kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Titus van Rijn

Titus Rembrandtsz. van Rijn

Noord-Nederlands (vóór 1775) tekenaar, schilder en kunsthandelaar,

Naamsvarianten Titus Rembrandtsz. van, Titus van, Tytus van ¦ Rhijn, Rijn, Ryn.

Leerling van Rembrandt

Geboorteplaats/datum Amsterdam 1641, gedoopt: 1641/09/22
Sterfplaats/datum Amsterdam 1668-09-04, begraven: 1668/09/07

levensloop
Op 22 juni 1634 trouwde Saskia Uylenburgh in Sint Annaparochie (Het Bildt, Friesland) met Rembrandt van Rijn (1606-1669), schilder. Uit dit huwelijk werden 4 kinderen geboren, van wie 1 zoon, Titus, de volwassen leeftijd bereikte.

Na de bruiloft, 22 juni 1634 te Sint Annaparochie, trok Saskia in bij neef Hendrick Uylenburgh aan de (Joden)breestraat Amsterdam, bij wie Rembrandt al sinds 1632 inwoonde.
Op 1 mei 1635 verhuisde het jonge paar naar de Doelenstraat, in ‘de Rijke Buurt’. Saskia was toen in verwachting van haar eerste kind. Hun zoon Rumbartus, genoemd naar Saskia’s vader, stierf toen hij twee maanden oud was.
Op ‘meyedagh’ 1637 verhuisde het echtpaar naar ‘Die Suykerbackerij’ aan de Binnen Amstel. Hun dochter Cornelia, vernoemd naar Rembrandts moeder, werd op 22 juli 1638 gedoopt door neef Sylvius, maar werd drie weken later begraven.

In 1639 verhuizen Saskia en Rembrandt naar een voornaam en duur huis in de Sint-Anthonisbreestraat in de joodse wijk. De straat heet tegenwoordig Jodenbreestraat en het huis is nu Museum het Rembrandthuis.

Op 29 juli 1640 werd een tweede dochter Cornelia gedoopt, maar zij leefde slechts twee weken.

Het enige kind van Saskia en Rembrandt dat in leven zou blijven werd op 22 september 1641 gedoopt in de Zuiderkerk. Hij heette Titus, naar Saskia's zus Titia, die juni 1641 inmiddels was overleden. Net zoals bij de dopen van de andere kinderen van Rembrandt en Saskia waren de getuigen allemaal familieleden van Saskia.

Saskia had vermoedelijk TBC toen zij op 5 juni 1642 haar laatste testament opmaakte. Zij benoemde Titus tot haar universele erfgenaam en Rembrandt kreeg het vruchtgebruik van haar nalatenschap, mits hij niet hertrouwde. Ze sterft 14 juni 1642 op 29-jarige leeftijd. Titus is dan nog geen jaar oud.

Geertghe Dircx werd na de dood van Saskia aangesteld als het kindermeisje van Titus. Hij begint een relatie met haar die enkele jaren later in een scheiding eindigt. Geertje daagde Rembrandt in 1649 voor de rechter wegens verbroken huwelijksbeloften. Het hof had bepaalde dat hij alimentatie moest betalen op voorwaarde dat zij Titus als enige erfgename behield en zij geen van Rembrandts verkregen bezittingen verkoopt. Wanneer zij toch een ring verkoopt hielp hij om haar in 1650 een aantal jaren in een spinhuis te laten opsluiten.
Al deze onverkwikkelijke gebeurtenissen waren het gevolg van zijn liefde voor de 22 jaar jongere Hendrickje Stoffels. Hendrickje Stoffels, die al enige tijd Rembrandts huishoudster was geweest, trok bij hem in. Dit leverde Rembrandt in 1654 een officiële berisping van de Kerk op, omdat hij 'in zonde leefde'.

