kunstbus

Ben jij onwetend, leerling, gezel, meester of uomo universale? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Vic Gentils

Geboren 1918 in Ilfracombe. Overleden 1997 in Aalst.

Expositie Museum voor Moderne Kunst (PMMK) Van 8-5 t/m 26-9-2004 Vic Gentils (Ilfracombe, 1918 - Aalst, 1997) kan beschouwd worden als één van de belangrijkste exponenten van het ‘nouveau réalisme’ in ons land.

Omstreeks het begin van de jaren 1960 maakte Gentils zijn eerste reliëfs met wegwerpmateriaal. Aanvankelijk vertoonde zijn werk overeenkomsten met dat van Louise Nevelson, door zijn gebruik van gebrande houten planken in reliëfvorm.
Spoedig evolueerde de kunstenaar echter naar geometrisch werk zoals Venice by Night (1964, verz. PMMK, Oostende), geassembleerd uit piano-onderdelen. Omstreeks het midden van de jaren 1960 kwam hij tot een nieuwe figuratie, samengesteld uit assemblages van houten, gebrande en gevonden voorwerpen zoals in het werk Le roi s’amuse (1969, verz. PMMK, Oostende), met hier en daar een polychrome behandeling. Deze polychrome behandeling bleef hij in zijn werk voortzetten, wat resulteerde in volledig polychroom behandelde beelden enerzijds en anderzijds in schilderijen en collages. Een logische evolutie, vermits Gentils als schilder begonnen is en hij ooit verklaarde dat hij terug schilder zou worden, niettegenstaande hij het schilderen als zodanig in het begin jaren 1960 had achterwege gelaten voor het object, omdat hij een andere wereld wilde tonen, een andere beschaving, een andere maatschappij.
De objectkunst van Vic Gentils is uniek. Een aspect dat hem onderscheidt van zijn generatiegenoten zoals Arman, Jean Tinguely en Paul Van Hoeydonck is het feit dat Gentils zijn objecten kiest op basis van een gevoelsmatige affiniteit. Hierbij heeft hij een uitgesproken voorkeur voor hout. Stukken hout uit de rivier, afgedankte meubelen, houten lijstwerken en onderdelen van piano’s zijn voor hem interessant werkmateriaal. Vooral piano's zijn voor hem een dankbare grondstof.
Gentils maakt voor zijn creaties gebruik van het gevonden voorwerp en de vrije associatie van het dadaïsme, het werk van Paul Joostens indachtig.

De spil van de tentoonstelling in het PMMK wordt gevormd door het kunstwerk 'Ensor et ses squelettes veulent se chauffer' (1984).
Deze hommage aan James Ensor stond als bruikleen al meer dan 10 jaar tentoongesteld in het museum, en kon nu - dankzij de steun van de Vlaamse Gemeenschap - aangekocht worden. Thans is het dus definitief opgenomen in de vaste verzameling van het museum.
Deze beeldengroep uitgevoerd in gepolychromeerd hout vormt een persiflage op het bekende werk van de Oostendse meester ‘Squelettes voulant se chauffer’ (1889) uit de collectie van het Kimbell Art Museum in Fort Worth (Texas, VS). Het werk is echter meer dan zomaar een hommage aan een groot kunstenaar. Er zijn immers heel wat affiniteiten tussen het werk van Ensor en dat van Gentils.

De sarcastische en cynische blik op het mensdom staat voorop. Net als Ensor parodieert Gentils de hoogmoed, het misverstand, de naïviteit en vooral de georganiseerde dwaasheid. Als een scepticus en humanist observeert Gentils de falende dialoog tussen mensen en de mislukking van een bijna onmogelijk maar toch onvermijdelijk samenleven.

De definitieve aanwezigheid van het werk in het PMMK en in de Ensorstad Oostende is heel belangrijk en is de aanleiding voor een groter en uniek overzicht van Gentils’ oeuvre dat in het bijzonder toegespitst is op bovenvermelde karakteristieken.
Het kunstwerk 'Ensor et ses squelettes veulent se chauffer' wordt op de tentoonstelling omgeven door grote beeldengroepen die Vic Gentils realiseerde tussen 1967 en 1981, zoals Het groot schaakspel uit het Middelheimmuseum te Antwerpen, De acht hoofdzonden uit de collectie van de Dexiabank te Brussel en het vermaarde werk, het Monument Camille Huysmans uit de Universiteit van Antwerpen.
Het Monument Camille Huysmans (1970), een groep van 30 beelden en een waar meesterstuk is een hommage aan de legendarische socialistische politicus Camille Huysmans, Belgisch eerste minister in de jaren vlak na de tweede wereldoorlog en bekend om zijn talent als redenaar en zijn spitse humor. Het is in die hoedanigheid dat de kunstenaar hem afbeeldt, orerend met Lenin, op een kar. De massa samengetroept voor de kar is geen maskerade zoals men bij Ensor zou aantreffen; bij Gentils vinden we typering terug. Elk beeld vertegenwoordigt een beroep of vormt een karikaturale typering. Tussen de verschillende personages is er geen enkele vorm van communicatie. Door het levensgroot formaat van de beelden -niet op sokkels geplaatst- wordt ook de toeschouwer onderdeel van de oncommunicatieve massa.

De koppelaars I & II uit 1970 herhalen een belangrijk motief in de schilderkunst van de Nederlanden in de 17de eeuw; een motief dat meestal gehanteerd werd als zinnebeeld voor bedrog, losbandigheid en het verwrongen karakter van menselijke verhoudingen. We vinden dit nog explicieter terug in een werk uit 1969. In De acht hoofdzonden (Gentils zelf zei dat het er ook dertig zouden kunnen zijn) voegt hij bij de zeven hoofdzonden (luiheid, gulzigheid, hovaardigheid, nijd, gramschap, gierigheid en onkuisheid) de zonde van de wulpsheid. Als enige gepolychromeerde beeld in deze groteske groep, neemt de wulpsheid een enigszins aparte positie in. Ze steekt scherp af tegen de zwartgeblakerde verschijning van de andere zonden. Hier vinden we Breughel de Oude terug in zijn belangstelling voor volkse spreuken en typeringen met moraliserende inhoud.

De negen grote monumentale groepen die getoond worden in de ruime benedenzalen van het museum zijn met deze tentoonstelling voor het eerst samengebracht en vormen een unieke gelegenheid om kennis te maken met of zich te verdiepen in het uiterst boeiende oeuvre van Vic Gentils. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 1716.