kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-01-2009 voor het laatst bewerkt.

Videokunst

videokunst

Videokunst is een kunstrichting ontstaan in de zestiger jaren van de twintigste eeuw die gebruik maakt van de mogelijkheden van elektronische registratie en weergave van beelden.

In haar verschillende varianten als installatie of opzichzelf staande band is de ontwikkeling van de videokunst sterk gekoppeld aan de mogelijkheden op het gebied van opname- of computertechniek.

Pioniers op het gebied van de videokunst zijn de Koreaan nam june paik en de Duitser wolf vostell. In het begin van de jaren zestig hielden zij zich als eersten op een destructieve en manipulatieve wijze bezig met televisie als massamedium. In de daaropvolgende jaren bleef de kritische zelfbespiegeling van dit medium steeds een belangrijk artistiek thema.

1965 Sony Portapak
De verkoop van de eerste draagbare videocamera, de Sony Portapak, in 1965 bood de kunstenaars de mogelijkheid zelf elektronische beelden te maken en ze later met behulp van een videosynthesizer in tempo, montage, kleur enz. te veranderen. Toen Nam June Paik in 1965 met zijn Sony Portapak vanuit een taxi het bezoek van de paus aan New York filmde en het resultaat 's avonds in een kunstenaarscafé vertoonde, was dat officieel de eerste echte 'kunstvideo' ooit gemaakt.

Al snel werd de videotechniek gecombineerd met andere sculpturele of architectonisch-ruimtelijke elementen en zo tot installatie uitgebreid. De Amerikaanse kunstenaar Bruce Nauman ontwikkelde met zijn 'Lived Taped Video Corridor' in 1969 een der eerste video-installaties, die door een directe verbinding tussen de camera en een tv-monitor de beschouwer direct in het kunstwerk integreert.
Deze techniek van de directe verbinding blijft in de jaren zeventig bepalend voor veel installaties. De inhoudelijke aspecten ervan, zoals het dubbelgangersdom, ruimte-irritatie, zelfervaring bij de kijker, ijdelheid van de zelfbeschouwing, zijn vaak het onderwerp.

Mannelijke vs vrouwelijke videokunst
In de beginjaren van de videokunst zijn grofweg twee stereotyperingen te maken: de mannelijke en de vrouwelijke.
- Mannelijke kunstenaars die het medium ontdekten gebruikten dit vaak om zogenaamde videolandschappen te creëren (bijvoorbeeld Steina & Vasulka en Bill Viola) en om culturele statements en instituten aan te vallen (zoals Nam June Paik). Er werd op technisch gebied vaak samengewerkt en de industrie bood sommige kunstenaars de gelegenheid de door hun geproduceerde apparatuur op hun mogelijkheden te testen (zoals de samenwerking tussen Sony en Gary Hill). Door deze technische mogelijkheden zijn het vooral mannelijke videokunstenaars die bepaalde vormen van feedback-video ontwikkelden, zoals Dan Graham en Bruce Nauman. Zij bogen de bewakingsfunctie die de videocamera al snel kreeg om tot installaties die de toeschouwer confronteerden met hun eigen inbreng en inbreuk op het werk.
- Voor vrouwen was de video vooral een middel om in afzondering de eigen psyche te onderzoeken en individuele emoties uit te drukken door middel van het eigen lichaam, zoals in het werk van Joan Jonas. De relatief eenvoudige techniek maakte vrouwen niet afhankelijk van technische ondersteuning, waardoor iedere productie in eigen beheer tot stand kon komen.

Het performanceduo Ulay & Abramovic nam vanaf midden jaren '70 hun body art en hun performances op om die registraties later te kunnen evalueren. Joan Jonas integreerde in de jaren '70 de videoregistraties van haar eerdere performances in haar latere performances. Daarmee kregen de typeringen van de videokunst als ‘feedback' video en ‘time based art' niet alleen een extra dimensie, maar kwam de vraag naar wat uiteindelijk tot een dergelijk werk behoort en hoe dat bewaard of geconserveerd moet worden expliciet tot uitdrukking.

Aanvankelijk werd video alleen als registratiemedium gebruikt in conceptual art en body art (bij. N.J. Paik). Vanaf begin jaren tachtig werden de technische mogelijkheden ervan uitgebuit: meervoudige projectie, projectie op extreem grote schermen en op andere materialen, enz. O.a. Bill Viola en Gary Hill wisten hiermee spectaculaire effecten te bereiken.

Uit de eerste zelfgemaakte videofilms als documentatie bij gebeurtenissen van optical-artistiek gebied, acties of happenings ontwikkelde zich al snel de op zichzelf staande videoband (of videotape) die onafhankelijk van een ruimtelijke context filmkunstideeën kon doorgeven.

In de jaren tachtig heeft het medium niet meer zichzelf als thema, maar wordt steeds meer als werktuig gezien waarmee men via muziek, ritme, gesproken of geschreven tekst zelfstandige beeldwerelden kan maken. In een multimediale samenhang kan men deze zintuiglijk ervaren. Bij de nieuwe generatie videokunstenaars waartoe o.a. Ingo Günther, Bill Seamann of M+M behoren, komen thema's als de netwerken van communicatiemiddelen, de wereld van de wetenschap of het verlies van lichamelijkheid steeds meer in de belangstelling te staan.

Nieuwe technische innovaties op het gebied van de computertechniek verbreden ook de artistieke toepassing in samenhang met het gebruik van video. Zo worden de constructie van virtuele realiteiten en gevisualiseerde computerruimtes mogelijk, waarin de beschouwer zichzelf zich bijv. met een datahandschoen kan begeven. Daarenboven heeft de beschouwer de mogelijkheid door interactieve besturingssystemen de vorm of het beeldmateriaal van een installatie te veranderen om, als volgende stap, op deze veranderde vorm te reageren.

Andere videokunstenaars zijn: Nan Hoover, Tony Oursler, Marie Jo Lafontaine, Vito Acconci.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2097.