kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 05-12-2008 voor het laatst bewerkt.

Vincent van Gogh

Vincent Willem van Gogh

Vincent Willem (19 jaar)

Theodorus van Gogh, dominee van de Nederlandse Hervormde Kerk, en Anna Cornelia Carbentus, dochter van een boekhandelaar, treden in 1851 in het huwelijk. Hun eerste kind, Vincent Willem van Gogh, wordt op 30 maart 1853 geboren in het Brabantse Zundert. Het echtpaar brengt nog vijf kinderen ter wereld, onder wie Vincents favoriete broer Theodorus (Theo).
De vorming van de jonge Vincent begint in 1861 op de dorpsschool. Later sturen zijn ouders hem naar twee kostscholen. Vincent blinkt uit in taal en bekwaamt zich in het Frans, Engels en Duits. In maart 1868, midden in het studiejaar, gaat hij abrupt van school en keert terug naar Zundert. Hij heeft zijn officiële schoolopleiding nooit hervat.
In juli 1869 wordt Vincent Van Gogh jongste bediende bij Goupil & Cie, een internationale kunsthandel met hoofdzetel in Parijs. Hij werkt in het Haagse filiaal dat door zijn oom Vincent is opgericht. Tijdens zijn verblijf in Den Haag, in augustus 1872, begint Vincent zijn broer Theo brieven te schrijven: een correspondentie die bijna achttien jaar zal voortduren.
Theo aanvaardt in januari 1873 een betrekking bij Goupil. Hij werkt aanvankelijk in Brussel, maar wordt in november van dat jaar overgeplaatst naar Den Haag.

Vanaf juni 1873 werkt Vincent Van Gogh in het Londense filiaal van Goupil. Het dagelijks contact met kunst wakkert zijn liefde voor schilderijen en tekeningen aan. In de musea en kunstgaleries van Londen bewondert hij realistisch werk van Jean-François Millet en Jules Breton dat het leven op het platteland verbeeldt.
Van Gogh verliest geleidelijk zijn belangstelling voor de bezigheden bij Goupil en verdiept zich in de bijbel. In 1874 wordt hij overgeplaatst naar Parijs, waar hij drie maanden verblijft. Vervolgens keert hij terug naar Londen.
Zijn prestaties bij Goupil worden steeds slechter. In mei 1875 stuurt de kunsthandel hem opnieuw naar de Franse hoofdstad, waar hij het Louvre bezoekt en de Parijse salon. Aan de muren van zijn kamer hangt hij prenten van de haagse-school en Barbizon-kunstenaars.
Eind maart 1876 wordt Vincent Van Gogh bij Goupil ontslagen. Het verlangen zijn naaste te helpen wordt steeds sterker en hij besluit dominee te worden.

Van Gogh keert in 1876 terug naar Engeland en wordt onderwijzer op een kostschool. In juli aanvaardt hij een betrekking in Isleworth (bij Londen), waar hij als onderwijzer en hulpprediker aan het werk gaat. Op 4 november houdt Vincent zijn eerste preek. Zijn interesse in het evangelie en prediken voor de armen neemt obsessieve vormen aan.
Tijdens een bezoek aan zijn ouders laat Vincent van Gogh zich overreden niet naar Engeland terug te keren. Het ambt van dominee blijft hem echter trekken. Hij verhuist in 1877 naar Amsterdam en schrijft zich in voor een studie theologie. Wanneer hij niet wordt toegelaten, volgt hij een korte opleiding op een zendelingenschool bij Brussel. In december 1878 wordt hij uitgezonden naar de Borinage, een arme mijnstreek in het zuiden van België, waar hij werkt als lekenprediker.
Te midden van de mijnwerkers leeft Vincent als één van de armen. Hij slaapt op de vloer en geeft al zijn bezittingen weg. Zijn buitensporige betrokkenheid valt bij de kerk in slechte aarde. Hij wordt ontheven uit zijn functie maar zet zijn evangelisatiewerk voort.

