzelfde thema gewerkt. In deze series is de ontwikkeling die hij als kunstenaar heeft doorgemaakt duidelijk te achterhalen. Zo zijn sommige van zijn latere series interpretaties of zelfs parodieën van vroegere series.

In 1997 sterft Lichtenstein aan een longontsteking.

Werken:
. Half gezicht, witte kraag,
. In the car,

. Meisje aan de piano, 1963, bedrukt linnen, 170x120, New York, Harry N. Abrams Family Collection
Vergroting van geïsoleerde, uit de tekst gelichte tekening, compleet met wolkjes, de onpersoonlijke, schematische zwarte lijnen en de stippels die bij kleurendruk op goedkoop papier verschijnen.

Die werken zijn de grootste paradox van de Pop Art: zij kunnen niet zoals alle andere werken uit heden of verleden op de bladzijden van dit boek worden gereproduceerd, want dan worden zij gelijk aan de afbeeldingen in het stripverhaal waaraan zij zijn ontleend. Alleen een detail in kleur op ware grootte, kan ons laten zien wat de kunstenaar tot stand heeft gebracht.

Om van een tekening van 18 cm² een schilderij van 8 m² te maken, moet een groot aantal moeilijkheden worden opgelost, en dit is enkel mogelijk met behulp van een uiterst nauwgezette bestudering van de problemen: hoe moet bvb. de neus van het meisje worden getekend opdat hij juist lijkt in het stripverhaal, en in welke verhouding, met welke onderlinge afstand, moeten de gekleurde stippels op het doek worden aangebracht om in een juiste verhouding te staan tot de rest van het werk. Het is duidelijk dat dit geen mechanische, automatische kopie is, maar een interpretatie die alleen op het origineel lijkt, dankzij de talloze veranderingen en aanpassingen die de details hebben ondergaan.

Wat de auteur fascineert in de strips (en wat hij ons voor het eerst laat zien) zijn de strenge stijlregels, die even dwingend en onwerkelijk zijn, als in de Byzantijnse kunst. (Janson 676-677

. Okay hot shot..., 1963, doek, 203x171, Turijn, verz. Morone

. Whaam!, 1963, acrylverf en magna op doek, 173x422, Londen, Tate Gallery
Eén van de vele oorlogsschilderijen uit de periode 1962-63, toen hij met opzet emotionele en enorm geladen onderwerpen koos die een ironisch contrast vormden met zijn beheerste en weloverwogen schildertechnieken. “Spotprenten op zichzelf hebben meestal betrekking op erg geladen onderwerpen en worden in standaardtechnieken, duidelijk en van een afstand, uitgevoerd”, zei hij eens. Spotprenten zijn natuurlijk klein, maar Whaam! Is groots van omvang. Lichtenstein schreef er het volgende over aan de Tate Gallery: “Ik weet nog dat ik het idee had twee vrijwel afzonderlijke stukken te maken die geen enkele band leken te hebben wat compositie betreft, en elk moest een eigen min of meer afzonderlijke stijl en karakter hebben. Natuurlijk is er de humoristische band dat het ene doek het andere neerschiet”. Whaam! Zit klassiek goed in elkaar. In 1963 maakte Lichtenstein de vooruitziende opmerking: “Pop maakt gebruik van… ‘bedoeling’ die niet verondersteld wordt duurzaam te zijn, maar je van de formele inhoud afleidt. Ik geloof dat de formele verklaring in mijn werk mettertijd wel duidelijk zal worden.” (Measham 13)

. Explosie nr. 1, 1965, metaallak op metaal, 251x160, Keulen, Museum Ludwig
. M-Maybee (beeld van een meisje), 1965, Keulen, 152x152, Wallraf-Richartz Museum (Museum Ludwig)
. Figuren in een landschap, 1985, olieverf en Magna op doek, 244x279, privé-verzameling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 33.