kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Willem Roelofs

1892 - Portret van Willem Roelofs door Jozef Israëls

Nederlandse schilder, aquarellist, etser en lithograaf, geboren in Amsterdam, 10 maart 1822, overleden te Berchem, 12 mei 1897.

De Haagse schilder Willem Roelofs wordt beschouwd als een voorloper van de Haagse School: een groep schilders van het landschap die zich concentreerden op de sfeer en lichtval in de natuur. In de jaren dat hij in Brussel woonde (1847-1887) vormde Roelofs een schakel tussen de Franse School van Barbizon en de vooruitstrevende Nederlandse landschapsschilders in Den Haag. Zelf schilderde hij vooral Hollandse landschappen met waterpartijen en koeien. Roelofs had het schildersvak geleerd bij Van de Sande Bakhuyzen en op de Haagse Academie.

'Landschap bij naderend onweer' (1850) schilderkunst, de Romantiek, in de trant van Barend Cornelis Koekkoek en Andreas Schelfhout. Dramatische landschappen als 'Naderend onweer' tonen de grootsheid van de natuur. Dreigend hangt de donkere wolkenmassa boven het duinlandschap. De ruiter geeft zijn paard de sporen. Hij houdt zijn hoed vast, zijn jas wappert in de wind. Een hond volgt hen. Haast is geboden, het onweer kan elk moment losbarsten. Even breekt de zon door de wolken. Het licht beschijnt de zandgrond en doet de zilverwitte berkenstammetjes oplichten tegen de donkere duinen. Het tafereel toont de nietigheid van de mens tegenover de grootsheid van de natuur. Dit is kenmerkend voor de romantiek. De dramatische voorstelling is in 1850 geschilderd door Willem Roelofs.

'Landschap bij naderend onweer' is een van Roelofs laatste schilderijen in de romantische stijl. Later zou hij op een meer impressionistische wijze gaan schilderen. Ten tijde van het onweerslandschap ging het Roelofs vooral om het dramatisch effect en niet om een nauwkeurige weergave van de natuur. Dat is te zien aan het berkenbosje. Terwijl ruiter en paard tegen de storm opboxen, staan de berkenbomen er roerloos bij, alsof het windstil is.

School van Barbizon
Na het zien van de werken van de School van Barbizon in 1852 breekt Willem Roelofs als één van de eerste kunstenaars in de negentiende eeuw met de romantische traditie. De natuur is de stof waaruit wij moeten putten, was het credo van de vermaarde landschapschilder Willem Roelofs. Als een van de eerste Nederlandse kunstenaars trok hij, in navolging van de schilders uit de School van Barbizon, er ’s zomers op uit om direct in de natuur inspiratie op te doen voor zijn virtuoze landschappen.

Polder bij Gouda, 1884
Olieverf op doek en paneel, 47 x 63 cm, Collectie Museum Jan Cunen

Niet langer schildert hij gedramatiseerde landschappen, maar meer en meer impressies van de waargenomen natuur. Na 1856 schilderde Roelofs uitsluitend nog het Hollandse polderlandschap met zijn rietrijke plassen, bebeemde rivieroevers, half verdronken uiterwaarden en molens aan de horizon. Hiermee maakte hij de weg vrij voor het grote succes van de meesters van de Haagse School.

Snuitkevers
Niet alleen bestudeert Willem Roelofs de natuur voor zijn schilderkunst, maar hij verzamelt ook insecten. Roelofs maakt studies van snuitkevers en publiceert hierover in verschillende wetenschappelijke tijdschriften. In 1855 richtte hij de Belgische Vereniging voor Entomologie op, waarvan hij in 1878 voorzitter werd.

Levensloop
Willem Roelofs werd geboren als zoon van een Amsterdamse steenbakker. Toen hij 4 jaar oud was verhuisde het gezin naar Utrecht, waar Willem al op zeer jeugdige leeftijd begon te tekenen. Zijn eerste geschilderde landschap dateert van 1837. Kort daarop kreeg hij schilderslessen van de Utrechtse amateur-schilder A.H. de Winter. In deze periode exposeerde hij ook voor de eerste maal op de Tentoonstelling voor levende Meesters te Amsterdam en Rotterdam.

Roelofs leerde het schildersvak op de Haagse Academie. In 1840 kreeg hij in Den Haag een jaar les van de landschap- en dierenschilder Hendrikus van de Sande-Bakhuyzen, met wie hij een jaar later een studiereis naar Duitsland maakte.

