kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 09-06-2009 voor het laatst bewerkt.

Thierry De-Cordier

Vlaams-Belgische beeldend kunstenaar, schilder, beeldhouwer, tekenaar, graficus, dichter-filosoof en bouwer van installaties en environments, geboren in 1954 in Oudenaarde/Ronse, België.

De Cordier wil de wereld veranderen beginnend bij zichzelf, waarbij de kunst slechts een vraag naar zuiver zelfbeschikkingsrecht kan zijn.

Thierry De Cordier wordt nu algemeen erkend als één van de belangrijkste kunstenaars van zijn generatie. Hij was echter lang slechts in kleine kring bekend. Ondanks exposities die er toe doen werd hij vooral alleen in vaktijdschriften vernoemd. Cordiers werk is grillig, persoonlijk, wars van conventies, beschouwelijk en lyrisch tegelijk. Zijn oeuvre bestaat uit met name schilderijen en beeldhouwwerken.

Opvallend aan de werken van Thierry De Cordier is het gebruik van oude en verweerde materialen. Het zijn materialen die afkomstig zijn uit de directe omgeving van zijn landelijk gelegen woon- en werkplaatsen. Jarenlang was dit het Vlaamse dorp Schorisse. De Cordier kiest welbewust voor het isolement om zich te kunnen concentreren op zijn eigenzinnige wereldbeschouwingen waarvan hij in beeld en geschrift verslag doet. Het beschouwen en het creëren zijn voor het kunstenaarschap van De Cordier twee nauw verwante bezigheden. Zijn beelden en tekeningen kunnen -soms letterlijk- worden gelezen als verslagen van observaties, overdenkingen en commentaren. Het landschap en de tuin spelen hierin een belangrijke rol als panorama en voedingsbodem voor zijn gedachtewereld. Het (Vlaamse) landschap en zijn groentetuin zijn voor De Cordier werkterrein, onderwerp en inspiratiebron tegelijkertijd. Dit is niet het afgelegen territorium van een wereldvreemde zonderling, maar een observatiepost vanwaaruit hij in rust en afzondering de wereld kan overdenken en tot harmonie met de natuur kan komen. En dit niet vanuit een nostalgische romantiek, maar wel vanuit een continue reflectie op hoe hij zich tot de kunst, de natuur, zijn omgeving en de wereld wil en kan verhouden. In tal van tekeningen betoont hij de natuur zijn respect en verbondenheid (Zelfportret als regenworm 1983-85, Ik sta vóór een aardappelveld…1995 en Ik ben een peer! 1997). In andere werken toont hij zich de aandachtige observator en verslaglegger (Écritoire 1988, Plan de jardin 1988-89, Brieven uit Schorisse 1991 en Studiolo in de bomen 1991).

Zijn gesloten werk typeert deze kunstenaar maar is daarom niet minder fascinerend. Het werk van Thierry De Cordier, de gedachten, de kunstenaar intrigeren buitenmate. Toch laten zij zich nooit helemaal bezitten. Zij blijven verborgen in een niet open te breken beslotenheid, op het gevaar af dat de kijker zich afwendt. Hij ontbeert de gastvrijheid van de kunstenaar.

De Cordier keert met zijn werk terug naar de cultische natuur "omdat hij precies door het ontstaan van het leven dwaalt, in de donkerte van de aarde, in het vuur en in het water, op zoek naar het ultieme stilleven van onze ziel en onze kosmos" (Jan Hoet). De Cordier hunkert naar een organisch bestaan, op zoek naar de kosmische eenheid van de dingen. De kunstenaar verzamelt en ordent in zijn werk een veelheid van objecten tot hybriden, oergestalten. Zij herinneren aan culturele handelingen en dragen in zich een proeve van eenheid en heelheid dragen. Zij vormen zo een kleine kosmos op zich, die baadt in een bucolisch arcadische sfeer. Zij dragen in zich een eigentijdse poëzie met de fascinatie van wat nu nog verborgen is, maar straks geboren of herboren wordt, groeit en beweegt.

