kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.
Dit artikel is 10-10-2008 voor het laatst bewerkt.

Wilhelm Leibl

Drie vrouwen in een kerk

Duits schilder en etser van het realisme, 23.10.1844 Keulen - 05.12.1900 Würzburg.

Wie geen koeien kan schilderen, moet ze maar melken, dat leidt tenminste nog tot iets. - Wilhelm Leibl

In zekere zin zijn het realisme van de jaren zestig tot tachtig van de 19e eeuw en diens extremere versie het naturalisme in de jaren tachtig en negentig logische opvolgers van de Biedermeier. In het Duitse taalgebied zijn vooral de schilders Adolph von Menzel (1815-1905), Hans Thoma (1839-1924) en Wilhelm Leibl (1844-1900) bekend. In Oostenrijk was Hans Makart (1840-1884) de meest invloedrijke schilder.

Leibl bleef bijna heel zijn leven in Opperbeierse dorpen, bij boeren, dorpspolitici en stropers, die model stonden voor zijn schilderijen. Met een hardnekkige vlijt heeft hij feilloos, in alla-primatechniek, elke houtvezel, elke ader in het vlees, elke weefseldraad van de kledij geschilderd. Leibl dankte zijn volle ontplooiing aan zijn contact met Courbet vanaf 1869 te Parijs. De latere Keulse portretten van mannen tonen aan dat hij een van de grootste portrettisten was van zijn tijd. (25 eeuwen 274)

Drie vrouwen in een kerk, 1882, olie 113x77, Hamburg, Kunsthalle
De specialiteit van Wilhelm Leibl was het boerenleven, geschilderd op de nauwkeurige manier van de oude meesters. Hij begon met de Dachauerinnen en bereikte een hoogtepunt in Drie vrouwen in een kerk. Dit schilderij kan worden gezien als het meesterwerk van het Duits Realisme. (Summa)
Zijn beroemdste werk, de Drie vrouwen in de kerk, is in Beieren ontstaan tijdens zijn zgn. 'Holbeinperiode'. Het ontstond in de drie jaar die hij in het Beierse dorpke Berbling woonde. Toen heeft hij met zijn realistische, bijna fotografische waarnemingstalent, dat de details als van vlakbij weergaf, een ongekende hoogte bereikt. Het werk spreekt tevens door de rustige grote compositie die een tegenwicht vormt voor de heldere krachtige kleuren. De synthese van Ingres tussen vorm en kleur komt hier weer - zij het anders - naar voren. (KIB 19de 106)

Biografie
Zijn eerste scholing kreeg Leibl bij Hermann Becker. Daarna verhuisde hij naar de academie in München om de oude meesters in de Alte Pinothek te bestuderen. Daar leerde hij vooral de techniek en compositie van de werken van Rubens en Van Dyck kennen.

Reeds op 22-jarige leeftijd schiep hij in 1866 zijn uitzonderlijke werk Beeltenis van de vader. Zijn doorbraak als kunstenaar bereikte Leibl met het portret Mina Gedon (1868-1869). Dit portret, dat tot in de kleinste details is uitgewerkt, en waarvan de psychische expressie fijnzinnig en sterk gedifferentieerd is, maakte op een expositie zo'n indruk op Courbet dat hij Leibl in 1868 een opdracht en een verblijf in Parijs bezorgde.

Zijn Parijse werk toont enerzijds zijn bekendheid met het werk van Courbet en Manet, anderzijds verwerkte hij indrukken die hij met de studie van het werk van Frans Hals in het Louvre opdeed (De Cocotte en De Oude Parisienne).

Pál Szinyei Merse, door Wilhelm Leibl, 1869.

Pál Szinyei Merse (ook bekend als Paul von Szinyei-Merse) (4 juli 1845 - 2 februari 1920) was een Hongaars schilder en politicus.

Merse leerde schilderen aan de Academie voor Schone Kunsten in München, onder leiding van Karl von Piloty. Hij was een vriend van Wilhelm Leibl en Hans Makart. Zijn schilderijen zijn vroege voorbeelden van Impressionisme in Hongarije en Centraal-Europa.

Behalve schilder was hij ook politicus. Hij was een lid van het parlement, waar hij vocht voor de modernisatie van het kunstonderwijs. Alt, Johann Sperl en Rudolf Hirth du Frênes de zogenoemde kunstenaarskring Leibl-Kreis. Het doel van deze groep, waartoe ook Wilhelm Trübner, Carl Schuch en Hans Thoma behoorden, was een realistische vorm van de plein-air-schilderkunst. De kring viel in 1873 uiteen toen Leibl, die de toon aangaf, uit München wegging.

