kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-04-2011 voor het laatst bewerkt.

Weense-Sezession

Wiener Secession

De Wiener Secession is een vereniging van beeldende kunstenaars (Vereinigung bildender Künstlerinnen Österreichs-(secession)(VBKÖ) uit het Wenen van het fin de siècle. Daarnaast is het de benaming van de plaatselijke variant van de jugendstil.

De vereniging werd op 3 april 1897 opgericht door de kunstenaars Gustav Klimt (1862-1918), Carl Moll (1861- 1945), Josef Engelhart (1864-1941), de architecten Otto Koloman Wagner (1841–1918), Koloman Moser, Josef Hoffmann, Joseph Maria Olbrich, en andere kunstenaars. Het was een afsplitsing (secessie = afscheiding) van het traditionalisch ingestelde Wiener Künstlerhaus in navolging van voorgangers in Berlijn en in München waar al eerder Secession's waren opgericht.

Joseph Maria Olbrich, 1898. Lithografie, 57.8x50.9 cm

De eerste expositie van de Secession werd gehouden in een bloemenhal in Wenen, de tweede in 1898 in het door Olbrich ontworpen Secessionsgebouw op het Karlplatz, kortweg de Secession, met de grote vergulde koepel van laurierbladeren en op het gebouw de tekst 'Ver Sacrum' (= heilige lente), de naam voor het tijdschrift vat deze vereniging dat gedurende de beginjaren werd uitgegeven. Boven de ingang staat het door de kunstcriticus Ludwig Hevesi geschreven motto: 'Der Zeit ihre Kunst/ der Kunst ihre Freiheit'. Er waren panelen van gebrandschilderd glas en interieurs ontworpen door Moser.

Over het nieuwe gebouw van de Secession, 1898
Uit: Hermann Bahr, Meister Olbrich. in: Die Wiener Moderne, 1981
Is het Secessionsgebouw een eerlijk gebouw? En is het decoratief? Dit eerste kunnen we zonder meer bevestigen. Je ziet meteen het karakter ervan. Dit kan alleen maar een onderkomen voor kunstwerken zijn. De drie delen waaruit het gebouw bestaat vallen onmiddellijk op: onder de bekronende koepel van laurierbladeren bevindt zich de voorhof bedoeld voor de zuivering van de geest, dan de ruimte voor de kunstwerken en tenslotte de architectuur voor meditatie en gebed, de kapel. Verdorven als wij zijn komt dit alles ons nu echter nogal vreemd en zonderling voor. Onze woningen zien er immers uit als paleizen waarmee we pronken. De woning is eigenlijk bedoeld om te werken maar wordt bestemd voor feesten.
De huizen verbergen hun karakter; wij hebben verleerd wat een facade is. Wij zijn gewend de facade te zien als een simpel spel van zuilen, balken en versieringen. We moeten eerst nadenken om het ware karakter van dit huis te zien. Maar is het ook decoratief? Velen zeggen van niet. Ze klagen dat het monotoon is, ze missen de kleur en beweren dat men van geen enkele kant een rustig beeld krijgt van het totaal. Wij weten immers geen onderscheid meer te maken tussen decoratief en de G'schnas (gemaskerd bal van de Weense kunstenaars). Alles moet onrustig, bont en grillig zijn. Voor het fraaie effect van grote vlakken hebben we geen oog meer. Het bouwen is een zinloos spel met mooie vormen zonder betekenis geworden. Het is oppervlakkig geworden en moet grappig en geestig zijn. Alle waardigheid, de dwingende ernst van het wezen van de kunst, de grootheid is deze vorm van kunst, de strengste van alle, ontnomen.


Hoewel de eerste werken van de Secession voornamelijk in de Art Nouveau stijl waren ontworpen, werd het werk steeds rechtlijniger. Op de tentoonstelling van 1900 waren ruimten van Charles Rennie Mackintosh, Charles Robert Ashbee en Henry van de Velde te zien.

