kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Trompe l'oeuil

(of trompe l'oeil) (Fr: gezichtsbedrog) schilderkunstige truc waarbij iets zo levensecht wordt afgebeeld dat de toeschouwer denkt dat het echt is, dat ze een illusie van echtheid oproepen. Voorwaarde voor succesvol bedrog is de beheersing van naturalistische precisie, perspectief, dat wil zeggen de weergave van een eenduidig te interpreteren ruimte, gecombineerd met een consequent uitgewerkte belichting, schaduwen. Een trompe l'oeil is gebonden aan de wetten van het in de ruimte aanwezige perspectief. Dat geeft dan meteen het verschil tussen een trompe l'oeil en een wandschildering aan. Een trompe l'oeil betreft vaak een uitbreiding van een bestaande situatie, een extra deur of raam, een meubelstuk, een extra zaal.

Het lijkt een schildersezel met een doek en een palet waar de verf vanaf druipt. Maar wie wat beter kijkt ziet dat het doek helemaal niet op de ezel staat, maar deel uitmaakt van een groter geheel, zelf ook weer een schilderij. Het is bedrog, een 'trompe-l'oeil'. Trompe-l'oeil is schilderkunst die het oog bedriegt. Het gaat om schilderijen die aan de wand hangen, of schilderingen op een deur, kast of tafelblad. Ze zijn zo levensecht geschilderd dat het even werkelijk om een gordijn of nis met voorwerpen lijkt te gaan.

De meest bekende vorm is het brievenbord: een wandbord met banden van textiel of leer die gebruikt worden om brieven, andere papieren en spulletjes als sieraden op te bergen. De brieven op het bord zijn geschreven door of bestemd voor belangrijke personen. Soms is de trompe-l'oeil een dubbele verrassing: zo is er in het Mauritshuis een schilderij dat een kastje met twee deurtjes voorstelt, maar één van die kastdeurtjes is toch weer niet zo nep, die kan namelijk worden geopend.

klassieke oudheid
In de klassieke oudheid wordt al geschreven over schilders die zo natuurgetrouw schilderden dat hun werk de omgeving in verwarring bracht. Zo zou de hofschilder van Alexander de Grote, Apelles (4e eeuw v. Chr.), ooit een slang hebben geschilderd die de kwetterende vogels tot zwijgen bracht.

Zeuxis en Parrhasios
Een ander bekend verhaal is dat van de kunstenaar Zeuxis (5e eeuw v. Chr.) die druiven schilderde die zo realistisch waren dat de vogels er op afvlogen en tijdgenoot Parrhasius een linnen gordijn dat zo echt leek dat Zeuxis het opzij wilde schuiven. Het verhaal luidt dat Parrhasios en Zeuxis een wedstrijd hielden: Zeuxis kwam met een schilderij dat druiven voorstelde, zo natuurgetrouw geschilderd dat de vogels erop afkwamen. Parrhasios toonde toen een schilderij van een linnen doek, zo bedrieglijk natuurlijk dat Zeuxis - nog vol trots over het oordeel van de vogels - eiste dat nu eindelijk dat doek eens zou weggenomen worden en het schilderij getoond. Toen hij zijn dwaling bemerkte, kende hij met oprechte schaamte de prijs aan de ander toe; hij immers had vogels misleid, maar Parrhasios hem, een schilder!

Realistische effecten
Het platte vlak driedimensionaal laten lijken, en zo een illusie maken die overtuigend genoeg is om het oog van de toeschouwer te misleiden, dat is wat de maker van een trompe l'oeuil wil. Zijn technische vaardigheden moeten eigenlijk onopgemerkt blijven, wat in de kunst meestal juist niet de bedoeling is. Trompe l'oeuils worden expliciet gemaakt met de intentie om te bedriegen. Om een driedimensionale illusie te bereiken, is een perfecte weergave in perspectief van de geschilderde objecten noodzakelijk. Daarnaast wordt het oppervlak als één geheel weergegeven: aan de beschouwer wordt niets te raden overgelaten. Bovendien is belangrijk dat de objecten in een trompe l'oeuil op ware grootte en zo waarheidsgetrouw mogelijk worden afgebeeld om het realistische effect te versterken.