Van Gogh worstelt met zijn verlangen nuttig te zijn. In 1880 komt hij tot het inzicht dat hij ook als kunstenaar dienstbaar kan zijn aan God. Hij schrijft: 'Probeer de essentie te begrijpen van wat de grote kunstenaars, de serieuze meesters in hun meesterwerken zeggen, daarin zul je God terugvinden. De een heeft het geschreven of gezegd in een boek, de ander in een schilderij.'
Vincent verhuist naar Brussel en overweegt zich voor de kunstacademie in te schrijven. Hij besluit echter tot zelfstandige studie en werkt soms in gezelschap van de Nederlandse kunstenaar Anthon van Rappard. Aangezien Vincent Van Gogh geen middelen van bestaan heeft, ontvangt hij geld van Theo, die in de Parijse vestiging van Goupil werkt. Theo zal zijn broer regelmatig financieel blijven steunen tot aan zijn dood.
In 1881, in Etten, wordt Vincent verliefd op zijn nicht Kee Vos-Stricker, die hem echter afwijst. De hardnekkigheid van zijn avances heeft een tijdelijke breuk met zijn ouders tot gevolg. De intense religiositeit van Vincent begint te verflauwen.

Eind 1881 verblijft Van Gogh een aantal weken in Den Haag, waar hij schilderlessen krijgt van zijn neef Anton Mauve. Deze kunstenaar, een vooraanstaand vertegenwoordiger van de haagse-school, maakt hem bekend met de aquarel- en olieverftechniek.
Na onenigheid met zijn vader verlaat Vincent het ouderlijk huis in Etten. Hij huurt een atelier en volgt in 1882 weer lessen bij Mauve. Vincent Van Gogh choqueert zijn familie en Mauve wanneer hij zijn model Sien Hoornik - een zwangere, ongetrouwde prostituée - en haar jonge dochter in huis neemt.
Tijdens de zomer van 1882 maakt Vincent zijn eerste zelfstandige studies in water- en Olieverf. Zijn oom Cornelis van Gogh geeft hem opdracht twaalf stadsgezichten van Den Haag te schilderen.

In september 1883 reist Vincent naar de provincie Drente. Hij schildert het kale landschap en de landbouwers. Uit eenzaamheid en gebrek aan goede materialen blijft hij er slechts kort. Na nog geen drie maanden vertrekt hij naar het Brabantse Nuenen, waar hij bij zijn ouders intrekt.

De aardappeleters

In navolging van millet en breton besluit Vincent een boerenschilder te worden. Hij schetst en schildert de wevers van Nuenen en voltooit veertig geschilderde boerenkoppen en studies.
Er ontstaan spanningen wanneer Vincent Theo ervan beschuldigt zich onvoldoende in te zetten om Vincents schilderijen te verkopen. Theo wijst zijn broer erop dat het hem toegezonden werk donker van kleur is en haaks staat op het lichtgetinte palet van de impressionisten, de-stijl van dat moment in Parijs.
Op 26 maart 1885 krijgt de vader van Vincent onverwachts een beroerte en overlijdt. Kort daarna legt Vincent Van Gogh de laatste hand aan De aardappeleters, zijn eerste groots opgezette schilderij en meesterwerk.

Bij het vinden van modellen wordt Van Gogh tegengewerkt door plaatselijke geestelijken. Mede daardoor vertrekt hij in november 1885 uit Nederland en vestigt zich in Antwerpen. Hij zal niet meer terugkeren in zijn geboorteland.
De stadscultuur van Antwerpen geeft Vincent frisse inspiratie: Enfin, zeker is het dat Antwerpen voor een schilder zeer curieus en mooi is.' Hij kan gemakkelijk aan materialen komen, krijgt de gelegenheid naar naaktmodel te werken en heeft de kans de omvangrijke kunstcollecties in musea en galeries te bekijken, waaronder het werk van peter paul rubens. In de havenstad Antwerpen worden vele exotische waren aangevoerd, waaronder Japanse houtsneden, die Vincent begint te verzamelen.
In januari 1886 geeft Vincent Van Gogh zich op voor de École des Beaux-Arts in Antwerpen. De traditionele onderwijsmethoden irriteren hem al snel en na twee maanden houdt hij de opleiding voor gezien.

Op 27 februari 1886 komt Vincent aan in Parijs, waar hij bij Theo op Montmartre woont. Deze verhuizing heeft veel invloed op de ontwikkeling van zijn schilderstijl. Theo, die het filiaal van Goupil (nu Boussod, Valadon & Cie geheten) op Montmartre leidt, maakt Vincent bekend met werken van claude Monet en andere impressionisten. Tot dan toe heeft Vincent vooral Nederlandse schilderkunst en Franse realisten gezien; nu kan hij met eigen ogen vaststellen hoe impressionisten omgaan met licht en kleur en op welke wijze zij hun onderwerpen behandelen. Vier maanden lang studeert Vincent op het prestigieuze atelier van Fernand Cormon. Hij maakt kennis met eigentijdse kunstenaars, zoals Paul Gauguin, Henri de Toulouse-Lautrec, Emile Bernard, Camille Pissarro en John Russell.

