kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Sjoerd de Vries

Friese schilder en beeldhouwer van naakten, (zelf)portretten, landschappen en miniatuurbeelden, Geboren: Oudehaske (Skarsterlân) 9-11-1941

Het werk van Sjoerd de Vries neemt een heel eigenzinnige plaats in binnen de hedendaagse beeldende kunst van Fryslân en - steeds verder - daarbuiten. Dat komt alleen al door de zeer onconventionele wijze van werken die door deze kunstenaar gehanteerd wordt. Voor hem geen linnen of papier als basismateriaal, maar bij voorkeur harder of zachter gelaagd karton waarop en vooral ook waarín hij werkt. Evenmin is voor hem het potlood of de penseel heilig. Hij gebruikt het (plamuur-) mes, het schuurpapier, een strijkijzer, een eventuele hete koekenpan, bleekwater of beenderlijm om daarmee het karton te lijf te gaan. Voor de weinige beelden die Sjoerd de Vries maakt, is turf de grondstof, een materiaal waartussen hij vanaf zijn geboorte is opgegroeid.

Voor het maken van zijn schilderijen begint Sjoerd de Vries altijd met een in vage tinten opgezette tekening in contékrijt. Dat alles op ‘het mooiste materiaal dat bestaat', zoals de kunstenaar zich ooit over karton uitliet. Gelaagd en gelijmd karton van oude boekbanden of portefeuilles biedt namelijk de mogelijkheid er in te snijden, te krassen, te branden of ermee te scheuren. Het laat zich ook plamuren, plakken en overplakken, het is duurzaam en houdt de verf goed vast. Na een eerste tekening zorgen plamuur, traditionele verf in poedervorm en gekookte lijnolie voor het uitdiepen van het onderwerp. Daarbij zijn vooral de sprekende kleuren bepalend voor het onderscheid tussen een schilderij en een tekening.

Voor zijn beeldhouwwerk uit turf hanteert Sjoerd de Vries in wezen dezelfde techniek als bij het tekenen en schilderen: hij kerft en snijdt zich een weg in het basismateriaal op weg naar vorm en verdieping. De elementaire vormen van de turfbeeldjes doen wat primitief aan, ze doen denken aan vruchtbaarheidsbeeldjes van oude, uitheemse culturen. Deze turfbeeldjes maakt hij bij zijn ouders in de tuin, uit zijn vaders turf en met het aardappelschilmesje van zijn moeder.

Zo ontstaan nu al meer dan veertig jaar intense spiegels van zelfonderzoek. Want deze Friese kunstenaar is iemand die zichzelf middels zijn werk steeds weer de vraag stelt: ‘Hoe sta ik erbij, ben ik nog wel in beweging, lééf ik nog wel?'. Alle portretten van Sjoerd de Vries zijn intense landschappen van de ziel, waarin tederheid en agressie een innig verbond hebben gesloten. Zelfonderzoek is het centrale thema in zijn werk. Het is een onderzoek naar identiteit en naar de beweegredenen om kunst te maken. Of het nu gaat om naakten, landschappen, zelfportretten of de aan vruchtbaarheidsbeeldjes doen denkende sculpturen; steeds is er die ‘roeping' zoals hij het zelf noemt, uitdrukking te geven aan zijn mens-zijn.

Biografie
Sjoerd de Vries, zoon van een kolenboer, wist al heel vroeg in zijn leven wat zijn ‘roeping' wás. Op zeer jonge leeftijd tekende hij met dakpan-scherven straten vol en op zijn twaalfde organiseerde hij zijn eerste ‘tentoonstelling' in de woonkamer. Okee, hij haalde op de Heerenveense ambachtsschool diploma's voor machinebankwerker en huisschilder. Maar liever zat hij in de bibliotheek kunstgeschiedenis-boeken door te spitten. En intussen liet hij als sportman bij het schaatsen en hardlopen (Fries kampioen op de 100 meter) zien dat hij vechterskwaliteiten bezat.

