kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 18-04-2008 voor het laatst bewerkt.

Victor Pasmore



Engels schilder, architect en beeldhouwer, geboren Chelsham, Surrey, 3 december 1908, gestorven Gudja, Malta 23 januari 1998

Victor Pasmore is een abstract kunstenaar, die schilderijen, collages en constructies maakt. Hij begon als schilder van landschappen, stillevens en figuren.

Van 1922-26 volgde Pasmore een opleiding aan Harrow School, waar hij voor het eerst serieus geïnteresseerd raakte in schilderen en kennis maakte met het werk van de Franse impressionisten en de Britse waterverfschilders. Hij ontdekte Turner's late werken in de Tate Gallery.

Verhuist in 1927 naar Londen, waar hij tot 1937 klerk is bij de overheid in het stadhuis. Pasmore schildert in zijn vrije tijd en huurt zijn eerste studio in Devonshire Street, waar hij vanaf 1930 avondlessen volgt aan de Central School for Arts and Crafts en studeert onder A.S. Hattrick, die in Frankrijk gewerkt had en van Gogh kende. Hij raakt betrokken bij de Londense avant garde door welke hij het werk van de revolutionaire Parijse School leert kennen.

Pasmore begint met impressionistische landschappen en richt zich vervolgens op het kubisme. Eerst voelt hij zich aangetrokken tot het moderne primitivisme, Rousseau, Utrillo Modigliani en Christopher Wood in Engeland, maar richt zich later op Matisse en Picasso.

In 1932 sluit Pasmore zich aan bij de London Artists' Association onder leiding van Roger Fry en Duncan Grant. Hij ontmoet William Coldstream en Claude Rogers in St. Martin's. Pasmore houdt in 1933 zijn eerste solotentoonstelling in de galerie van de Association in Bond Street, met werken onder invloed van het fauvisme.

In 1934 wordt hij lid van London Group, in die tijd de belangrijkste expositievereniging van de Britse avant-garde. Ook in '34 exposeert met de 'Objective Abstractions' groep in de Zwemmer Gallery, een puur abstracte beweging met een informele tachistische stijl. Hij ziet de eerste officiële abstracte schilderijen van Ben Nicholson. Na onsuccesvolle pogingen en experimenten onder beide invloeden, keert hij terug naar het schilderen naar het visuele model en richt zich op de invloed van Sickert en Bonnard.

In 1936 keert Pasmore volledig terug naar het traditionele naturalisme en realisme en schildert het Parisien Cafe. In 1937 sticht hij samen met Claude Rogers en William Coldstream (beide in een gelijkaardig proces verwikkeld) een schilderschool in de Euston Road met het doel een vast objectief standpunt in het visuele object te herstellen.

In 1938 verlaat hij zijn overheidsbaan en met de hulp van Kenneth Clark, de nieuwe directeur van de National Gallery en beschermheer van de hedendaagse kunst, wordt hij voltijds schilder en docent aan de Euston Road School.


Reclining Nude, 1942

1940-42, Pasmore trouwt met de schilderes Wendy Blood, het onderwerp van vele van Pasmore's schilderijen en verhuist naar Ebury Street. Hij heeft zijn tweede expositie bij de Wildenstein Gallery. De Tweede Wereldoorlog breekt uit en de Euston Road School wordt opgeheven. Pasmore staat geregistreerd als gewetensbezwaarde.

In de periode 1942-47 verhuist hij eerst naar Chiswick en daarna naar Hamersmith aan de Thames, waar hij zijn rivieroever schilderijen maakt. In 1943 wordt hij benoemd tot docent aan de Camberwell School of Art, waar hij de ideeën van de Euston Road School herstelt. Deze ideeën werden echter steeds meer aangepast, naarmate hij zich wendde tot de invloed van het Franse Post-Impressionisme. Hij wordt lid van de Redfern Gallery en heeft zijn derde solotentoonstelling.

In 1946 bezoekt Pasmore de Picasso - Matisse tentoonstelling in het Victoria and Albert Museum, dat de noodzaak van moderne kunst bevestigd en tegelijkertijd de crisis in het moderne schilderen en zijn eigen problemen blootlegt. Hij verwerpt een terugkeer tot het fauvisme en het kubisme en richt zich op Paul Klee, Mondraan en Ben Nicholson, met welke laatste hij bevriend raakt.

In 1947 verhuist Pasmore naar Blackheath, Londen. Hij maakt intensieve studies van de post-impressionistische theorieën en verlaat de visuele voorstelling in het schilderen en begint te experimenteren met puur abstracte vormen.

Pasmore exposeert zijn eerste schilderijen in deze vorm in de London Group in 1948 en ook in datzelfde jaar in zijn tweede expositie in de Redfern Gallery, zo een nieuw tijdperk in de Britse schilderkunst openend: 'The most revolutionary event in post-war British Art' Herbert Read.


Rectangular Motif:Red and Mustard, 1950

In 1949 verlaat Pasmore de Camberwell School om zich aan te sluiten bij William Johnstone, de nieuwe directeur van de Central School of Art, die in de afdeling industriële vormgeving een fundamentele cursus introduceerde volgens de regels van die van het Bauhaus.

