kunstbus

Ben jij de slimste mens? Test je kennisniveau op YaGooBle.com.

Willem Witsen

WITSEN, Willem Arnoldus

(Amsterdam 13-8-1860 - Amsterdam 13-4-1923)
Etser, schilder, tekenaar, aquarellist, schrijver en fotograaf.

Zoon van Jonas_Jan_Witsen, koopman, en Jacoba Elizabeth Bonekamp, zich noemende Veltman. Witsen was een telg uit een vermaarde Amsterdamse familie, die in de 17e eeuw al een grote rol speelde in het bestuur der stad, met burgemeesters als Cornelis en vooral Nicolaas Witsen.

Hij was van 1876 tot 1884 leerling aan de Rijksacademie van Beeldende Kunsten, met A. Allebé als leermeester voor schilderen en J.W. Kaiser en R. Stang voor grafiek. Onder zijn medeleerlingen waren W.B. Tholen, E. Karsen, M.W. van der Valk, J.P. Veth en A.J. Derkinderen.

Waarschijnlijk door Van der Valk, die een jeugdvriend was van Willem Kloos, raakte Witsen met deze en de andere Tachtigers bevriend. Hij had een actief aandeel in de Beweging van Tachtig, steunde De Nieuwe Gids in financieel opzicht en schreef hierin onder diverse schuilnamen artikelen over moderne kunst, waarbij hij vooral getuigde van zijn grote bewondering voor de schilderkunst van Millet.

Willem Witsen was bevriend met vele belangrijke kunstenaars en literatoren van zijn tijd: George Breitner, Isaac Israels, Jacob van Looy, Jan Veth, Willem Tholen, Willem Kloos, Lodewijk van Deyssel en Frederik van Eeden. In zijn leven en werk was hij wellicht wat minder uitbundig dan sommige tijdgenoten, waardoor hij niet zo in de schijnwerpers is komen te staan. Bij verzamelaars is zijn werk echter zeer gewild.

Aanvankelijk vormden mensen op het land, zoals herders en ontginners, zijn inspiratiebron. Witsen woonde van 1884 tot 1888 op 'Ewijckshoeve', het buiten van de familie Witsen bij Lage Vuursche, en ontmoetingsplaats voor schilders en musici; daar waren het landschap en de arbeidende bevolking zijn voornaamste onderwerp.

Al vroeg legde hij zich toe op de grafiek. In 1885 stichtte hij met Veth en Derkinderen de Nederlandse Etsclub, die portefeuilles met etsen uitgaf en jaarlijks exposeerde. Het landschap was aanvankelijk zijn voornaamste onderwerp, maar meer en meer ging de grote stad hem boeien.

In 1888 vertrok hij naar Londen, waar hij tot 1890 bleef. Deze tijd is beslissend geworden voor zijn kunstenaarschap. In donkere visionaire prenten werd de stad uitgebeeld in al haar sombere majesteit, met mensen en rijtuigen en slechts schaars beweeg tussen de grote vormen van bruggen en gebouwen. In Londen maakte hij krachtige stemmige stadsgezichten vol poëzie, vaak geschilderd langs de oevers van de Theems. Voor zijn vrienden, zoals Kloos, die een paar maanden bij hem logeerde, bleef hij, ook in de verte, een trouwe hulp.

Terug in Nederland werkte Witsen in Laren, Amsterdam en Ede, zijn aandacht verdelend over stad en land. In de hoofdstad woonde hij in een fraai huis in het Oosterpark (nr. 82), en verleende hij gastvrijheid aan vele vrienden. G.H. Breitner en Isaäc Israels schilderden hier, Paul Verlaine logeerde er in 1892 op zijn beroemd geworden reis naar Nederland en de dichters Kloos, Hein Boeken en Frederik van Eeden waren geregelde bezoekers.

Witsen maakte vaak lange wandelingen door de stad. Aan zijn verloofde schreef hij in 1891: 'die groote brokken van 't mooie Amsterdam, met al die regenluchten en die regendamp - mooi, mooi, mooi, anders niets.' Samen met een bevriend fotograaf verkende hij per roeiboot de grachten. Vanaf 1911 beschikte hij zelfs enkele jaren over een drijvend atelier op een dekschuit, waarmee hij aanmeerde rond de Montelbaanstoren en bij Uilenburg.