"Wat bij het zien van elk raadselachtig, tijdloos object van De Cordier plaatsgrijpt is een exploratie van de laatste trillingen van een ooit gigantische epifanie van de cultische mens: het zien van de natuur en het eraan ontleende gevoel van samenhang en de hen overstijgende betekenis van existentiële zin" (Stefaan Hertman)

De Cordier is geobsedeerd door zwart. Als wit synthese is van alle hoofdkleuren dan zou zwart er de negatie van kunnen zijn. Is het een "diepe argwaan over de illusie die de wereld zich met kleur tracht te bouwen, kleur als elegante dekmantel van of alibi voor een veel te duistere waarheid"? (Jan Hoet)

Om die waarheid te doorgronden heeft De Cordier niet genoeg aan het beeld alleen. Hij schrijft ook op en naast zijn beeldend werk. De Cordier schrijft al tekenend en tekent al schrijvend. Volgens hem is niets definitief, geen beeld, geen tekst en moet de mens steeds opnieuw leren leren en leven. Beeld en woord moeten elkaar helpen om te verklaren en de duisternis te doorgronden. Schrijven biedt hem een vrijplaats en "innerlijke rust". Schrijven versterkt de afstandelijke positie die De Cordier wil innemen. De Cordier wil zich niet laten grijpen. Hij plaatst zich aan de rand van de dingen. Hij plaatst zich buiten de tijd. Hij laat zich niet meesleuren door de compromissen van de wereld en de nuttigheid die zij pretendeert. Hij negeert dit alles niet, maar hij wil het met een kritische distantie waarnemen, erop reflecteren en reageren. Hij doet dit als schrijver-filosoof vanuit die ene grote drijfveer: een doelbewust onderzoek naar de positie van de hedendaagse mens, naar de wortels van de 'condition humaine'.

Thierry De Cordier heeft van het ‘tegenspreken' van de wereld zijn hoofdbezigheid gemaakt. Niet uit koppigheid of arrogantie – hoewel hij veel ‘leugens' achterhaald heeft – maar als experiment, om te zien waar hij zal belanden. In ouderwets handschrift schreef hij dat hij romantisch en melancholiek is, en hij noemde zich een vermoeid filosoof en uitvinder van doeltreffende systemen om het geluk te vinden. In zekere zin zijn zijn tekeningen, teksten en sculpturen boodschappen aan zichzelf: vermaningen, zelfbespiegelingen, relativeringen, bedoeld om zichzelf en anderen beter te begrijpen. Zijn beelden, die veelal van armzalige afvalmaterialen zijn gemaakt, brengen de tekortkomingen van het menselijk bestaan tot uitdrukking, maar ook de ascese, de moraal en de menselijke waardigheid.

Biografie
De Cordier leeft zo ver mogelijk afgezonderd van de door hem zo verfoeide kunstwereld, vastbesloten om de wereld te denken vanuit zijn achtertuin en het tuinieren te praktizeren. Hij vertelt hoe hij
als kind al de blinde drang voelde om altijd weg te gaan: met zware rugzak in de ouderlijke tuin ronddwaalde, zelfgemaakte tenten opstelde, die dan weer werden afgebroken en verplaatst. ‘Vandaag is er niets veranderd. Ik heb me hier als het ware andermaal min of meer opgesloten in een tuin en ik hou er het huis zoals een zieke het bed houdt ... ik loop niet ver weg ... ik verdwijn in het hoofd ... verlies het ...'

Van 1972 tot 1976 volgde hij een opleiding aan de KASK (Koninklijke Academie voor Schone Kunsten) te Gent.

Gedurende bijna een decennium (1976-1985) zag De Cordier ervan af om aan deze overvolle wereld nog kunstobjecten toe te voegen. Om toch weer aan het werk te kunnen gaan bedacht hij de verloren binnenruimte van grote beelden een dagelijkse functie te geven – als kweekbed voor paddestoelen, wijnreservoir, droogkamer voor kruiden, scriptorium, afvalcontainer en wat al niet.

Ergens tussen subjectieve zelfbespiegeling en universele levensfilosofie, tussen misantropie en behoefte aan contact met de ander, kiest De Cordier positie – maar zijn gestes zijn nooit eenduidig. In 1987 schreef hij een toespraak tot de wereld die hij in de Zwitserse bergen wilde declameren; de (onhoorbare) try-out vond plaats hoog boven een druk verkeerscentrum in Lyon.

De werken waarin De Cordier een beeld van zichzelf schept, bevinden zich op de grens tussen zwijgen en spreken, tussen weten en vergeten. Moi (Ik) uit 1991 is een kleine, diep in zichzelf weggedoken kop-voeter, zonder gelaat en met een kruin van wat haren en twijgjes. Een soortgelijke zelfbeeltenis maakt deel uit van de collectie van De Pont. a,a,a... is de titel, die wijst op het stamelen, op de onmacht om het woord tot ons te richten. Net als in al zijn andere werken probeert De Cordier met dit wonderlijke beeld zijn gecompliceerde verhouding tot de wereld te verbeelden, het conflict tussen filantropie en misantropie, tussen de wil tot spreken en de behoefte aan afzondering.

