kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 13-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Sol Lewitt

Randomly Looking at Sol LeWitt 1 Amerikaanse object- en conceptkunstenaar, fotograaf en ontwerper, geboren 9 september 1928 in Hartford USA - overleden 8 april 2007 in New York.

Sol Lewitt maakt ruimtelijke structuren, muur- en pentekeningen, foto's, grafiek en kunstenaarsboeken.

Sol Lewitt brak in het begin van de jaren 60 door met minimal art: ruimtelijke structuren die bestonden uit vierkanten en kubussen. Hij ontwikkelde seriele systemen die waren gebaseerd op geometrische en wiskundige wetten die hij door een derde dimensie toe te voegen in minimalistische sculpturale structuren veranderde. Later bedacht hij muurschilderijen opgebouwd uit geometrische vormen. Het vierkant is volgens hem de meest neutrale basisvorm om een concept zo objectief mogelijk gestalte te geven. Om dezelfde reden maakt hij al vroeg gebruik van glad en wit materiaal.

Lewitt evolueerde door naar conceptuele kunst. Hij beschouwt zijn streng modulaire structuren, die bij de Minimal Art aansluiten, als serieel-conceptueel werk. De uitvoering liet hij aan anderen over. Conceptuele kunst is een kunstrichting waarin de betekenis meer ligt in de ideëen dan in de materiële uitwerking ervan. Volgens de kunstenaar kon een idee op zich al kunst zijn en moest het niet noodzakelijk uitgewerkt worden. Sol LeWitt koesterde, net als vele andere conceptuele kunstenaars, het ideaal van een niet-hiërarchische samenleving, met een kunst die voor velen uitvoerbaar, bereikbaar en betaalbaar is.

Hij werd bekend door zijn series witte structuren, open en gesloten kubussen in steeds veranderende verhoudingen; dit werk wordt tot de minimal art gerekend. LeWitt maakte ook tekeningen en grafiek in uitgebreide series: ruitpatronen in wisselende dichtheid, met uitsluitend gebruik van horizontale, verticale en diagonale lijnen. Zijn ‘wall drawings’, direct op de muur aangebrachte lijntekeningen en kleurvakken in krijt, door hem gepland, maar niet noodzakelijkerwijze door hem uitgevoerd, behoren tot de conceptual art. Hij heeft tientallen publicaties op zijn naam staan. (Encarta 2001)

Biografie
Sol LeWitt werd 9 september 1928 in Hartford in de Amerikaanse staat Connecticut geboren uit Russisch-joodse ouders, die hem aanmoedigden naar de kunstacademie te gaan. Hij werd opgevoed door zijn moeder en een tante; zijn vader overleed toen Sol zes was.

Van 1945 tot 1949 studeert Sol Lewitt kunstgeschiedenis aan de Syracuse University, New York. Dat hij kunst ging studeren was „omdat ik niet wist wat ik anders moest”, zoals hij later in een interview zou zeggen. Na zijn afstuderen hield hij zich bezig met natekenen van reproducties van meesters als Piero della Francesca, Botticelli, Rubens, Goya en Ingres.

Tijdens de Koreaanse oorlog diende hij als grafisch kunstenaar in het Amerikaanse leger. Hij heeft nooit hoeven vechten.

In 1953 verhuist hij naar New York waar hij de Cartoonist and Illustrator School bezoekt en allerlei baantjes aanneemt.

Na zijn afzwaaien werkt Sol Lewitt in In 1955/56 als grafisch vormgever voor de jonge Chinees-Amerikaanse architect I.M. Pei door wie hij was ingehuurd voor de bewegwijzering van een winkelcentrum. Hij leerde bij de latere ontwerper van oa de pyramide-ingang van het Louvre niet alleen architectonisch denken, maar kwam tevens tot het inzicht dat een kunstenaar niet perse zijn eigen werk uit hoeft te voeren.