Perspectief
Het principe van de trompe-l'oeil was dus al bij de Grieken bekend. Helaas is uit die tijd nauwelijks schilderkunst overgeleverd. Wel kennen we trompe l'oeuils uit de Romeinse tijd. Rijke mensen lieten hun villa's toen uitgebreid decoreren met wandschilderingen, waarbij de trompe l'oeuil favoriet was om de ruimtelijkheid van de huizen te benadrukken. Na de val van het Romeinse Rijk verdwijnt de techniek grotendeels tot de herontdekking van het perspectief in de Renaissance. Met deze herontdekking door de Italiaanse architect Brunelleschi (1377-1446) werd het suggereren van diepte en volume in de schilderkunst weer mogelijk.

Grisaille
Een van de vele vormen waarin we trompe l'oeuil tegenkomen, ontstond in de vijftiende eeuw. In die tijd werden veel altaarstukken gemaakt. Wanneer deze niet dienden in een religieuze ceremonie, waren zij gesloten. De achterkant die nu zichtbaar was, werd ook beschilderd. Vaak met beelden van heiligen in grisaille, zodat de panelen onderdeel werden van hun architectonische omgeving en de kerkbezoeker niet afleidden bij het bidden. Dit waren echte trompe l'oeuils. Het woord grisaille komt van het Franse gris en betekent iets schilderen in verschillende nuances grijs. Deze methode vormde een goede oefening in het variëren met licht en schaduw en is in de loop der eeuwen veel gebruikt om stenen reliëfs of sculpturen na te bootsen.

Architectuur
Andrea Mantegna (1431-1506) was een van de eerste schilders die trompe l'oeuil toepaste in de architectuur. Hij kreeg de opdracht om een kamer in het hertogelijk paleis in Mantua te decoreren, waarbij hij gebruikmaakte van de technieken van trompe l'oeuil. Zo liet hij de koepel van de ruimte groter lijken dan hij is, door de bovenkant te schilderen als een open hemel van waaruit engeltjes en andere figuren naar beneden kijken. Deze en andere manieren waarbij gespeeld werd met de dimensies in de architectonische omgeving, was populair in de Renaissance.

Holland
Trompe-l'oeil-effecten zijn sinds de 15e eeuw een apart genre, vooral in de Nederlandse zeventiende eeuw. Holland was een land van protestantse kooplieden. Zij waren praktisch, prijsbewust en hielden niet van overdaad. Wat kunst betreft hielden zij van huiselijke scènes, landschappen, portretten en stillevens. Ook trompe l'oeuil viel vanwege de verwantschap met het stilleven - in de smaak. In deze tijd ontstonden schilderijen die bijvoorbeeld kleine kasten toonden met een blik op de inhoud door een half openstaande deur; of waarop brievenrekken werden nagebootst, compleet met briefopener, zegellak en linten. Daarnaast werd vaker de achterkant van een schilderij geschilderd of het doek zelf, waarvan dan bijvoorbeeld een punt naar beneden lijkt te hangen. Maar ook schilderijen van gebruiksvoorwerpen, gedetailleerd geschilderd en op ware grootte, geplaatst in een nis of op een boekenplank waren populair. Ook mensen werden dikwijls afgebeeld in een nis, waarbij niet zelden een opengetrokken gordijn aan de zijkant van het schilderij hangt. Hollandse meesters die zulke schilderijen maakten zijn Gerard Dou (1613-1675), Willem Claesz Heda en Cornelius Ghysbreghts.

Het bedriegertje is uiteindelijk een beroemd Nederlands specialisme geworden, hoewel sommigen neerbuigend spreken over een 'kunstje' omdat het effect afhangt van de mate van verfijning van de techniek. Lange tijd was er dan ook weinig interesse voor deze kunstvorm, na de Tweede-Wereldoorlog was het abstracte schilderen de enige 'politiek correcte' stijl. Nu is het realisme weer terug.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 13.