Tot 1846 zou hij bij zijn ouders in Utrecht blijven wonen. In 1847 behoorde hij in Den Haag tot de oprichters van het Schilderkundig Genootschap “Pulchri Studio”, ten huize van Jan Hardenberg, samen met Johan Hendrik Weissenbruch, Jan Weissenbruch, Jan Frederik Van Deventer, Willem Antonie Van Deventer, Jacob Jan Van der Maaten, F. H. Michaël, Bart van Hove en Johannes Bosboom. Hetzelfde jaar nog verhuisde hij naar Brussel, waar hij tot 1887 zou blijven wonen.

In de 50 en 60er jaren trok Roelofs er vaak op uit naar de rivier de Senne, naar Belgisch Limburg en naar de Kempen. In 1851, 1852 en 1856 reisde hij naar Barbizon in het Franse Fontainebleau. Hier verbleven de Franse contemporaine schilders die bekendheid hebben gekregen als de schilders van de School van Barbizon. Deze schilders wilden afstand nemen van de literaire thema's en het heersende pathos in de schilderkunst van hun tijd. Zij stelden tegenover de romantische benadering een meer directe schildertrant gebaseerd op intensieve studie naar de natuur in de bossen van Fontainebleau nabij het plaatsje Barbizon.
Roelofs was nadien één van de eerste Nederlandse kunstenaars die brak met de motieven van de romantische schilderkunst. Hij schilderde géén dramatische landschappen met indrukwekkende bergpartijen en watervallen, maar koos prachtige verstilde taferelen van een onbedorven natuur die wij nauwelijks nog kennen. Vooral zijn vroege landschappen, met hoge wolkenluchten, stemmige waterpartijen en bevolkt met vee, zijn typerend voor de School van Barbizon.

Vanaf 1856 bracht Willem Roelofs regelmatig de zomers door in Nederland, o.a. in ’t Gooi, de Vecht en Geinstreek, Noorden, Kortehoef, Loosdrecht, Meerkerk, Gouda, Reeuwijk, en Leidschendam. Hij zocht én vond niet eerder vastgelegde landschappen, bijvoorbeeld bij Abcoude, Leidschendam, Meerkerk, Ruurlo en Texel. Zo ontdekte hij als eerste de pittoreske kwaliteiten van het waterrijke gebied rondom Noorden en Nieuwkoop, een ontdekking die hij aanvankelijk geheim wilde houden voor zijn vakgenoten.
Zijn schilderijen van het polderlandschap inspireerden de kunstenaars van de Haagse School en openden de ogen van het publiek voor de poëzie van dit landschap.

Te Brussel hielp hij mee bij de stichting van de Societé Belge des Aquarellistes in 1856. Nauw betrokken bij het kunstleven in de Belgische hoofdstad is het niet verwonderlijk dat het werk van Roelofs eveneens duidelijk verwantschap vertoont met dat van zijn Belgische collega’s.

In de jaren dat hij in Brussel woonde vormde Roelofs een schakel tussen de Franse School van Barbizon en de vooruitstrevende Nederlandse landschapsschilders in Den Haag. Van 1866 tot 1869 leidde hij daar Hendrik Willem Mesdag op, die zou uitgroeien tot een der grootmeesters van de Haagse School. Op aanraden van zijn toen nog in Brussel wonende neef Laurens Alma Tadema (1836-1912), die later in Engeland een beroemd kunstschilder zou worden, besloot Mesdag in de leer te gaan bij Willem Roelofs. Andere leerlingen: Paul Gabriel, Frans Smissaert, Willem de Famars Testas en Alexander Mollinger. Zelfs de beginnende Van Gogh hoopte van Roelofs adviezen te krijgen.

In 1870 overleed zijn echtgenote. Drie jaar later hertrouwde hij met Albertne Vertommen, uit welk huwelijk twee zoons werden geboren, die eveneens een schildersloopbaan zouden kiezen; Willem Elisa (1874-1940) en Otto Willem Albert (1877-1920). In verband met de opvoeding van zijn zoons keerde Roelofs in 1877 terug naar Nederland en vestigde hij zich met zijn gezin in Den Haag.

Vanaf 1892 begon hij met zijn gezondheid te kwakkelen en vooral na 1894 ging deze sterk achteruit. Het schilderen gaf hij echter niet op.

In 1897 stierf hij in het huis van zijn zwager te Berchem bij Antwerpen. .


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 2016.