Van 1960 tot 1965 werkt Lewitt eerst in de boekwinkel van het Museum of Modern Art, MoMA, New York, later aan de kassa. Hij leert hier Flavin, Robert Ryman en Robert Mangold kennen. Ook ontdekte hij het Russisch constructivisme en de fotoreeksen van Eadweard Muybridge.

Lewitt vond samen met oa Don Judd, Carl Andre (1935), Dan Flavin (1933-1996), Robert Morris (1931), Robert Ryman, Robert Mangold en Frank Stella het abstract expressionisme van Jackson Pollock, Kline en Willem de Kooning achterhaald en stond een onpersoonlijker en 'meetbaarder' kunst voor.

In 1963/64 maakt hij zijn eerste beeldhouwwerken onder invloed van Bauhaus en de stijl. 'Om vooruit te komen moet je teruggaan tot de essentie', vond hij en construeerde open kubussen, door vlakken en vervolgens gedeelten van het overgebleven raamwerk weg te halen. Het resultaat waren fundamentele vragen over vorm en ruimte - en de afbraak van de beeldhouwkunst tot de essentie.

Sol Lewitt geeft van 1964 tot 1971 les aan de Cooper Union en de onderwijsafdeling van de Universiteit van New York.

In 1965 heeft hij zijn eerste solotentoonstelling in de Daniels Gallery, New York.

In 1966 creeert hij zijn eerste open beeldhouwwerken met kubische modules.

Vanaf ca 1966 kwam de concept art tot bloei. In zijn statements van 1967 (Paragraphs on Conceptual Art - Artforum) en 1969 maakt LeWitt duidelijk dat hij het concept als het meest belangrijke aspect van een kunstwerk beschouwt, los van de uitvoering: eer een kunstenaar werkt op een conceptuele manier betekent het dat de planning en het nemen van beslissingen voorafgaan aan een (eventuele) uitvoering. Hij kan dat theoretisch doen om iets aan te tonen, of intuïtief, op basis van vrijblijvende mentale processen.

In zijn twee manifesten over conceptuele kunst schrijft Sol LeWitt: "Ideeën alleen kunnen kunstwerken zijn; zij vormen een schakel in een ontwikkeling die eventueel vorm kan krijgen.", "In de conceptuele kunst is het concept het belangrijkste aspect van het werk. Alle plannen en beslissingen worden vooraf gemaakt, de uitvoering is slechts een oppervlakkige aangelegenheid. Het idee is de machine die de kunst maakt.", en: "Banale ideeën kunnen niet gered worden door een mooie uitvoering. Het is moeilijk om goede ideeën te verprutsen."

LeWitt vindt dat het bij een goed concept (idee) niet uit maakt hoe het kunstwerk er tenslotte uit zal zien en dat de vorm slechts een middel is om het doel te bereiken: toen hij eens nieuw werk moest exposeren voor een tentoonstelling, gaf hij per telefoon de werktekeningen door. Hij maakte bij zijn werk gebruik van helpers. De instructies van LeWitt beperken zich tot het geven van een 'concept', maar de uitvoering hangt telkens af van de uitvoerders en de gegeven situatie. Wordt hetzelfde plan een tweede keer uitgevoerd op een andere plek en door andere mensen, dan zal ook het resultaat anders zijn. LeWitt vergeleek zichzelf met een componist van wie de partituur door een orkest uitgevoerd wordt of een arch architect die ook niet zijn eigen bakstenen hoeft te metselen.

Sol LeWitt werkt bijna alleen maar met kubussen. Hij zei ooit: 'Het interessantste van de kubus is dat hij oninteressant is, de beperking van de vorm stimuleert de geest en creëert oneindige mogelijkheden.' Sol LeWitt gebruikt alleen maar geometrische vormen omdat hij vindt dat deze de enige zijn die niet uitnodigen tot associaties.