Uit het Parijse werk van Vincent Van Gogh blijkt dat hij zich de invloeden uit zijn omgeving probeert eigen te maken. Bij de ontwikkeling van zijn eigen stijl, bestudeert hij de manier van werken van de impressionisten. Zijn palet wordt lichter, zijn penseelvoering losser. Hij volgt de impressionisten ook bij de keuze van zijn onderwerpen: de cafés en boulevards van Parijs, het platteland langs de Seine. Via Georges Seurat en Paul Signac ontdekt hij de stippeltechniek van het Neo-Impressionisme, ook wel pointillisme genoemd, waarmee hij naar hartelust experimenteert. 'Weet dat wat men tegenwoordig wil in de kunst, erg levend, sterk van kleur en hoog opgevoerd moet zijn', schrijft hij in die tijd aan zijn zuster Wil.

Vincent van Gogh is geïnteresseerd in portretkunst, die hij als mogelijke bron van inkomsten beschouwt. Aangezien hij zich geen modellen kan veroorloven, koopt hij een goede spiegel en gebruikt hij het beeld van zijn eigen gezicht om zijn talenten aan te scherpen. van Gogh schildert in Parijs minstens twintig zelfportretten, die een goede indruk geven van zijn experimenten met stijl en kleur. De eerste zelfportretten zijn opgezet in het grijs en bruin van zijn Brabantse periode, maar deze sombere tinten maken weldra plaats voor gele, rode, groene en blauwe kleuren. De steeds lossere penseelvoering toont de groeiende invloed van de impressionisten. In een brief aan zijn zuster schrijft Vincent: 'Vooreerst stel ik op de voorgrond dat eenzelfde persoon mijns inziens stof tot erg uiteenlopende portretten oplevert.' Een van de laatste zelfportretten in Parijs, Zelfportret als schilder, is een aangrijpende expressie van zijn persoonlijke en artistieke identiteit.

Kort na zijn aankomst in Parijs beseft Vincent van Gogh hoe ouderwets zijn donkere palet geworden is. Hij schildert studies van bloemen, door Theo vingeroefeningen genoemd, waarin hij probeert 'een intense kleur te bereiken en geen grijze harmonie'. Vincent gebruikt knotten wol met draden in verschillende tinten - rood en oranje, blauw en geel, oranje en grijs - om het effect van diverse kleurencombinaties te testen. Zijn palet wint geleidelijk aan helderheid, hij wordt ontvankelijker voor kleur in het landschap. Hij schildert regelmatig buiten in Asnières, een dorp bij Parijs waar de impressionisten geregeld werkten en schrijft hierover later zijn zuster Wil: 'En toen ik deze zomer te Asnières landschap schilderde, zag er meer kleur in dan vroeger.'

Tot Vincent Van Gogh's nieuwe vrienden behoren de schilders die hij de 'kunstenaars van de Petit Boulevard' noemt, Toulouse-Lautrec, Signac, Bernard en Anquetin, kunstenaars die jonger en minder beroemd zijn dan de impressionisten. van Gogh vat het plan op een harmonieuze leefgemeenschap van kunstenaars te stichten die samen wonen en werken. In 1887 organiseert hij een groepstentoonstelling in een Parijs restaurant, met eigen werk en schilderijen van vrienden. De kunstenaars van de Petit Boulevard ontmoeten elkaar vaak in de verfhandel van Père Tanguy, waar Vincent ook Gauguin regelmatig ziet. Tanguy, die vele jonge kunstenaars genereus van materialen voorziet, exposeert Vincents schilderijen af en toe in zijn etalage.
Bij de befaamde kunsthandelaar Siegfried Bing koopt Vincent van Gogh Japanse prenten, die hij aan een intensieve studie onderwerpt. In een Parijs café organiseert hij een tentoonstelling van deze kunstwerken, die zijn eigen werk enorm hebben beïnvloed. Naast enkele kopieën naar prenten, vinden we in veel schilderijen de heldere kleuren en sterke contouren van deze kunstvorm terug.

