kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 11-04-2011 voor het laatst bewerkt.

Vilmos Huszar

Vilmos Huszàr

Hongaars-Nederlands schilder, tekenaar, beeldhouwer en ontwerper, geboren 1 mei 1884 Hon, Boedapest - overleden 9 augustus 1960 in Hierden, nabij Harderwijk.

Vilmos Huszàr is één van de leden van De Stijl, de bekende kunstenaarsgroep waar onder meer Theo van Doesburg en Piet Mondriaan lid van waren. Daarnaast was hij lid van Pulchri Studio Den Haag, Vereniging De Anderen in Amsterdam en Vereniging De Onafhankelijken Amsterdam. Hij was een leerling van Simon Hollosy, H.P. Bremmer en Josef Israëls en woonde en werkte onder meer in München, Rijswijk, Voorburg en Harderwijk. Zijn werk is te zien in vele Nederlandse musea waaronder het Stedelijk Museum in Amsterdam en het Haags Gemeentemuseum.

Biografie
Vilmos Huszár wordt in 1884 in Boedapest, Hongarije, als Vilmos Herz geboren. Zijn ouders wijzigen, net als veel andere Hongaarse Joden rond de eeuwwisseling, hun familienaam in een meer Hongaars klinkende achternaam.

Huszár volgt zijn opleiding aan de kunstnijverheidsschool te Boedapest, waarna hij gaat studeren bij Simon Hollósy die een privé-school leidt in München.

In München leert hij de schilderes Anna Egter-Van Wissekerke kennen en brengt bij haar de winter van 1905-1906 in Den Haag door. Hier verkeert hij in het deftig-artistieke milieu rond Jozef Israëls die hem adviseert op schilderkundig gebied. Hij maakt er ook kennis met zijn toekomstige echtgenote Jeanne van Teylingen en kunstcriticus H.P. Bremmer die hij als een ware leermeester beschouwt.

Huszár vestigt zich in 1906 in Voorburg in Nederland en ontwikkelt zich tot een veelzijdig kunstenaar.

Hij schildert vooralsnog volgens gangbare, traditionele principes, wat een aantal prachtige naturalistische portretten oplevert, maar latere schilderijen - zoals zijn 'Zelfportret met echtgenote' uit 1910 - zijn al duidelijk beïnvloed door het symbolisme en het werk van Vincent van Gogh.

Huszár weet zich steeds meer los te maken van Bremmer waarin zijn ontmoeting met Bram van der Leck in 1914 of 1915 cruciaal is. Geïnspireerd op diens werk voert Huszár in 1916 een aantal opdrachten voor glas-in-loodramen uit waarin onderwerpen als 'Zonnebloemen' min of meer herkenbaar blijven, maar tot geometrische vormen zijn teruggebracht.

Zijn werk kenmerkt zich in deze periode door een fel kleurgebruik en een vlakke stilering onder invloed van het kubisme van Picasso en Braque en het futurisme. Zo is zijn werk Schilderij in geel uit 1916, dat vermoedelijk in de Tweede Wereldoorlog verloren is gegaan, geheel uitgevoerd in de kleur geel en geïnspireerd op de Italiaanse futuristische kunstenaar Gino Severini. De kunstcriticus Theo van Doesburg, die hij in 1916 leert kennen, is zo onder de indruk van het schilderij dat hij het aankoopt.

Zijn eerste inmiddels verdwenen (geometrisch-abstracte) glas-in-loodraam getiteld 'Meisje' ontwierp hij in 1916 en zijn eerste abstracte compositie in 1917.

In 1917 richtte hij samen met Theo van Doesburg, Anthony Kok, Piet Mondriaan en J.J.P. Oud het tijdschrift De Stijl op. Deze groep streeft naar de integratie van schilderkunst en architectuur.
Zijn eerste bijdrage tot dit tijdschrift is de kaft en het logo ervan en zijn reeks artikelen getiteld 'Aesthetische beschouwingen', dat in de eerste jaargang ervan verschijnt. In november 1918 onderschreef hij, naast Theo van Doesburg, Robert van 't Hoff, Anthony Kok, Piet Mondriaan, Georges Vantongerloo en Jan Wils, ook het Eerste Manifest van De Stijl.

Het jaar daarop trok Huszàr zich uit De Stijl terug. Waarom is niet duidelijk. Volgens Carsten-Peter Warnecke kregen Huszàr en Van Doesburg ruzie over het kleurenschema van Robert van 't Hoff voor het interieur van zijn woonboot De Stijl en zou er daarnaast een vijandige verhouding tussen Huszàr en mede De Stijl lid Georges Vantongerloo hebben bestaan.

Zijn wens diepte en perspectief in de voorstelling op te heffen leidde uiteindelijk tot ruimte-kleur-composities van blokken en balken die hij toepaste in zijn interieur- en meubelontwerpen, zijn schilderijen en in zijn glas-in-loodramen.

