kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Samuel van Hoogstraten

Noord-Nederlands (vóór 1775) prentkunstenaar, schilder, auteur, tekenaar architectuur (als genre), genrekunst, historie, portretten, stillevens, trompe-l'oeil, landschappen, jachtstillevens, interieurs, boeren en vanitasstillevens.

Samuel van Hoogstraeten beeldde zeer uiteenlopende onderwerpen af: bijbelse en mythologische verhalen, portretten, landschappen en zijn bekende stillevens. Vooral zijn trompe l'oeil schilderijen zijn beroemd. Naast gedichten en toneelstukken schreef Van Hoogstraten zijn beroemde boek over schilderkunst: Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst, anders de Zichtbaere Werelt, dat kort voor zijn dood werd uitgegeven in 1677.

Naamsvarianten: Hoochstraten, Hoogstraaten, Hoogstraeten, Batavier.

Zoon van Dirck, oudere broer van Jan van Hoogstraten.

Leerling van Rembrandt,
Leraar van oa Aert de Gelder, Godfried Schalcken, Cornelis van der Meulen en kunstenaarsbiograaf Arnold Houbraken (schilder en etser Samuel van Hoogstraten werd in 1627 geboren in Dordrecht. Hij was de zoon van een goudsmid, graveur en schilder, broeder van François en oom van David en Jan van Hoogstraten.

Amsterdam 1640 - 1642, leerling van Rembrandt
Nadat zijn vader in 1640 overleed, ging Samuel gelijktijdig met Heiman Dullaert in de leer bij Rembrandt. Vooral in de bijbelse taferelen die hij schilderde, is de invloed van zijn leermeester te zien. Ander werk van Van Hoogstraten is meer in de trant van Pieter de Hooch.

Dordrecht 1648 - 1651

Wenen 1651 - 1652
Rome 1652
Wenen 1652 - 1654
Tussen 1651 en 1654 maakte hij een reis naar Duitsland en naar Wenen, waar hij van keizer Ferdinand III een gouden medaille kreeg voor een trompe l'oeil-stilleven. In Rome was hij lid van de 'bent', de kunstenaarsvereniging, en kreeg hij een bijnaam: Batavier. Ook verbleef hij een tijdje aan het hof in Wenen. Hij had een broeder, Johan genaamd, die mede de schilderkunst beöefende, en met hem te gelijk aan het hof te Weenen geweest is, alwaar hij overleed.

Dordrecht 1654 - 1662
Nadat hij in Rome en opnieuw in Wenen was geweest, keerde Van Hoogstraten terug naar Dordrecht.

Londen 1662 - 1666
Van 1662 tot 1666 woonde de schilder in Londen waar hij de grote brand van dat jaar meemaakte.

Den Haag 1668 - 1671, Lid van de Confrerie Pictura.

Dordrecht 1671 - 1678.
Te Dordrecht was hij Provoost van de Munt, en verwierf als portretschilder eenige vermaardheid. Hij stierf in deze zijne geboortestad, op den 19 October 1678.

Naast kunstenaar was Van Hoogstraten ook theoreticus. Wellicht onder invloed van Carel Fabritius ging hij zich interesseren voor de problematiek van het perspectief en eveneens voor de trompe l'oeil schilderkunst, die hij ook toepaste voor interieurs (Mauritshuis, Den Haag). Zijn 'Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst' (1678) beschreef de toen geldende regels voor de (historie)schilderkunst en werd door veel schilders als leidraad gebruikt. (schilderijen wel of geen verborgen symboliek? Hoe verklaar je hun aandacht voor lichtval, spiegeling en materialen? Samuel van Hoogstraten schreef een lijvig traktaat dat licht werpt op deze en andere vragen. Thijs Weststeijn deed onderzoek naar Van Hoogstratens opvattingen. Een van de uitkomsten is dat de schilderkunst door de zeventiende-eeuwer werd opgevat als een manier om de zichtbare wereld te onderzoeken en Gods schepping te bespiegelen. Weststeijns onderzoek verbindt zeventiende-eeuwse schilderkunst met een groot aantal literaire en filosofische ideeën. Van Hoogstraten vormde zijn meningen niet alleen door gesprekken in Rembrandts atelier, maar ook aan de hand van de klassieke retorica en de eigentijdse radicale filosofie. Naast de zeventiende-eeuwse meesters komen Huygens, Descartes en Spinoza aan bod. Het illusionisme van de Nederlandse schilderkunst blijkt door wijsgerige motieven ingegeven. Hierbij worden verschillende facetten belicht, zoals de theorie achter de losse penseelstreek en de actieve rol die van de toeschouwer werd verwacht. Het onderzoek van Weststeijn maakt duidelijk dat niet alleen de Italianen theorieën over de schilderkunst ontwikkelden: de Nederlandse schilders deden het op hun eigen manier. (zie Samuel van Hoogstraten (1627-1678), een leerling van Rembrandt, zijn kunsttheoretische geschrift "Inleyding tot de Hooge Schoole der Schilderkonst". Hierin schrijft hij dat de rangorde van een thema afhankelijk is van de mate waarin een beroep wordt gedaan op de fantasie van de kunstenaar. Dienovereenkomstig nemen historieschilderijen die religieuze of historische motieven tot onderwerp hebben, "die de mensheid de edelste daden en ... de wijste schepsels onder het oog brengen", de hoogste plaats in. Ze worden gevolgd door de "kabinetschilderkunst van elk type" en de laagste plaats wordt ingenomen door het stilleven. (Parijs verschenen "Conférences de l'Académie Royale de Peinture et de Sculpture". Op de laagste plaats komen bij Félibien eveneens de stillevens met vruchten, bloemen, schelpen en andere levenloze objecten. In hoger aanzien staan de schilderijen die bijvoorbeeld levende dieren en landschappen tonen. De hoogste rang bereikt een kunstenaar uiteindelijk met de afbeelding van de mens, die als de perfecte schepping van God op aarde wordt beschouwd.

Werken:
Bekende werken zijn onder andere: De man aan het venster (1653, Kunsthistorisches Museum, Wenen), De bleekzuchtige dame (Rijksmuseum, Amsterdam) en zijn kijkdozen in de National Gallery in Londen.
Zie ook: bibliografie:
In zijn jeugd Goude Schalmey, een liedboek ‘klinkkende van Heylige Gezangen’, 1652.
Toneelspel Dieryk en Dorothe of de Verlossing van Dordrecht, trsp., 1666;
De Roomsche Paulina of bedrogen kuischheid, trsp., Schoonh. 1668;
Inleydinge tot de Hooge Schoole der schilderkonst, Rotterd. 1678.
Voorts schreef hij nog een paar Bruilofts-spelen, een Merwe Nimfe Zegezang in zijn: Herstelde Zeeg Triumph van Koning Karel de tweede, door verscheyde voornaemste poëten van Hollandt, Dordr. 1669. Nog vermelden wij zijne Gulden Schalmey, een bekend liedeboekje, Dordr. 1652.
Schrijver van 2 heroïsch-galante romans: Schone Roseliin, 1650, en De gestrafte ontschaking of de zeeghaftige herstelling van den jongen Haegaenveld, 1669, met avonturen, minnebrieven en zuchten. Daarbij een lofdicht van Heiman Dullaert:
Hier leeren losse en wufte zinnen
De Hofkunst van een loflijk minnen.

Hij was Mennist, maar werd uit de broederschap gezet, omdat hij te werelds was en een degen droeg.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 3546.

Tweets by kunstbus