kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Wessel Couzijn

Joods-Nederlandse expressionistische beeldhouwer, collagekunstenaar, schilder, tekenaar; figuurvoorstellingen, non-figuratief, portretten, erotiek

Naamsvarianten: Bill Cousijn, Wessel Cousijn,

Geboorteplaats/datum Amsterdam 1912-06-17
Sterfplaats/datum Haarlem 1984-05-16

Couzijn heeft zich tijdens zijn carrière met vele vormen van kunst beziggehouden. Van schilderen en tekenen tot beeldhouwen.

levensloop
Op driejarige leeftijd verhuist hij met zijn moeder naar New York. Daar wordt kinderverlamming bij hem geconstateerd, waardoor hij jaren in ziekenhuizen moet doorbrengen. Als gevolg van deze ziekte kan Couzijn een arm niet meer optimaal gebruiken. De fysieke kant van het beeldhouwen is daardoor een zware opgave voor hem.

Toen Wessel Couzijn zijn school verwaarloosde, stuurde zijn moeder hem naar familie in Amsterdam.

1930 Opleiding Rijksakademie van beeldende kunsten (Amsterdam).
In 1930 wordt Couzijn toegelaten tot de schilderafdeling van de Rijksacademie in Amsterdam. Op die afdeling wordt vaak met gips gewerkt. Couzijn is hier zo enthousiast over dat hij zich inschrijft voor de beeldhouwafdeling. Op de academie krijgt hij les van hoogleraar Jan Bronner. Couzijn is een groot bewonderaar van Bronner. Zo maakt hij vaak beelden volledig in de geest van Bronners architectonische beeldhouwkunst. Daarnaast opleidingen in New York, Rome en Parijs.

Leraar van Willy van der Putt,

Verbleef in Rome, Parijs en New York tot hij in 1946 in Nederland terugkeerde.
In zijn gestileerde mens- en dierfiguren uit deze periode is invloed van Lipchitz en Zadkine waarneembaar.

Rome 1936 - 1939
Verbleef in Rome (Prix de Rome, 1936),

Amsterdam 1938 - 1939

Parijs 1939 - 1940

New York 1940 - 1945
In de oorlog vluchtte Couzijn, die jood was, naar de Verenigde Staten, waar hij beroemde kunstenaars als Zadkine en Jackson Pollock leerde kennen.

Amsterdam 1946 - 1970
Terug in Amsterdam gaf hij les en werkte hij aan zijn beelden.

In 1947 maakt Couzijn een gedenkteken in steen voor het bordes van het stadhuis van Made. Bronner is niet zo te spreken over dit werk. Couzijn is erg aangeslagen door zijn reactie en zoekt zijn eigen weg. In 1948 begint de kunstenaar met brons te werken.

1950 De Groep Amsterdam
Rond 1950 vormde hij onder andere met Shinkichi Tajiri, Ben Guntenaar, Carel Kneulman en Hans Verhulst de Groep Amsterdam. Pas toen kreeg zijn werk de moderne trekken, met een steeds grotere vrijheid van vorm en expressie.

De kunstenaar maakt in 1951 een ontwerp voor het Nationaal Monument voor de Koopvaardij in Rotterdam. Dit ontwerp betekent een doorbraak voor hem. De open, losse vormen die hij gebruikt zijn nog vrij nieuw in Nederland. Voor het eerst herkent men in de aangevreten en uitwaaierende vlakken de latere Couzijn.

Centraal stond het verlangen naar vrijheid, met agressie als een verdedigingshouding. Abstractie en plasticiteit ondersteunen dit concept. Couzijn gebruikte hiervoor wilde vormen en uitstulpingen en hij verwerkte er allerlei gevonden materiaal in, zoals flessendoppen, stukjes buis en rotanstokjes. In 1958 vindt hij eindelijk een goede gieterij die zijn ingewikkelde en gecompliceerde mallen kan gieten met de cire-perdue techniek.

Biënnale Venetië (1960)
Couzijn maakte in de jaren zestig een reeks zeer expressieve bronzen beelden. Veel van zijn beelden uit deze tijd hadden een soort vleugels, een hoog oprijzende houding en scherpe uitsteeksels. Ze waren voor het eerst te zien in het Nederlandse paviljoen op de Biënnale in Venetië (1960), dat bijna helemaal aan Couzijn was gewijd. Daarmee kreeg hij, na veel afwijzingen en teleurstellingen, eindelijk (inter)nationale erkenning. Couzijn toont daar voor het eerst de brozen sculptuur ´Belichaamde Eenheid´ die in 1963 voor het Unilever-gebouw in Rotterdam wordt geplaatst.

Ateliers '63
Couzijn was ook samen met Mari Andriessen en Nic Jonk oprichter van de Ateliers '63 in Haarlem en tot aan zijn dood in 1984 was hij er docent. Hoogste doel van de Ateliers was expressieve vrijheid. Onder leiding van ervaren kunstenaars leerden de cursisten "Zichzelf te uiten in hun werk, om zo tot iets eigens te komen", zoals Couzijn toen uitlegde. Docenten zijn behalve de beeldhouwers Wessel Couzijn en Nic Jonk, de kunstschilders Arie Kater en Ger Lataster.

1968 Stedelijk Museum - met schokkende installaties zoals een bed met bronzen beelden die aan de oorlog en Auschwitz deden denken.

Amstelveen 1975

Zijn latere beelden zijn abstract, barok van vorm en van een dramatische expressie, vaak opgebouwd uit losse scherven en pieken van metaal, zoals 'Belichaamde eenheid' (1963; Unilevergebouw, Rotterdam). In zijn laatste jaren combineerde hij gegoten vormen met bestaande voorwerpen (tafel, bed of stoel).

In het Rijksmuseum Kröller-Müller (Otterlo) zijn van hem te zien: 'Kaartspelers' (1950) en 'Vliegende figuur' (1958).


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 596.