Huszàrs' overbuurman was Cornelis Bruynzeel Jr., directeur van timmerfabriek De Arend in Rotterdam. Deze was net als Huszàr lid van de Haagsche Kunstkring. In 1917 ontwierp hij een advertentie en in 1918 de reclamestand op de ‘Nederlandsche Jaarbeurs’ in Utrecht voor diens firma.

In 1919 ontwierp Huszàr de kleurstellingen van de door architect Pieter Jan Christophel Klaarhamer (1874-1954) ontworpen jongensslaapkamer van Bruyzeels villa De Arendshoeve in Voorburg, waarvan zich tegenwoordig een reconstructie in het Gemeentemuseum Den Haag bevindt. In 1921 ontwierp Huszàr in samenwerking met Piet Zwart ook een zitkamer voor deze villa. Zijn kleurenschema voor dit project en andere projecten hebben geleid tot de speculatie dat het Huszár was die Gerrit Rietveld adviseerde over de kleuren van zijn beroemde Rood-blauwe stoel (1918-1923).

Met Piet Zwart (1885-1977) trad hij 1921 in dienst bij Jan Wils, voor wie hij een kleurenstudie maakt voor de trappenhal van Wils' (niet-uitgevoerde) tehuis voor werkende vrouwen (1921) en de door Wils ontworpen verbouwing van het fotoatelier van Henri Berssenbrugge in Den Haag (1921). Dit laatste ontwerp was stilistisch zeer aan De Stijl verwant, alhoewel hij hierbij geen gebruik maakte van zuivere ‘primaire’ kleuren, maar van de mengkleuren ‘framboosrood, blauw en oker’ naast de ‘niet-kleuren’ wit, zwart en grijs.

Tussen 1919 en 1921 werkte hij ook nog samen met Herman van der Kloot Meijburg aan een huis in Voorburg.

Eind 1921 hebben Huszàr en Van Doesburg hun ruzie kennelijk bijgelegd, gezien de publicatie in De Stijl (augustus 1921) van zijn 'Beeldend Toneel' uit 1920-1921, dat later de Overwinning op de Zon van El Lissitzky in 1923 in Hannover uitgevoerd heeft beïnvloed. In januari 1922 werd ook een foto van fotoatelier Berssenbrugge en een door Huszàr van commentaar voorziene tekening van een eetkamer uit 1921 gepubliceerd in het tijdschrift.

Op 22 januari 1922 gaf hij tijdens het 2e congres van moderne kunst in Antwerpen een lezing 'Over de moderne toegepaste kunst' die in de maand daarop in twee delen werd gepubliceerd in het Bouwkundig Weekblad.

Van 10 januari tot en met 14 februari 1923 nam Huszar, met Theo van Doesburg, Nelly van Moorsel en Kurt Schwitters, aan de Nederlandse Dada-tournee. Zijn bijdrage bestond uit de 'Simultaneïstisch-méchanische dans' door een aluminium 'mechanische dansfiguur', die hij als een wajangpop op een groot wit scherm projecteerde. Van het grootste deel van de werken van Huszàr is helaas onbekend waar ze zijn. Een groot deel van zijn werk is alleen bekend van foto's die bijvoorbeeld in De Stijl werden gepubliceerd. Ook het origineel van deze 1 meter hoge mechanisch dansende pop van aluminium, papier en touw uit 1920 is verdwenen. Deze werd gereconstrueerd in de jaren '80 voor het Haags Gemeentemuseum.

Met een paar van de ontwerpen die Huszàr in 1919 maakte nam hij in 1923 deel aan de architectuurtentoonstelling ‘De Stijl’ in galerie ‘l’Effort Moderne’ in Parijs.

In 1923 nam hij, samen met Gerrit Rietveld, ook deel aan de Grote Berlijnse Kunsttentoonstelling, waarvoor ze een (niet-uitgevoerde) tentoonstellingsruimte ontwierpen. Ook dit ontwerp was oorsponkelijk niet uitgevoerd in zuivere primaire, maar in wat subtielere kleuren. Theo van Doesburg kleurde de foto's ervan voor publicatie in het tijdschrift Architecture Vivante wel met zuivere primaire kleuren in om dit werk meer bij de uitgangspunten van De Stijl te doen laten aansluiten.

Huszàr onderhield al vanaf 1921 internationale contacten en woonde enige tijd in Parijs.

Vanaf 1925 legde hij zich toe op het ontwerp van grafisch werk voor de reclameindustrie. In 1926 ontwierp hij een affiche en ander promotiemateriaal voor Miss Blanche Virginia sigaretten. Daarnaast ontwierp hij in deze periode ook veel tentoonstellingsaffiches.

Vanaf 1927 ging hij weer meer schilderen en vanaf 1930 ontwierp hij ook meubelen voor de firma Metz en Co.

Huszàr overleed in 1960 op circa 76-jarige leeftijd.

Van 8 maart tot 19 mei 1985 was er een groot retrospectief in het Gemeentemuseum in Den Haag.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 167.