kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07 01 2017 14:04 voor het laatst bewerkt.

surrealisme

1920-1946 surrealisme

 Marc Chagall, 1911-13, Hommage à Apollinaire

 Giorgio de Chirico, 1914, Enigma di un giorno

 Rene Magritte, 1925, Le jockey perdu

 Joan Miró, 1926, Personage Lancant Une Pierre a un Oiseau

 Salvador Dali, 1931, Persistence of Memory

 Paul Delvaux, Femme au Miroir, 1945

 Frida Kahlo, 1944, La columna rota

(Frans: sur-réalisme = boven de werkelijkheid staande kunst),

Het Surrealisme is ontleend aan het onderzoek naar het onderbewuste en de dromenanalyse door Sigmund Freud (1856-1939). De surrealisten geven beelden en of woorden weer van symbolische of gedeformeerde voorstellingen. Dit zijn meestal herkenbare vormen welke met elkaar geen of weinig verband houden en afstammen uit de wereld van dromen, illusies en fantasieën. De wetten van perspectief en zwaartekracht gelden niet of nauwelijks meer, of worden daarentegen juist versterkt. Surrealistische kunstwerken stimuleren de fantasie zodanig dat de kijker een geheel eigen interpretatie van het kunstwerk opbouwt.

Surrealistische kunstenaars schrikken er niet voor terug om alle mogelijk materialen te gebruiken en hiermee te experimenteren. Daarbij worden vaak de grenzen tussen werkelijkheid en fantasie overschreden. Bestaande voorwerpen kunnen plotseling getransformeerd worden tot surrealistische kunst door ze in een geheel andere context te plaatsen.

Apollinaire
Het begrip surrealisme werd tijdens de eerste wereldoorlog voor het eerst gebruikt door de Franse dichter Guillaume Apollinaire, die een in 1917 gepubliceerd toneelstuk van de ondertitel voorzag: 'drame surréaliste'. Hierdoor werd het nieuw gecreëerde woord in de woordenschat van die tijd opgenomen. Maar het duurde nog twee jaar tot dit nieuwe woord onder invloed van het in Zwitserland en Duitsland beoefende dadaïsme als synoniem voor een afgerond literair-esthetisch programma in brede kringen van de Franse artistieke wereld werd aanvaard.

André Breton - 'Manifeste du Surrealisme'
In het surrealistische programma dat in 1924 als manifest gedrukt werd: 'Manifeste du Surrealisme', lanceerde de Franse dichter/schrijver André Breton het surrealisme als een nieuwe kunstvorm. Hij omschreef het Surrealisme als een "zuiver psychisch automatisme, waardoor het de bedoeling heeft het echte denkproces uit te drukken ... het opleggen van een gedachte, vrij van elke controle door het verstand of welk esthetisch of moreel vooroordeel dan ook." Het surrealisme werd daarom ook duidelijk gedefinieerd als puur intuitief. Alleen door middel van automatisch schrijven en in fantasieen en dromen kon het onderbewustzijn zich manifesteren.

In navolging van de posities van de Duitse romantici (Friedrich Schlegel, Novalis) en de psychoanalyse van Sigmund Freud probeert Breton, het concept van een nieuwe interpretatie van de werkelijkheid te ontwerpen, waardoor het logisch-rationele, dat als raster van herkenning voor de alledaagse visie op de wereld dient, overwonnen wordt, en het perspectief van het traditionele menselijke bewustzijn verruimd wordt. Als media voor deze verruiming dienen visioenen, dromen, hallucinaties en associaties, tot nu toe door de pragmatische burgerzin versmaad als garantie voor het onwerkelijke. Het doel van deze verruiming is een versmelting van de prozaïsche werkelijkheid met de droomwereld van de fantasie. Door deze ontstane verbinding moesten de verborgen hunkeringen en afgronden van het individu aan de dag treden. Hiertoe verzon breton naar aanleiding van Freud de 'écriture automatique' ('Nadja'), het automatische schrijven, waarbij alle invallen en associaties op het moment zelf zonder interpunctie vastgehouden worden en op deze manier als het ware een verhelderende psychografie van de schrijvende ontstaat, die zijn diepste innerlijk blootlegt en waarbij de feitelijke werkelijkheid tegenover de schijnwerkelijkheid van het dagelijkse leven staat. Of zoals Breton dit scherp en provocerend formuleerde: 'Interessant is de ontmoeting van een paraplu met een naaimachine op een snijtafel.'

Surrealistische schilderkunst
In die tijd werd gesteld dat zoiets als surrealistische schilderkunst niet kon bestaan, omdat schilderen een te bewuste daad was. Maar tegen 1925 zag Breton de definitie niet meer precies hetzelfde en hij raakte ervan overtuigd dat kunst een middel tot ontdekking kon zijn. Wat de surrealisten zelf al waren tegengekomen was de zwakke plek in de gehele definitie, het automatisme. Zij zagen in hun eigen werk al duidelijk het gevaar van monotonie en herhaling bij gebrek aan enige bewuste controle.