De besneeuwde landschappen rondom Ede (1891-1900) vallen op door krachtige kleurtegenstellingen met vereenvoudigde vormen van boerderijen in het landschap.

Mensen zijn op zijn verstilde, ingetogen schilderijen weinig te zien, Toch was Witsen een begenadigd portrettist. In de jaren negentig ontstond een reeks getekende, geschilderde, gefotografeerde en geëtste portretten van schrijvers en schilders rondom het tijdschrift De Nieuwe Gids.

Gehuwd op 4-5-1893 met Elizabeth van Vloten, wier zusters Martha en Kitty met Van Eeden en Albert Verwey huwden. Uit dit huwelijk werden 3 zoons geboren.

Witsen was gefascineerd door het verstilde stadsgezicht in Amsterdam, Dordrecht en Rotterdam(1896/1897). Ook de impressies van Wijk bij Duurstede (1906-1908) en zijn reizen naar Italië (1914), de Verenigde Staten (1915) en Indonesië (1920-1921) tonen vooral buurten waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan.

In Dordrecht ontstond de vermaarde serie etsen, aquarellen en schilderijen van de Voorstraatshaven, grotendeels vanaf het water. In augustus 1898 kwam Willem Witsen voor de eerste keer naar Dordrecht. De melancholieke sfeer van de oude Dordtse binnenstad met zijn mooie achter gevels aan her water moet Witsen zeer hebben aangetrokken. Met een roeiboot voer hij door de Voorstraatshaven richting Grote Kerk. Vanuit de boot maakte Witsen in zijn schetsboek vele tekeningen met kleurnotities. Naar aanleiding van deze schetsen ontstond een twaalftal etsen en een aantal aquarellen en schilderijen. Hij beklom de toren van de Grote Kerk om het prachtige uitzicht te kunnen vastleggen; de stad ligt er geheel omgeven door water.

Na de ontbinding van zijn eerste huwelijk (10-9-1902) gaf Witsen zijn buitenhuis in Ede op en sindsdien werd zijn vaderstad het grote thema van zijn werk. Van de oude buurten van Amsterdam, in het bijzonder rond de Montelbaanstoren, werden vele schilderijen en vooral grandioze etsen gemaakt. Hij gebruikte daarbij ook een atelierboot, waardoor zijn visie merkwaardig laag en horizontaal is.

Gehuwd op 25-4-1907 met Augusta Maria Schorr. Uit dit huwelijk werden geen kinderen geboren.

In 1915 vertrok Witsen naar San Francisco als regeringscommissaris voor de beeldende kunst voor het Nederlandse paviljoen op de wereldtentoonstelling. Veel eigen werk maakte hij daar niet.

Zijn laatste grote reis vond plaats in 1920/1921 naar Ned.-Indië, waar een broer van zijn tweede vrouw op een plantage werkte. Het Indonesische landschap boeide hem, maar hij wist er niet goed raad mee. Eenmaal in Batavia kreeg hij echter de opdracht het portret te schilderen van de toen scheidende gouverneur-generaal, J.P. graaf Van Limburg Stirum. Na een halfjaar keerde hij terug naar Holland, waar hij in april 1923 overleed na een langdurige ziekte.

Witsens etsen waren vernieuwend door zijn subtiele toepassing van aquatint en vernis mou, dit resulteerde in mooie nuances van toon. Datzelfde gevoel voor tonaliteit en 'stemmigheid', kenmerkend voor de esthetiek van de Tachtigers, is te zien in zijn geschilderde stadsgezichten en sneeuwlandschappen.

Witsen was een stil, haast schuw man, neigend tot melancholie. Opvallend in de kring der Tachtigers was zijn aristocratische allure. Hij was een maecenas voor veel van zijn schilders- en dichtersvrienden. Zijn koele reserve verborg een nerveuze gevoeligheid. Zoals Witsen zelf schreef had hij 'buien van grote moedeloosheid met mezelven, maar ik zoek tevredenheid in mijn werk'. Onder zijn vrienden kon hij zich echter wel ontspannen: als een goed schaker en cellist, die graag een glas dronk en een dure sigaar rookte. Er was in zijn leven 'een ondertoon van zwaarmoedigheid', en dat ziet men in al zijn werk. Hij was een gevraagd portrettist en vervaardigde ook enkele kleurrijke bloemstukken, om als het ware de hem toegeschreven koelheid te weerleggen. Witsen was zeer geïnteresseerd in artistieke technieken, maakte zelf veel proefdrukken van zijn etsen en ontwikkelde en drukte ook zelf de prachtige foto's af die hij van zijn gezin en vrienden maakte. Anders dan bij Breitner, werden zijn foto's haast nooit als voorbeelden voor zijn schilderijen gebruikt.