Uit de Wiener Secession kwam in 1903 de op Charles Ashbee's Guild of Handicraft geispireerde Wiener Werkstätte voort, een produktiegemeenschap voor toegepaste kunst, die door bankier Fritz Wärndorfer (1869-1939), Hoffmann en Moser werd opgericht.

Josef Hoffmanns Purkersdorf Sanatorium (1904-1906) met de geometrische vormen, die weer terugkwamen in de zwart-witte vierkante leunstoel van Koloman Moser en die speciaal voor het project was ontworpen, illustreerden de Secession-stijl van na 1900 en waren voorlopers van de geometrische abstractie van het Modernisme.

In de Secession was de onderlinge verstandhouding ondertussen op een laag peil aanbeland en toen kunstenaar Carl Moll in 1905 door medeleden werd aangevallen, besloten Klimt en zijn aanhangers -bekend als de 'stilisten'- de groep te verlaten'. Ook Hoffmann verliet al snel de groep. Van 1919 tot 1920 was Franz Messner voorzitter.

Op bezoek bij Professor Olbrich
Uit: Henry Paris: Einige Stunden bei Professor Olbrich. in: Echo de Paris, 1906
(...) 'Kunst is niets anders dan 'de evenwichtige en op schoonheid gerichte vormgeving van het leven. Kunst is niets anders dan het leven gezien door het oog van een bepaald temperament dat zich bewust is van zichzelf. Kan een kunstopleiding dit bewustzijn opwekken? Neen! (...) Men beweert dat ik de Klassieken niet ken. Terwijl ik de 'Prix de Rome' heb gewonnen in de Weense prijsvraag voor architectuur. Ik ben twee jaar in Italië geweest en ik ken de meesters van de klassieke kunst vermoedelijk beter dan die studeerkamergeleerden. Ik heb altijd vijanden gehad. In 1898 had ik in Wenen net het Secessiongebouw voltooid. Toen ik er op een zondagmorgen langs liep herkende ik het gebouw niet meer. Het gepeupel had de gevel besmeurd met vuil en afval. Het was zondag en nergens was een arbeider op te trommelen die het zou kunnen verwijderen. De hele dag hoorde ik de schimpscheuten aan en 's avonds moest ik mij via een zijstraat in veiligheid brengen. Hier ben ik de vreemdeling, ik ben als inwoner van Wenen en komend van elders degene die brave burgers aan het schrikken brengt.' 'Maar u heeft toch meer en meer succes?' 'Dat klopt. In Engeland, Amerika en Frankrijk waar ik misschien in 1911 een tentoonstelling heb. Voor volgend jaar heb ik een opdracht van de industriëlen Gluckert, die in hun fabriek alle Jugendstilmeubelen vervaardigen. (...)

Een aantal van mijn studenten hebben thans in Pruisen uitstekende banen en ik hoop dat ze mijn ideeën uitdragen en de mensen wakker zullen schudden en hun de nieuwe opvattingen zullen uitleggen.' (...) 'Wat is uw laatste, belangrijke werk? Wat beschouwt u als een van uw beste?' 'Komt u mee naar het atelier, ik zal het u laten zien.' De professor laat mij een paar foto's zien van het gebouw dat destijds voor de tentoonstelling in Keulen werd gebouwd. Een juweel van eenvoudige, zuivere kunst, waarvan de afbeeldingen alleen al iemand enthousiast maken. Op het gebouw staat de zin die Olbrich zich heeft eigen gemaakt: Om te kunnen leven moet de mens zich naar binnen keren en de natuur inademen. De door professor Olbrich ontworpen huizen zijn inderdaad gemaakt om in weg te kunnen dromen en om tot zelfbezinning te komen.(...) Deze kunstenaar houdt zich met alles bezig; alles wat door zijn handen gaat, komt er glanzend en bezield uit tevoorschijn: een ketting, een piëdestal, een waaier, het handvat van een paraplu. Levenloze voorwerpen beginnen te 'leven' en geven hun verborgen en door het verstand niet te verklaren symboliek prijs.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 98.