8 augustus 1908 kocht Helene Kröller-Müller het schilderij ‘Vier uitgebloeide zonnebloemen’ van Vincent van Gogh. De aankoop van dit werk markeert het begin van 100 jaar aankoopbeleid van moderne kunst door Helene Kröller-Müller, oprichtster van het museum. Strikt genomen is Vier uitgebloeide zonnebloemen niet de eerste aankoop van een schilderij van Van Gogh door Helene Kröller-Müller. Zij had al eerder het werk Bosrand, een bosgezicht uit de Haagse periode van de schilder uit 1883 gekocht.
In dit werk is de invloed te herkennen van impressionisme en pointillisme, de moderne Franse schilderstijlen waar Van Gogh in Parijs kennis mee had gemaakt. Hij schilderde dit doek aan het eind van de zomer van 1887 waarin Vincent van Gogh de zonnebloem als zelfstandig motief ontdekte. Hij schilderde drie kleine stillevens en tenslotte dit grote doek. Van Goghs keuze voor de zonnebloem was een hoogst originele. Opvallend in dit werk is zijn keuze voor uitgebloeide zonnebloemen. Vooral deze stillevens hebben Vincent van Gogh de iconische status gegeven van ‘de schilder van de zonnebloemen’. Zelf vond hij ook dat de zonnebloem bij hem hoorde zoals hij schreef in een van de brieven aan zijn broer Theo in 1889 'Je weet dat Jeannin de pioen heeft, Quost de stokroos, maar ik, ik heb een beetje de zonnebloem'.

Op 19 februari 1888 reist van Gogh, uitgeput van zijn activiteiten in Parijs, naar de Provence: 'Het lijkt me bijna onmogelijk om in Parijs te kunnen werken.' Met zijn oude droom van een kunstenaarscollectief in gedachten huurt hij een atelier in Arles, het 'Gele Huis', en nodigt Gauguin uit bij hem te komen wonen. In afwachting van Gauguins komst schildert Vincent stillevens van zonnebloemen om de kamer van zijn vriend te verfraaien. De bloemen staan symbool voor de zon, het overheersende kenmerk van de Provençaalse zomer. Gauguin beschrijft de schilderijen als 'Vincent ten voeten uit'.

De heldere kleuren en het sterkere licht van de Provence inspireren Vincent van Gogh. Hij maakt schilderij na schilderij in een krachtige, persoonlijke taal. 'Misschien, misschien ben ik dus op de goede weg en raakt mijn oog gewend aan de natuur hier,' schrijft hij aan Theo. Waar zijn werk in Parijs een breed scala aan onderwerpen en technieken bestrijkt, ontwikkelt hij in Arles steeds meer zijn eigen stijl, waarin een expressieve schilderwijze is gecombineerd met rijke kleuren.
Vincent beleeft een periode van aanhoudende creatieve activiteit. Hij wordt nauwelijks afgeleid, want hij kent vrijwel niemand: 'Hele dagen gaan voorbij zonder dat ik ook maar iemand spreek.' Hij raakt bevriend met de plaatselijke postbode, Joseph Roulin, en portretteert diens volledige gezin. De luttele andere kennissen van Vincent worden eveneens geschilderd.

Vincent van Gogh wordt gegrepen door de lente in de Provence. Hij schildert het landschap en concentreert zich daarbij op de bloeiende fruitbomen. Later, als de zomer aanbreekt, verplaatst hij zijn aandacht naar het plattelandsleven. Van Gogh werkt in de openlucht en schildert zijn doeken vaak in één lange sessie: 'Hoewel ik altijd direct ter plaatse werk, probeer ik [...] te vatten wat wezenlijk is.' Hij vereenzelvigt ieder jaargetijde en onderwerp met karakteristieke kleuren, waarbij volgens hem de boomgaarden voor roze en wit staan en de korenvelden voor geel.
Kleur ontwikkelt zich ook tot een expressief middel om bepaalde emoties over te brengen, een vernieuwing in zijn werk die aansluit bij het Postimpressionisme. Van Gogh beeldt het interieur van zijn slaapkamer in Arles met een maximum aan eenvoud af, waarbij hij gebruik maakt van kleurvlakken in complementair oranje en blauw, geel en violet, rood en groen. Hij schrijft er over aan Gauguin: 'Ik heb met al die verschillende tonen een absolute rust willen uitdrukken.'