In oktober 1968 maakte hij een grote muurschildering in de galerie van Paula Cooper in New York. Hij had van tevoren alles al bedacht: "De lijnen lopen in vier richtingen en bedekken de hele wand. De lijnen worden gemaakt met een hard potlood 8H of 9H, zo scherp als mogelijk (ongeveer 2 mm, ruimte) en zijn allemaal kaarsrecht."

LeWitt bedenkt zijn muurschilderingen en beschrijft ze heel precies in een notitieboekje. Wie een muurschildering koopt, ontvangt een certificaat.

Vanag 1968 creeert hij talrijke muurtekeningen: strikt schematische composities met ritmische lijnen die hij direct op de muur tekende. Toen hij in 1968 zijn eerste muurschilderij tentoonstelde in New York wilde de eigenaar van de galerij ze achteraf niet overschilderen. LeWitt kwam met plezier de klus zelf opknappen.

Ook in zijn foto's valt duidelijk te zien dat die, net als de rest van zijn oeuvre, op een conceptuele en seriële manier zijn ontstaan. LeWitt is altijd al sterk geïnspireerd geweest door Eadweard Muybridge's fotografische studies van de menselijke en dierlijke beweging. Al in 1964 maakt hij Muybridge I en II ; driedimensionale objecten waarin een serie foto’s verwerkt is, waarop een naakte vrouw steeds vanaf een andere afstand bezien wordt. Ook veel van LeWitts andere fotowerk kenmerkt zich door een dergelijk serialisme. Een goed voorbeeld hiervan is het uit 1978 afkomstige Clouds dat bestaat uit 54 foto’s van verschillende prachtige wolkenhemels.
Sol LeWitt stelt daarnaast enkele fotoboeken samen, zoals Autobiography uit 1980, waarin hij foto's van steeds terugkerende objecten uit zijn dagelijkse leven toont.

Van 1968 tot 1982 heeft Sol Lewitt deelgenomen aan de Documenta 4 t/m 7 in Kassel.

Vanaf 1970 concentreert Lewitt zich op druktechnieken.

Zijn kunstwerken waren wereldwijd te zien, onder meer in New York en Londen. In de jaren 80 woonde hij in Italië. Hij gaf weinig interviews en liet zijn kunst liefst voor zichzelf spreken.

Vanaf de jaren tachtig werd LeWitts werk expressiever en sensueler; rond de eeuwwisseling stort hij zich op beweeglijke patronen met levenslustig contrasterende kleuren.

De Amerikaanse kunstenaar Sol LeWitt is 8 april in New York overleden aan de gevolgen van kanker. Hij werd 78 jaar.



Het Haags Gemeentemuseum was het eerste museum in Europa dat een tentoonstelling wijdde aan LeWitt. Het Gemeentemuseum Den Haag heeft wandschilderingen en beeldhouwwerk van Lewitt in de collectie. Eind 2001 zijn er, ter gelegenheid van de collectiepresentatie Minimal, nog eens vijf muurschilderingen van hem aangebracht en is het grote sculptuur Rose and Tower in de binnentuin geplaatst. Al deze werken heeft LeWitt aan het museum geschonken en zijn nu permanent te bezichtigen. Bij zijn recentere werken heeft LeWitt een aantal van zijn radicale principes versoepeld. Hierdoor zijn deze recentere ‘wall drawings’ ingewikkelder en hun technische uitvoering veeleisender geworden. De vijf muurschilderingen stellen geometrische figuren in parallel perspectief voor. Dit perspectief onderscheidt zich doordat lijnen in de diepte niet in een verdwijnpunt samen komen maar parallel lopen. Daarom is de geometrische grondslag die de basis is van LeWitts werk in de nieuwe muurschilderingen niet zonder meer de herkennen. De vormen zijn groter dan de wanden en deels door de grenzen van de wanden afgesneden. Hierdoor komt onze perceptie van drie dimensionaliteit op losse schroeven te staan: je kunt de kleur- of grijsvlaktes zowel als platte en naast elkaar gezette vormen zien. Gezien als driedimensionale vormen herinneren ze aan de betonstructuur van het gebouw van het Gemeentemuseum. Een ter tijd van diens constructie nog nieuwe techniek die Berlage daarom juist als architectonisch thema heeft benadrukt. (zie Koninklijke Schouwburg ontwierp LeWitt opvallende kleurrijke fresco’s voor het interieur.

