kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 07-04-2011 voor het laatst bewerkt.

Typografie

Typografie, van het Griekse tupos (= slag, vorm, afdruk) en graphein (= schrijven), gaat over het zetten, drukken en vormgeven van teksten, voor zowel functionele als esthetische doeleinden.

Bij typografie houdt zich bezig met de opmaak van tekstblokken, de bladspiegel, de lettertypen, de witruimte en de interpunctie.

De belangrijkste media voor de typografie zijn het boek, formulieren, webpagina's, interactieve cd-roms, reclameteksten of waarschuwingsborden. In de typografie dient qua leesbaarheid en opvallendheid rekening gehouden te worden met het medium en doel van de geschreven teksten, het gebruik (doelgroep) en de indeling van een pagina.

Een tekst moet bijvoorbeeld prettig leesbaar zijn. Daarom worden letters in boeken en kranten vaak met schreef gezet, maar op het beeldscherm juist weergegeven in een schreefloos lettertype zoals Verdana of Tahoma. Bij een reclame- of waarschuwingsbord, waarbij het van belang is dat de juiste woorden snel opvallen, wordt vaak gebruik gemaakt van zwaar accentueren of felle kleuren terwijl het in een lange tekst juist als storend wordt ervaren wanneer er vetgedrukte woorden uitspringen en men liever cursivering gebruikt om de lezer te attenderen.

De typograaf let verder op:
* de zetbreedte (regellengte) van tekstblok of kolom. Bij te lange regels moet het oog van de lezer namelijk een te grote afstandssprong maken van het eind van de regel naar het begin van de volgende. Als meest prettig wordt het gebruik van gemiddeld ca. 85 tekens (inclucief spaties en leestekens) of van gemiddeld twaalf woorden ervaren.

* de diverse lettergroottes (corpsen), letterfamilie(s) (lettertypen) en lettersoorten.
Door deze te combineren/variëren (naast o.a. kleurgebruik) kan de typograaf de diverse tekstelementen onderscheidend maken en daarmee de inhoudelijke hiërarchie visualiseren en ordenen. Letterfamilies bestaan uit diverse lettersoorten, meestal minimaal romein (normaal), vet, cursief en vet-cursief. Er zijn ook grotere letterfamilies met bijv. vet-cursief, halfvet, extra vet, versmald en verbreed.

* de interlinie ofwel het wit tussen twee regels.
* de regelafstand: de grootte van de letter (het korps) opgeteld bij de grootte van de interlinie.
* de spaties, het wit tussen twee woorden.
* de letterspatiëring, het wit tussen de letters
* de leestekens
* het vaste (verticale) tussenwit (bij meerdere kolommen)
* het bijeenblijven van inhoudelijke 'eenheden'

Enkele algemeenheden in de typografie zijn:
* De staartregel van een alinea mag niet alleen boven aan een pagina staan (het zgn. 'hoerenjong') of mag de eerste regel van een alinea niet onderaan een pagina staan (de 'wees' of 'weduwe').
* Voor woordenboeken of kranten worden smalle lettertypen uitgezocht en kleine marges gebruikt waardoor het papier efficiënter benut kan worden.
* Te lange regels, te weinig interlinie en te kleine woordspaties lezen niet prettig.

Het gebruik van aanhalingstekens en gedachtestreepjes verschillen van tijd tot tijd en van land tot land en daarbinnen weer van publicatie tot publicatie.

Typografische eenheden

Typografische eenheden zijn maateenheden die de grootte van lettertypes en regelafstanden aangeven. Doorgaans wordt hiervoor niet het metriek stelsel gebruikt. Europa en de Angelsaksische wereld gebruiken beide een maatsysteem gebaseerd op 'punten', maar van verschillende grootte.

Europees systeem
Pierre Simon Fournier introduceerde in 1737 de Fournierpunt die ,34882 mm bedroeg gebaseerd op de Franse voet, die onderverdeeld was in 12 duimen die weer onderverdeeld waren in nog eens 12 strepen, welke elk onderverdeeld waren in 12 punten. Fournier gebruikte voor zijn typografische punten twee van zulk soort punten.
Rond 1770 wisselde de Franse lettergieter Pierre François Didot de Franse voet in voor de gangbaardere Koningsvoet (Pied du Roi), die iets groter was. Een Didotpunt bedraagt daarom ,376065 mm.