Hij woonde in de Jodenbreestraat met zijn vader, Hendrickje Stoffels en zijn halfzusje Cornelia, die net een jaar oud was. Het gezin ging gebukt onder Rembrandts schulden. De schilder nam daarom maatregelen om zijn financiële middelen te beschermen. 24 november 1655 stuurde hij zijn 14-jarige zoon naar notaris Jan Molengraeff om zijn testament op te maken. Daar verklaarde de jonge Titus dat het helemaal zijn eigen idee was geweest en dat hij uit vrije wil gekomen was, zonder dat iemand hem daartoe had overgehaald.

Titus had in 1642 alles geërfd wat zijn moeder Saskia bezat. Rembrandt beheerde dat vermogen voor hem. Saskia’s familieleden waren erg wantrouwig over de manier waarop Rembrandt omsprong met de nalatenschap van zijn vrouw. In 1647 eisten zij dat de schilder daarover verantwoording aflegde. Rembrandt stelde toen een lijst op van wat Saskia en hij hadden gehad toen zij overleed. Hij schatte hun gezamenlijke vermogen op ruim 40.000 gulden. Titus had recht op Saskia’s deel daarvan, dus op 20.000 gulden. Rembrandt wilde dat kapitaal graag in handen houden. Daarom benoemde Titus Rembrandt als zijn enige erfgenaam, wanneer hij zonder kinderen zou komen te overlijden. De familie van Saskia kreeg niets.

Sinds 1653 zat Rembrandt diep in de schulden. Hij begon daarom maatregelen te nemen om zijn bezittingen veilig te stellen voor zijn schuldeisers. Op 17 mei 1656 zette hij zijn huis aan de Jodenbreestraat — toen nog Sint Antoniesbreestraat — op naam van de vijftienjarige Titus. Volgens zijn verklaring voor de notaris kreeg Titus het huis als zijn aandeel in de erfenis van zijn moeder Saskia.
Nog geen twee maanden nadat hij het huis aan Titus had overgedragen, op 10 juli 1656, vroeg Rembrandt een boedelafstand aan. Dat was een soort vrijwillig faillissement. In het jaar dat volgde verkocht de Desolate Boedelkamer, de stedelijke instantie die over de faillissementen ging, zijn bezittingen om met de opbrengst zijn schulden af te lossen.

Na Rembrandts faillissement in 1656 nam Titus samen met zijn stiefmoeder Hendrickje Stoffels de zaken over van zijn vader, en begon een kunsthandel, gespecialiseerd in diens werk.

Titus liet in de jaren 1655-1657 drie verschillende testamenten opmaken om ervoor te zorgen dat Rembrandt ook na zijn overlijden over Saskia's geld zou kunnen blijven beschikken.
1657 Titus maakt een testament waarin hij pleegmoeder Hendrickje en halfzusje Cornelia aanwijst als erfgenamen en Rembrandt het vruchtgebruik mag gebruiken.
Op 22 november 1657 maakte de toen zestienjarige Titus op aandringen van zijn vader zijn testament op: zijn derde in twee jaar tijd. Rembrandt wilde er daarmee voor zorgen dat hij ook als Titus zou overlijden kon blijven beschikken over zijn vermogen. Titus bezat niet alleen een flinke erfenis van zijn moeder, maar Rembrandt had in het jaar daarvoor — vlak voordat hij zijn faillissement aanvroeg — ook zijn huis op naam van zijn zoon laten zetten, om het uit de handen van zijn schuldeisers te houden. Al die bezittingen wilde Rembrandt na de dood van Titus niet zomaar kwijt zijn.
In zijn eerste testament had Titus Rembrandt nog tot zijn enige erfgenaam benoemd. Nu bepaalde hij dat hij alles naliet aan zijn driejarige halfzusje Cornelia. Als Rembrandt zou erven, zouden diens schuldeisers immers aanspraak op het vermogen kunnen maken. Rembrandt erfde wel de jaarlijkse inkomsten over het vermogen, maar hij mocht die niet gebruiken om zijn schulden af te betalen. Rembrandt werd bovendien de enige voogd over Cornelia. Titus’ tweede testament had ook Hendrickje Stoffels nog aangewezen als voogd. Hendrickje zou nu wel nog onderhouden worden met de inkomsten uit zijn nalatenschap.