In oktober 1888 komt Gauguin eindelijk aan in Arles. Negen weken lang werken hij en Vincent van Gogh zij aan zij en voeren heftige discussies over kunst. Gauguin maakt een portret van Vincent terwijl hij zonnebloemen schildert. Vincent beschrijft het als volgt: '[...] ik ben het echt, doodmoe en uiterst gespannen, zoals ik toen was.' Na verloop van tijd ontstaan er spanningen tussen het tweetal. Tijdens een psychotische episode in december bedreigt Vincent van Gogh Gauguin met een scheermes; later snijdt hij een stuk van zijn eigen linkeroor af. Hij wordt opgenomen in het ziekenhuis van Arles, dat hij in januari 1889 verlaat.
In Parijs, tijdens het voorjaar, trouwt Theo van Gogh met Johanna Bonger.

Na zijn ontslag uit het ziekenhuis van Arles lukt het Vincent van Gogh niet orde te scheppen in zijn leven of een nieuw atelier op te zetten. Hij schrijft zijn instorting toe aan overmatig gebruik van drank en mogelijk ook tabak, maar geeft geen van beide op. Uit angst voor herhaling laat hij zich in mei 1889 vrijwillig opnemen in de psychiatrische inrichting van Saint-Rémy, op 25 kilometer afstand van Arles. De arts die hem ontvangt, Théophile Peyron, stelt vast dat Vincent lijdt aan 'acute manie met visuele en auditieve hallucinaties'.

Van Gogh blijft een jaar in Saint-Rémy en richt een nabijgelegen cel in als atelier. Hoewel hij met tussenpozen last heeft van aanvallen, maakt hij in deze periode 150 schilderijen. Aanvankelijk mag Vincent van Gogh het terrein van de inrichting niet verlaten en schildert hij de wereld die hij ziet vanuit zijn raam, tussen de tralies door. Ook put Vincent inspiratie uit irissen, seringen en met klimop bedekte bomen die groeien in de ommuurde tuin. Later krijgt hij toestemming buiten de inrichting te werken en schildert hij de korenvelden, olijfbomen en cipressen uit de omgeving. De strikte leefregels van de inrichting hebben op Vincent van Gogh een stabiliserende invloed: 'Ik voel me hier met mijn werk gelukkiger dan ik hier buiten zou kunnen zijn. Als ik hier vrij lang blijf, zal ik mij beheerster gaan gedragen en op den duur zal dat leiden tot meer orde in mijn leven en minder gevoeligheid.'

Vincent van Gogh kan soms door zijn ziekte zijn kamer niet verlaten om buiten te gaan schilderen. In dat geval maakt hij kopieën naar zijn favoriete kunstenaars, zoals Millet, Rembrandt en Delacroix. Daarbij zet hij zwart-wit reprodukties uit zijn prentencollectie om in uiterst persoonlijke kleurencomposities. Hij maakt meer dan twintig kopieën van boerentaferelen van Millet en geeft nieuwe vorm aan de Piëta van Delacroix, waarin de bebaarde Christus enige gelijkenis vertoont met hemzelf. Als Vincent tijdens een bijzonder hevige aanval verf doorslikt om zich te vergiftigen, mag hij enige tijd uitsluitend tekenen.

Tijdens zijn verblijf in Arles en Saint-Rémy stuurt Vincent van Gogh zijn doeken op naar Theo in Parijs. Ondanks zijn ziekte schildert hij in deze periode het ene meesterwerk na het andere, zoals Irissen, Cipressen en De sterrennacht. Theo prijst de nieuwe schilderijen: 'Ze hebben allemaal een kleurenkracht die je nog niet eerder had bereikt [...], maar je bent verder gegaan & terwijl anderen het symbool nastreven door de vorm geweld aan te doen, zie ik dat bij jouw schilderijen in de samenvatting [...] van je gedachten over de natuur en de levende wezens.'
Van Gogh's werk begint ook anderen op te vallen. De Belgische avant-gardistische kunstkring Les Vingts houdt in 1890 een tentoonstelling waarin plaats is ingeruimd voor zes van zijn schilderijen. Wanneer van Gogh recent werk exposeert in de salon des Indépendants - twee doeken in 1889 en tien in 1890 - brengen zijn vrienden in Parijs hem op de hoogte van de uitstekende ontvangst. 'Ik maak u mijn oprechte complimenten, en voor vele kunstenaars bent u op de tentoonstelling de meest opmerkelijke' schrijft Gauguin.