Ter gelegenheid van het afscheid van Rudi Fuchs als directeur van het Stedelijk schonk de Amerikaanse kunstenaar Carl Andre de muur-schildering Wall Drawing nr. 1084 van Sol LeWitt. Tijdens de tentoonstelling Tot zover was deze te zien in een van de museumzalen in de oudbouw aan de Paulus Potterstraat. Behalve als beeldhouwer en een van de grondleggers van de conceptuele kunst is Sol LeWitt vooral ook bekendvanwege zijn omvangrijke, inmiddels 37 jaar omvattende oeuvre van Wall Drawings: muurtekeningen en schilderingen. Hij levert ze in de vorm van een set instructies of, zoals de laatste tijd gebruikelijker, een ontwerptekening. Volgens LeWitts notities over conceptuele kunst volstaat dat als artistieke daad; de realisering kan door anderen worden gedaan, zoals ook architecten de uitvoering van hun ontwerpen aan anderen overlaten (LeWitt werkte ooit bij architecten-bureau I.M. Pei). Het idee voor geometrisch-abstracte composities op de muur ontstond vanuit de Greenbergiaanse, reductionistische gedachte dat een zo vlak mogelijke, non-figuratieve voorstelling de meest pure vorm van schilderkunst was. Zo werden doek en spieraam vermeden en, dankzij de ijle potloodlijntjes waarin de eerste WallDrawings werden uitgevoerd, ontbrak zelfs het reliëf van een laagje verf. In de eerste Wall Drawing uit 1968, opgebouwd uit vier vlakken met een afwisseling van diagonalen, verticalen en horizontalen, zijn al deze uitgangspunten vervat. In de jaren tachtig groeiden de bescheiden, gevarieerde lijnenstructuren uit tot vlakken die in traditionele kunstenaarsverven werden geschilderd. Vanaf de jaren negentig laat LeWitt ook acrylverf toepassen in opvallende, felle kleuren, waarmee sterke optische effecten worden bereikt. ( Sol LeWitt drie monumentale werken geschonken aan het Bonnefantenmuseum. Het gaat om 'Wall drawing # 801 : Spiral' (1996), de sculptuur 'Complex Forms No 8' (1988) en een groot formaat gouache getiteld 'Brushstrokes in Four Directions' uit 1994. De spectaculaire 'Wall drawing # 801 : Spiral' die speciaal voor de koepeltoren is gemaakt, zal voor langere tijd te bezichtigen zijn.
Aan de basis van elke 'wall drawing' van LeWitt staat een exact geformuleerde opdracht, een beknopte werkbeschrijving zogezegd. Daarin zijn alle schilderhandelingen vastgelegd die zijn assistenten - vaak kunstenaars - zo precies mogelijk opvolgen. In de uitvoering blijken LeWitts strenge concepten oneindig veel verleidelijker dan het oorspronkelijke uitgangspunt doet vermoeden. Zo ook bij de 'Wall drawing # 801: Spiral' die in 1996 voor het eerst in de Cupola van het museum werd uitgevoerd. Het in wezen eenvoudige uitgangspunt van een licht hellende witte lijn die de hele koepeltoren omspant, levert in werkelijkheid een overdonderend resultaat op. Deze recentelijk door LeWitt geschonken 'wall drawing' is als kroon op de presentatie 'Verzamelen!' opnieuw te bewonderen.