Probleem met dat tekenen en schilderen was wel - en dat vond ook heit de Vries - dat er geen droog brood mee te verdienen was. Maar tóch ging hij naar Academie Minerva. Sjoerd bleek een moeilijk in te passen leerling. Hij koos al gauw voor een eigenzinnige manier van werken. Hij zette zich af tegen het onderwijs en de in verval geraakte kunstenaarsgroepen De Ploeg en Nu. Sjoerd verklaarde spottend tot de groep 'Straks' te behoren.

,,Het traditionele tekenen - het tekenen met franje - heeft mij nooit bezig gehouden'', zei hij later en, ,,wie Het al weet kan daar niets bij leren en wie Het niet weet leert Het ook dáár niet''.

Armoede
Ook was er in zijn Groningse bestaan zonder baantjes armoede dus dan toch maar weer terug naar een klein zolderkamertje in het ouderlijk huis te Oudehaske. Om naast het tekenen en schilderen wat geld in het laatje te brengen, werkte hij onder meer als huisschilder, melkcontroleur en landarbeider. Het grootste deel van Sjoerd's jeugdwerk is zoekgeraakt of door de familie vernietigd.

In de late jaren vijftig kwam hij in contact met - eveneens autodidact en ook nog loodgieter - Boele Bregman. Samen met de naïeve schilder Jentsje van der Sloot zou hij van grote invloed zijn op de stijl, de manier van werken en de visie op kunst van Sjoerd de Vries. Die visie is, zoals Rudy Hodel het in de tekst bij de tentoonstelling in Den Haag zo fraai omschrijft, ‘Een rusteloos zoeken naar een waarlijk bezieldekunst; een kunst, waarin ruimte is voor iedere mogelijke menselijke emotie: vreugde, twijfel, onmacht, somberheid.'

Dit zoeken bracht Sjoerd de Vries naar Leeuwarden waar hij in 1962 voor het eerst in het openbaar exposeerde in Kunstzaal Van Hulsen. Meteen is er erkenning, met name van collega's en dat is voor Sjoerd van groot belang.

Oudehaske begon hem in 1963 te benauwen. Hij verhuisde naar Leeuwarden en werd landarbeider. In zijn vrije tijd schilderde hij. Niet zoals hij op de academie had geleerd met verf en penseel nee schilderen was voor Sjoerd onconventioneel krassen in papier en daarna het bewerken ervan. Als materiaal gebruikte hij gelaagd registerkarton en bewerkte het met mes, plamuur, verf, strijkijzer en beenderlijm. Een gemengde techniek in gelaagd en geolied karton die hij tot op de dag van vandaag trouw is gebleven.

in 1964 trouwt hij en in 1970 krijgt hij een dochter. Hij gaat gebruik maken van de Beeldende Kunst Regeling en werpt zich op de portretkunst. Ook schildert hij midden jaren zestig zijn ‘Venussen'; erotisch getinte werken, ook met mannenfiguren en vrijende paartjes.

In 1971 exposeert hij drie portretten van ex-burgemeesters van Leeuwarden. Voor één van de drie burgemeesters wordt het een gemiste kans tot zelfrelativering: die verbiedt dat zijn portret in het openbaar tentoongesteld wordt ‘totdat het naar zijn genoegen zou zijn verbeterd'. Dat deze man zichzelf hiermee meer te kijk zet dan dat het bewuste schilderij doet, neemt niet weg dat de integriteit van Sjoerd de Vries danig aangetast is; hij voelt zich vernederd en gekwetst. Een periode van relatief geluk en rust slaat om in een geestelijke crisis, gepaard gaande met veel alcoholgebruik. Een zelfportret uit 1972 en het portret van zijn buurmeisje Djur, ook uit die periode, getuigen van de innerlijke verscheurdheid die zich bijna letterlijk vertaalt op en in de portretten.

De redding uit deze vreselijke periode vindt Sjoerd de Vries halverwege de jaren zeventig in de natuur, en dan met name in ‘De Deelen', het landschap van zijn jeugd. De eerste rietkragen schildert hij in 1975; in de zomer van dat jaar vindt hij het contact met de eigen oersprong terug. Dat contact met zijn eigen natuur was hij in ‘de stad van wijntje en trijntje' kwijt geraakt. De Deelen met het manshoge riet neemt hem in zich op - als ware het de moederschoot. ,,Zodra je De Deelen in loopt, omsluit het je; het mysterie is, dat jij alles kunt zien, maar dat niemand jou kan zien.'' Het is een paradox dat de afschermende werking van het riet de ruimte biedt voor verdieping, voor het tijdloze, voor het mysterie. Het riet, het landschap geeft de broodnodige grenzen aan. Die verdieping manifesteert zich in een reeks sobere landschappen waar geen mens aan te pas komt.