Het indrukwekkende werk u.m. (Paal) (1994-1995), is een merkwaardig mengsel van een machtige, onaantastbaar boven het landschap uittorenende elektriciteitsmast en een eenzame menselijke figuur, waarvan de gespreide armen, stram als die van een gekruisigde, zich over de omgeving lijken te willen ontfermen.

1995 Veldstudio
(observatorium voor de studie van het landschap) (De Pont, Tilburg)
hout, metaal, glas, 273 x 103 x 182 cm
Een minder alledaagse functie lijkt toebedeeld aan Veldstudio (observatorium voor de studie van het landschap) uit 1995. ‘Hierin bereid ik mij voor om schaterlachend deze eeuw te verlaten', staat er in het Frans op geschreven. Het primitief uitziende beeld zou inderdaad met enige moeite plaats kunnen bieden aan iemand die gehurkt door het zwarte vensterglas de buitenwereld gadeslaat. Helemaal van contacten afgesloten hoeft deze persoon daarbij niet te zijn: een antenne op het dak staat klaar voor de ontvangst van berichten van buiten en de deur waamee de zonderlinge cabine afgesloten is, blikt als het ware naar de buitenwereld terug – twee spiegeltjes en een provisorisch slot vormen er samen een gezicht.
De Veldstudio van de Belgische kunstenaar Thierry De Cordier ziet er op het eerste gezicht uit als een vergeten machinekast van de voormalige fabriek waarin het nu staat opgesteld. Het ding staat erbij alsof het er al sinds jaar en dag zijn vaste plek heeft. Door het enigszins verweerde uiterlijk oogt het merkwaardige apparaat als een oud gebruiksinstrument waarvan het precieze functioneren niet meer te achterhalen lijkt. Toch is het juist deze onduidelijke functionaliteit die het object zo intrigerend maakt. Als een geheimzinnige blikken doos waarvan we graag even het deksel zouden willen oplichten. De Veldstudio is, zoals de volledige titel aangeeft, een observatorium voor de studie van het landschap. Het is verwant aan de Studiolo (een boomhut gemaakt van de stuurcabine van een hijskraan) als een observatiepost vanwaaruit de omgeving kan worden bestudeerd. De grote metalen kast heeft aan de voorzijde een opstap en een deurtje en aan de achterkant een donker raam. Het is onmogelijk om naar binnen te kijken en het blijft onduidelijk hoeveel er omgekeerd zichtbaar is. Twee ruitjes aan de voorkant blijken spiegeltjes te zijn. Vanuit de geïsoleerde positie binnenin de kast lijkt communicatie amper mogelijk; de deur is vergrendeld, de antenne op het dak is krakkemikkig en de bedrading is afgesneden. In dit verband is ook de Franstalige tekst op de rand boven het deurtje van betekenis. In vertaling staat er: ‘Hierin bereid ik mij voor om schaterlachend deze eeuw te verlaten.' Het observatorium toont hiermee het isolement én de vrijheid van de kunstenaar die zich van de wereld keert, maar er zich tegelijk over uitspreekt. In deze introverte ruimte zoekt hij zijn toevlucht als om te schuilen voor een buitenwereld waarmee hij geen daadwerkelijk contact kan krijgen. Hij kan alleen nog maar in het landschap van zijn eigen verbeelding een houvast zoeken voor zijn beschouwingen. Wat ons rest is een wonderlijke kast, die ons met spiegelogen wezenloos aankijkt.

In 1997 verhuist hij naar de Franse Auvergne.

1997 Biënnale Venetië
Tijdens de Venetië-Biënnale van 1997 was het Belgische paviljoen gevuld met de zwarte sculpturen van Thierry De Cordier: Landschap-met-de-dikke-buik; Kamer der Gedachten; Klaagmuurtje (omhelsbaar), om er enkele te noemen. Veel beelden hadden een sterk tweedimensionaal karakter. Sommige deden aan als een muur of een bergrug – het Klaagmuurtje als een bijna aandoenlijke schouder om het hoofd tegenaan te leggen. In vitrines lagen geschriften uitgestald. Die Venetiaanse Manuscripten verschillen maar weinig van de teksten die De Cordier eerder het licht deed zien: in lopend handschrift, vol hiaten, rijgen zich gedachten aaneen die zelfs een volhardend lezer niet anders dan met een stijgend gevoel van hulpeloosheid tot zich kan nemen. Ze keren ook steeds terug bij het denken zelf – ‘Ik kijk naar de grote hoeveelheid volgeschreven bladen die op de tafel verspreid liggen (...) Een denken zo verward en iets in mij dat erom vraagt er een papieren geheel van te maken...'