In januari 1890 schrijft Albert Aurier in de Mercure de France een gunstige kritiek over Vincents schilderijen. Aurier brengt hem in verband met de symbolisten, die samen met andere postimpressionistische groepen als de nabis veel aandacht zullen krijgen in dit decennium. Vincent van Gogh is geroerd door het artikel, maar ontkracht zijn betekenis als kunstenaar in een brief aan de criticus: 'Want het aandeel dat ik daarin heb of zal hebben, dat verzeker ik u, zal altijd van zeer ondergeschikt belang blijven.'
In januari 1890 wordt Theo's zoon Vincent Willem van Gogh geboren.

In mei 1890 verlaat Vincent van Gogh de inrichting in Saint-Rémy. Hij vertrekt naar Auvers-sur-Oise, een plaatsje in de buurt van Parijs. De ligging is ideaal: verwijderd van het jachtige leven in de metropool en tegelijkertijd zo dicht bij de stad dat regelmatige bezoeken aan Theo van Gogh mogelijk zijn. Vincent vertrouwt zichzelf toe aan de zorg van Paul Gachet, een homeopathisch geneesheer en tevens amateurschilder. Hij vat al snel genegenheid op voor de arts en schrijft zijn zuster Wil dat hij in dokter Gachet 'een ware vriend' gevonden heeft. Gachet geeft van Gogh de raad zijn ziekte uit zijn hoofd te zetten en zich volledig op het schilderen te concentreren.

In Auvers-sur-Oise gaat Vincent van Gogh direct weer aan de slag. Hij maakt portretten van zijn nieuwe kennissen en schildert de omgeving, met inbegrip van nabijgelegen korenvelden en de tuin van de schilder Daubigny. Hij werkt met grote intensiteit en produceert in deze maanden bijna een schilderij per dag. Een serie van twaalf doeken in een opvallend langgerekt formaat is zijn eerbetoon aan het leven op het platteland: 'Ik weet bijna zeker dat ik in die doeken datgene heb verwoord wat ik niet in woorden kan uitdrukken, nl. hoe gezond en hartversterkend ik het platteland vind.' Van Gogh maakt een rustige periode door, al vreest hij wel voor hernieuwde psychische instabiliteit.

Begin juni gaat van Gogh op bezoek bij Theo. Deze is zijn werk bij Boussod beu en overweegt een eigen zaak te beginnen. Hij waarschuwt Vincent dat zij allemaal de buikriem zullen moeten aanhalen. Theo's ongenoegen raakt Vincent diep en maakt hem zeer ongerust: 'Ook mijn leven is aan de wortel aangetast, ook ik sta niet meer stevig op mijn benen.'
Op 27 juli 1890 loopt Vincent van Gogh een korenveld in en schiet zichzelf in de borst. Hij strompelt terug naar zijn kamer, waar hij twee dagen later, op 29 juli, in Theo's bijzijn overlijdt. De dag erna wordt hij in Auvers begraven. Onder de aanwezigen bevinden zich Lucien Pissarro, Emile Bernard en Père Tanguy. Bernard beschrijft later hoe Vincents kist bedekt is met gele bloemen en hoe zijn ezel en penselen op de grond stonden, naast de kist.
Vincent van Gogh's schilderijen worden nagelaten aan Theo. Zijn werk zal uiteindelijk een enorme invloed hebben op vooruitstrevende kunstenaars van de twintigste eeuw.

In september 1890 organiseert Theo van Gogh een herdenkingstentoonstelling van Vincent van Gogh's werk in zijn appartement in Parijs. Theo wordt kort daarna ernstig ziek en overlijdt op 25 januari 1891. Zijn vrouw Johanna keert terug naar Nederland, samen met hun zoontje en de collectie schilderijen die Theo van Vincent heeft geërfd. Na Johanna's dood in 1925 gaat de collectie over op haar zoon Vincent Willem van Gogh (1890-1978).
Wanneer de Nederlandse overheid het initiatief neemt tot de bouw van een aan Vincent van Gogh gewijd museum, draagt Vincent Willem van Gogh de geërfde werken in 1962 over aan de nieuw opgerichte Vincent van Gogh Stichting. De bouw van het museum gaat in 1969 van start en wordt uitgevoerd naar een ontwerp van Gerrit Rietveld. Vanaf de officiële opening in 1973 herbergt het museum de grootste collectie Van Goghs ter wereld, in bruikleen van de Vincent van Gogh Stichting.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 807.