Witsen heeft gemengde waardering gevonden. Zijn werk is vaak te somber en afwerend geacht, het was de tegenpool van dat van zijn vrienden Breitner en Israels. Hij werd nooit erkend als zijnde een echte impressionist, strenge vormen en vlakken zijn kenmerkend voor zijn doeken en prenten. Er spreekt een beheerste hartstocht uit, door Hammacher de 'hartstocht der eenzaamheid' genoemd. Trots en stil staan de Amsterdamse huizen, de huizen der vaderen, langs de donkere grachten. Witsen houdt van de winter, de bomen steken zwart af tegen de grauwe lucht, de dooisneeuw plakt op de daken en takken. Alles is even fors en monumentaal gezien en toch vol met een sfeer van ijlte en vergankelijkheid. De geschiedenis van het oude geslacht en de oude stad lijken in dit werk samen te vloeien, voornaam en vermoeid.

Witsens betekenis is veelzijdig. Zijn schilderkunst en grafiek is groots van allure maar traditioneel, zijn fotografie daarentegen zeer oorspronkelijk en daarom thans hoog gewaardeerd. In de beweging van Tachtig heeft hij door zijn vriendschap en steun een centrale rol gespeeld: Kloos herdacht hem met 25 sonnetten.

Zie ook:
Willem Witsen onderhield correspondentie met aansprekende letterkundigen waaronder Hein Boeken, Lodewijk van Deyssel, Willem Kloos, Jacobus van Looy en Jan Veth, terwijl men onder de kunstenaars namen als G.H. Breitner, A.J. Derkinderen, Isaac Israels en Willem Tholen tegenkomt.

Willem Witsen als fotograaf,
Witsen heeft zijn modellen vaak gefotografeerd in een natuurlijke omgeving, zoals de tuin van Kloos' huis in Ede of in zijn atelier. Door zijn opleiding als impressionistisch schilder werkte hij veel met licht- en donkereffecten, wat het profiel van zijn objecten vaak verrassend doet uitkomen. Hoewel Witsen heel vernieuwende ideeën had over het gebruik van de camera, kreeg hij weinig erkenning van vakgenoten. Zijn foto's circuleerden voornamelijk binnen de kring schrijvers, dichters, schilders en musici, waarin hij zelf een bindende rol vervulde.

Vooral het niet vermelden van Witsens kwaliteiten als fotograaf is symptomatisch voor de verdere literatuur over deze veelzijdige kunstenaar. Het ontbreken ervan wekt destemeer bevreemding als men zijn foto's bekijkt terwijl Willem Witsen als fotograaf bovendien onbekend noch onbemind was. Lodewijk van Deyssel schreef over dit onderdeel van Witsens werk... omdat de door hem gemaakte fotografieën de schoonste zijn die men zien kan, en omdat, meer dan uit welke andere ook, uit deze fotografieën blijkt, dat zo als een fotgraaf niet kunstenaar mocht zijn, een kunstenaar dan toch de beste fotograaf is.

Het is bekend dat Breitner en Witsen elkaars foto's gebruikten. Witsen beoefende de fotografie als een zelfstandige hobby en niet, zoals zijn vriend Breitner, als een directe studie voor een schilderij. Wel verraden zijn etsen de invloed van de fotografie; bijvoorbeeld de wijze waarop het beeld wordt gekaderd en afgesneden, de diverse standpunten (hoog of laag), het weergeven van halftonen. In de etstechniek wordt hij tot een van de beste onder z'n tijdgenoten gerekend. Naast zijn kunstenaarsschap heeft waarschijnlijk ook zijn eigenschap zich eindeloze moeite te getroosten om ingewikkelde technieken onder de knie te krijgen, er toe bijgedragen dat hij een goed fotograaf werd.


Test je competentie op YaGooBle.com.

Pageviews vandaag: 32.