Sinds Pasmore zich richtte op het abstracte, was hij op zoek naar nieuwe objectieve grondslagen van waaruit hij zijn werk kon ontwikkelen. Hij ontwikkelt geleidelijk aan een individuele, abstracte schilderstijl.

In 1950 schildert Pasmore de grote spirale keramische muurschildering voor het Festival of Britain. Tijdens dit proces ontmoet hij voor het eerst architecten en raakt betrokken bij de constructieve esthetica van de moderne architectuur. In 1951, gedeeltelijk als resultaat van deze invloed, gedeeltelijk vanwege een kennismaking met de reliëfs van Ben Nicholsen en gedeeltelijk vanwege een correspondentie met de Amerikaanse constructivist Charles Biederman, begint Pasmore zijn schilderen te ontwikkelen van vlak naar reliëf.

In 1951 vormt hij samen met Kenneth Martin en Robert Adams een groep, die de eerste naoorlogse tentoonstellingen organiseert van puur abstracte schilderijen en beeldhouwwerken in Engeland.

In 1954 verlaat Pasmore de Central School en wordt directeur schilderen van de afdeling Beeldende Kunst aan de universiteit van Durham in Newcastle. Established "The Developing Process", a course of studies in "Basic Form" within the department of painting and sculpture.
Daar zet hij "The Developing Process" op, een leergang van studies in "Basic Form" binnen de afdeling schilderen en beeldhouwen. Hij leidt ook zomercursussen in Scarborough in Yorkshire langs dezelfde lijnen.


The Apollo Pavilion in Peterlee

In 1954 wordt hij benoemd tot adviserend directeur van Urban Design voor de South West Area, Peterlee New Town in graafschap Durham. Samen met de architecten van de corporatie ontwerpt hij de lay out en de architectuur van de zuid westelijke gebied van de stad. Hij verlaat de corporatie in 1977 na de voltooiing van de South West Area. Hij blijft zich op het reliëf concentreren.

In 1954 heeft hij een solotentoonstelling in het Institute of Contemporary Art in Londen.

In 1956 neemt hij deel aan de tentoonstelling 'This Is Tomorrow' in de Whitechapel Art Gallery in Londen.

In 1961 verlaat hij de universiteit van Newcastle en sluit hij zich aan bij de Marlborough Gallery in Londen. Hij keert terug naar Blackheath en raakt volledig betrokken bij schilderen en reliëf, maar gaat door met zijn werk aan Peterlee.


Blue Development, 1964, Lithografie

In 1960 wordt Pasmore gevierd als de leidende Engelse kunstenaar op de XXX Biënnale van Venetië. Voorts heeft hij retrospectieve tentoonstellingen in het Musée des Arts Décoratifs in Parijs; het Stedelijk Museum in Amsterdam; het Louisiana Museum in Kopenhagen; het Palais des Beaux-Arts in Brussel; de Stadtische Kunst Galerie, in Bochum; het Kunsterners Hus in Oslo; het Kestner-Gesellschaft in Hanover; de Kunsthalle Bern en de Marlborough Gallery in Londen.

In 1964 keert Pasmore volledig terug naar het schilderen en begint ook grafisch te werken. Neemt deel aan Documenta 3 in Kassel. Ook 1964, Pittsburgh International; Carnegie Prize met Soulages.

In 1965 is er overzichtstentoonstelling in de Tate Gallery in Londen en een retrospectieve van abstracten en constructies op de Biennale van Sao Paolo, Rio de Janeiro, Buenos Aires, Lima en Santiago. Hij neemt deel aan de Galleria Lorenzelli in Milaan.

In 1966-67 verwerft een huis en een studio op Malta. Hij exposeert in de Marlborough Gallery in New York.


Synthetic Construction (White and Black) 1965-66

Van 1971-79 sluit hij zich aan bij Valter en Eleonora Rossi (2RC Workshop) in Rome (1971). In 1974 heeft hij een grafiek expositie in Galleria 2RC in Rome. In 1975 heeft hij een tentoonstelling in het Museum of Fine Arts, Valetta, Malta.

Grand Prix d'Honneur at the International Graphics Biennale, Ljubljana.

In 1977 verlaat hij Peterlee en wint Pasmore de Grand Prix d'Honneur op de International Graphics Biennial, in Llubjana. Heeft een grafiek tentoonstelling in 1978 in Galleria 2RC, Rome. Pasmore heeft voorts exposities van schilderijen in het Musée des Beaux Arts, Chaux de Fonds, het Gentofte Radhus, Kopenhagen.

In 1979 heeft hij solotentoonstellingen op de International Graphics Biennial, in Llubjana en ook in de Marlborough Galleries in Londen en Zürich.

In 1983 krijgt Victor Pasmore de opdracht om het decor te ontwerpen voor een nieuw ballet "Apollo" in het Royal Opera House, Covent Garden en hij wordt benoemd tot lid van de Royal Academy.

Op 23 januari 1998 sterft Pasmore in Gudja, Malta.

websites: www.victorpasmore.com www.victorpasmoreprints.com


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 870.

Tweets by kunstbus