Vaste maten zoals twaalf Didotpunten ofwel 12dd hebben eigen namen gekregen. De genoemde 12dd wordt ook wel cicero of augustijn genoemd.

Angelsaksisch systeem
In Groot-Brittannië en de VS kwam de eerste echte standaard pas in 1886 met het American Point System. Dit stelsel werd voorgesteld rond 1870 door Nelson C. Hawks van de Marder Luse & Compay in Chicago die dezelfde methode als Fournier en Didot gebruikte, namelijk 1/72e inch voor een punt waarbij twaalf punten een pica vormden, de equivalent van de Europese cicero.
Om te voorkomen dat men al te veel materiaal moest omgieten werd uiteindelijk toch besloten om voor de pica de Johnson pica te nemen, een maateenheid die destijds zeer gangbaar was in de VS. Voor deze pica geldt dat er 83 in 35 centimeter gaan, ofwel ,166 inch, ofwel 4,216 mm, en de punt een grootte heeft van ,351 mm. (Als er 83 pica's in 35 cm gaan, is de exacte waarde (35x10):(83x12)=0,351405622 mm voor 1 picapunt.) Deze punt, vaak afgekort tot pt is dus iets kleiner dan de Europese punt. Deze puntmaat heeft ook in Europa enige ingang gevonden omdat de Linotype-machine deze gebruikte.

Digitale punten
Met de invoering van desktop publishing op de computer is men weer teruggekeerd naar Fourniers oorspronkelijke concept, namelijk dat van 72 punten in een duim waarbij dit keer de Engelse inch van 2,54 cm als uitgangspunt werd genomen. PostScript, TrueType en veel andere software nemen deze 'DTP'-Point of 'Big'-Point als basiseenheid.

Metriek stelsel
Toen het Metrieke stelsel wettelijk verplicht werd waren alternatieve maten officieel niet meer toegestaan. Zo werd in 1973 de Didotpunt per definitie vastgesteld op ,375 millimeter (en niet ,376!), alhoewel in de praktijk de 'echte' Didotpunt van ,376 millimeter nog vaak gebruikt wordt.

Na de Franse revolutie werd nog geprobeerd een punt van ,4 mm in te voeren, maar dit heeft alleen navolging gevonden bij de drukkerijen van de overheid.

Een echte standaardisatie aan de hand van het metrieke stelsel is helaas nooit gelukt. In Duitsland wordt wel een systeem gebruikt volgens een DIN-standaard met een puntgrootte gebaseerd op ,25 mm. De Nederlandse werkgroep wilde destijds echter ,1 mm als basiseenheid en tot een compromis is het nooit gekomen. Ook in Japan gebruikt men wel een metriek systeem waarin men ook maten voor Europese talen heeft gedefinieerd.

Puntgroottes met namen
De grootte van zes punten (nonparel) wordt als kleinste nog leesbare grootte gezien. De soorten tot en met mediaan (11 dd) worden wel boekletters of broodletters genoemd. Sommige namen, zoals Sabon zijn soms ook bekend voor ander groottes.

Overzicht van puntgroottes Grootte Naam
1 dd Achtste petit
1,5 dd Achtste cicero
2 dd Vierde petit
2,5 dd Microscoop of microscopie
3 dd Kwart cicero
4 dd Halve petit, robijn of diamant
5 dd Parel of parisienne
6 dd Nonpareil of nonparel
6,5 dd Insertio
7 dd Kolonel of Mignon
8 dd Petit
9 dd Borgis
10 dd Corpus of Garamond
11 dd Rheinländer of mediaan
12 dd Cicero of augustijn
14 dd Grote cicero (of augustijn) of mediaan
16 dd Tertia
18 dd 1,5 Cicero of paragon
20 dd Secunda of Text
24 dd Dubbele cicero of palestine
28 dd Dubbele mediaan
32 dd Dubbele tertia
36 dd Kanon
42 dd grobe Kanon
48 dd Konkordanz of kleine missaal
54 dd Missaal
60 dd Sabon
66 dd Grote sabon
72 dd 6 cicero
84 dd 7 cicero
96 dd 8 cicero


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2081.