Salvador Dalí
Het is uiteindelijk de schilder Salvador Dali geweest die de doorbraak gaf in dit probleem. Dalí was het volkomen eens met de surrealistische ideeën van het gebruik van een vorm van vrije expressie, die door dromen geinspireerd werden. Hij zag echter wel in dat het volledige potentieel van de vreemde en vaak geweldadige beelden die in hem opkwamen alleen volledig bewust uitgewerkt konden worden. Dit betekende niet dat hij de vrije associatie van wat hij zag censureerde, maar dat hij er een concrete werkelijkheid aan gaf door er zijn artistieke vaardigheden op los te laten. Men kan het zien als handgemaakte fotografie, precies weergegeven droombeelden.

De antirationale houding verzette zich tegen vooroordelen over kunst en design en deed het onderscheid tussen de twee teniet: Salvador Dali's sofa Mae West uit ca. 1936 kan bijvoorbeeld worden beschouwd als een functioneel kunstwerk.

Door de interpretatie die Dalí aan het surrealisme gaf ontstond er een tweedeling binnen het surrealisme:
. De richting van het puur psychisch automatisme leidde tot het abstract surrealisme. Deze richting kenmerkt zich door het gebruik van organische, vloeiende vormen, veelal samengaand met poetische titels. Tot de vertegenwoordigers van deze richting behoren onder andere Joan Miró en Andre Masson.
. De richting van het vastleggen van dromen en de uiting van gedachten leidde tot het figuratief surrealisme. Deze stroming is verwand aan het magisch realisme en kenmerkt zich vooral door het naast elkaar plaatsen van gewoonlijk niet te combineren objecten. De dingen worden hierdoor uit zijn verband gerukt. Tot de vertegenwoordigers van deze richting behoren onder andere Salvador Dalí, Paul Delvaux, René Magritte en Hans Richard Giger.

Communisme
Anders dan de l'art pour l'art poëten van het decadentisme en van het estheticisme streefden de surrealisten niet naar een egocentrisch genieten van het moment, maar ageerden ze met een sociale opdracht, die in zijn intentie verwant was met het programma van de communisten. Vele leden van de surrealistische groep, die in de jaren twintig in Parijs ontstond en tot welke naast de dichters Louis Aragon, Paul Éluard, Antonin Artaud, Philippe Soupault, Georges Bataille, Crevel, Peret, natuurlijk ook schilders als Salvador Dali, Hans Arp, Max Ernst, Masson, Miro, Roy, Tanguy, Giorgio de Chirico, Rene Magritte, en regisseurs als Luis Bunuel behoorden, stonden gelijktijdig als leden van de communistische partij ingeschreven.

Deze verbintenis van een artistiek met een politiek- maatschappelijk programma leidde echter tot spanningen binnen de groep. Het feit dat Breton in zijn rol als mentor van de afzonderlijke kunstenaars unanimiteit en eendracht eiste, versterkte deze conflicten alleen maar. Daardoor kwam het in 1929, tengevolge van meningsverschillen die samenhingen met de positie van Stalin en diens internationale partijapparaat, de Comintern, tot de scheuring van de groep. De communistische leden gingen er vandoor en de overigen distantieerden zich in een nieuw manifest van iedere verplichting aan een partij; een houding, die in 1935 in het manifest 'Toen de surrealisten nog gelijk hadden' nog eens bekrachtigd werd.

Maar deze titel toont reeds aan, dat in de jaren dertig de eerste tendensen tot verval optraden. Het surrealisme had zich tot een vrijblijvende mode en gewoonte ontwikkeld, en de artistieke en politieke springstof uit het begin was opgebruikt. Weliswaar vonden de vijandige strijdgroepen in het verzet (Résistance) tegen Hitler elkaar weer, maar na de tweede wereldoorlog loste de kring definitief op.

Buiten Frankrijk
Ondanks het feit dat het surrealisme verregaand tot Frankrijk beperkt bleef, komt men in de overige Europese literatuur van die tijd soortgelijke stijlelementen met overeenkomstige intenties tegen. In Duitsland bijvoorbeeld in de werken van Alfred Doblin, Alfred Kubin en Hans Henny Jahnn.

Interessante websites over surrealisme: www.surrealisme.nl

Bekende surrealisten: Hans Bellmer, Victor Brauner, Arshile Gorky, Roberto Matta, Paul Nash, Yves Tanguy, Hans Arp, Jean Cocteau, Max Ernst, Paul Klee, Joop Moesman, Pablo Picasso, Man Ray, André Masson, Luis Bunuel


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 18.