Maar ook in zijn portretten is van verdieping en intensivering sprake. Ze worden tijdlozer, aardser, als iconen die niet leven vóórstellen maar directe manifestaties van leven ZIJN. Niet voor niets is Sjoerd de Vries een bewonderaar van de fresco's van Paolo Ucello en Pierro della Francesca In de portretten van De Vries is eenzelfde soort van strengheid, soberheid, essentie en een behoefte aan kaalheid aanwezig. De drankzucht en depressies uit de jaren tachtig hebben hierbij een paradoxale functie; ze zijn verschrikkelijk maar in zijn ogen tegelijkertijd ook nodig om door te kunnen gaan met de dwangmatige aantrekkingskracht die het kale bestaan op hem uitoefent. Je zou het ‘de kunst van het je Zelf tot op het randje in de war sturen' kunnen noemen. Het is wellicht niet voor niets dat in deze periode een serie naakten ontstaat; naakten die op de rug gezien worden. Naakten, landschappen, als het maar om de pure waarheid gaat. Naast deze sessies met het model Sietske is de fles, een andere obsessie, een geliefd picturaal onderwerp.

Drankzucht en depressiviteit zorgen uiteindelijk voor een opname in het ziekenhuis. Over die periode zei hij later: ,,Ik wilde niets meer zien maar ik zag alles''. Het zijn had het even van het wíllen zijn gewonnen.

Van de alcohol genezen en ernstig verzwakt gaat hij toch weer tekenen; als een diepe drang van binnenuit, als een levensnoodzaak. Prachtige tekeningen ontstaan daar in het ziekenhuis. Het zijn beelden van een weerloos en hulpbehoevend man die zichzelf hier in al zijn naaktheid en letterlijk getekend op formulier-papier weerspiegeld heeft.
Maar nergens is er sprake van goedkoop sentiment; steeds is er die waardigheid en echtheid die als rode draad door zijn hele oeuvre loopt. ,,Mijn vak is een roeping'' zegt hij maar tevens voelt hij zich ,,een slaaf van mijn eigen leven''. Waarbij het slaaf zijn met name betrekking heeft op de bittere noodzaak in beweging te blijven. ,,Want door voortdurend in beweging te zijn, ontloop ik het zwarte gat van de dag'', zegt hij in een interview in het Friesch Dagblad uit 1996. Heen en weer pendelend tussen Leeuwarden, waar hij woont, en Heerenveen waar hij zich in zijn atelier op de vijftiende etage van een flat zo nu en dan létterlijk in de wolken kan voelen.

2003 - In het kader van de Beeldende Kunst Regeling (BKR) schilderde Sjoerd de Vries (1941) in 1971 in opdracht van de gemeente Leeuwarden portretten van drie naoorlogse burgemeesters, te weten mr. Adriaan Anne Marie van der Meulen (periode 1946-1966), Wim Harmsma (1966-1967) en Johannes Brandsma (1967-1983). Samen vormen deze burgemeestersportretten een drieluik. De oud-burgemeester Van der Meulen kon zich niet vinden in de manier waarop hij was geportretteerd en wist via de rechtbank een expositieverbod van het portret af te dwingen. Vrijdag 10 oktober om 24.00 uur - precies tien jaar na het overlijden van Van der Meulen in 1993 - loopt de rechterlijke uitspraak af en mag het portret na drie decennia weer in het openbaar getoond worden. Na de opening vindt in het museum de première plaats van de korte film ‘Zonder plichtpleging', waarin cineast Anton Tiktak uit Beetsterzwaag een portret geeft van Sjoerd de Vries. In de film blikt De Vries terug op de affaire rond het burgemeestersportret.

Relevante verwijzingen en bronnen: Friesch Dagblad - Sjoerd de Vries schildert op grote hoogte


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2065.