In Duitschland is, naast Fritz Mackensen en Graaf Leopold von Kalck-reuth, vooral Wilhelm Leibl de bijzonderste schepper van afzonderlijke boerengestalten geweest. Hij was in Keulen geboren, maar van Beieren afkomstig en leefde daar, in zijn jonge jaren, onder de boeren. Hij had er later herhaaldelijk zijn werkplaats in kleine dorpen. De landelijke eenzaamheid was hem lief. Hij schreef eens aan zijn moeder: ‘Hier in de vrije natuur en onder natuurmenschen kan men natuurlijk schilderen.’ Al wat hij rond hem zag, nam hij als model: jongens en meisjes in de dorpskerk, jagers, boerenparen, landlieden in huis of in de kroeg. Portretschilder als hij was, verkoos hij boven de officieele opdrachten, deze eenvoudige modellen, in hun Beiersche kleederdrachten. Hij vertoont wel eenige verwantschap met Courbet, met wien hij langen tijd in Parijs verkeerde. Maar hij verwierf snel zijn eigen persoonlijkheid. Door den omvang van zijn werk kan hij met Millet vergeleken worden; maar hij overtreft hem door de karakteruitbeelding van zijn modellen. Zij worden nooit geïdealiseerd. Zijn ‘Dachauer-vrouwen’ hebben hem in het boerengenre beroemd gemaakt, Het was een meesterstuk van lichtende kleurenpracht. Zooals die twee boerinnen, in haar zondagskleeren, voor den witten muur en het raam van een dorpskroeg zitten te praten, komen zij ons voor als de onmiddellijke, natuurgetrouwe wedergave van het meest echte leven. Zijn ‘Ongelijk Paar’ toont ons een ouden tandeloozen Beierschen boer, naast een frissche, gezonde meid. Zijn ‘Dorpspolitiekers’ ook is een buitengewoon geslaagd beeld. Vijf boeren zitten in het hoekje van een herberg bij het raam op houten banken te luisteren naar den krantenlezer. Elk heeft zijn eigen karakter. Hun aandacht is gespannen. De gelaten, de houdingen, de handen zijn angstvallig naar het leven geschilderd. Aan het vroeger reeds besproken stuk ‘Boerenvrouwen in de kerk’ heeft hij jaren gewerkt, met de nauwgezetheid van een Dürer of een Holbein. Hij heeft ook stemmingsvolle boeren-interieurs geschilderd, zooals zijn ‘Dagbladlezers’, zijn ‘Spinster’, zijn ‘Boerenkeuken’, zijn ‘Meisje bij het raam’, maar telkens blijven de kleine landelijke figuren, die er in voorkomen, het hoofdbestanddeel van het werk. Zij zijn met een realiteitszin weergegeven, die ze tot onvergetelijke boerengestalten maakt. - (uit Jozef Muls 'Boeren - gestalten' in: Dietsche Warande en Belfort. Jaargang 1945 Wilhelm Leibl (1844—1900) was de Mentor der moderneren. De vrijere manier van schilderen, waardoor hij de wegwijzer werd van hen, die de atmospheer, de lucht in de verf willen geven, was gegrond op een zoo doordringende en minutieuze studie van de natuur als waarin zelden een kunstenaar zich begeven heeft. Ware kunststukken zijn de detailstudies van een keurslijf en schort eener boerin, van handen enz. Zoo gewetensvolle, droge maar vaste copieën van de natuur als zelden gemaakt zijn. Geheel en al het eenig en onverdeeld pogen om door en door te begrijpen en volkomen klaar weer te geven wat hij zag. Zijn boerinnen in de kerk, zijn dorpspolitiekers, werden gansch naar deze opvatting geschilderd. Koud en niet zeer zielvol, maar overweldigend-deugdelijk en prachtig begrepen. Reeds in den zelfden tijd, maar vooral later werd hij de onvervaarde kleursmeerder met de breede kwast, die we in veel van zijn portretten en studies vinden. Niet zoo levend modelleerend als Hals, geeft hij toch een volstrekt tonige en „luftige" peintuur. Het portret van een oud heer is vooral door het levend, lichtend gelaat en de vleezige handen opmerkelijk. Prachtig van kleur is ook een man met een hond, een klein schilderij. Kn een familie aan tafel. vooral „locker' in een jongenskop en een vrouwengelaat, is een meesterstuk. - (uit 'Een eeuw van beeldende kunst in Duitschland' door Cornelis Veth in Elseviermaandschrift jaargang 1907 www.elseviermaandschrift.nl))


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 47.