Websites: wit, 1962, olieverf op doek en beschilderd hout, 114x113x50, Hartford (Connecticut), Wadsworth Atheneum, verzameling LeWitt

. Muurconstructie – vijf modellen met één kubus, 1965, gelakt staal, 341x73x30, Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz, Nationalgalerie, Collectie Marzona

. Vloerconstructie zwart, 1965, beschilderd hout, 47x46x208, Washington, National Gallery of Art
. Modulaire vloerconstructie, 1966, beschilderd hout, 64x360x360, (vernietigd)
. Serieel project I (A,B,C,D), 1966, hittebestendig email op aluminium, 83x576x576, Londen, Saatchi Collection

. Driedelige variaties op drie verschillende soorten kubussen, 1967, gelakt staal, 123x250x40
Terwijl Flavin een ascetisch systeem door zinnelijkheid laat overwinnen, benadert LeWitt optische sensaties met bewuste afstandelijkheid en benadrukt juist het intellectuele concept. Hij rangschikt primaire vormen, gewoonlijk vierkanten, in seriële, open en gesloten modules. De optische indruk is die van verwarrende onregelmatigheid. Pas als we de erachter liggende beeldtaal ontcijferen, wordt het systeem herkenbaar. Hierin onderscheidt LeWitt zich van Judd en Morris met hun nadruk op object en observatie. Het gegeven dat Judd en Morris proberen uit te sluiten, heeft zo juist weer betrekking op de minimal art, niet als een geometrisch ideaal à la Mondriaan, maar als een contrast met de verwarde werkelijkheid van de verschijningswereld. In dit opzicht liep LeWitt vooruit op bepaalde aspecten van de Conceptuele Kunst. (20ste 529)

. Open kubus, 1968, gelakt aluminium, 105x105x105, Berlijn, Staatliche Museen zu Berlin, Preussischer Kulturbesitz, Nationalgalerie, Collectie Marzona

. Driedelige set 789 (B), 1968, beschilderd staal, stroken isolatieband, 80x208x50, Keulen, Museum Ludwig, Schenking Ludwig
. Ontwerp voor muurtekening, 1969, inkt en potlood op papier, 53x53, New York, Museum of Modern Art, Stichting Gottesman
. Lijnen in vier richtingen/over elkaar 1234, 1969, inkt op papier, 33x66, Parijs, privé-verzameling
. Lijnen, kleuren en hun combinaties, 1969-1970, inkt op papier in metalen lijsten, geheel 125x125, Otterlo, Kröller-Müller Museum

. Twee open modulaire kubussen, 1972, geëmailleerd aluminium, 160x305x233, Londen, Tate Gallery
LeWitt werkte al enige tijd aan driedimensionale modulaire constructies en stond op het punt om aan zijn muurtekeningen te beginnen. Die twee vormen zijn sindsdien de kern van zijn oeuvre gebleven. De constructies en tekeningen worden op aanwijzing van de kunstenaar door medewerkers gemaakt. LeWitt zei: “in de conceptuele kunst is het idee of concept het belangrijkste aspect van het werk. Als een kunstenaar in zijn werk een conceptuele vorm gebruikt, betekent dit dat de hele voorbereiding en alle beslissingen al van te voren zijn gemaakt en dat de uitvoering een routinezaak is (…). Het idee wordt een machine die de kunst maakt”. Conceptualisten waren voor hem eerder mystici dan rationalisten. Ze trekken conclusies die niets met logica te maken hebben. (conceptueel 38)

. Vijf modulaire constructies (ononderbroken permutaties van het getal vijf), 1972, hout en lakverf, vijf delen, elk 62x98x62, Edinburgh, Scottish National Gallery of Modern Art

. Variaties van onvolledige open kubussen, 1974, installatie met 122 beschilderde houten scilpturen van elk 20,3x20,3x20,3, 131 lijsten, foto’s en tekeningen van elk 66x35, Verzameling Jeffrey Deitch

. HRZL 1, 1990, betonblokken, 160x160x720, Italië, privé-verzameling


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 35.