Begin 1658 was duidelijk dat de verkoop van Rembrandts spullen niet genoeg opleverde om al zijn schuldeisers te betalen. Het huis liep nu toch gevaar. Rembrandt liet nogmaals optekenen dat het huis van Titus was. Hij kreeg daarbij steun van de Weeskamer, die erop moest toezien dat Titus zijn deel van de erfenis van zijn moeder zou krijgen. Maar op 2 februari 1658 werd Rembrandts belangrijkste schuldeisers, Cornelis Witsen, tot burgemeester gekozen. Op zijn aandringen werd het huis toch verkocht. Het bracht ruim 11.000 gulden op, waarmee Rembrandt zijn grootste schuld kon aflossen. Rembrandt verhuisde met zijn gezin naar een huurhuis op de Rozengracht.

1660 Rembrandt betrekt een bescheiden woning op de Rozengracht. Zijn vrouw Hendrickje en zoon Titus begonnen daar een kunsthandel om voor de nodige inkomsten te zorgen. Rembrandt werkte voor dit vennootschap, waardoor het verdiende geld niet aan Rembrandts overgebleven schuldeisers hoeft te worden betaald.

Titus trouwde op 28-02-1668 met Magdalena van Loo (1641-1669), 26 jaar oud, geboren op 21-05-1641 te Amsterdam, dochter van Jan Van LOO en Anna HUIBRECHTS. Zij was een nicht van zijn oom Gerrit van Loo, die eertijds de voogd van zijn moeder was geweest. Ze gingen bij haar moeder Anna Huijbrechts wonen, aan het Singel.
Nadat Titus getrouwd was met Magdalena van Loo maakte hij vorige testamenten ongedaan. Met een nieuw testament trof hij toen voorzieningen voor zijn vrouw en eventuele kinderen. Het was dit laatste testament dat van kracht werd toen Titus een half jaar daarna overleed.

Uit dit huwelijk werd één kind geboren: Titia (Amsterdam 22-03-1669 - 1715 Amsterdam). Maar Titus maakt de geboorte van zijn dochter Titia niet meer mee. 4 september 1668 27 jaar oud overlijd Titus in het huis van zijn schoonmoeder De Gouden Schael op de Singel bij de appelmarkt aan de pest. 22 maart 1669 In de Nieuwe zijdskapel wordt de dochter van Titus, gedoopt.

Titus komt meerdere malen voor als figurant of model in schilderijen en studies van Rembrandt. Zijn vader hield zielsveel van hem, en was diepbedroefd door zijn voortijdige dood. Titus van Rijn ligt waarschijnlijk in de Westerkerk begraven.

Rembrandt geniet maar kort van het grootvaderschap. Rembrandt overleefde zowel Hendrickje als Titus. Aan het eind van zijn leven had hij alleen zijn dochter Cornelia nog. Hij stierf op 4 oktober 1669 in Amsterdam, 63 jaar oud, en werd 9 oktober 1669 net als zijn zoon begraven in een anoniem gehuurd onbekend graf in de Amsterdamse Westerkerk. Een gedenksteen ter zijner ere wordt bij gebrek aan beter daarom aangebracht tegen een van de pilaren bij het graf van zijn zoon Titus.

Zie ook:
Kapel staat te lezen dat de twee nog levende grootouders van Titia als getuigen bij de doop aanwezig waren: Rembrandt en Magdalena’s moeder Anna Huijbrechts. De derde doopgetuige was de juwelier François van Bijler. Omdat Titia half wees was, was hij als haar voogd aangewezen.

Titia’s grootouders zouden in de herfst van dat jaar allebei overlijden. Van Rembrandt erfde Titia een aantal ‘rariteiten en antiquiteiten’, en ook wat schilderijen en tekeningen. Een paar weken na Rembrandt stierf ook Titia’s moeder Magdalena. François van Bijler zou voortaan voor haar zorgen. Toen ze zeventien was trouwde Titia met de zoon van haar voogd, die ook François heette.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 562.