Begin 2005 is zijn werk tentoongesteld in het Centre Pompidou in Parijs.

boodschappen aan zichzelf
In zekere zin zijn de tekeningen, teksten en sculpturen van Thierry De Cordier boodschappen van de kunstenaar aan zichzelf: vermaningen, zelfbespiegelingen, relativeringen, bedoeld om zichzelf en anderen beter te begrijpen. De Cordier kiest positie ergens tussen subjectieve zelfbespiegeling en universele levensfilosofie, tussen misantropie en de diep-menselijke behoefte aan communicatie. Zijn werken bevinden zich op de grens tussen zwijgen en spreken, tussen weten en vergeten.

Ooit schreef De Cordier (onder meer op de sculptuur ‘De Bewaker van mijn groentetuin' in de verzameling van het S.M.A.K.): ‘Je n'ai absolument rien à voire avec le XXieme siècle'. Dit was geen uitspraak van een a-sociaal iemand. De kunstenaar ondernam een poging om buiten zijn tijd te gaan staan om van buitenaf zijn eigen plaats beter te kunnen begrijpen, zijn positie, en in extenso de positie van de in deze wereld geworpen medemens, beter te kunnen bepalen. Zoals Petrarca de Mont Ventoux beklom en vanop dat verheven standpunt een ander, en helder beeld kreeg van de wereld, zo houdt Thierry De Cordier zich op aan de rand der dingen. En vanuit het besef dat de mens een ‘gebrek' is, ontwikkelt hij voor zichzelf een wereldvoorstelling, een soort éénpersoonsdoctrine. Hij creëert vanuit een soort onvrede met wat hij is, en hij wil steeds ontsnappen aan wat hij wordt of tot wat hij verwordt.

Thierry De Cordier noemde zich ooit een ‘zondagsdenker', en verschillende van zijn werken zijn te beschouwen als bouwsels waar de kunstenaar zich kan terugtrekken om na te denken en te schrijven. Ze herinneren vaak aan de middeleeuwse kloostercel en de studiolo van de Heilige Hiëronymus. Met een sterk geloof in de metaforiek van beelden en zeggingskracht van materialen creëert De Cordier vanuit deze reële en mentale plekken zijn singulier universum.

tekeningen
De tekeningen van Thierry De Cordier vormen het hart van zijn denken en handelen - de keuken van de kunstenaar. Ze laten (letterlijk) de schriftuur van de kunstenaar zien. Het zijn gedachten, vermoedens, gewaarwordingen, bedenkingen, mijmeringen waarin de wereld wordt toegesproken, een kerktoren in brand wordt gestoken, een grondplan van de groentetuin wordt uitgewerkt, een landschap zich transformeert in een groente of geslachtsdeel. Men wordt verplicht deze geabsorbeerde gedachtenwendingen en gevoelsoverwegingen in al hun duistere twijfelzucht en geestrijkheid harkend en moeizaam verkennend te lezen.

Met zijn tekeningen en geschriften tracht Thierry De Cordier de natuur ‘van buiten te leren' (apprendre la nature par coeur). De Cordier schrijft al tekenend en tekent al schrijvend.

De tekeningen noemt hij zelf “kalken van de gedachten” in het (te zware) hoofd, de forensische sporen van het denken. Soms lijken ze de voorstudie van een sculptuur te zijn, soms zijn het “na-studies” van dat beeldend werk. De tekeningen ontwikkelen zich niet rechtlijnig maar cyclisch. Thema's die nog niet zijn uitgewerkt in het sculpturale werk worden vaak aangekondigd in de werken op papier. Andersom worden vroegere motieven uit het beeldhouwwerk in tekeningen en geschriften herwerkt. Het zijn poëtische proposities voor de beschouwer. Ze nodigen uit tot een wandeling door een wereld van iemand, de kunstenaar, die de wereld en zijn positie in die wereld als een mysterie ervaart en zelf op zoek gaat, vragen stelt, suggesties doet, tekens achterlaat.

Bronnen:
. Hamburg 1989
Weitersehen, Hamburg 1989
L' Art en Belgique, Flandre et Wallonie au Xxe siècle, un point de vue, Parijs 1991
Documenta IX, Stuttgart 1992
Kunst in België na 1980, Brussel 1993
Het sublieme Gemis: over het geheugen van de verbeelding, Antwerpen 1993
De Opening, Tilburg 1993
Over de Kamer der Gedachten (Scriptorium) e.a., XLVIIe Biennale di Venezia, Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap 1997
Ik ben de wereld, Otterlo 1997
Wounds. Between Democracy and Redemption in Contemporary Art, Stockholm 1998


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 172.